Pagina van de experts en/of bloggers die een blog, column etc. schrijven voor Onsnoordholland

Rosé

Santé op rosé!

Verlang jij ook zo naar de zon en de zomer? Ik merk dat mijn gedachten steeds vaker afdwalen naar zandbenen, de geur van zonnebrand, lange avonden aan het strand compleet met zonsondergang en een glas koele rosé in de hand. Helaas zijn die lange avonden aan het strand een romantische illusie, want met twee kleine kinderen is dit niet haalbaar. En ze zijn nog lang geen 20, dus “Keep on dreaming, honey”.

Ben jij een rosé liefhebber? Denk jij dat deze gemaakt wordt door witte en rode wijn met elkaar te mengen? Dan heb je het mis. Dit is zelfs verboden. Behalve voor rosé Champagne. Maar ik kan je uit betrouwbare bron (eh… ik dus) melden dat de smaak minder is. Ik mocht er ooit twee naast elkaar proeven en dat verschil was duidelijk merkbaar. De mengelmoes had een hele korte afdronk en de intensiteit was ook vele malen minder.

Er zijn diverse manieren om rosé te maken. De methode die verreweg het meeste wordt toegepast heet saignée: bloeden. De schillen van de blauwe druiven worden kort mee gegist. In de schilletjes zitten namelijk de kleurpigmenten. Zodra de wijn de gewenste rosé kleur heeft, wordt de wijn van de schillen en pitten afgetapt en gaat de vergisting van alleen het sap verder.

Ook kunnen blauwe en witte druiven samen worden vergist. Deze methode zie je veel in Duitsland onder de naam: rotling of schillerwein. Een andere manier om rosé te maken is om de blauwe druiven te ontstelen, te kneuzen en de massa een paar dagen te laten weken. Zo geven de schillen een klein beetje kleur af en komt er most aan de rosé kleur. Na de persing wordt deze rosé vergist op dezelfde wijze als droge witte wijn.

Mijn favoriete rosé komt uit het zuiden van Frankrijk: de Provence. Mooie kleur, heerlijke droge smaak en ietsje kruidigheid. Alhoewel ik ook een hele mooie Italiaan ken. Ja, Italiaanse wijn hé, daar had ik het over… Deze Italiaanse rosé beschikt dan wel over dezelfde kenmerken als die uit de Provence.

Moet je rosé jong drinken? Vaak wel, binnen de 2 jaar. Maar complexe rosé heeft baat bij rijping van zo’n 2 à 3 jaar. Dit komt door het langere gistingsproces. Hoe langer dit duurt, des te langer hij ‘op adem moet komen’. Goedkope (bulk)rosé uit de supermarkt raad ik je af, want het leven is te kort om slechte rosé te drinken. Neem je het op geheel eigen risico toch mee, maak de fles dan binnen het jaar na botteling op.

Ik ben razend benieuwd naar jouw favoriet. Laat je het mij in onderstaand commentaarveld weten?

Santé… op rosé!

PS: Wil jij voor de zomervakantie, wijn beter begrijpen, zodat je er daar straks meer van kunt genieten? Maandag 22 mei en 26 juni geef ik de cursus ‘wijnvignet’. Twee gezellige en smakelijke avonden in duidelijke taal met heerlijke wijnen en dito hapjes.
Check op: www.smaakvermaak.nl/cursussen

banner-blog-floortje-lopes

Bespaar tijd; laat je merk het werk voor je doen!

Tips over hoe een sterk merk jou tijd en geld bespaart

Als moeder, eigenaar van twee bedrijven, ideeën generator en iemand met vele interesses is mijn tijd behoorlijk kostbaar. Ik hou van mijn werk, ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik haal er ontzettend veel voldoening uit om mijn klanten te helpen en te zien welke geweldige resultaten zij realiseren!

Maar mijn familie komt op de eerste plek, dus ik vind mezelf in de positie dat ik werk rondom schooltijden, speeldates, quality time en bedtijd. Omdat ik mijn aandacht en mijn werk goed moet verdelen per dag, zorg ik ervoor dat ik elke minuut die ik kan maximaliseer.

Een manier waarop ik dat doe, is door de bedrijven en merken in te richten voor succes. Door het creëren van een sterk merk, ben ik in staat geweest om tijd te besparen in een aantal verschillende gebieden binnen de bedrijven.

Het ene bedrijf heeft net een re-branding ondergaan en mijn andere bedrijf is nu – na 5 jaar – middenin het proces. Een spannende ontwikkeling voor mij dat kun je je vast voorstellen.

 

blog floortje

Een sterk merk houdt je gefocust

Wie heeft zijn of haar logo meer dan eens veranderd?

Hoe zit het met de kleuren van je website?

Of heb je vorige maand nog een nieuw thema aangeschaft om nu alweer een nieuwe te willen?

Je doet dit omdat je niet tevreden bent met je branding! Dit neemt de focus weg van waar je je eigenlijk op zou moeten concentreren in je bedrijf. Wanneer je een merk hebt waar je van houdt, waar je trots op bent, en dat resoneert met jou en je bedrijf zal je niet de behoefte voelen om het (continue) te veranderen.

Een sterk merk maakt marketing eenvoudig

Hoeveel minuten besteedt je op dit moment aan je marketing afbeeldingen? De kans is groot dat je er veel te veel tijd in stopt.

Het vinden van de juiste foto, de beste kleuren en lettertypen, het creëren van de afbeelding in meerdere maten zodat ze op jouw verschillende social media platforms en marketing kanalen passen … het kost een hoop werk.

