Onsnoordholland Bouw nieuws artikelen voor en van ondernemers uit Noord-Holland. Interessant bedrijfs Bouw nieuws, persbericht of evenement? Tip de redactie!

direct aan de slag met de wegen, spoor, bruggen en andere infrastructuur

Geld genoeg om te investeren, aldus Verhagen

De economie bloeit volop, maar de overheidsinvesteringen blijven daarbij achter. Het is hoog tijd om die in lijn te brengen, door volop te investeren in een sterker en stabieler Nederland.

Als we álle middelen – privaat én publiek kapitaal – effectief inzetten is er veel meer mogelijk dan de onderhandelaars in Den Haag nu denken”, stelt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland.

“Om die groei ook in de komende jaren mogelijk te maken, zou het nieuwe kabinet direct aan de slag moeten met onze wegen, spoor, bruggen en andere infrastructuur, net als met duurzaamheid van woningen en kantoren, maar ook met de huizenmarkt.”

“Wat er precies moet gebeuren staat in de Bouwagenda, die dit voorjaar gepresenteerd is. Daarin staat ook hoe we die opgaven slimmer en efficiënter kunnen uitvoeren; eenvoudigweg dus ‘meer oplossing voor minder geld’. Daarmee moeten we aan de slag. Op de langere termijn is dat een veel betere keus dan ‘meer consumeren’. “Het gaat wel om enorme investeringen voor vele jaren. Hoe mooi en veelbelovend de cijfers nu ook zijn, die grote opgaven kun je niet alleen aan met Rijksbudget. Daarom zou het nieuwe kabinet heel handig de combinatie kunnen maken met privaat geld, zoals het pensioenkapitaal. Bij elkaar opgeteld zijn er middelen genoeg.”

Meer ambitie nodig

Uit Nyfer-onderzoek bleek voor de zomer al dat grote nieuwe investeringen nodig zijn om Nederland te versterken. Tot 2040 zijn volgens de onderzoekers tientallen miljarden nodig om onze maatschappelijke ambities te verwezenlijken en te voldoen aan internationale verplichtingen.

Verhagen: “Dat hoeft dus niet volledig uit de jaarlijkse Rijksbegroting te komen en dat is goed nieuws voor de formatie, dunkt me! Al het vermogen in Nederland is heel goed om te zetten in kwaliteit, maar alleen als het in beweging wordt gebracht onder regie van een echte nationale investeringsinstelling. Dat is de ontbrekende schakel tussen de Rijksbegroting en de wereld van investeerders. Met zo’n investeringsinstelling haal je ook makkelijker geld uit de Europese Junckerfondsen.”
“De CBS-cijfers zijn prachtig, maar wil je doorgroeien naar een beter Nederland, dan is er meer ambitie nodig. Ik zou geen beter moment weten om daar nu mee aan de slag te gaan!”

Makelaar speelt dubieuze rol bij illegale asbestsanering

Makelaar dubieuze rol illegale asbestsanering

Een Wassenaarse makelaar heeft een illegale asbest-saneerder aanbevolen bij 2 verkopers van particuliere woningen. De Inspectie SZW heeft 2 boetes opgelegd tegen de malafide saneerder. De huizenverkopers hebben aan-zienlijke financiële schade door het niet correct laten verwijderen van asbest.

De Inspectie SZW werd onlangs getipt dat bij 2 woningen in Wassenaar op niet correcte wijze asbest werd of was gesaneerd uit woningen. Op 1 van de 2 adressen troffen inspecteurs de malafide saneerder nog aan. Daar wilde hij op dat moment gaan werken aan een asbesthoudende vloer zonder dat er enige veiligheidsmaatregelen waren genomen.

Uit verder onderzoek bleek dat de saneerder in ieder geval nog op 1 andere locatie in Wassenaar illegaal asbest had gesaneerd. De werkzaamheden hier betroffen het niet correct verwijderen van asbesthoudende leidingisolatie.

In beide gevallen zouden de huizen worden verkocht. De verkopers, die elkaar niet kennen, verklaarden tegenover de inspecteurs dat zij van hun makelaar de naam van deze malafide saneerder hadden gekregen. De Inspectie SZW heeft inmiddels de NVM op de hoogte gebracht van deze dubieuze handelingen van de Wassenaarse makelaar.

