Raad van State: Beroep windpark Midwoud ongegrond

Definitieve vergunning windparken Ferrum en Groetpolder

De provincie Noord-Holland heeft besloten de definitieve vergunningen te verlenen voor de windparken Ferrum (Velsen) en Groetpolder (Hollands Kroon). De initiatiefnemers kunnen nu verdere voorbereidingen treffen voor de realisatie van de windparken.

Beide windparken vallen onder de 6 herstructureringsprojecten voor Wind op Land. De windparken dragen bij aan de provinciale taakstelling voor Wind op Land. In 2020 moet in Noord-Holland 685,5 mw opgesteld vermogen van windenergie op land worden gerealiseerd. De provincie heeft nu voor drie parken de definitieve vergunningen verleend. De komende maanden nemen Gedeputeerde Staten ook een besluit over de definitieve vergunning voor de beoogde windparken in Amsterdam (Nieuwe Hemweg en Havenwind) en Velsen (Spuisluis).

Windpark Ferrum

Het gaat om de bouw en exploitatie van 3 windturbines, 3 kraanopstelplaatsen en 1 inkoopstation gelegen aan de Reyndersweg  op het terrein van Tata Steel. Het type windturbine is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat het gaat om windmolens met een maximale tiphoogte van 125 meter, een maximale ashoogte van 80 meter en een maximale rotordiameter van 90 meter.

Windpark Groetpolder

Het gaat om de herstructurering van het bestaande windpark Groetpolder. In het project worden 12 van de 19 windturbines verwijderd en binnen dezelfde lijn vervangen door 6 nieuwe grotere turbines. De resterende 7 windmolens blijven als duidelijke separate lijn staan. De huidige 19 turbines hebben een ashoogte van 46 meter en een rotordiameter van 43 meter. De nieuwe turbines hebben een ashoogte van 99 meter en een rotordiameter van 100 meter met een productiecapaciteit van in totaal 15 MW. Er worden 12 windturbines van in totaal 7,2 MW gesloopt.

Ter inzage

De beschikkingen, verklaringen van geen bedenkingen en de aanvragen en de bijbehorende stukken liggen 20 juli 2017 t/m 30 augustus 2017 ter inzage op de pagina Terinzageleggingen en bij:

Noord-Hollands Archief, Kleine Houtweg 18 te Haarlem. Vraag naar Rob Lunshof.

Windpark Ferrum:
Omgevingsdienst IJmond, Stationsplein 48b te Beverwijk.

Klantenservice van het stadhuis van Velsen, Dudokplein 1 te IJmuiden.

Windpark Groetpolder:
Gemeente Hollands Kroon, Molenvaart 67 te Anna Paulowna. Graag afspraak maken met Dirk Treffers of Lidia Pronk, telefoonnummer. (088) 321 50 00.

De besluiten staan open voor beroep bij de Raad van State.

De stukken liggen van 13 juli t/m 23 augustus ter inzage.

2 windparken in Amsterdam ontwerp vergunningen

De provincie heeft de ontwerp-vergunningen en de ontwerp-verklaringen van geen bedenkingen (VVGB) vastgesteld voor de herstructurering van windpark Havenwind en windpark Nieuwe Hemweg in Amsterdam.

De windparken Havenwind en Nieuwe Hemweg vallen onder de 6 herstructureringsprojecten voor Wind op Land waarvan Gedeputeerde Staten (GS) hebben besloten dat zij door kunnen naar de vergunningprocedure. De parken dragen bij aan de provinciale taakstelling voor Wind op land. In 2020 moet in Noord-Holland 685,5mw opgesteld vermogen van windenergie op land worden gerealiseerd.