Natuurlijk, adviseer ik om dit stuk uit te besteden aan een professional; maar dat is niet altijd een optie voor elk (klein) bedrijf. Als je een sterk merk hebt, is het creëren van prachtige marketing afbeeldingen een eitje. Een sterk merk heeft alle lettertypes (combinaties), kleurenpalet en fotografische stijlen op voorhand vastgelegd.

Bonus tip: Maak een template voor al je marketing uitingen met behulp van je ‘branded’ stukken. Ik gebruik onder andere Adobe Illustrator art boards, dus ik kan gewoon kopiëren/plakken, waardoor ik deze in minder dan 10 minuten per post maak!

Een sterk merk trekt de juiste klanten

Hoeveel potentiële klanten zijn er langs gekomen die daarna minder dan ideaal bleken te zijn? Je branding en marketing is wat hen aantrekt om contact met jou op te nemen.

Met de verkeerde branding, zal je uren en uren besteden aan het beantwoorden van klanten – en zelfs uitgebreide voorstellen voor hen te maken – die niet resoneren met jou, je producten/diensten en je bedrijf.

Bespaar jezelf tijd!

Een sterk merk moet resoneren met jouw ideale klanten en hen bij jou brengen.

Je volgers willen jouw content delen

Een sterk merk is meer dan alleen je visuele identiteit. Je ‘branded’ content (merkverhaal, blog, vlog, aanbiedingen) is een groot deel van je merk, en het moet je ideale klanten echt aanspreken. Als je een sterke identiteit hebt, zullen je volgers het sneller willen delen met gelijkgestemde collega’s, mede-ondernemers of vrienden.

Ik weet wanneer één van mijn collega’s, of iemand dichtbij mij, iets deelt met me, is de kans veel groter dat ik het serieus neem en op waarde schat, dan wanneer ik het vind via een Google-zoekopdracht of bijvoorbeeld op Pinterest.

Wanneer iemand jouw content deelt, doen zij op dat moment de marketing voor jou! En niet alleen dat, hun eigen naam en reputatie is automatisch gekoppeld aan jouw content. Dit bespaart niet alleen tijd (iemand vond net een nieuwe potentiële klant voor je!), maar het geeft je ook veel meer geloofwaardigheid.

Heb jij een sterk merk?

Zoals je hebt gezien, kan een sterk merk veel tijd besparen, ontleen je een groot deel van je geloofwaardigheid aan collega’s en potentiële klanten, en verdien je zelfs meer geld.

Een sterk merk stroomlijnt je content en helpt dingen soepel te laten verlopen.
Offer niet je tijd, geld en moeite op door een slecht in elkaar geknutseld en onsamenhangend merk.

Als je niet zeker weet waar je moet beginnen of hoe je dit proces beter inricht, neem dan een kijkje op www.actiongenerator.nl. Weten wat de basis is van je merk zal helpen om de basis te leggen voor een geweldige toekomst.

Als je behoefte hebt aan een team dat jou persoonlijk helpt om een sterk merk te creëren en in elkaar te zetten, zou ik graag met jou in contact komen. Zodat we kunnen praten over hoe ik jou kan helpen om te slagen met je merk.

Investeer je tijd in het creëren van een sterk merk, en je wordt beloond met meer tijd voor je gezin, jezelf en andere belangrijkere taken!

Floortje Lopes- Branding Expert

mismatch onderwijs personeel techniek en bouw

Mismatch in de techniek – Initiatieven en verbanden

Er valt het nodige te verbeteren aan de koppeling tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven; daarover is vrijwel iedereen het eens. En het moet gezegd, er worden links en rechts bewonderenswaardige initiatieven ontplooid om die kloof te dichten. Jammer genoeg betreft het vaak individuele bedrijven of organisaties. Vanwege die beperktheid is er nog altijd geen zicht op een structurele oplossing van het probleem.

“We hebben de laatste jaren inderdaad weinig instroom gehad en we hebben ook niet veel aandacht aan opleidingen besteed”, erkent Willem-Jan Broekkamp, KAM- en opleidingscoördinator bij Bonarius Bedrijven. “Maar we moeten ook niet vergeten dat we zeven crisisjaren achter de rug hebben waarin er simpelweg geen geld was en ook geen behoefte aan nieuwe medewerkers. Sterker nog, veel goede vakkrachten hebben deze branche verlaten vanwege inkrimpingen en faillissementen. Nu schreeuwt iedereen moord en brand, maar we hadden natuurlijk kunnen voorzien dat zodra de markt weer ging aantrekken er nijpende tekorten aan geschoold personeel zouden ontstaan.”

Om kort te gaan, het bedrijfsleven moet geen afwachtende houding aannemen, maar anticiperen op te verwachten ontwikkelingen. Het is dan ook bijna onvoorstelbaar dat bedrijven dermate opportunistisch zijn in hun bedrijfsvoering.

Maar ook John Jansen, hoofd opleidingen bij Energie Service Noord West ESNW erkent dit probleem. “Wij hanteren het uitgangspunt dat je monteurs en andere technici niet krijgt, maar dat je ze moet vormen. Daarom hebben we dan ook al jarenlang een eigen opleidingscentrum, waar we mensen bekwamen in de specifieke vaardigheden die ons bedrijf nodig heeft.”

Ook bij Bonarius heeft men op dat vlak inmiddels spijkers met koppen geslagen. “Voor ons is de tijd van overleg gepasseerd en zijn we het pad van concrete actie ingeslagen”, stelt Broekkamp. “We zijn een intern bedrijfsscholingstraject gestart, wat volop in ontwikkeling is. Op dit moment volgen ongeveer vijftig medewerkers een BBL-vakopleiding op niveau 2/3. Dit alles gebeurt in nauwe samenwerking met bijvoorbeeld VTI, ROC’s en OTIB en Installatiewerk. We zijn in staat gebleken in zeer korte tijd een prima match te creëren voor gemotiveerde starters en zijinstromers in ons mooie vakgebied.”