Ook voor de bewoners had de illegale sanering een financieel staartje. Zo moesten zij o.a. een besmettingsonderzoek laten verrichten om te kijken of in de woning geen asbestvezels waren achtergebleven. Bij het niet goed verwijderen van asbest bestaat immers de kans dat asbestvezels in andere ruimten terecht komen. Verder moest op kosten van de bewoner alsnog een inventarisatierapport gemaakt moeten worden en een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf ingehuurd worden voor het verwijderen van achtergebleven asbest en asbestvezels.

Voor asbestverwijdering gelden strenge regels. Alleen mensen en bedrijven die daartoe gecertificeerd zijn, mogen asbest inventariseren en verwijderen. De productie en het gebruik van asbest is in Nederland sinds 1994 verboden. Asbest is echter nog in ruime mate aanwezig in daken, in vloeren, rioolpijpen of andere toepassingen. Bij het verbouwen en slopen van gebouwen, woningen, machines of schepen kan nog altijd asbest vrijkomen. Als dit niet op een verantwoorde wijze gebeurt, kunnen hierdoor op termijn zeer ernstige gezondheidsklachten optreden.

Bijna 250 miljoen euro extra financiering voor scale-ups en startups

Bestaande bedrijventerreinen 10 miljoen provinciale subsidie

De provincie Noord-Holland stelt 10 miljoen euro beschikbaar om bestaande bedrijventerreinen te verbeteren. Door bijvoorbeeld het opnieuw inrichten van de wegen, meer groenvoorzieningen en maatregelen voor het verbeteren van de veiligheid blijven de terreinen aantrekkelijk voor ondernemers.

Bedrijventerrein De Volger in Graft De Rijp werd in 2010 met provinciale subsidie opgeknapt.

Aantrekkelijk ingerichte, goed beveiligde en duurzame bedrijventerreinen hebben de toekomst. Ze zijn belangrijk bij het aantrekken en behouden van bedrijvigheid en werkgelegenheid in de Noord-Hollandse regio’s. Door bestaande bedrijventerreinen op te knappen wordt bovendien de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen voorkomen.

De provincie Noord-Holland stelt voor 2017, 2018 en 2019 jaarlijks ruim 3 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten en havenbedrijven voor verbeteringen aan bedrijventerreinen. De subsidie kan gebruikt worden voor het fysiek opknappen van de terreinen, voor het opzetten van een beheerorganisatie, voor onderzoek naar duurzame maatregelen of naar andere (tijdelijke) functies zoals woonruimte. De subsidie kan ook worden aangevraagd als bijdrage in de kosten voor het gezamenlijk aanvragen van snel internet op bedrijventerreinen.

Goed beheer van bedrijventerreinen is een belangrijke voorwaarde om bedrijventerreinen aantrekkelijk te houden voor ondernemers. De provincie stelt daarom aanvullend op deze subsidie, een ambassadeur aan die gemeenten en bedrijven kan helpen om zo’n beheerorganisatie, of parkmanagement, op te zetten.

De manier waarop we werken verandert continu onder invloed van allerlei maatschappelijke en technische ontwikkelingen. Zo komen er steeds meer ZZP’ers en kleine bedrijven, die steeds vaker thuis, in koffiezaken of op andere ontmoetingsplekken willen werken. Onder invloed van technologische vooruitgang gaan werken en wonen op dezelfde locatie steeds beter samen. De behoefte aan traditionele bedrijventerreinen of kantoorlocaties neemt daarmee af. De provincie draagt met de HIRB-subsidie bij aan onderzoeken van gemeenten of bedrijven(verenigingen) om de mogelijkheden van transformatie voor hun bedrijventerreinen te onderzoeken. De provincie stimuleert met de HIRB-subsidie ook het nemen van duurzame maatregelen op bedrijventerreinen. Duurzame maatregelen zijn bijvoorbeeld zonnepanelen op bedrijfspanden, oplossingen voor waterberging of het verbinden van (afval)stromen.

5 miljoen voor restauratie rijksmonumenten in Noord-Holland

Restauratie rijksmonumenten 5 miljoen beschikbaar in NH

De provincie Noord-Holland wil rijksmonumenten behouden en toegankelijk maken voor het publiek. De provincie voert de regie bij de verdeling van de subsidiegelden die voor het grootste deel van het Rijk afkomstig zijn.

Gedeputeerde Jack van der Hoek: ”Er is een grote behoefte aan deze subsidie. De afgelopen jaren konden tientallen projecten dankzij deze bijdrage starten met een restauratie. De strenge criteria stimuleren de  eigenaren om snel met de  uitvoering te starten waardoor verder verval van het pand wordt voorkomen.” In 2017 is 5 miljoen euro beschikbaar voor de restauratie van rijksmonumenten in Noord-Holland. De subsidieregeling is opengesteld vanaf maandag 7 augustus.