Windpark Havenwind

Het project is gelegen langs de spoorlijn Amsterdam-Zaanstad op bedrijventerrein Westpoort in Amsterdam. De 8 bestaande windturbines worden vervangen door 4 nieuwe, die aansluiten op 4 andere bestaande turbines, zodat een lijnopstelling van acht ontstaat. De 4 windturbines krijgen een ashoogte tussen 84 tot 95 meter en een rotordiameter tussen 82 tot 90 meter. Uiterlijk 4 weken voor de start van de bouwwerkzaamheden wordt het gekozen type vastgelegd. Het vermogen per turbine ligt tussen de 2 en 2,3 MW. Het totaal opgestelde vermogen komt dan te liggen tussen de 8 en 9,2 MW.  De sanering betreft 5,2 MW, de netto toevoeging aan duurzame opwekcapaciteit is daarmee 2,8 tot 4 MW.

Windpark Nieuwe Hemweg

Het project bestaat uit de realisatie van 6 nieuwe windturbines langs het spoor ter hoogte van de Nieuwe Hemweg in Westpoort. De herstructurering bestaat uit het verwijderen van de 8 bestaande turbines op dezelfde locatie en het verwijderen van de 4 turbines van windpark Lely uit de haven van Medemblik. Dit laatste is in 2016 al gebeurd. De turbines krijgen een ashoogte tussen de 95 tot 100 meter en een rotordiameter van 95 tot 105 meter. Het vermogen van de windturbines ligt tussen de 2 en 3,3 MW per turbine. In totaal gaat het om 12 tot 19,8 MW. De sanering betreft 7,3 MW. Met de nieuwe turbines wordt er maximaal 12,5 MW meer vermogen opgesteld.

Ter visie

De ontwerp-beschikkingen, de aanvragen en de bijbehorende stukken liggen van 13 juli t/m 23 augustus ter inzage op: www.noord-holland.nl/actueel/terinzageleggingen en bij:

  • Noord-Hollands Archief, Kleine Houtweg 18 te Haarlem. Graag afspraak maken met Rob Lunshof, telefoonnr. 023-5143331
  • Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Centrum, Algemeen en Sociaal Loket, Amstel 1 te Amsterdam
    Definitieve vergunning

Na de ter visie periode worden de definitieve verklaringen van geen bedenkingen naar verwachting in september besproken in de Statencommissie Ruimte, Wonen en Water. Na instemming door Provinciale Staten (PS), kunnen GS de vergunningen definitief vaststellen. Daarna worden de definitieve besluiten ter visie gelegd. Belanghebbenden hebben 6 weken de tijd om in beroep te gaan bij de Raad van State.

foto: E-Trucks Europe

Vrachtwagens eind 2018 op waterstof

Vrachtwagens in Noord-Holland kunnen vanaf 2018 gaan rijden op waterstof–een schone en duurzame brandstof, dankzij de inzet van windenergie. Dit initiatief komt voort uit onderzoek naar de haalbaarheid om waterstof te produceren uit offshore windenergie.

Dit gebeurt met initiatiefnemers HYGRO en Composite Agency, in samenwerking met ECN, Energy Expo en Energy Valley. In het DUWAAL project worden waterstofproductie, -distributie en het geschikt maken van voertuigen voor waterstof gelijktijdig gerealiseerd.

Het idee is om met elektriciteit van offshore windmolens, direct in de windturbine, via elektrolyse water om te zetten in waterstof. Vervolgens wordt de duurzaam geproduceerde waterstof via een hogedruk composiet-leiding aan land gebracht en ingezet als groene transportbrandstof.

Goedkoper

In het haalbaarheidsonderzoek zijn voor alle delen van de keten de mogelijke kosten en potentiële integratievoordelen geanalyseerd. Daaruit is enerzijds een kostprijs voor de waterstof bepaald en anderzijds berekend wat deze brandstof per voertuig mag kosten. De belangrijkste conclusie is dat rijden op waterstof uit windenergie op termijn zelfs goedkoper wordt dan op fossiele brandstof.