Interesse aanwakkeren

­­Het is natuurlijk wel zo dat de instroom voor dit soort opleidingen bestaat uit mensen die al bewust voor een carrière in de techniek hebben gekozen. Als we de signalen mogen geloven, zijn er de komende jaren duizenden extra nieuwkomers nodig om aan de vraag naar geschoold personeel te kunnen voldoen. En het lijkt maar zeer de vraag of die er zullen komen naar aanleiding van dit soort initiatieven. De interesse voor technische beroepen moet dus verder worden aangewakkerd en daarvoor zullen andere inspanningen moeten worden verricht.

ESNW en Bonarius gaan daarom nog een paar stappen verder. Zo zet deze bedrijven zich manmoedig in voor een betere voorlichting voor de jeugd. Jansen geeft in dat verband al een aantal jaren trainingen in techniek voor het middelbaar onderwijs en geeft hij zelfs ‘techniekles’ op basisscholen. “Recent heb ik als gastdocent nog negentig kinderen van een basisschool in Julianadorp les gegeven”, legt hij nader uit. “En we hopen dat ze daardoor geïnspireerd raken om later voor een beroepsopleiding in een technisch vak te kiezen. We zien dat dus echt als een investering in de toekomst.” Broekkamp onderschrijft die visie: “Ook wij leveren volop onze bijdrage aan de bron dooe middel van samenwerking met VMBO-scholen en initiatieven in het basisonderwijs.”

Voorbeelden die navolging verdienen, want dergelijke inspanningen kunnen niet anders dan bijdragen aan een beter imago van de technische vakken. En dat imago is, zoals we al eerder hebben vastgesteld, een van de grote struikelblokken bij de beroepskeuze van nieuwe leerlingen. Technische beroepen zijn in veler ogen, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld ICT, bepaald niet ‘sexy’ genoeg.

“Dat is maar zeer de vraag”, meent Broekkamp. “Gezien alle aandacht voort verduurzaming en energietransitie zien we de laatste jaren een tendens waarbij technische vakken meer op hun merites worden beoordeeld. En daardoor komt er meer en meer erkenning voor het feit dat goed opgeleide installateurs en monteurs gewoon zeer gedegen vakmensen zijn met een aanzienlijke theoretische bagage. En daarbij passende arbeidsvoorwaarden. En laten we wel zijn: salaris en secundaire voorwaarden  vormen toch ook een belangrijke drijfveer voor mensen om dit vakgebied te kiezen.”

Samenwerkingsverbanden

Bonarius en ESNW blijken niet de enige bedrijven die niet bij de pakken neer is gaan zitten en zelf de handen uit de mouwen hebben gestoken. Op lokaal en regionaal niveau zijn er talloze samenwerkingsverbanden te vinden, waarbij in gezamenlijkheid wordt getracht de kloof tussen onderwijs en praktijk verder te dichten. En dergelijke initiatieven verdienen uiteraard alle lof.

Een van de meest in het oog springende van die samenwerkingsverbanden in wellicht OTIB, het Opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het Technisch InstallatieBedrijf. Werknemers, werkgevers en onderwijsinstellingen hebben binnen OTIB de handen ineengeslagen. Daarbij is wijselijk gekozen voor een regionale structuur, de zogenoemde RBPI (regionaal Beleidsplatform Installatietechniek). En voor Noord-Holland gelden in dat verband drie speerpunten: Arbeidsmarkt, Onderwijs, Loopbaan. Of, vrij vertaald: Kwantiteit, Geschiktheid, Kwaliteit.

Die aanpak begint vruchten af te werpen, zo wordt ons van diverse kanten verzekerd. En dat is niet alleen begrijpelijk, maar ook noodzakelijk. Want de technische branches staan voor uitdagende jaren. Zoals Broekkamp al aanhaalde, is de urgentie van verduurzaming en energietransitie groter dan ooit en om die twee zaken in de nabije toekomst te realiseren zijn nu eenmaal veel, en goed opgeleide, technici noodzakelijk.

Eén van de zorgpunten daarbij werd reeds in het artikel ‘Mismatch in de techniek’ door Ronald van Laar van Ateco naar voren gehaald: “Bevlogen leerkrachten die hun leerlingen enthousiast weten te maken voor het vak zijn met een lampje te zoeken. Ik krijg soms leerlingen op snuffelstages en als ik dan met hen een kas binnenloop, staan ze met de ogen te knipperen wat het installatiewerk allemaal inhoudt. Die hebben werkelijk geen idee wat er allemaal gebeurt binnen ons vakgebied.”

Kortom, de kwaliteit van de docenten is voor vele betrokkenen een groot punt van aandacht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verschillende samenwerkingsverbanden hieraan veel aandacht besteden. En dat geldt tevens voor de kwaliteit van het praktijkonderwijs. Niet alle inspanningen die op dit vlak worden verricht, zijn voor iedereen zichtbaar, maar de problematiek is onderkend en de handen zijn uit de mouwen.

Imago

Is daarmee de kou van de lucht? Daarover zijn de meningen verdeeld. Natuurlijk, bedrijfsleven en onderwijs beijveren zich om de kloof tussen opleiding en praktijk te dichten, de vooruitzichten inzake werkgelegenheid en salariëring in het technisch vakgebied zijn goed en de toekomst biedt reden voor optimisme. Maar we moeten onze ogen niet sluiten voor het feit dat het technische beroep te maken heeft met een matig imago en zoals we weten ijlen imago’s vaak lang na. Om het in marketingtermen te zeggen: het imago van dit vakgebied moet worden afgestoft.

