Bouw nieuws artikelen voor en van ondernemers

direct aan de slag met de wegen, spoor, bruggen en andere infrastructuur

Effectieve investeringsagenda

Welke investeringen zijn noodzakelijk om Nederland op lange termijn welvarend, duurzaam en aantrekkelijk te houden? Het antwoord op die vraag heeft Bouwend Nederland in kaart laten brengen door bureau NYFER.

Bouwend Nederland heeft  onderzoek laten verrichten naar zowel de aanpak als de financierbaarheid van de maatschappelijke investeringsopgaven waar Nederland de komende jaren voor staat. Meer specifiek willen we beter inzicht in de financiële randvoorwaarden:

  • Hoe kan de beschikbaarheid van publieke en private middelen hiervoor worden geborgd?
  • Welke budgettaire ruimte is er in de komende kabinetsperiode beschikbaar voor publieke investeringen in infrastructuur?
  • Welke ‘spelregels’ kunnen bijdragen tot een stabiele, lange-termijn financiering van noodzakelijke infra-investeringen?

Lees meer

Koude warmte opslag

Woonwijk Centrumeiland IJburg krijgt grootschalige warmte-koudeopslag

Het college van B en W heeft de overeenkomst om een warmte-koudeopslag (WKO) op Centrumeiland op IJburg aan te leggen en te beheren definitief gegund aan Eteck Energie Bedrijven B.V. uit Waddinxveen. Jaap van Eck, directeur Eteck: “Wij zijn buitengewoon positief over de samenwerking met de Gemeente Amsterdam. Het is een belangrijke stap om Nederland energieneutraal en aardgasloos te maken”.

In het kader van de Amsterdamse Agenda Duurzaamheid zet de gemeente met deze overeenkomst een belangrijke stap op weg naar een duurzame, aardgasloze hoofdstad.

Wethouder Duurzaamheid Abdeluheb Choho: ‘Steden moeten laten zien hoe we de internationale klimaatafspraken kunnen uitvoeren, en door nieuwe wijken te bouwen die functioneren zonder fossiele energie, laten we zien dat dat kan. Amsterdam toont zich ook hierop weer een voorloper.’ Een WKO-voorziening is niet afhankelijk van fossiele brandstoffen. Voor de elektriciteit van de warmtepompen wordt honderd procent binnenlandse groene stroom ingekocht.

Met het WKO-systeem wordt energie uit de eigen bodem gehaald, waarmee het hele eiland wordt voorzien van duurzame warmte en koude (zie bijlage 1).

Zelfbouw en WKO

De combinatie van een WKO-systeem op deze schaalgrootte in een te bouwen woonwijk met overwegend zelfbouwwoningen is uniek in Nederland. Bij de gunning beoordeelde de gemeente de inschrijvingen onder meer op de betrouwbaarheid van de warmte-/koudelevering en de kwaliteit van dienstverlening aan de huishoudens. De aanleg van het systeem start nog dit jaar, zodat in het voorjaar van 2018 de eerste zelfbouwers kunnen beginnen.

Centrumeiland IJburg

Centrumeiland ligt aan de oostkant van de stad in het IJmeer en is het eerste eiland van de ontwikkeling van IJburg fase 2. Daarvan zijn ook het toekomstige Middeneiland en Buiteneiland onderdeel. Het eiland is ongeveer 11 voetbalvelden groot en daarop komen ruim 1.300 woningen (overwegend zelfbouwkavels). Kenmerkende thema´s uit de Agenda Duurzaamheid voor het eiland zijn energieneutraal en Rainproof/klimaatbestendigheid.

Bron: gemeente Amsterdam

Bouw arbeiders personeel zzp

Bouwsector imago verjongt door circulair bouwen

Circulair bouwen biedt de bouwsector de kans zich aan jongeren te presenteren als een branche die aan het begin staat van een enorme technische vernieuwing.

Meer inzetten op circulair bouwen en de sector zo een andere ‘smoel’ geven, helpt het grote personeelstekort in de bouw terug te dringen. Dat stelt Cora Jongenotter, innovatiemanager bij Vorm Bouw BV.