Geen beperkingen

‘Een voertuig op waterstof is feitelijk een elektrisch voertuig. Het verschil is dat de energie niet uit een batterij komt, maar uit een brandstofcel en een waterstoftank. Waterstof heft de beperkingen van elektrisch rijden op batterijen voor vrachtwagens op. Hierdoor wordt de inzet net zo makkelijk als met diesel voertuigen. Geluidloos en emissievrij rijden voor de vrachtsector wordt nu werkelijkheid’ aldus John van Rhoon, E-Trucks Europe BV.

Opslagbuffer

Uit de studie blijkt dat waterstof tegen een vergelijkbare prijs per eenheid energie aan land kan worden gebracht als elektriciteit. Hiervoor wordt elektrolyse geïntegreerd in een windturbine die, in plaats van op een elektriciteitsnet, rechtstreeks wordt aangesloten op een waterstof-pijplijn. Door de flexibele hogedruk composiet-pijpleidingen kan de transportinfrastructuur tegen lagere kosten worden aangelegd dan voor elektriciteit. Mits juist aangelegd ontstaat hiermee automatisch een opslagbuffer, een van de grote vraagstukken bij offshore wind. ‘Hiervoor is een optimale benutting van de infrastructuur voor waterstofconversie en -transport nodig, wat mogelijk aanpassingen vergt in zowel turbine als windparkontwerp’, licht Edwin Jan Wiggelinkhuizen van ECN toe.

E-Trucks

Op basis van de opgedane kennis in het onderzoek wordt (onder leiding van HYGRO, ondersteund door EnergyValley, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN), een consortium met GP Groot, HVC, ECN en de firma E-Trucks Europe BV) momenteel gewerkt aan demonstratieproject “DUWAAL”. Voor dit project wordt een elektrolyser met een onshore windturbine geïntegreerd. De waterstof wordt gedistribueerd door heel Noord-Holland naar verschillende tankstations; het eerste station komt in Alkmaar op de Boekelermeer bij het nieuwe NXT station. ‘Er zullen uiteindelijk minstens 100 vrachtwagens op gaan rijden’, vertelt Jan Willem Langeraar van HYGRO. ‘We nodigen gemeenten en transporteurs uit om deel te nemen als gebruiker’. Geïnteresseerden in waterstoftoepassingen voor vrachtwagens kunnen contact opnemen met John van Rhoon van E-Trucks Europe BV.

 

Foto: E-Trucks Europe B.V.

Noord-Hollandse subsidie om duurzame innovaties verder te helpen

Subsidie duurzame innovaties verder te helpen in NH

Om duurzame innovaties te stimuleren, draagt de provincie Noord-Holland twee miljoen euro bij aan de uitvoerings- regeling ‘Mkb Innovatiestimulering Regio’s en Topsectoren’ (MIT). Noord-Hollandse mkb’ers kunnen vanaf 3 juli 2017 subsidie aanvragen voor samenwerkings- projecten op het gebied van Research & Development.

De provincie Noord-Holland investeert in een duurzaam en innovatief midden- en kleinbedrijf. Om meer innovaties binnen het mkb te stimuleren helpt de provincie bij het wegnemen van (financiële) knelpunten. De provincie draagt zo bij aan een duurzame economie en aan een gezond en innovatief bedrijfsleven in Noord-Holland. Eén van de instrumenten die daarbij ingezet worden is de bijdrage aan de MIT-regeling.

Noord-Hollandse ondernemers op het gebied van Energie, Chemie,  Agri & Food, Tuinbouw, Water en Logistiek, kunnen subsidie vragen voor samenwerkingsprojecten op het gebied van Research & Development (R&D). Het gaat om 35% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000. Al eerder dit jaar zijn subsidieregelingen opengesteld voor innovatie-advies en haalbaarheidsstudies.

Noord-Hollandse ondernemers die meer informatie willen over financierings- en subsidiemogelijkheden voor innovaties kunnen terecht bij PIM. PIM is door de provincie geïnitieerd om ondernemers langs knelpunten te loodsen die zich bij de ontwikkeling van duurzame innovaties kunnen voordoen.