Er moeten dus wegen worden gevonden om jongeren adequaat te bereiken en intensief de positieve kansen en mogelijkheden te schetsen. Want het imago is anders dan de realiteit en zoals elke beginnende marketeer ons kan vertellen: ‘perceptie is de enige werkelijkheid’. En de branche zou die perceptie dan ook zeer serieus moeten nemen. De eerste stappen zijn gezet: er wordt in breed verband gewerkt aan verbeteringen en dat werpt vruchten af. Nu moeten we ook nog een weg vinden om die verbeteringen aan de relevante doelgroepen te communiceren. Anders blijft het succes van de samenwerkingsverbanden beperkt. En laten we wel zijn: technische beroepen verdienen een topimago.

Onderwijs en educatie zijn van het grootste belang voor ondernemers. Zij vormen het fundament voor de continuïteit van een bedrijf of branche.

 

In mei organiseert Onsnoordholland een Ronde tafel bijeenkomst over dit onderwerp. Wilt u daar bij zijn? Of wilt u meer informatie. Neem dan contact op met Marco Velt, email sales@onsnh.nl.

iboya Triz

Waar ik goed in ben is iemand snel in shape krijgen!

Voor tijdelijke oplossingen voor je vakantie kilo’s hoef je bij mij niet te zijn, als je definitief een gezonde leefstijl wil leven, dan ben je van harte welkom.

Mijn naam is Iboya Triz en ben voormalig ballerina, na een herseninfarct besloot ik het roer om te gooien en werd Personal Trainer met een eigen methode die nergens op de wereld bestaat. Waar ik goed in ben is iemand heel snel in shape krijgen!

Het maakt mij blij om mensen een gezonde levensstijl aan te bieden, hierover hebben meerdere magazines een artikel over geschreven, zoals recentelijk Margriet.

Een echte integrale personal trainer

Niet alleen help ik high fashion modellen, artiesten en mensen als jij en aan een gezond mooi lichaam maar ook het hoge management en medewerkers bij grote bedrijven om te zorgen voor een gezonde, productieve werkvloer. Ik werk op alle vlakken; voeding, training, mental coaching met lifestyle optimalisatie op hoog niveau,

Wil je meer weten over mij kijk hier verder.

Dutch Fitness Award

Ik ben genomineerd voor beste Personal Trainer van Amsterdam! Wil jij een gratis workshop van mij bijwonen, zorg dan dat je op mij stemt!

Door op deze link te klikken kun je op mij stemmen.

 

Bedankt voor je stem en neem gerust contact op voor vrijblijvend informatie, ik help je graag.

Iboya Triz

Geld Loon

Ook loondoorbetaling bij kleine ondernemer?

Al twee jaar geconfronteerd met een zieke werknemer? De werkgever heeft de plicht gedurende deze twee jaar het loon door te betalen. Deze regel geldt ook indien de werkgever maar een kleine onderneming heeft. De kantonrechter heeft dit nog eens bevestigd in de uitspraak van 16 februari 2017.

Kan dit ook anders?

In deze zaak heeft de werkgever een ontbindingsverzoek ingediend, omdat de werknemer vanaf aanvang dienstverband geen enkele dag volledig heeft kunnen werken vanwege arbeidsongeschiktheid. De werkgever heeft een eenmanszaak en werkt op het gebied van mode en lifestyle. De werknemer was een goede vriend van de ondernemer. Hij is per 1 augustus 2016 in dienst gekomen voor 32 uur per week. Toch heeft hij geen dag gewerkt, hij ervaart spanningsklachten. Maar, een zieke werknemer kost simpelweg te veel voor deze eenmanszaak.

Het verzoek van de werkgever tot ontbinding heeft de kantonrechter afgewezen. Er geldt namelijk een opzegverbod tijdens ziekte, zelfs nu de ondernemer maar een kleine zelfstandige is. Dat maakt in deze geen verschil. Er geldt gedurende twee jaar tijd een loondoorbetalingsverplichting.

Ik had deze rechtszaak anders aangepakt. Mijns inziens heeft deze werknemer een baan aangenomen waarbij hij op voorhand wist, dan wel had kunnen weten, dat hij de functie niet aankon. Op grond daarvan is beëindiging mogelijk conform artikel 7:678 BW. Wat vind jij?

De rechter stelt het volgende: ‘Art. 7: 671b lid 6 BW bepaalt dat de kantonrechter een ontbindingsverzoek van de werkgever ondanks het opzegverbod tijdens ziekte kan inwilligen indien er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen (dat is hier gesteld noch gebleken), en indien het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod tijdens ziekte betrekking heeft.’

Het is dus van belang omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat het in het belang is van de werknemer om het contract te eindigen. Het kan dus ook anders!

En na deze twee jaar arbeidsongeschiktheid?

Hoe verloopt het einde van het dienstverband na deze periode van twee jaar? De werkgever mag dan de arbeidsovereenkomst opzeggen. Echter, uitsluitend na toestemming van het UWV. Ook dit is nog eens bevestigd in een recente uitspraak van de kantonrechter op 15 februari 2017.

In deze zaak heeft de werkgever het dienstverband van de directeur die al twee jaar arbeidsongeschikt was eigenhandig opgezegd zonder toestemming van het UWV. De sanctie die de kantonrechter hierop heeft gesteld valt mee. Naast de transitievergoeding wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 1.000,-.

 

Meer weten over arbeidsrechtelijke oplossingen? Ik kom graag met u in contact.

 

Mr. S.B. Punt

mond-lippen-kus-verzorging

Zoenen is de perfecte lipverzorging!