Technische inhaalslag

Jongenotter: “Werken in de bouw is in de ogen van jongeren nu niet aantrekkelijk, maar ‘vies en stoffig’. Daarom slagen bouwbedrijven slecht in het invullen van de grote vraag naar personeel. Met circulair bouwen kan de sector van dat oude imago afkomen en zich aan jongeren presenteren als een branche die aan het begin staat van een grote technische inhaalslag. Die andere smoel van de sector zal meer van hen overhalen wel voor een bouwberoep te kiezen.”

Nieuwe vormen

Circulair bouwen houdt veel meer in dan alleen hergebruik van bouwafval, licht Jongenotter toe: “Het gaat over op een andere manier omgaan met onze omgeving, over duurzaamheid en de diversiteit van de buitenruimte. Met ook een heel ander verdienmodel en nieuwe vormen van eigenaarschap.” Dat er in de sector nog wat “schamper” tegen wordt aangekeken, komt volgens haar omdat er nog weinig bewijsvoering is voor het effect van circulair bouwen.

3D-ontwerp

Ze geeft aan dat achter de schermen diverse partijen nu wel de handen ineenslaan om circulair bouwen mogelijk te maken. Zoals met Madaster, de begin dit jaar gelanceerde digitale bibliotheek voor ‘materiaalpaspoorten’: “Dat is zo’n ontwikkeling die nog in de kinderschoenen staat maar die wel keihard nodig is voor het kunnen toepassen van circulair bouwen in de praktijk.” Met ook een directe link met BIM: “De bedoeling is dat Madaster straks in BIM komt te hangen. Zoom je dan in BIM in op een 3D-ontwerp van een gebouw, dan zie je direct welke circulair materialen er worden toegepast, inclusief hun kwaliteit, prijskaartje en locatie.”

Voorbeeld projecten

Vorm Bouw ging zes jaar geleden met circulair bouwen aan de slag, met een pilot voor 100% afvalscheiding en een afvalvrije bouwplaats: “Onze afvalverwerker zag er ook gelijk een kans in. In plaats van afvalverwerker was hij opeens leverancier van grondstoffen.” Jongenotter zou graag zien dat er meer voorbeeld-projecten komen om aan te tonen dat circulair bouwen gewoon kan en ook moet in het kader van ‘Nederland circulair in 2050’. Ze wijst op de gemeente Amsterdam die heeft aangekondigd op twee kavels voor appartementen circulair te gaan uitvragen. Zelf is ze bij Hogeschool Rotterdam betrokken bij een circulair bouwen-project.

Businessmodel

“Hogeschool Rotterdam ziet dat de bouw moet en gaat veranderen en wil studenten daarop voorbereiden. Daarom is het curriculum voor de bouwkunde-opleiding er omgegooid. In plaats alles te benaderen op basis van technische kennis, hebben ze de knip gemaakt op voorbereiding, uitvoering, techniek en innovatie. In het kader van het stuk innovatie mag ik een bijdrage leveren.” Als gastdocent en studentenbegeleider buigt ze zich komend schooljaar met studenten en een architect over de herbestemming van een gymzaal: “Het gaat echt om in de praktijk lessen leren op het gebied van circulair bouwen. Tegen wat voor belemmeringen loop je dan aan, en wie kan die wegnemen? Zijn er alleen hobbels op het vlak van wet- en regelgeving of moeten bijvoorbeeld leveranciers ook nog stappen zetten. Ik denk zelf dat de grootste uitdagingen zitten in het businessmodel, dus in het op een andere manier van samenwerken.”

bouw

Graafschade voorkomen, ondergrond beter in kaart brengen.

Graafschade kan leiden tot gevaarlijke situaties voor de omgeving, veroorzaakt meer dan een kwart van alle stroomstoringen en uitval van andere openbare voor-zieningen. Om graafwerk veiliger uit te voeren en overlast te verminderen, heeft minister Kamp van Economische Zaken een wetswijziging bij de Tweede Kamer ingediend.

Beheerders van energie-, telecom-, data-, water- en rioolnetten worden verplicht om ook informatie over alle aansluitingen van woningen en bedrijven op deze netten inzichtelijk te maken voor partijen die graafwerkzaamheden uitvoeren.