Koude warmte opslag

Woonwijk Centrumeiland IJburg krijgt grootschalige warmte-koudeopslag

Het college van B en W heeft de overeenkomst om een warmte-koudeopslag (WKO) op Centrumeiland op IJburg aan te leggen en te beheren definitief gegund aan Eteck Energie Bedrijven B.V. uit Waddinxveen. Jaap van Eck, directeur Eteck: “Wij zijn buitengewoon positief over de samenwerking met de Gemeente Amsterdam. Het is een belangrijke stap om Nederland energieneutraal en aardgasloos te maken”.

In het kader van de Amsterdamse Agenda Duurzaamheid zet de gemeente met deze overeenkomst een belangrijke stap op weg naar een duurzame, aardgasloze hoofdstad.

Wethouder Duurzaamheid Abdeluheb Choho: ‘Steden moeten laten zien hoe we de internationale klimaatafspraken kunnen uitvoeren, en door nieuwe wijken te bouwen die functioneren zonder fossiele energie, laten we zien dat dat kan. Amsterdam toont zich ook hierop weer een voorloper.’ Een WKO-voorziening is niet afhankelijk van fossiele brandstoffen. Voor de elektriciteit van de warmtepompen wordt honderd procent binnenlandse groene stroom ingekocht.

Met het WKO-systeem wordt energie uit de eigen bodem gehaald, waarmee het hele eiland wordt voorzien van duurzame warmte en koude (zie bijlage 1).

Zelfbouw en WKO

De combinatie van een WKO-systeem op deze schaalgrootte in een te bouwen woonwijk met overwegend zelfbouwwoningen is uniek in Nederland. Bij de gunning beoordeelde de gemeente de inschrijvingen onder meer op de betrouwbaarheid van de warmte-/koudelevering en de kwaliteit van dienstverlening aan de huishoudens. De aanleg van het systeem start nog dit jaar, zodat in het voorjaar van 2018 de eerste zelfbouwers kunnen beginnen.

Centrumeiland IJburg

Centrumeiland ligt aan de oostkant van de stad in het IJmeer en is het eerste eiland van de ontwikkeling van IJburg fase 2. Daarvan zijn ook het toekomstige Middeneiland en Buiteneiland onderdeel. Het eiland is ongeveer 11 voetbalvelden groot en daarop komen ruim 1.300 woningen (overwegend zelfbouwkavels). Kenmerkende thema´s uit de Agenda Duurzaamheid voor het eiland zijn energieneutraal en Rainproof/klimaatbestendigheid.

Bron: gemeente Amsterdam

HvA en UvA starten logistieke hub voor duurzame bevoorrading

De Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) starten gezamenlijk met het duurzaam en slim bevoorraden van de 80 eigen gebouwen, verdeeld over vijf campussen in de stad. Hiervoor wordt vandaag officieel een zogenoemde logistieke hub in gebruik genomen. Het gaat om een locatie aan de rand van Amsterdam waar goederen uit vervuilende auto’s worden verzameld en worden overgeladen op schone elektrische voertuigen. Tijdens de officiële start van de hub, die al enige tijd als pilot draait, riepen collegevoorzitters Huib de Jong (HvA) en Geert ten Dam (UvA) bedrijven op om zich aan te sluiten bij de logistieke hub.

De levering van diensten en goederen aan de HvA en UvA is enorm. Beide onderwijsinstellingen, die de inkoop van diensten en goederen binnen één inkooporganisatie hebben samengebracht, hebben in totaal te maken met zo’n 16.000 leveranciers. Per jaar rijden al die leveranciers opgeteld 90.000 ritten van in totaal 2,8 miljoen kilometer, wat neerkomt op 70 maal de omtrek van de aarde. Die gigantische hoeveelheid betekent een grote aanslag op het milieu, op de drukte, verkeersoverlast en filevorming in de stad.

