Bouw nieuws artikelen voor en van ondernemers

Green Deal aanzet tot bouwpakketservice

Een ‘pakjesdienst’ voor de bouw

Zeker voor bouwprojecten in binnensteden slaat de sector daarmee twee vliegen in een klap: minder vrachtwagens in de stad, dus minder uitstoot van CO2 en fijnstof, en minder transportkosten.

Met die ‘bouwpakketservice’ moet de sector dus aan de slag, stelt Arjan Walinga, bij Bouwend Nederland projectleider ketensamenwerking, in verband met de op maandag 2 oktober ondertekende Green Deal Bouwlogistiek.

1/3e transport van de bouwsector

Dat een derde van alle transportbewegingen in Nederland voor rekening komt van de bouwsector, heeft volgens Walinga voor een belangrijk deel te maken met dat de logistiek in de sector nog teveel per project gebeurt. Slimme aan- en afvoer van materialen op en rond de bouwplaats moet leiden tot meer projectonafhankelijk transport. “Juist in de stad, met verschillende projectlocaties, levert dat voor het milieu en het bouwproces flinke voordelen op. “De gemiddelde vrachtwagen zit halfvol, waardoor er twee keer zoveel vrachtwagens de stad in gaan dan nodig is. Dat kan dus veel efficiënter, door afstemming tussen bouwbedrijven onderling en met toeleveranciers”, legt Walinga uit.

Overleggen over aanleveringen

Slimme logistiek moet vroegtijdig in het bouw-ontwerptraject worden georganiseerd. “Hoe precies, is de uitdaging van deze Green Deal. Dat kan met BIM. Maar bouwbedrijven met in de stad projectlocaties bij elkaar in de buurt, moeten zichzelf in aanleren met elkaar te overleggen over aanleveringen. Dat zijn ze niet gewend. Maar logistiek moet voor iedereen maximaal gaan. Daar moet je als bedrijf ook niet op willen concurreren, want dan concurreer je op de verkeerde dingen,” aldus Walinga. Als voorbeeld van waar de bouw met logistiek naar toe moet, wijst hij op de consumentenelektronica-sector waarin hij eerder werkte: “Reden de DHL’s van deze wereld niet met spullen van verschillende leveranciers rond, dan zouden de tv’s die we online bestellen veel duur worden.”

Green Deal Bouwlogistiek

DHL is een van de tweeëntwintig medeondertekenaars van de Green Deal Bouwlogistiek, die in 2020 moet resulteren in 20 procent minder transportbewegingen. Walinga: “Dat bedrijf ziet dus ook brood in bouwlogistiek. Maar wij vinden dat bouwbedrijven dit zelf zouden moeten opstarten. Dat is ook een van de dingen waar TNO nu op ons verzoek mee aan de slag gaat, met het voor de sector ontwikkelen van zo’n zeg maar bouwpakketservice.” Vooral kleinere bouwbedrijven zouden volgens hem baat hebben van zo’n “standaardoplossing”.

Afbouwhoek kost geld

Grote bouwbedrijven zijn beter instaat de logistiek binnen hun eigen organisatie te optimaliseren. Maar ook die kunnen volgens hem mogelijk nog profiteren zo’n ‘pakjesdienst voor de bouw’. “Het transport van grote onderdelen zoals brugdelen, prefab wanden en glas, gebeurt al redelijk efficiënt. Daar is de prijs van het transport ook niet verdisconteerd in die van het bouwmateriaal. De grote verliezen zitten echt in de afbouwhoek, met het transport van zaken als gipsplaten, hang- en sluitwerk en schakelmateriaal. Dat zijn vaak kleinere volumes die voor veel transportbewegingen zorgen. Daar vormt logistiek nu een kwart van de materiaalprijs en dat is veel te hoog.”