Onveilig graafwerk veroorzaakt ernstige ongevallen en levert economische schade voor veroorzakers, netbeheerders en gebruikers op. Juist in de nabijheid van woningen en bedrijven ontstaan de meeste incidenten, omdat betrouwbare gegevens over deze kabels en leidingen vaak ontbreken. Deze wetswijziging legt de basis om alle gegevens over de aanwezigheid en ligging van netten uniform vast te leggen en actief uit te wisselen met betrokken partijen zoals aannemers.

Voor de betrokken netbeheerders geldt een overgangstermijn waar binnen zij deze informatie beschikbaar moeten maken. Gasnetbeheerders zoals Enexis, Liander en Stedin krijgen vanwege het hogere risico bij eventuele ongevallen een kortere periode opgelegd en hebben tot uiterlijk eind 2019 om hieraan te voldoen. Het Kadaster krijgt door de wijziging de wettelijke mogelijkheid om op eigen verzoek van netbeheerders gegevens over kabels en leidingen centraal op te slaan.

Aanvullend praktische afspraken

Nederland heeft miljoenen kabelgoten, mantelbuizen en kasten voor telecom, energie, water en riolering, zowel onder als boven de grond. Om aan de wetswijziging invulling te geven, hebben betrokken partijen zelf een richtlijn opgesteld: de zogenoemde CROW 500. Netbeheerders, aannemers en opdrachtgevers hebben afgesproken om ieder vanuit hun eigen rol actief bij te dragen aan een zorgvuldig graafproces.

De wetswijziging wordt opgenomen in de WION (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten). Voor deze wet ligt ook een apart voorstel om deze te veranderen in een nieuwe Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON). Minister Kamp heeft op 8 juni 2017 de WIBON bij de Tweede Kamer ingediend. Het Agentschap Telecom houdt toezicht op naleving van deze wetgeving.

 

Aardgasvrij wonen

Aardgasvrij wonen niet meer wettelijk verplicht

De wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen aan te laten sluiten op het gasnet komt te vervallen. Hiermee neemt het kabinet een belangrijk stap in het terugdringen van de CO2-uitstoot.  Minister van Economische Zaken, Henk Kamp, heeft hiervoor vandaag een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd.

Minister Kamp: ‘In de Energieagenda heeft het kabinet aangegeven dat in 2050 de CO2-uitstoot naar bijna nul moet zijn teruggebracht. Om dat te bereiken, moeten we ook van het aardgas af. Want een groot deel van de CO2-uitstoot, zo’n 30 procent, wordt nu nog veroorzaakt voor het verwarmen van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen. Met het laten vervallen van de verplichte gasaansluiting bij nieuwbouwwijken nemen we opnieuw een belangrijk stap op weg naar het terugdringen van deze CO2-uitstoot.” Voorwaarde daarbij is wel dat er een alternatieve infrastructuur beschikbaar is die in de warmtebehoefte van de woningen kan voorzien. “Van deze maatregel zal dan ook een stimulerend effect uitgaan op de totstandkoming van alternatieve warmtebronnen,” aldus de bewindsman.

Tienduizenden huizen

Jaarlijks krijgen ruim 40.000 nieuwbouwhuizen een nieuwe gasaansluiting. Voor naar schatting 25.000 nieuwbouwwoningen wordt hiervoor een geheel nieuw gasnet aangelegd of uitgebreid. Als na 1 januari 2018 de verplichting voor aansluiting op het gasnet komt te vervallen is het aan de betreffende gemeenten om te bepalen of deze woningen aangesloten worden op een warmtenet of een andere energie-infrastructuur.

Bestaande woningen

Voor bestaande woningen zal een overstap naar een andere vorm van duurzame energie zeer zorgvuldig moeten plaatsvinden. De bewoners hebben dan immers al een gasaansluiting. Daarvoor moet eerst een helder juridisch kader ontwikkeld worden. De uitwerking hiervan vormt een onderdeel  van het zogenoemde transitiepad lage temperatuur warmte, dat in de Energieagenda is aangekondigd en gedurende dit jaar wordt uitgewerkt.