Schone ritten

Omdat beide organisaties nauw verbonden zijn met de stad Amsterdam en omdat HvA en UvA het belang van duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan, starten de instellingen nu met de logistieke hub. Deze richt zich op de leveranciers van goederen (zo’n 8.000) die samen goed zijn voor zo’n 30.000 ritten per jaar, wat neerkomt op 1 miljoen kilometer. Doel is om op termijn het aantal ritten die de stad inrijden te beperken en tegelijkertijd de hoeveelheid lading van de voertuigen sterk te vergroten. Voor de hub wordt gebruik gemaakt van schone elektrische auto’s en fietsen. Hiermee moet het aantal ritten worden gereduceerd van 30.000 nu naar uiteindelijk rond de 750 schone ritten per jaar.

Meerjarig onderzoek

Het gebruik van een hub is een van de concrete uitkomsten van een meerjarig onderzoek naar het verduurzamen van de inkoop van de UvA en HvA, uitgevoerd door HvA-onderzoekers en -studenten, dat aan de realisatie van de hub voorafging. HvA-lector Walther Ploos van Amstel en onderzoeker Susanne Balm hebben sinds 2014 samen met leveranciers in kaart gebracht welke stappen nodig zijn om de vervoersstromen van de UvA en HvA te verduurzamen. Het bundelen van leveringen in een hub buiten de stad was een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek. Dit is nu gerealiseerd in Duivendracht in samenwerking met logistiek partners Deudekom (beheerder hub), PostNL (elektrische bakfietsen) en Transmission (elektrische vrachtwagens).

Subsidieloos

Uniek aan de hub is de aanpak ervan. Waar andere logistieke hubs in Nederland met subsidie van overheden, vaak gemeenten, worden opgezet, draait deze hub geheel zonder subsidie. Door een slimme herverdeling van de kosten tussen de leveranciers en beide onderwijsinstellingen, zijn de totale kosten niet hoger dan voorheen. Terwijl de voordelen er tegelijk voor beide partijen zijn: minder brandstofkosten en minder tijdverlies voor de leveranciers. En een effectievere en schonere bevoorrading voor de HvA en UvA.

De beide organisaties benaderen op dit moment alle leveranciers met het verzoek zich aan te sluiten bij de hub. De eerste leveranciers (Canon, Maas International, Heijmans, CWS en Staples) werken al samen met de hub. Voor nieuwe leveranciers is er geen keuze meer: deelname aan de hub wordt een verplicht onderdeel van nieuwe leverancierscontracten. Met deze aanpak zijn de HvA en UvA de eerste onderwijsinstellingen in Nederland die op een dergelijke wijze de eigen gebouwen slim en zonder subsidie bevoorraden.

In september gaat er een vervolgonderzoek van start naar hoeveel stadskilometers deze aanpak op jaarbasis scheelt en hoeveel CO2-reductie dit oplevert.

Bron: HvA

De stukken liggen van 13 juli t/m 23 augustus ter inzage.

Subsidieloze Nederlands windpark in zicht

De ontwikkelingen op het terrein van windenergie op zee gaan dusdanig snel dat er rekening moet worden gehouden met het scenario dat een aanvrager een windpark kan realiseren zonder subsidie.

Om in te spelen op deze ontwikkelingen wordt partijen de mogelijkheid geboden een  subsidieloze bieding uit te brengen voor de kavels I en II van het windpark Hollandse Kust Zuid die dit najaar wordt opengesteld.

Als daar niets uitkomt, de ontwikkelingen zijn nu eenmaal niet te voorspellen, zal zo snel mogelijk daarna de procedure met subsidie worden gestart. Dit schrijft minister Henk Kamp van Economische zaken vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Minister Kamp: ‘De ontwikkelingen rond wind op zee volgen elkaar in hoog tempo op. Drie jaar geleden was de verwachting dat voor de vijf windparken voor de Zeeuwse en Hollandse kust maximaal 18 miljard euro aan subsidie nodig zou zijn. Dat was inclusief 4 miljard voor het net op zee, nodig om de stroom aan land te krijgen.