Jaarlijks ontvangt de provincie veel aanvragen voor subsidie. De komende jaren ligt de focus op religieus, industrieel en agrarisch erfgoed. De subsidies richten zich op de kosten van een sobere doch doelmatige restauratie. Daarnaast is het mogelijk 50% van de kosten van een leerwerkplek gesubsidieerd te krijgen tot € 15.000,- per leerwerkplek.

Subsidie vanaf 7 agustus

De “Uitvoeringsregeling subsidie restauratie rijksmonumenten Noord-Holland 2017” is opengesteld vanaf maandag  7 augustus 2017 tot uiterlijk donderdag 14 september 17:00 uur In die periode kunnen aanvragen worden ingediend.  Meer informatie staat in het subsidieloket op de website.

Fiscale regelingen

Noord-Holland heeft met ruim 14.000 rijksmonumenten de meeste rijksmonumenten van Nederland (Nederland telt ruim 50.000 rijksmonumenten). 70% van de rijksmonumenten in Noord-Holland heeft een woonfunctie en komt niet voor de subsidie in aanmerking. Voor deze objecten zijn wel fiscale regelingen en het Nationaal Restauratiefonds biedt laagrentedragende leningen.

direct aan de slag met de wegen, spoor, bruggen en andere infrastructuur

Effectieve investeringsagenda

Welke investeringen zijn noodzakelijk om Nederland op lange termijn welvarend, duurzaam en aantrekkelijk te houden? Het antwoord op die vraag heeft Bouwend Nederland in kaart laten brengen door bureau NYFER.

Bouwend Nederland heeft  onderzoek laten verrichten naar zowel de aanpak als de financierbaarheid van de maatschappelijke investeringsopgaven waar Nederland de komende jaren voor staat. Meer specifiek willen we beter inzicht in de financiële randvoorwaarden:

  • Hoe kan de beschikbaarheid van publieke en private middelen hiervoor worden geborgd?
  • Welke budgettaire ruimte is er in de komende kabinetsperiode beschikbaar voor publieke investeringen in infrastructuur?
  • Welke ‘spelregels’ kunnen bijdragen tot een stabiele, lange-termijn financiering van noodzakelijke infra-investeringen?

Lees meer

Koude warmte opslag

Woonwijk Centrumeiland IJburg krijgt grootschalige warmte-koudeopslag

Het college van B en W heeft de overeenkomst om een warmte-koudeopslag (WKO) op Centrumeiland op IJburg aan te leggen en te beheren definitief gegund aan Eteck Energie Bedrijven B.V. uit Waddinxveen. Jaap van Eck, directeur Eteck: “Wij zijn buitengewoon positief over de samenwerking met de Gemeente Amsterdam. Het is een belangrijke stap om Nederland energieneutraal en aardgasloos te maken”.

In het kader van de Amsterdamse Agenda Duurzaamheid zet de gemeente met deze overeenkomst een belangrijke stap op weg naar een duurzame, aardgasloze hoofdstad.

Wethouder Duurzaamheid Abdeluheb Choho: ‘Steden moeten laten zien hoe we de internationale klimaatafspraken kunnen uitvoeren, en door nieuwe wijken te bouwen die functioneren zonder fossiele energie, laten we zien dat dat kan. Amsterdam toont zich ook hierop weer een voorloper.’ Een WKO-voorziening is niet afhankelijk van fossiele brandstoffen. Voor de elektriciteit van de warmtepompen wordt honderd procent binnenlandse groene stroom ingekocht.

Met het WKO-systeem wordt energie uit de eigen bodem gehaald, waarmee het hele eiland wordt voorzien van duurzame warmte en koude (zie bijlage 1).

Zelfbouw en WKO

De combinatie van een WKO-systeem op deze schaalgrootte in een te bouwen woonwijk met overwegend zelfbouwwoningen is uniek in Nederland. Bij de gunning beoordeelde de gemeente de inschrijvingen onder meer op de betrouwbaarheid van de warmte-/koudelevering en de kwaliteit van dienstverlening aan de huishoudens. De aanleg van het systeem start nog dit jaar, zodat in het voorjaar van 2018 de eerste zelfbouwers kunnen beginnen.