Green Deal aardgasvrije woningen

Om aardgasvrij wonen te stimuleren is op 8 maart jongstleden met 30 gemeenten, 12 provinciën en 5 netbeheerders een Green Deal gesloten die gemeenten in staat stelt om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Dit betreft voornamelijk bestaande woningen. Alle gemeenten die betrokken zijn bij de Green Deal, hebben inmiddels initiatieven voorbereid om bestaande wijken, in overleg met de bewoners, aardgasvrij te maken. Zo heeft de gemeente Amsterdam het voornemen voor 1 januari 2018 10.000 bestaande woningen aan te wijzen die zullen worden omgezet naar aardgasvrij.

bouwtekening

Overheden voorbeeldfunctie in circulair bouwen

Wat zijn de kansen en bedreigingen voor circulair bouwen? ING Economisch Bureau heeft dat onlangs in kaart gebracht en het rapport donderdag uitgereikt aan de voorzitter van Bouwend Nederland, Maxime Verhagen. ING constateert dat ongeveer 25 miljard potentiele omzet te behalen is als de herbruikbaarheid van bouwmaterialen centraal staat.

Ruim een derde van de Nederlandse afvalstroom bestaat momenteel uit bouwafval. De bouwsector recyclet hiervan maar liefst 95%. Maar, zo ziet ING, het gaat daarbij grotendeels om bouwpuin dat wordt verwerkt tot granulaat voor fundering onder wegen. Dit vernietigt echter voor een groot deel de waarde van de bouwmaterialen en daarom wordt ook wel gesproken over downcyclen. Beter is het om bouwmaterialen of juist zelfs complete gebouw(del)en op een hoogwaardige manier te hergebruiken. Want een kozijn heeft een hogere waarde dan het hout.

Nieuw leven

Nog circulairder is het als een heel gebouw door renovatie of transformatie een nieuw leven krijgt. Provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en woningcorporaties kunnen vanuit hun maatschappelijke taak het voortouw nemen bij circulair bouwen. Bij de aanbieding van het ING-rapport onderstreepte Maxime Verhagen dan ook de voorbeeldfunctie van overheden. Via andere trajecten raken beleggers al meer en meer overtuigd van de waarde van ‘groene gebouwen’, ook multinationals vragen er zelf al om, vanuit hun MVO-beleid. “Omdenken is vereist”, zo zien de onderzoekers van ING.

Dat omdenken beperkt zich niet tot de opdrachtgever. Bij een circulair model komen ook voor de bouwer nieuwe businessmodellen om de hoek kijken. Onderhoud wordt belangrijker om de levensduur te verlengen en producenten leveren een dienst en verkopen geen product meer. Een liftenleverancier staat dan bijvoorbeeld garant voor een aantal liftbewegingen en blijft zelf eigenaar van de lift. De gedachte is dat de leverancier zo een extra incentive krijgt om te zorgen voor hoogwaardig hergebruik. Bij hightech bouwmaterialen heeft de leverancier door de complexiteit een kennisvoorsprong en kan daardoor vaak het onderhoud zelf efficiënt uitvoeren. Voor lowtech bouwmaterialen als bakstenen en kanaalplaatvloeren bestaan deze voordelen veel minder waardoor zulke businessmodellen minder kansrijk zijn.

Samenwerken en relevante kennis

“Circulair bouwen zorgt voor stevige uitdagingen en veel vragen bij onze klanten en ook bij ING”, aldus Jan van der Doelen, ING Sector Banker Building, Construction & Real Estate. “Het beantwoordt echter wel aan een toenemende maatschappelijke vraag naar bewuster omgaan met materialen en grondstoffen, maar welke business modellen passen daar het best bij? ING is mede hiervoor een strategische samenwerking aangegaan met Bouwend Nederland. Want wij zijn er van overtuigd dat door samen te werken, relevante kennis en ervaring te bundelen en te delen, we ondernemers vooruit kunnen helpen met deze uitdagingen.”

Lees het ING rapport hier.

 

Infrastructuur Verbetering Noord-Hollandse wegen en bruggen

Toestand bruggen en tunnels zorgwekkend.

Van de 750 bruggen en 22 tunnels die het Rijkswegennet telt, lopen er tientallen gevaar uit te vallen. Het gevolg is een verkeersinfarct op de Nederlandse wegen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Sweco. Het is wachten op een volgende calamiteit zoals de afsluiting van de Merwedebrug, de Afsluitdijk of de Schipholtunnel.