De lente is begonnen.Heerlijk! We gaan weer naar buiten en hebben meer zin in alles. Bomen en bloemen, het bloeit en groeit weer. Jong leven in de natuur, alles oogt fris en nieuw.Terwijl de zon steeds vaker doorbreekt, zijn de effecten van de winter nog zichtbaar op onze huid. Hoe maak je je huid klaar voor de lente?

Zachte lippen zijn om te zoenen

Lippen drogen snel uit doordat ze geen eigen talgklieren bezitten. Door voortdurend met je tong over je lippen te gaan, maak je het uitdrogen erger. In dat geval grijpt men naar de lippenbalsem. De behoefte om onze lippen in te vetten kan ontaarden in een verslaving. Veel lippenbalsem producten bevatten minerale oliën die als plastic folie op de huid van de lippen gaan liggen. Op dat moment voelen de lippen soepel aan, het vervelende is echter dat het vocht uit de lippenhuid ook niet meer kan verdampen. In plaats daarvan hoopt het zich op onder de niet-ademende vetlaag. En net als bij een baby die een poepluier heeft, leidt deze vochtophoping ertoe dat het beschermende lichaamseigen vet uit de huid wordt “gespoeld”, met als gevolg nog drogere lippen en meer barstjes. Dit effect wordt sterker als de lippenbalsem te hoge concentraties glycerine bevat. Een klassieke lippenbalsem is dus geen oplossing.

To cream or not to cream

Een verzorgende zalf op basis van natuurlijke plantaardige vetten, die lijken op je eigen huidvetten is het beste om te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan butters zoals sheabutter of cacaoboter of aan wassoorten zoals bijenwas of carnauba of wolvet (lanolin). Ook kun je pure honing gebruiken. Als je ondanks het gebruik van de goede ingrediënten droge lippen houdt of zelfs ontstoken lippen hebt, is het raadzaam om de microvoedingsstoffen in je bloed te laten checken. Vooral ijzer, zink en vitamine B12 zijn belangrijke waarden. Ook kun je rekening houden met contactallergie voor bepaalde lipverzorgings producten. Zalf is in deze beter dan crème en bevat weinig tot geen water. Zalf geeft de lippen het kwijtgeraakte vet terug, remt een snelle verdamping af en houdt het water lang vast in het weefsel. Zoenen is trouwens een goede manier om elkaars lippen in te vetten! Daarbij wordt namelijk talg van de rand van de lip over het lippenrood verdeeld, de doorbloeding van de lip verbeterd en het immuunsysteem versterkt!

 

Voor informatie en advies met betrekking tot goede huidverzorging in het algemeen kun je contact opnemen met Huidkliniek Dionne Linskens  tel 0224 215 247. Vraag een gratis consult aan bij een van onze huidtherapeuten.

mismatch onderwijs personeel techniek en bouw

Mismatch in de techniek

Al jaren klaagt het bedrijfsleven over de beperkte vaardigheden van instromend personeel. En nog altijd is er te weinig aansluiting tussen wat in het beroepsonderwijs wordt aangeleerd en wat het bedrijfsleven nodig heeft. Is er dan helemaal niets veranderd?

Over de praktische vaardigheden van instromend personeel doen de wildste verhalen de ronde. Die verhalen kunnen we kenmerken door twee woorden: ‘hamer’ en ‘vasthouden’. Goede verstaanders hebben niet meer informatie nodig. Nu kunnen we er gemakshalve vanuit gaan dat dergelijke opvattingen een behoorlijke dosis overdrijving bevatten. Maar toch is er iets mis met de aansluiting van het beroepsonderwijs met de praktijk van het bedrijfsleven. Dat heeft de Rijksoverheid jaren geleden al onderkend. In 2011 schreef toenmalig minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt in haar brief naar de Tweede Kamer:

‘De doorlopende leerlijn vmbo-mbo-hbo moet competitieveer worden. Nederland heeft immers dringend behoefte aan vakmensen op alle niveaus. Uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat de route via het beroepsonderwijs van essentieel belang is voor jongeren met een lagere sociaal economische achtergrond. Deze jongeren kunnen via het beroepsonderwijs alsnog doorgroeien naar een hoger opleidingsniveau. Een belangrijk doel voor de komende jaren is dan ook het korter en aantrekkelijker maken van de beroepsroute. Hiermee wordt het mbo een beter alternatief voor ouders en jongeren die nu steeds vaker kiezen voor algemeen vormend onderwijs. De arbeidsmarkt heeft dringend behoefte aan goede vakmensen en niet ieder kind is geschikt voor uitsluitend theoretisch onderwijs.’

(uit: Actieplan mbo ‘Focus op Vakmanschap 2011-2015’)

Goede intenties

De problematiek was toen in ieder geval bij alle partijen duidelijk en aan goede intenties ontbrak het bepaald niet. Maar wat heeft dat Actieplan van de MBO-raad nu daadwerkelijk opgeleverd? Betreurenswaardig weinig, als we de technische ondernemers mogen geloven.

“De praktijkervaring van tegenwoordig is nog minder dan circa twintig jaar geleden. In die zin zijn we er dus op achteruit gegaan. We krijgen hier stagiaires Elektrotechniek die niet weten hoe ze een elektromotor moeten aansluiten. Dat is voor mij onbegrijpelijk”. Directeur Ronald van Laar van Ateco windt er geen doekjes om. De technische beroepsopleidingen sluiten bepaald niet aan op de eisen die binnen zijn bedrijf worden gesteld. “Dat betekent dus dat we de nieuwkomers praktisch op niveau moeten zien te krijgen. In mijn ogen komen verantwoordelijkheid én kosten meer en meer op de schouders van het bedrijfsleven. En ik vind dat wij niet alles voor onze rekening hoeven te nemen. Dat je nieuw personeel moet bijscholen is prima, maar we mogen toch van de diverse opleidingen verwachten dat ze de basisvaardigheden bijbrengen. Dat is echter maar zeer ten dele het geval.”