Aanbesteding markt uitdagen

Een belangrijke stimulans voor slimme bouwlogistiek en voor het halen van de Green Deal-doelstelling is, zegt Walinga, ook de manier waarop opdrachtgevers zoals gemeenten voor een aanbesteding uitvraag doen naar de markt. “Die moeten bij een aanbesteding de markt ook uitdagen slimme logistieke oplossingen te verzinnen voor bouwen in de stad.” Rijkswaterstaat en een stad als Rotterdam doen dat volgens hem al. Maar hij waarschuwt voor overvragen: “Dus dat zo’n uitvraag zo ambitieus is dat bedrijven daar nog niet mee om kunnen gaan, en dan veel kosten maken om het toch voor elkaar te krijgen. Dus de uitvraag mag uitdagend zijn maar niet overvragend. Zodat bedrijven en de markt voor logistiek echt de tijd krijgen om daar in te groeien.”

Madaster Launch

MADASTER: kadaster voor materialen v.a. nu voor iedereen beschikbaar

Vandaag is Madaster, het ‘kadaster’ voor materialen, gelanceerd. Vanuit deze online bibliotheek kan van elk vastgoed object een digitaal materialenpaspoort gegenereerd worden. Het documenteren, registreren en archiveren van materialen in gebouwen maakt hergebruik van materialen eenvoudiger, stimuleert slim ontwerpen en elimineert afval.

Het plan dat architect Thomas Rau en Pablo van den Bosch, bestuurders van de Madaster Foundation, op 17 februari 2017 presenteerden aan een select publiek is vandaag realiteit geworden. Mede dankzij de financiële en inhoudelijke steun van de 33 zogenaamde Kennedy’s kon de Madaster Foundation binnen 7 maanden haar doel bereiken.

“Onze planeet is een gesloten systeem en daarom moeten wij de limited editions ongelimiteerd faciliteren. De huidige situatie laat zien dat materialen hun identiteit verliezen, waardoor zij afval worden. Afval kan worden geëlimineerd door materialen een gedocumenteerde identiteit te geven via een materialenpaspoort.” Thomas Rau

 

“De veelomvattende informatie in een materialenpaspoort helpt gebouweigenaren, ontwerpers en bouwers om nieuwe afwegingen te maken tijdens het ontwerpen, bouwen en beheren van gebouwen. Ook kunnen financiers op basis van het materialenpaspoort de waarde van de materialen opnemen in de totale waardebepaling van het object.” Pablo van den Bosch

OVER MADASTER FOUNDATION

Madaster is een ANBI-stichting met een algemene en publieke, non-profit interesse met vertegenwoordigers uit meerdere sectoren van de economie.

waterberging_Polder_Blokhoven_bij_Schalkwijk_Gemeente_Houten

Bouwkansen voor waterberging

De bouwsector kan een belangrijke bijdrage leveren aan het klimaatbestendig inrichten van Nederland door met nieuwe manieren te komen voor grootschalige zoet waterberging. Zulke waterbuffers verminderen niet alleen de wateroverlast bij hevige regenval, maar zorgen ook voor reserves voor periodes van langdurige droogte.

Dat stelt de Zeeuwse gedeputeerde Ben de Reu namens de provinciale koepelorganisatie IPO naar aanleiding van de presentatie van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2018 dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd. “In Zeeland, en vooral bij de land- en tuinbouw, bestaat er in ieder geval een grote behoefte aan zulke zoetwaterbekkens.”

Pilotproject loopt al

De Reu legt uit dat in Zeeland bij droogte de behoefte aan zoet water extra groot is omdat de provincie geen grote rivieren heeft die zoet water aanvoeren. Tegelijkertijd is de ruimte voor de aanleg van spaarbekkens voor de opvang van regenwater er schaars. “Het ruimtebeslag van zulke bekkens is in de Zeeuwse polders te groot. De land- en tuinbouw hebben die grond te hard nodig voor hun gewassen.” Hij geeft aan dat er in de provincie nu een paar pilotprojecten lopen voor ondergrondse opslag van zoet water in oude kreekruggen van waaruit later het land is drooggelegd. “Maar het zou voor onze provincie heel mooi zijn als er nieuwe technieken komen waarmee nog meer ondergrondse bekkens kunnen worden aangelegd. De bouwsector kan er natuurlijk aan bijdragen dat die nieuwe aanlegmethodes er komen.”