Als zoiets op hetzelfde moment op twee of meer plekken gebeurt, zijn de gevolgen voor Nederlandse economie enorm: hele regio’s worden dagenlang ontregeld door enorme files die ook doorwerken in de rest van Nederland. Ingenieursadviesbureau Sweco heeft in een studie de effecten van gelijktijdige afsluiting van een aantal belangrijke oeververbindingen in de regio Rotterdam in kaart gebracht. De filekosten voor het wegverkeer zijn enorm, zo blijkt. Ook strekt de overlast zich uit tot ver in Nederland.

Bouwend Nederland en brancheorganisaties TLN en evofenedex slaan samen met de ANWB alarm. Zij vragen de politiek aanzienlijk meer prioriteit te geven aan het onderhoud van deze voor de Nederlandse economie cruciale infrastructurele verbindingen. Alleen dan kunnen forse reistijdverliezen en economische schade voorkomen worden.

Infrastructuur

Nederland kent een fijn vertakte en efficiënte infrastructuur waarvan dagelijks miljoenen weggebruikers gebruikmaken. Een bezit om trots op te zijn! Door de economische groei wordt het wel steeds drukker op de Nederlandse wegen. Om de doorstroming op peil te houden zodat de vele weggebruikers soepel hun plaats van bestemming bereiken, is goed onderhoud nodig. De voorzitters van de verontruste organisaties verwoorden de situatie als volgt. Frits van Bruggen, hoofddirecteur ANWB: “De vertragingen die ontstaan door het uitvallen van bruggen en tunnels zijn fors. Kijk bijvoorbeeld naar de Afsluitdijk. Als deze kwetsbare infrastructuur niet functioneert, zullen automobilisten bijna anderhalf uur moeten omrijden. Dat kan niet de bedoeling zijn”.

Investeringsbeslissingen

Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland: “Uit de analyses van het ministerie van IenM blijkt ook dat verkeers- en goederenstromen nóg verder vastlopen bij een hoge economische groei zoals we die nu al meemaken. Het verkeer groeit harder dan in de scenario’s waarmee het kabinet rekent. Alle reden dus voor urgentie bij de investeringsbeslissingen.”

Arthur van Dijk, voorzitter TLN: “Er is een groeiende kans dat er zich ruwweg tegelijkertijd twee of meer calamiteiten voordoen die leiden tot dagenlange blokkades van diverse knooppunten. Voor economische groei is Nederland bijzonder afhankelijk van een efficiënte logistiek. Daarom houden bijvoorbeeld bouwbedrijven, groothandelaren en retailers zich ook dagelijks bezig met het slim organiseren van hun goederenstroom. Die komen allemaal knarsend tot stilstand als belangrijke knooppunten niet goed onderhouden worden.”

Dowload hier het SWECO-rapport, filekosten wegverkeer bij uitval oeververbindingen

Asbest in Eurogrit: ingedeeld in laagste risicoklasse

Bouwprocesbepalingen aangepast inzicht

De praktijk wijst vaak uit dat de opdrachtgever/ontwerper van een bouwwerk te weinig rekening houdt met de veiligheid en gezondheid van werknemers tijdens de bouw en het onderhoud. Daarom zijn de Bouwprocesbepalingen aangescherpt. De V&G-plannen móeten in de vernieuwde wet per project uniek zijn.

De aangepaste regeling én hoe daarmee om te gaan, is door Bouwend Nederland in twee brochures samengevat: één voor de opdrachtnemer en één voor de opdrachtgever.

De brochures bieden bouwbedrijven inzicht in de verwachtingen die u in dit kader van de opdrachtgever/ontwerper mag hebben. Opdrachtgevers vinden in de brochures ondersteuning bij het voldoen aan de verplichtingen in de ontwerpfase. Deze brochure kan uiteraard ook door bouwbedrijven gebruikt worden om ermee in gesprek te komen met de opdrachtgever over de noodzakelijke aandacht voor veilig werken in deze fase van een bouwproject.