Het lijkt wel alsof de leerlingen in het VMBO en MBO uitsluitend worden volgepropt met theorie. Praktijkonderwijs schijnt bijna volledig verdwenen te zijn. En dat is jammer, omdat juist door dat praktijkonderwijs leerlingen een helderder beeld van de diversiteit van de technische bedrijven krijgen en bovendien beter worden voorbereid op hun feitelijke werk later. Het helpt hen dus ook bij het maken van de juiste keuzes. Praktijkonderwijs heeft dus meerdere voordelen.

“Dat mag dan wel zo zijn, maar de bedrijven moeten de hand ook in eigen boezem steken”, meent Sjoerd Keijzer, coördinator/praktijkleermeester bij GOA Leidingtechniek. “Voorheen had het bedrijven eigen opleidingscentra, maar die zijn zo langzamerhand allemaal wegbezuinigd. Misschien dat eens kan worden nagedacht om gezamenlijk dat praktijkonderwijs weer in de steigers te krijgen. En het is een illusie te denken dat opleidingscentra volwaardige all round monteurs kunnen afleveren. Dat zal altijd een kwestie van learning by doing blijven en dus een taak binnen de bedrijven.”

René Eijsvogel, HRM manager bij Ziut, hecht eraan enige nuance aan te brengen. “Natuurlijk, er is een kloof en die zal er waarschijnlijk altijd wel blijven ook. Maar we moeten die kloof ook niet groter maken dan hij in werkelijkheid was en is. Voorheen lag de nadruk in het onderwijs meer op de praktijk dan nu; dat is voor iedereen helder. Maar we moeten ook vaststellen dat zowel het onderwijs als de werkzame omgeving voortdurend veranderen. Het is dus voor beide partijen van groot belang om de kloof zo klein mogelijk te houden: het onderwijs moet zo goed mogelijk aansluiten bij het bedrijfsleven en andersom moeten de bedrijven rekening houden met de capaciteiten van de instromende werknemers.”

Ontwikkelingen

In dat verband kunnen we echter niet voorbijgaan aan de snelle technologische ontwikkelingen in de diverse branches. Het onderwijs heeft veel inspanningen geleverd om die allemaal bij te houden en dat is in een aantal gevallen niet gelukt. Het is echter de vraag of we de schuld daarvan geheel bij het beroepsonderwijs mogen leggen. Soms lijkt de technische vooruitgang immers sneller te gaan dan men de noodzakelijke leerstof kan schrijven.

Keijzer beaamt dat volmondig. “Die ontwikkelingen gaan snel en het is moeilijk gelijke tred te houden in het onderwijs. Bedrijven kunnen en moeten dat ook niet verwachten. Het onderwijs moet de basisvaardigheden aanleren en daar heeft het behoorlijk aan geschort. Recentelijk is dan ook besloten de praktische component weer zwaarder aan te zetten. Maar dat neemt niet weg dat de daadwerkelijk specialisatie binnen de bedrijven zal moeten plaatsvinden.”

Volgens Eijsvogel wordt er in de regel veel tijd verloren met de overlegstructuren die moeten leiden tot betere aansluiting. “Er worden allerlei vergaderingen belegd en tegen de tijd dat men de oplossing denkt te hebben gevonden, is de wereld al weer veranderd. Dat tempo ligt simpelweg te laag.”

Van Laar geeft toe dat de eisen van het bedrijfsleven steeds verder worden aangescherpt. “Techniek staat niet stil en het kost dus veel inspanning om die ontwikkelingen bij te benen. Daar moeten we met z’n allen ook begrip voor kunnen opbrengen. En dat doen we ook. Waar de meeste bedrijven over klagen, is dat zelfs de meest basale vaardigheden vaak ontbreken. En dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de praktijklessen van weleer voor een belangrijk deel zijn wegbezuinigd. Natuurlijk, praktijklokalen met de bijbehorende apparatuur en gereedschappen kosten nu eenmaal geld, maar zijn tegelijkertijd wel essentieel voor technische opleidingen.” De problematiek wordt in de ogen van Van Laar niet alleen veroorzaakt door budgettaire overwegingen. “Bevlogen leerkrachten die hun leerlingen enthousiast weten te maken voor het vak zijn met een lampje te zoeken. Ik krijg soms leerlingen op snuffelstages en als ik dan met hen een kas binnenloop, staan ze met de ogen te knipperen wat het installatiewerk allemaal inhoudt. Die hebben werkelijk geen idee wat er allemaal gebeurt binnen ons vakgebied.”

“Dat is misschien waar”, vult Keijzer aan. “Maar bedrijven zouden dan ook de moeite moeten nemen hun vakgebied onder de aandacht te brengen. Als er op een ROC een open dag wordt georganiseerd – en daar zullen ze hun instroom toch vandaan moeten halen – schittert het bedrijfsleven vaak door afwezigheid. Je kunt tegenwoordig niet meer blijven stilzitten en wachten tot de mensen naar je toe komen. Een iets actievere opstelling zou veel kunnen veranderen.”

Daar zit zeker een kern van waarheid in. Zeker, de crisis van de afgelopen jaren heeft ook de technische sector niet onberoerd gelaten en in de achterliggende jaren heeft bij veel bedrijven de focus op ‘overleven’ gelegen. Nu de economie weer aantrekt, moet er wellicht meer worden gekeken naar de middellange en lange termijn. En de kwaliteit van personeel is in dat opzicht een factor van groot belang. En, zoals we allemaal weten, kwaliteit heeft nu eenmaal een prijskaartje.