Centrumeiland IJburg

Centrumeiland ligt aan de oostkant van de stad in het IJmeer en is het eerste eiland van de ontwikkeling van IJburg fase 2. Daarvan zijn ook het toekomstige Middeneiland en Buiteneiland onderdeel. Het eiland is ongeveer 11 voetbalvelden groot en daarop komen ruim 1.300 woningen (overwegend zelfbouwkavels). Kenmerkende thema´s uit de Agenda Duurzaamheid voor het eiland zijn energieneutraal en Rainproof/klimaatbestendigheid.

Bron: gemeente Amsterdam

Bouw arbeiders personeel zzp

Bouwsector imago verjongt door circulair bouwen

Circulair bouwen biedt de bouwsector de kans zich aan jongeren te presenteren als een branche die aan het begin staat van een enorme technische vernieuwing.

Meer inzetten op circulair bouwen en de sector zo een andere ‘smoel’ geven, helpt het grote personeelstekort in de bouw terug te dringen. Dat stelt Cora Jongenotter, innovatiemanager bij Vorm Bouw BV.

Technische inhaalslag

Jongenotter: “Werken in de bouw is in de ogen van jongeren nu niet aantrekkelijk, maar ‘vies en stoffig’. Daarom slagen bouwbedrijven slecht in het invullen van de grote vraag naar personeel. Met circulair bouwen kan de sector van dat oude imago afkomen en zich aan jongeren presenteren als een branche die aan het begin staat van een grote technische inhaalslag. Die andere smoel van de sector zal meer van hen overhalen wel voor een bouwberoep te kiezen.”

Nieuwe vormen

Circulair bouwen houdt veel meer in dan alleen hergebruik van bouwafval, licht Jongenotter toe: “Het gaat over op een andere manier omgaan met onze omgeving, over duurzaamheid en de diversiteit van de buitenruimte. Met ook een heel ander verdienmodel en nieuwe vormen van eigenaarschap.” Dat er in de sector nog wat “schamper” tegen wordt aangekeken, komt volgens haar omdat er nog weinig bewijsvoering is voor het effect van circulair bouwen.

3D-ontwerp

Ze geeft aan dat achter de schermen diverse partijen nu wel de handen ineenslaan om circulair bouwen mogelijk te maken. Zoals met Madaster, de begin dit jaar gelanceerde digitale bibliotheek voor ‘materiaalpaspoorten’: “Dat is zo’n ontwikkeling die nog in de kinderschoenen staat maar die wel keihard nodig is voor het kunnen toepassen van circulair bouwen in de praktijk.” Met ook een directe link met BIM: “De bedoeling is dat Madaster straks in BIM komt te hangen. Zoom je dan in BIM in op een 3D-ontwerp van een gebouw, dan zie je direct welke circulair materialen er worden toegepast, inclusief hun kwaliteit, prijskaartje en locatie.”

Voorbeeld projecten

Vorm Bouw ging zes jaar geleden met circulair bouwen aan de slag, met een pilot voor 100% afvalscheiding en een afvalvrije bouwplaats: “Onze afvalverwerker zag er ook gelijk een kans in. In plaats van afvalverwerker was hij opeens leverancier van grondstoffen.” Jongenotter zou graag zien dat er meer voorbeeld-projecten komen om aan te tonen dat circulair bouwen gewoon kan en ook moet in het kader van ‘Nederland circulair in 2050’. Ze wijst op de gemeente Amsterdam die heeft aangekondigd op twee kavels voor appartementen circulair te gaan uitvragen. Zelf is ze bij Hogeschool Rotterdam betrokken bij een circulair bouwen-project.

Businessmodel

“Hogeschool Rotterdam ziet dat de bouw moet en gaat veranderen en wil studenten daarop voorbereiden. Daarom is het curriculum voor de bouwkunde-opleiding er omgegooid. In plaats alles te benaderen op basis van technische kennis, hebben ze de knip gemaakt op voorbereiding, uitvoering, techniek en innovatie. In het kader van het stuk innovatie mag ik een bijdrage leveren.” Als gastdocent en studentenbegeleider buigt ze zich komend schooljaar met studenten en een architect over de herbestemming van een gymzaal: “Het gaat echt om in de praktijk lessen leren op het gebied van circulair bouwen. Tegen wat voor belemmeringen loop je dan aan, en wie kan die wegnemen? Zijn er alleen hobbels op het vlak van wet- en regelgeving of moeten bijvoorbeeld leveranciers ook nog stappen zetten. Ik denk zelf dat de grootste uitdagingen zitten in het businessmodel, dus in het op een andere manier van samenwerken.”

bouw

Graafschade voorkomen, ondergrond beter in kaart brengen.