Bouwend Nederland heeft altijd ervoor gepleit om de rol bij en verantwoordelijkheid voor veiligheid van de opdrachtgever/ontwerper in het bouwproces meer te benadrukken. Het Aanbestedingsinstituut is in 2015 begonnen met het monitoren van de veiligheids- en gezondheidsplannen (V&G-plannen Ontwerpfase) in RAW-bestekken. Uit het onderzoek over het jaar 2015 – dat ook de komende jaren zal worden uitgevoerd – blijkt dat meer dan 80% van de V&G-plannen Ontwerpfase niet doelmatig zijn voor de betreffende projectactiviteiten (in 2014 lag dit percentage op iets minder dan 80%).

Met de recente aanscherping van de Bouwprocesbepalingen is een belangrijke stap gezet. De Inspectie SZW heeft aangekondigd de komende tijd de nakoming door opdrachtgevers van hun verplichtingen in deze fase van het bouwproces te zullen controleren. Bouwend Nederland werkt op dit dossier nauw samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van zijn programma Stimuleren Verantwoord Opdrachtgeverschap.

Voor de brochure voor u als opdrachtnemer klik hier.
Voor de brochure voor de opdrachtgever klik hier.

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

BIM sneller en sectorbreed invoeren

“BIM zorgt voor meer kwaliteit en voor minder fouten in het bouwproces.” ‘BIM-strateeg’ Jacques Duivenvoorden zou daarom graag zien dat BIM sneller sectorbreed wordt ingevoerd. Daarom is hij blij met de Bouwagenda, als “belangrijke hefboom voor een collectieve aanpak van BIM”.Zo’n aanpak levert, stelt hij, ook een aanzienlijke economische winst op. “Die bijdrage aan de Nederlandse economie is nog onvoldoende in beeld gebracht.”

Bottom-Up aanpak

Duivenvoorden, zelfstandig adviseur ketensamenwerking en ambassadeur van het BIM-loket op de Bouwcampus in Delft, is zelf aanhanger van een BIM-beleid getrokken door de overheid naar Engels model. “Digital Built Britain is een topdown BIM-programma vanuit de overheid daar. Met zo’n aanpak zou je hier ook sneller meer resultaat boeken met BIM, maar onze overheid gelooft nu juist heel sterk in een bottum-up aanpak. Toch zou het helpen als het EIB doorrekent wat de economische winst is als iedereen in de keten met BIM gaat werken. Dat is nog onvoldoende in beeld gebracht, maar het zou meer vaart brengen in de omschakeling.”

Regelgeving rondom vergunningen

Als BIM-ambassadeur richt Duivenvoorden zich op het verankeren van BIM in wet- en regelgeving, zoals in de komende Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Wet GDI (Generieke Digitale Infrastructuur): “Het gaat om BIM een wat vastere positie te geven in regelgeving rondom vergunningen. Voor aanvragers van vergunningen is het belangrijk om te weten of BIM daarin wel of niet gehanteerd wordt als standaard.” Als lobbyist voor BIM moet hij daar af en toe richting overheden nog flink zijn best voor doen: “Overheden zijn nog heel erg vertrouwd met GIS (Geografisch Informatiesysteem) en BIM is als ik het simpel uitdruk vooral een feestje van de bouwsector.”

Eenduidig begrippenkader

BIM-loket bestaat als stichting nu een jaar en is het centrale aanspreekpunt voor informatie over open BIM-standaarden. Duivenvoorden noemt het een werkorganisatie van de Bouw Informatie Raad (BIR) die zich sterk maakt voor een succesvolle transitie naar bouwen met BIM. In de BIR zijn alle geledingen van de bouwkolom vertegenwoordigd: opdrachtgevers en -nemers, ingenieursbureaus, installateurs, architecten, en fabrikanten/leveranciers. Een belangrijke stap voorwaarts noemt Duivenvoorden de recente lancering van het Nationaal BIM Protocol door de BIR. Projectteams gebruiken het model als onderlegger voor het vastleggen van hun project specifieke BIM-afspraken. Daarnaast biedt het model een eenduidig begrippenkader, dat aansluit op ontwikkelingen in landen om ons heen, als voorbereid op toekomstige Europese BIM-normering.