Imago

Maar het is niet alleen de kwaliteit van de instromers die zorgen baart; dat geldt evenzeer voor de kwantiteit. De voorzitter van Uneto-VNI, Doekle Terpstra, heeft in dat kader de noodklok al geluid. Volgens hem krijgen we in de komende jaren te maken met een nijpend tekort aan vakkundige mensen. Dat heeft voor een belangrijk deel ook te maken met het bedenkelijke imago van de technische beroepen. “Je moet echt aan het werk en je krijgt vuile handen”, beaamt Van der Laar. “Dat heeft ook te maken met het gebrek aan kennis over wat techniek allemaal inhoudt. Het vakgebied is simpelweg niet ‘sexy’ genoeg.”

Helaas is die vaststelling maar al te waar. Leerlingen die geïnteresseerd zijn in techniek kiezen en masse voor ICT en aanverwante opleidingen en laten de (elektro)techniek liever links liggen. Dat heeft echter niet alleen met de sterk aanzuigende werking van de ICT-branche te maken, maar zeker ook met de onbekendheid van de werkelijk activiteiten in de technische branches, zoals we eerder hebben kunnen vaststellen. Techniek is in veel gevallen ‘high tech’ geworden en zou daarom toch een aantrekkelijk alternatief ten opzichte van ICT moeten kunnen vormen. Zeker ook, omdat er een bijna 100 procent baangarantie kan worden afgegeven; de branche zit te springen om vakmensen.

“Er zijn wel allerlei initiatieven om dat probleem aan te pakken”, weet Eijsvogel, “maar dat gebeurt allemaal branchebreed. En dat betekent in de praktijk dat de invloed van de grote bedrijven dominant is en dat de kleinere bedrijven er weinig invloed op hebben. En zodoende worden de specifieke problemen van de kleinere bedrijven niet adequaat opgelost.”

“Dat klopt helemaal”, erkent Keijzer. “Maar we doen er als branche toch te weinig aan om de aantrekkelijke kanten van het vak onder de aandacht te brengen. We moeten actiever op zoek naar jonge mensen die in techniek zijn geïnteresseerd. Daar zou een prachtige taak voor de brancheorganisaties kunnen liggen, maar die beperken zich veelal tot het organiseren een overlegstructuur, het geven van een interview vol klaagzang en dat was het dan. Misschien zou het zinvol zijn eens met een marketingbureau te praten over een campagne die de techniek een boost geeft.”

Het imago opkrikken en tegelijkertijd zelf energieker op zoek naar nieuw personeel. Het klinkt, in marketingtermen, als een ‘push and pull’ strategie. En die werkt alleen als beide facetten met volle kracht worden ingezet, zo heeft de ervaring ondertussen wel geleerd.

Nieuwe initiatieven

Zitten de betrokkenen dan stil achterover en wachten ze op de dingen die gaan komen? Nee, zeker niet. Op lokaal en regionaal niveau worden verfrissende initiatieven ontplooid die in ieder geval een deel van het probleem moeten oplossen. Zo heeft de provincie Noord-Holland het voortouw genomen tot de totstandkoming van Tech@Connect, waarbinnen overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven de handen ineen hebben geslagen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.

“Een prima zaak”, meent Van Laar. “We kunnen we gewoon niet op wachten dat dit probleem op landelijk niveau wordt opgelost. De politiek is simpelweg niet slagvaardig genoeg en dus zullen we dat zelf op kleine schaal moeten doen.”

“Uitstekend”, beaamt Keijzer. “Dergelijke regionale initiatieven zorgen ook voor adequatere oplossingen. In Nederland zijn er aanmerkelijke verschillen tussen provincies en regio’s en dat leidt dus tot compromissen en niet te gerichte oplossingen.”

Ook Eijsvogel ziet heil in dergelijke activiteiten. “We moeten maar eens ophouden met die hausse aan commissies, adviesorganen et cetera. Er is een berg rapporten verschenen en we moeten constateren dat de oplossing nog steeds niet is gevonden. Ik houd van eenvoud: het probleem is duidelijk. Vervolgens wordt er op talloze plekken gezocht naar sluitende oplossingen en de generale conclusie is dat het niet sluitend op te lossen is. We moeten het probleem alleen zo klein mogelijk zien te maken en dat kan het beste op kleine schaal stappen te maken.”

Dat neemt overigens niet weg dat er ook op nationale schaal moet worden bekeken waar stappen kunnen worden gezet. Het beroepsonderwijs moet immers grosso modo aan dezelfde eisen voldoen en daarvoor is nu eenmaal landelijke regelgeving noodzakelijk. Maar de ervaringen van de regionale initiatieven zouden bij die discussie wel eens zeer belangrijke input kunnen leveren. De beste aanpak zou wel eens ‘bottom up’ kunnen zijn.

 

Onderwijs en educatie zijn van het grootste belang voor ondernemers. Zij vormen het fundament voor de continuïteit van een bedrijf of branche. Op 11 april a.s. organiseert Onsnoordholland een Ronde tafel gesprek over dit onderwerp. Wilt u daar bij zijn? Of wilt u meer informatie. Neem dan contact op met Marco Velt, email sales@onsnh.nl

Wijn seizoenen

Ben jij een seizoendrinker?!