Ondersteuning

Deltacommissaris Wim Kuijken presenteerde het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie dinsdag als onderdeel van de jaarlijkse rapportage over waterveiligheid en beschikbaarheid van zoet water in Nederland. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie vormt daarbij het sluitstuk, met een strategie om de infrastructuur en gebouwde omgeving klaar te maken voor de opvang van de gevolgen van extreem weer door klimaatverandering. Onderdeel van die strategie is dat alle gemeenten uiterlijk 2019 verplicht een klimaatcheck uitvoeren voor het inventariseren van kwetsbaarheden. De Deltacommissaris vraagt het nieuwe kabinet om per jaar 230 miljoen euro financiële ondersteuning voor provincies, waterschappen en gemeenten voor het versneld nemen van klimaatmaatregelen tegen wateroverlast, droogte, hittestress en overstroming.

Stedelijke opvang overbelast

De Reu ziet in verband met klimaatadaptatie voor de bouwsector ook kansen in het isoleren en koelen van seniorenwoningen en verzorgingstehuizen. “Ook in Zeeland voldoen veel tehuizen van oudere datum niet aan die criteria, terwijl ouderen slecht tegen hittestress kunnen.” Ook wijst hij op het belang van de aanleg in steden en gemeenten van gedraineerde tuinen en diepliggende speelpleinen. Zulke ‘waterpleinen’, zoals Rotterdam die al heeft, vangen overtollig regenwater op en zorgen zo dat rioleringsstelsels niet overbelast raken. De capaciteit van veel rioleringssystemen zal volgens hem toch moeten worden vergroot, wat grote investeringen zal vergen.

Groenstroken

In de nieuwbouwwijk Mortiere in Middelburg en ook in Yerseke zijn wadi’s aangelegd, parkachtige groenstroken die water bergen. “Daar is dus ook al rekening gehouden met wateroverlast als gevolg van hoosbuien.” Een Zeeuws project dat bij de presentatie dinsdag in Den Haag de aandacht trok, betrof Waterdunen. Het gaat om een project in Zeeuws-Vlaanderen ten westen van Breskens, waar op 350 hectare sprake is van een combinatie van waterveiligheid, kustversterking, natuur en recreatie. Interessant voor de bouwsector noemt De Reu er de circulaire bouw van 400 vakantiewoningen: “Trends in de markt voor recreatiewoningen veranderen snel. Daarom worden deze woningen zo gebouwd dat van de gebruikte materialen over 15, 20 jaar weer nieuwe woningen kunnen worden gebouwd, die dan voorzien in de behoefte van de klant.” Algemeen geldt volgens hem voor bouwers dat die opdrachtgevers tegen hitte en wateroverlast moet ‘ontzorgen’: “Dus als een opdrachtgever een datacenter in de kelder wil, moet je als bouwer ook adviseren dat dit beter een paar verdiepingen hoger kan.”

Doel taskforce: nul dodelijke ongevallen in de bouw

Ambitie Taskforce ligt op nul ongevallen

Nul dodelijke ongevallen in de bouw. Dat is de ambitie van de Taskforce Veiligheid & Arbeidsomstandigheden, benadrukt voorzitter Peter Koenders van de taakgroep. “Eén dodelijk ongeval is al teveel.”

De taskforce is op verzoek van het bestuur van Bouwend Nederland ingesteld om een duidelijke verbetering aan te brengen in de veiligheid in de bouwsector. Ongevallen op de werkplek ontstaan volgens Koenders vaak doordat het ‘toevallig’ mis gaat: “Dat toeval moet eruit. Daarvoor gaan we mensen meer bewust maken van wat veilig werken inhoudt.

Veiligheid aandacht en tijd

De bouwsector behoort volgens het ministerie van SZW tot de top drie van meest onveilige sectoren. Koenders: “De veiligheid in de bouw staat onder druk omdat er teveel dodelijke ongevallen gebeuren. Wij vinden dat zelf ook onacceptabel. Eén dodelijk ongeval is al teveel. Ernstige ongevallen met blijvend letsel willen we natuurlijk ook niet, maar als je nul dodelijke ongevallen als doel hebt, heb je in ieder geval de juiste focus dat alles veilig moet.” In de crisis is de aandacht voor veiligheid onder druk komen te staan. Want veiligheid vergt aandacht en tijd. Maar alles moest tegen de laagste prijs. Gelukkig merken we dat er nu meer aandacht en tijd voor veiligheid ontstaat, ook bij opdrachtgevers.”