Graafschade kan leiden tot gevaarlijke situaties voor de omgeving, veroorzaakt meer dan een kwart van alle stroomstoringen en uitval van andere openbare voor-zieningen. Om graafwerk veiliger uit te voeren en overlast te verminderen, heeft minister Kamp van Economische Zaken een wetswijziging bij de Tweede Kamer ingediend.

Beheerders van energie-, telecom-, data-, water- en rioolnetten worden verplicht om ook informatie over alle aansluitingen van woningen en bedrijven op deze netten inzichtelijk te maken voor partijen die graafwerkzaamheden uitvoeren.

Onveilig graafwerk veroorzaakt ernstige ongevallen en levert economische schade voor veroorzakers, netbeheerders en gebruikers op. Juist in de nabijheid van woningen en bedrijven ontstaan de meeste incidenten, omdat betrouwbare gegevens over deze kabels en leidingen vaak ontbreken. Deze wetswijziging legt de basis om alle gegevens over de aanwezigheid en ligging van netten uniform vast te leggen en actief uit te wisselen met betrokken partijen zoals aannemers.

Voor de betrokken netbeheerders geldt een overgangstermijn waar binnen zij deze informatie beschikbaar moeten maken. Gasnetbeheerders zoals Enexis, Liander en Stedin krijgen vanwege het hogere risico bij eventuele ongevallen een kortere periode opgelegd en hebben tot uiterlijk eind 2019 om hieraan te voldoen. Het Kadaster krijgt door de wijziging de wettelijke mogelijkheid om op eigen verzoek van netbeheerders gegevens over kabels en leidingen centraal op te slaan.

Aanvullend praktische afspraken

Nederland heeft miljoenen kabelgoten, mantelbuizen en kasten voor telecom, energie, water en riolering, zowel onder als boven de grond. Om aan de wetswijziging invulling te geven, hebben betrokken partijen zelf een richtlijn opgesteld: de zogenoemde CROW 500. Netbeheerders, aannemers en opdrachtgevers hebben afgesproken om ieder vanuit hun eigen rol actief bij te dragen aan een zorgvuldig graafproces.

De wetswijziging wordt opgenomen in de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten). Voor deze wet ligt ook een apart voorstel om deze te veranderen in een nieuwe Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON). Minister Kamp heeft op 8 juni 2017 de WIBON bij de Tweede Kamer ingediend. Het Agentschap Telecom houdt toezicht op naleving van deze wetgeving.

 

Aardgasvrij wonen

Aardgasvrij wonen niet meer wettelijk verplicht

De wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen aan te laten sluiten op het gasnet komt te vervallen. Hiermee neemt het kabinet een belangrijk stap in het terugdringen van de CO2-uitstoot.  Minister van Economische Zaken, Henk Kamp, heeft hiervoor vandaag een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd.

Minister Kamp: ‘In de Energieagenda heeft het kabinet aangegeven dat in 2050 de CO2-uitstoot naar bijna nul moet zijn teruggebracht. Om dat te bereiken, moeten we ook van het aardgas af. Want een groot deel van de CO2-uitstoot, zo’n 30 procent, wordt nu nog veroorzaakt voor het verwarmen van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen. Met het laten vervallen van de verplichte gasaansluiting bij nieuwbouwwijken nemen we opnieuw een belangrijk stap op weg naar het terugdringen van deze CO2-uitstoot.” Voorwaarde daarbij is wel dat er een alternatieve infrastructuur beschikbaar is die in de warmtebehoefte van de woningen kan voorzien. “Van deze maatregel zal dan ook een stimulerend effect uitgaan op de totstandkoming van alternatieve warmtebronnen,” aldus de bewindsman.

Tienduizenden huizen

Jaarlijks krijgen ruim 40.000 nieuwbouwhuizen een nieuwe gasaansluiting. Voor naar schatting 25.000 nieuwbouwwoningen wordt hiervoor een geheel nieuw gasnet aangelegd of uitgebreid. Als na 1 januari 2018 de verplichting voor aansluiting op het gasnet komt te vervallen is het aan de betreffende gemeenten om te bepalen of deze woningen aangesloten worden op een warmtenet of een andere energie-infrastructuur.