Ik ben dus een seizoendrinker. Dat betekent bij hoge temperaturen verfrissend wit met sappige zuren en in de winter rode wijn. En jij? Wat drink jij het liefst? Mocht je hier geen antwoord op kunnen geven,  lees dan mijn blog “Het kiezen van de juiste wijn in 7 stappen”  en je zal zien dat het echt niet zo moeilijk is. Is 7 stappen je te veel? Onthoud dan welk druivenras je lekker vindt. Hiervoor hoef je namelijk geen vinoloog te zijn, je weet heel goed wat je wel èn wat je niet lekker vindt!

Nog even en we hebben koning winter weer achter de rug. Nou ja, nog even… ruim een maand te gaan. Maar dit ‘even’ zeg ik alleen maar om mezelf moed in te spreken. Nog vijf weken deze kou trotseren en dan komt de lente weer om de hoek kijken. En in de zomer, wanneer ik nippend aan een glas Sauvignon Blanc peentjes zit te zweten, denk ik met weemoed terug aan deze kou. Het is ook nooit goed hè?

Bij deze lage temperatuur denk ik trouwens helemaal niet aan een glas Sauvignon Blanc. Ik drink dan liever rode wijn. Wat ook heerlijk smaakt, is rode Port. Het alcoholgehalte van port zit tussen de 18 en 20% (rood maximaal 14%), daar word ik dus lekker warm van. De flessen port zijn hier niet aan te slepen 🙂

Leuk wanneer je in het commentaarveld hieronder laat weten welke wijn jij graag drinkt in welk seizoen!

Saluté, op de warmte!

Margret Weijers

witte wijn

subsidie maak industrie

Een gesubsidieerd nieuw businessmodel

Technologische ontwikkelingen en verschuiving in businessmodellen gaan razendsnel. Nieuwe producten, processen en programmatuur worden ontwikkeld om ons leven makkelijker, duurzamer en sneller te maken. Start-ups ontwikkelen tevens nieuwe manier van zaken doen wat een verschuiving veroorzaakt van oude statische verdienmodellen naar flexibele servicemodellen, denk aan Software as a Service (SaaS) of Mobility as a Service (MaaS) zoals Uber.

Hoewel de technologische ontwikkelingen en vooral de verschuiving in businessmodellen soms een ‘ver van ons bed-show’ lijkt, is het wel degelijk een actueel onderwerp. Vooral bedrijven in de maakindustrie die specifieke producten produceren en verkopen zullen op korte termijn een achterhaalt businessmodel hebben. Om te voorkomen dat bedrijven de boot missen, stimuleert de overheid het laten aanmeten van een nieuw businessmodel. De tool die hiervoor gebruikt wordt is: de Service Design Voucher.

Doelgroep: maakindustrie

Subsidie: max. € 3.000 op voorwaarde dat het bedrijf zelf ook € 1.000 investeert in het nieuwe model
Uitvoerder: een creatief adviesbureau (vrij in keuze)
Deadline: 15 maart (first come, first serve)
Kunt u ook met de aanvraag wel wat hulp gebruiken? Neem dan contact met ons op.

 

Lydia Gitsels – Nova Connect

 

Marketing-Target_doelgroep_Niche (Small)

Vind jouw doelgroep in 3 simpele stappen!

3 stappen voor een heldere doelgroep definitie

Wie is precies jouw doelgroep? Voor wie doe je wat je doet?

Heb je een duidelijk klantprofiel of doe je maar wat, en merk je dat je telkens verschillende mensen aantrekt? Ben je misschien veel tijd kwijt met nieuwe klanten vinden die ook bereid zijn om je product te kopen?

We weten allemaal dat een nauwe doelgroep, ofwel niche markt, belangrijk is om te kiezen en te definiëren.

Jouw doelgroep is niet alleen de groep consumenten aan wie jij graag wilt verkopen. En het is ook niet de groep die jou product wilt hebben of nodig. Alhoewel dit wel heel belangrijk is (je wilt namelijk niet al je marketing doeleinden richten op het verkopen van een biefstuk aan een vegetariër), is niet genoeg.

Een betere definitie vind ik daarom:

 

Doelgroep is de markt die jou product wilt of nodig heeft én bereid is ervoor te betalen

 

Een groep die je product wel wilt of nodig heeft maar het niet kan betalen, is geen goede doelgroep. Je runt een bedrijf en hoewel je er waarschijnlijk een hoop plezier in hebt, is het geen hobby die juist geld kóst.

De definitie van jouw doelgroep bestaat uit 3 factoren:

 

1. Demografische details

Denk voor een B2C product aan de meetbare details als man/vrouw, leeftijd, locatie, opleiding, status, inkomens niveau, uitgave patroon. Voor een B2B product kan het ook nog zijn: grootte van het bedrijf, winst, omzet enz.

2. Psychografische details

Denk hierbij aan minder meetbare details als hobby’s, geloof- of levensovertuiging, wat vinden ze belangrijk, wat drijft hen, wat maakt ze gelukkig.

3. Probleem van je klant, waar jij een oplossing voor hebt.

Als jij het probleem waar je klant tegenaan loopt heel goed kent, kan je echt mensen helpen en zullen ze ook sneller bereid zijn om voor jouw dienst of product te betalen.

TIP: Weet je niet precies wat de pijn is van je klant? Doe een enquête of een interview met bestaande klanten of met mensen die voldoen aan de bovengenoemde criteria.

Waarom dus een doelgroep kiezen?

 

Om klanten aan te trekken, moet je weten aan wie je verkoopt

 

Als je dit weet, kan jij je meer verdiepen in de echte behoeften van jouw specifieke doelgroep. Dit zal betekenen dat je meer gericht kan communiceren en dus ook veel effectiever bent. Je kan dan veel meer mensen helpen met de oplossing die jij hebt, en je bedrijf wordt er succesvoller door. Dubbele winst dus.

 

Floortje Lopes – United For Success