Communicatie

De taskforce kwam in januari voor de eerste keer bijeen, met als doel het bestuur van Bouwend Nederland te adviseren over acties en initiatieven op het beleidsterrein van veiligheid en arbeidsomstandigheden. Koenders: “Er zit veel kennis in de taskforce, met mensen met veiligheidsfuncties in grote en kleinere bouw- en infrabedrijven. We werken niet toe naar een rapport. Het is een continu proces. Hebben we als taskforce iets waarvan we denken dat het nu kan, dan communiceren we dat direct. En dan gaat het erom hoe we die verandering op veiligheidsattitude als Bouwend Nederland dan teweegbrengen in de sector.”

Op tijd nadenken

Als nu al een punt van actie noemt hij meer aandacht voor veiligheid in opleidingen voor kaderfuncties in de sector: “We moeten het probleem niet verschuiven naar de bouwplaats. De meeste ongevallen daar zijn terug te herleiden tot instructies. Belangrijk is dat je als manager mensen op de werkvloer ruimte geeft om daar aan veiligheid te doen. Daar moet al vanaf de ontwerpfase over worden nagedacht, over hoe je op de bouwplaats samen veilig bouwt en over wat voor maatregelen daarvoor nodig zijn, vastgelegd in het V&G-ontwerpplan. Moet je daar op de bouwplaats nog over beginnen na te nadenken, dan ben je eigenlijk al te laat.”

Positief stimuleren

Voor het bereiken van ‘nul doden’ is er volgens Koenders in de hele sector ook een cultuuromslag nodig: “Daar is die jaarlijkse Bewust Veilig-dag (de 3e vrijdag in maart, red.) ook voor. Iedereen in de bouw moet zich bewust zijn van veiligheid, van leidinggevende tot uitvoerende en van jong tot oud. Zodat wie voor de eerste keer op de bouwplaats komt de juiste instructies krijgt en we mensen stimuleren elkaar ook aan te spreken op onveilige handelingen of onveilige situaties op te lossen. En dat wie zelf in zo’n situatie terecht komt dat vervolgens ook meldt, zodat we daarvan kunnen leren op andere bouwprojecten en er maatregelen tegen kunnen nemen.” Belangrijk daarvoor noemt hij het mensen positief stimuleren om met veiligheid bezig te zijn: “Mensen die betrapt worden op onveilig werken moeten niet bang zijn voor een slechte aantekening of negatief functioneringsgesprek, want in zo’n angstcultuur meldt niemand meer wat.”

Houtje touwtje werken

Koenders en zijn team willen ook meer zicht krijgen op de indirecte oorzaken achter ongevallen: “Bij het meer gedetailleerd in beeld brengen van ongevallen zien we dat er vaak allerlei dingen aan vooraf gingen die toevallig net even anders liepen dan normaal. Een werkplek die net is gewijzigd, een hek dat net even anders is neergezet, iemand die invalt voor degene die een bepaalde klus altijd doet. En dan gaat het mis. Dat toeval moeten we aanpakken, door scherp te zijn op wijzigingen en door mensen daar bewust van te maken. Improvisatie en onverschilligheid moeten eruit en alertheid en professioneel werken erin. Ik ben een optimist, maar we moeten de weg naar nul doden in de bouw realiseren.”

Onderdeel van Deltaprogramma 2018 is klimaatbestendige steden

Klimaatbestendige stad, vergt totaalaanpak

Onderdeel van het Deltaprogramma 2018 dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, is dat alle gemeenten in het land in 2018 aan de slag gaan met het klimaatbestendig maken van hun leefomgeving. Edward Stigter, directeur Beleid Gezonde en veilige leefomgeving bij Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit daarbij voor een integrale aanpak.

Omdat adaptieve maatregelen goed te combineren zijn met maatregelen als het gasloos maken van woonwijken en met energiebesparing. Stigter ziet voor de bouwsector een voortrekkersrol bij concrete projecten.