Bestaande woningen

Voor bestaande woningen zal een overstap naar een andere vorm van duurzame energie zeer zorgvuldig moeten plaatsvinden. De bewoners hebben dan immers al een gasaansluiting. Daarvoor moet eerst een helder juridisch kader ontwikkeld worden. De uitwerking hiervan vormt een onderdeel  van het zogenoemde transitiepad lage temperatuur warmte, dat in de Energieagenda is aangekondigd en gedurende dit jaar wordt uitgewerkt.

Green Deal aardgasvrije woningen

Om aardgasvrij wonen te stimuleren is op 8 maart jongstleden met 30 gemeenten, 12 provinciën en 5 netbeheerders een Green Deal gesloten die gemeenten in staat stelt om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Dit betreft voornamelijk bestaande woningen. Alle gemeenten die betrokken zijn bij de Green Deal, hebben inmiddels initiatieven voorbereid om bestaande wijken, in overleg met de bewoners, aardgasvrij te maken. Zo heeft de gemeente Amsterdam het voornemen voor 1 januari 2018 10.000 bestaande woningen aan te wijzen die zullen worden omgezet naar aardgasvrij.

bouwtekening

Overheden voorbeeldfunctie in circulair bouwen

Wat zijn de kansen en bedreigingen voor circulair bouwen? ING Economisch Bureau heeft dat onlangs in kaart gebracht en het rapport donderdag uitgereikt aan de voorzitter van Bouwend Nederland, Maxime Verhagen. ING constateert dat ongeveer 25 miljard potentiele omzet te behalen is als de herbruikbaarheid van bouwmaterialen centraal staat.

Ruim een derde van de Nederlandse afvalstroom bestaat momenteel uit bouwafval. De bouwsector recyclet hiervan maar liefst 95%. Maar, zo ziet ING, het gaat daarbij grotendeels om bouwpuin dat wordt verwerkt tot granulaat voor fundering onder wegen. Dit vernietigt echter voor een groot deel de waarde van de bouwmaterialen en daarom wordt ook wel gesproken over downcyclen. Beter is het om bouwmaterialen of juist zelfs complete gebouw(del)en op een hoogwaardige manier te hergebruiken. Want een kozijn heeft een hogere waarde dan het hout.

Nieuw leven

Nog circulairder is het als een heel gebouw door renovatie of transformatie een nieuw leven krijgt. Provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en woningcorporaties kunnen vanuit hun maatschappelijke taak het voortouw nemen bij circulair bouwen. Bij de aanbieding van het ING-rapport onderstreepte Maxime Verhagen dan ook de voorbeeldfunctie van overheden. Via andere trajecten raken beleggers al meer en meer overtuigd van de waarde van ‘groene gebouwen’, ook multinationals vragen er zelf al om, vanuit hun MVO-beleid. “Omdenken is vereist”, zo zien de onderzoekers van ING.

Dat omdenken beperkt zich niet tot de opdrachtgever. Bij een circulair model komen ook voor de bouwer nieuwe businessmodellen om de hoek kijken. Onderhoud wordt belangrijker om de levensduur te verlengen en producenten leveren een dienst en verkopen geen product meer. Een liftenleverancier staat dan bijvoorbeeld garant voor een aantal liftbewegingen en blijft zelf eigenaar van de lift. De gedachte is dat de leverancier zo een extra incentive krijgt om te zorgen voor hoogwaardig hergebruik. Bij hightech bouwmaterialen heeft de leverancier door de complexiteit een kennisvoorsprong en kan daardoor vaak het onderhoud zelf efficiënt uitvoeren. Voor lowtech bouwmaterialen als bakstenen en kanaalplaatvloeren bestaan deze voordelen veel minder waardoor zulke businessmodellen minder kansrijk zijn.

Samenwerken en relevante kennis

“Circulair bouwen zorgt voor stevige uitdagingen en veel vragen bij onze klanten en ook bij ING”, aldus Jan van der Doelen, ING Sector Banker Building, Construction & Real Estate. “Het beantwoordt echter wel aan een toenemende maatschappelijke vraag naar bewuster omgaan met materialen en grondstoffen, maar welke business modellen passen daar het best bij? ING is mede hiervoor een strategische samenwerking aangegaan met Bouwend Nederland. Want wij zijn er van overtuigd dat door samen te werken, relevante kennis en ervaring te bundelen en te delen, we ondernemers vooruit kunnen helpen met deze uitdagingen.”

Lees het ING rapport hier.