Gemeenschappelijke bouwinformatie

Duivenvoorden: “BIM is een bindmiddel, een gemeenschappelijke taal. Partijen in de keten kijken vanouds allemaal op hun eigen manier naar de bouw. BIM ontkokert, daarmee laat je je eigen wereld los en kijk je hoe je bouwinformatie gemeenschappelijk kan gebruiken. Daar is dat BIM-protocol belangrijk voor. Het is richting opdrachtgever en opdrachtnemer ook een handreiking voor hoe je concreet om moet gaan met BIM.“

Voorlichting

Bij nog lang niet alle bouwprojecten wordt BIM gehanteerd, maar Duivenvoorden neemt wel een ‘stroomversnelling’ waar. Het Rijksvastgoedbedrijf schrijft BIM voor grote projecten sinds 2011 als verplicht voor in het bestek en ook andere grote opdrachtgevers als Rijkswaterstaat, Pro-rail, gemeenten en provincies en woningcorporatiekoepel Aedes hanteren het inmiddels. Toch signaleert Duivenvoorden wel nog gebrek aan kennis over BIM. “Onbekend maakt onbemind, daarom is het BIM-Protocol zo belangrijk en ook de voorlichting die het BIM-loket geeft, zoals op de jaarlijkse BIM-praktijkdag. Maar ik zie ook hoe HBO-studenten in hun opleiding al met BIM bezig zijn. Die weten straks niet beter.”

Vroeg stimuleren

Duivenvoorden mag graag nadenken over hoe de wereld eruit ziet als alle partijen in de bouwkolom BIM toepast, ‘als punt op de horizon’: “Met BIM kan je het hele bouwproces van te voren simuleren en op de computer doorakkeren. Het aan de voorkant doorrekenen van varianten gaat veel sneller, en je krijgt direct veel meer zekerheid over of wat je bedacht echt te maken valt. Ook de bouw kan dingen sneller en slimmer organiseren. Dus ik denk dat we straks betere en veel complexere bouwconstructies kunnen maken, doordat je door het hele proces heen tot in detail meer in control bent. Met BIM heb je het voor mij dus de wedergeboorte van de bouw. Waarbij ik vind dat we ook moeten nadenken over hoe we BIM kunnen gebruiken bij ontwikkelingen als big data en smart cities. Daarvoor is rondom al die bouwinformatie eigenlijk nog een zwaarder kennisprogramma nodig.”

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 juli 2018

De opschorting van de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot in ieder geval 1 juli 2018. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Dat geldt niet voor kwaadwillenden.

Sinds de start van de Wet DBA werd duidelijk dat de arbeidswetgeving niet meer past bij de huidige praktijk voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Het kabinet onderzocht daarom of de arbeidswetgeving herijkt kon worden. De handhaving van de wet was daarom opgeschort tot in elk geval 1 januari 2018.

Inmiddels zijn de resultaten van dit ambtelijk onderzoek bekend en worden deze meegenomen in het formatieproces. Het is aan het nieuwe kabinet om daar keuzes in te maken. In ieder geval moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd krijgen om hun werkwijze zo nodig aan te passen. Daarom schort staatssecretaris Wiebes de handhaving op tot ten minste 1 juli 2018.

Kwaadwillenden

Zolang er nog geen duidelijkheid is over de herijking van de arbeidswetgeving, krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers geen naheffingen en boetes. De Belastingdienst treedt wel op tegen kwaadwillenden. U bent kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).

Gezagsrelatie

De handhaving richt zich nu eerst op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden. Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting. Indien u als kwaadwillend wordt gezien, zal de Belastingdienst handhavend optreden. Dit betekent dat de Belastingdienst in geval van kwaadwillenden correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen kan opleggen.

Werken met modelovereenkomsten

Opdrachtgevers en nemers kunnen – voor wie dat wil – in de tussentijd gewoon gebruik blijven maken van bestaande modelovereenkomsten. In afwachting van de herijking is het niet nodig om nieuwe (model)overeenkomsten te laten beoordelen door de Belastingdienst. Overeenkomsten die toch ter beoordeling worden aangeboden, worden uiteraard gewoon beoordeeld.

Lees hier het document.