Lees meer

college van Medemblik kiest voor aardgasvrije en (bijna) energie neutrale nieuwbouw

ZEN-Platform bijeenkomst nul-op-de-meter nieuwbouw centraal

Het ZEN-platform werkt aan bijna energieneutraal tot energieleverende nieuwbouwwoningen, met de bewoner als uitgangspunt. Nul-op-de-Meter nieuwbouwwoningen vormen een belangrijk deel van de oplossing.

Tijdens een speciale bijeenkomst, gecombineerd met een Samenwerkdag van de Stroomversnelling, gaan we de diepte in op alle aspecten en vragen rond Nul-op-de-Meter nieuwbouw. Deze bijeenkomst organiseren de Lente-akkoord partijen in nauwe samenwerking met de Stroomversnelling.

ZEN-Platform bijeenkomst

De bijeenkomst vindt plaats op donderdagmiddag 12 oktober in Zaalverhuur7 in Utrecht. De gehele middag staat in het teken van Nul-op-de-Meter nieuwbouw. In de verschillende sessies komen vrijwel alle aspecten van NOM aan bod. De lunch staat klaar vanaf 12.30 uur. Het inhoudelijke programma duurt van 13.00 uur tot 17.00 uur. Na afloop is er gelegenheid om na te praten onder het genot van een drankje en een hapje.

Klik hier voor het programma van de ZEN Platformbijeenkomst op 12 oktober 2017 >>

Voor wie?

De bijeenkomst is gericht op deelnemers uit het ZEN platform en Stroomversnellingsleden met een nieuwbouwopgave. Ook overige ontwikkelaars, ontwikkelende bouwers, aannemers en woningcorporatie-medewerkers met plannen of intenties op het gebied van NOM zijn van harte welkom.

Aanmelding en kosten

Het aantal deelnemers is beperkt. Registratie vindt plaats op volgorde van aanmelding. Deelname voor leden van Stroomversnelling is gratis. U dient zich wel te registreren. U kunt zich aanmelden via de nieuwsbrief die u van de Stroomversnelling heeft ontvangen. Voor de ZEN platform deelnemers en overige deelnemers bedragen de deelnamekosten € 95 excl. BTW per persoon.

Banen in Noord-Holland fors gegroeid

Het aantal banen in Noord-Holland is in 2016 voor het eerst sinds jaren weer gegroeid. De teller staat op 1.487.800. Dat neemt niet weg dat Noord-Holland nog 82.000 werklozen heeft. Jongeren en laagopgeleiden zijn de grootste groep onder de werklozen.

De grootste mismatch op de arbeidsmarkt bevindt zich in de ict en de meest banen bevinden zich in de regio Amsterdam. Dit zijn enkele hoofdconclusies uit het rapport Noord-Hollandse arbeidsmarkt in cijfers dat door de provincie Noord-Holland is opgesteld. Uit het rapport komt ook naar voren dat het economisch herstel op de Noord-Hollandse Arbeidsmarkt in veel sectoren goed tot uiting komt. Vooral in de regio Amsterdam is dit het sterkst zichtbaar. De sectoren handel & horeca, transport en zakelijke dienstverlening springen er uit.

Samenwerkingen

Gedeputeerde Adnan Tekin: “Deze cijfers geven mij handvatten om gerichter te acteren op de arbeidsmarkt. We zijn sinds 2015 actief bezig door mooie samenwerkingen op te richten zoals Tech@Connect en Terratechnica in de Kop van Noord-Holland. Maar deze samenwerkingen willen we verder uitbreiden door de hele provincie zodat we van Noord-Holland een nog sterkere, gezonde en aantrekkelijker arbeidsregio maken.”

Focus op techniek

Regionale economische ontwikkeling is een van de kerntaken van de provincie. Het arbeidsmarktbeleid van de provincie legt de focus op techniek: van de bouw- en installatietechniek tot de creatieve industrie en agri-tech. Techniek raakt alle opleidingsniveaus en vraagt de komende jaren steeds meer van de arbeidsmarkt. De provincie Noord-Holland heeft daarom een actieve rol op zich genomen. Om te zorgen dat jongeren een goed beeld krijgen van de mogelijkheden in de techniek, draagt de provincie bij aan goede voorlichting op scholen en haken we aan op initiatieven die bijdragen aan de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van toekomstige technische beroepen. Een goed voorbeeld is de samenwerking van SHIP (Sluis Haven Informatie Punt) met Techport (regio rond IJmond) waar bedrijven, scholen en overheden samenwerken. SHIP organiseert onder andere workshops aan leerlingen vanaf groep 3 over techniek en techniekonderwijs.

direct aan de slag met de wegen, spoor, bruggen en andere infrastructuur

Geld genoeg om te investeren, aldus Verhagen

De economie bloeit volop, maar de overheidsinvesteringen blijven daarbij achter. Het is hoog tijd om die in lijn te brengen, door volop te investeren in een sterker en stabieler Nederland.

Als we álle middelen – privaat én publiek kapitaal – effectief inzetten is er veel meer mogelijk dan de onderhandelaars in Den Haag nu denken”, stelt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland.

“Om die groei ook in de komende jaren mogelijk te maken, zou het nieuwe kabinet direct aan de slag moeten met onze wegen, spoor, bruggen en andere infrastructuur, net als met duurzaamheid van woningen en kantoren, maar ook met de huizenmarkt.”

“Wat er precies moet gebeuren staat in de Bouwagenda, die dit voorjaar gepresenteerd is. Daarin staat ook hoe we die opgaven slimmer en efficiënter kunnen uitvoeren; eenvoudigweg dus ‘meer oplossing voor minder geld’. Daarmee moeten we aan de slag. Op de langere termijn is dat een veel betere keus dan ‘meer consumeren’. “Het gaat wel om enorme investeringen voor vele jaren. Hoe mooi en veelbelovend de cijfers nu ook zijn, die grote opgaven kun je niet alleen aan met Rijksbudget. Daarom zou het nieuwe kabinet heel handig de combinatie kunnen maken met privaat geld, zoals het pensioenkapitaal. Bij elkaar opgeteld zijn er middelen genoeg.”

Meer ambitie nodig

Uit Nyfer-onderzoek bleek voor de zomer al dat grote nieuwe investeringen nodig zijn om Nederland te versterken. Tot 2040 zijn volgens de onderzoekers tientallen miljarden nodig om onze maatschappelijke ambities te verwezenlijken en te voldoen aan internationale verplichtingen.

Verhagen: “Dat hoeft dus niet volledig uit de jaarlijkse Rijksbegroting te komen en dat is goed nieuws voor de formatie, dunkt me! Al het vermogen in Nederland is heel goed om te zetten in kwaliteit, maar alleen als het in beweging wordt gebracht onder regie van een echte nationale investeringsinstelling. Dat is de ontbrekende schakel tussen de Rijksbegroting en de wereld van investeerders. Met zo’n investeringsinstelling haal je ook makkelijker geld uit de Europese Junckerfondsen.”
“De CBS-cijfers zijn prachtig, maar wil je doorgroeien naar een beter Nederland, dan is er meer ambitie nodig. Ik zou geen beter moment weten om daar nu mee aan de slag te gaan!”

Makelaar speelt dubieuze rol bij illegale asbestsanering

Makelaar dubieuze rol illegale asbestsanering

Een Wassenaarse makelaar heeft een illegale asbest-saneerder aanbevolen bij 2 verkopers van particuliere woningen. De Inspectie SZW heeft 2 boetes opgelegd tegen de malafide saneerder. De huizenverkopers hebben aan-zienlijke financiële schade door het niet correct laten verwijderen van asbest.

De Inspectie SZW werd onlangs getipt dat bij 2 woningen in Wassenaar op niet correcte wijze asbest werd of was gesaneerd uit woningen. Op 1 van de 2 adressen troffen inspecteurs de malafide saneerder nog aan. Daar wilde hij op dat moment gaan werken aan een asbesthoudende vloer zonder dat er enige veiligheidsmaatregelen waren genomen.

Uit verder onderzoek bleek dat de saneerder in ieder geval nog op 1 andere locatie in Wassenaar illegaal asbest had gesaneerd. De werkzaamheden hier betroffen het niet correct verwijderen van asbesthoudende leidingisolatie.

In beide gevallen zouden de huizen worden verkocht. De verkopers, die elkaar niet kennen, verklaarden tegenover de inspecteurs dat zij van hun makelaar de naam van deze malafide saneerder hadden gekregen. De Inspectie SZW heeft inmiddels de NVM op de hoogte gebracht van deze dubieuze handelingen van de Wassenaarse makelaar.

Ook voor de bewoners had de illegale sanering een financieel staartje. Zo moesten zij o.a. een besmettingsonderzoek laten verrichten om te kijken of in de woning geen asbestvezels waren achtergebleven. Bij het niet goed verwijderen van asbest bestaat immers de kans dat asbestvezels in andere ruimten terecht komen. Verder moest op kosten van de bewoner alsnog een inventarisatierapport gemaakt moeten worden en een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf ingehuurd worden voor het verwijderen van achtergebleven asbest en asbestvezels.

Voor asbestverwijdering gelden strenge regels. Alleen mensen en bedrijven die daartoe gecertificeerd zijn, mogen asbest inventariseren en verwijderen. De productie en het gebruik van asbest is in Nederland sinds 1994 verboden. Asbest is echter nog in ruime mate aanwezig in daken, in vloeren, rioolpijpen of andere toepassingen. Bij het verbouwen en slopen van gebouwen, woningen, machines of schepen kan nog altijd asbest vrijkomen. Als dit niet op een verantwoorde wijze gebeurt, kunnen hierdoor op termijn zeer ernstige gezondheidsklachten optreden.

Bestaande bedrijventerreinen 10 miljoen provinciale subsidie

De provincie Noord-Holland stelt 10 miljoen euro beschikbaar om bestaande bedrijventerreinen te verbeteren. Door bijvoorbeeld het opnieuw inrichten van de wegen, meer groenvoorzieningen en maatregelen voor het verbeteren van de veiligheid blijven de terreinen aantrekkelijk voor ondernemers.

Bedrijventerrein De Volger in Graft De Rijp werd in 2010 met provinciale subsidie opgeknapt.

Aantrekkelijk ingerichte, goed beveiligde en duurzame bedrijventerreinen hebben de toekomst. Ze zijn belangrijk bij het aantrekken en behouden van bedrijvigheid en werkgelegenheid in de Noord-Hollandse regio’s. Door bestaande bedrijventerreinen op te knappen wordt bovendien de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen voorkomen.

De provincie Noord-Holland stelt voor 2017, 2018 en 2019 jaarlijks ruim 3 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten en havenbedrijven voor verbeteringen aan bedrijventerreinen. De subsidie kan gebruikt worden voor het fysiek opknappen van de terreinen, voor het opzetten van een beheerorganisatie, voor onderzoek naar duurzame maatregelen of naar andere (tijdelijke) functies zoals woonruimte. De subsidie kan ook worden aangevraagd als bijdrage in de kosten voor het gezamenlijk aanvragen van snel internet op bedrijventerreinen.

Goed beheer van bedrijventerreinen is een belangrijke voorwaarde om bedrijventerreinen aantrekkelijk te houden voor ondernemers. De provincie stelt daarom aanvullend op deze subsidie, een ambassadeur aan die gemeenten en bedrijven kan helpen om zo’n beheerorganisatie, of parkmanagement, op te zetten.

De manier waarop we werken verandert continu onder invloed van allerlei maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Zo komen er steeds meer ZZP’ers en kleine bedrijven, die steeds vaker thuis, in koffiezaken of op andere ontmoetingsplekken willen werken. Onder invloed van technologische vooruitgang gaan werken en wonen op dezelfde locatie steeds beter samen. De behoefte aan traditionele bedrijventerreinen of kantoorlocaties neemt daarmee af. De provincie draagt met de HIRB-subsidie bij aan onderzoeken van gemeenten of bedrijven(verenigingen) om de mogelijkheden van transformatie voor hun bedrijventerreinen te onderzoeken. De provincie stimuleert met de HIRB-subsidie ook het nemen van duurzame maatregelen op bedrijventerreinen. Duurzame maatregelen zijn bijvoorbeeld zonnepanelen op bedrijfspanden, oplossingen voor waterberging of het verbinden van (afval)stromen.