Inmiddels zijn de kosten echter al meer dan gehalveerd en is de verwachting dat zij nog verder zullen dalen. Ik ga bedrijven nu de gelegenheid geven op de tender voor het volgende windpark – dat voor de Zuidhollandse kust – in te schrijven zonder subsidie.”

Wind op zee belangrijk voor energietransitie

Nederland is volop bezig met de transitie van fossiele energie naar duurzame energie. Op dit moment is  6% van de energie die we gebruiken, afkomstig van duurzame bronnen zoals wind- of zonne-energie. Dat percentage zal de komende jaren sterk toenemen tot 14% in 2020 en 16% in 2023. Wind op zee maakt daarvan een belangrijk deel uit. Tot 2023 wordt in Nederland hard gewerkt aan de aanleg van vijf windparken die behoren tot de grootste ter wereld. Elk windpark heeft een capaciteit van 700 megawatt, dat is per park voldoende om een miljoen huishoudens van elektriciteit te voorzien. In de Energieagenda die het kabinet eind vorig jaar heeft gepresenteerd zijn nog eens 7 windparken op zee voorzien met ieder een vermogen van 1000 megawatt. Op basis van de meest recente tender voor de kavels 3 en 4 van het windpark Borssele was de verwachting dat over 7,5 jaar geen subsidie meer  nodig zou zijn voor windparken op zee. Ondanks het feit dat de ontwikkelingen in Duitsland niet helemaal te vergelijken met die in Nederland, (de Duitse windparken komen 2 tot 3 jaar later in productie wat de winnaar de mogelijkheid geeft om nog meer van de technische vooruitgang te profiteren en  op de Duitse locaties is sprake van hogere windsnelheden), dient de mogelijkheid van een Nederlands windpark op zee zich waarschijnlijk al eerder aan.

Model als vliegwiel voor andere duurzame energietechnieken

Met onze grote windparken op zee kunnen we nu zonder of met weinig subsidie veel bereiken: Een windpark levert voldoende stroom op om een kleine 1 miljoen huishoudens van duurzaam opgewekte stroom te voorzien. Tegelijkertijd voelen andere groene energie technieken de druk om ook snel goedkoper te worden. Er zal minder snel subsidie toegekend worden  aan andere technieken, als we ook duurzame energie kunnen opwekken  met windparken die geen subsidie nodig hebben.

Nieuwe impressie van Vismigratierivier Afsluitdijk / Bron: De Nieuwe Afsluitdijk

Europa erkent belang van Vismigratierivier Afsluitdijk

De Europese Unie draagt met een LIFE subsidie van 3,5 miljoen Euro bij aan de aanleg van de Vismigratierivier Afsluitdijk. Met het subsidieprogramma LIFE steunt de Europese Unie (EU) projecten die een bijdrage leveren aan de Europese natuur- en milieudoelen. Door het toekennen van deze subsidie geeft de EU blijk van erkenning aan het belang van de komst van de Vismigratierivier Afsluitdijk.

Gedeputeerde Johannes Kramer is verheugd met de toegekende subsidie. “De concurrentie is hoog en de slagingskans van een LIFE-aanvraag klein. De Vismigratierivier is een mooi voorbeeld van hoe natuur, economie, recreatie & toerisme en waterveiligheid hand in hand kunnen gaan. Dat dit vanuit de Europese Unie op deze manier wordt erkend is fantastisch nieuws.” aldus de gedeputeerde.

Financiering

Provincie Fryslân is opdrachtgever van het project dat in totaal 55 miljoen € kost. Met de bijdrage vanuit LIFE ligt het project financieel op koers. Daarnaast financieren Rijksoverheid, de Europese Unie middels LIFE en TenT, Waddenfonds, de Nationale Postcode Loterij, provincies Noord-Holland en Fryslân.

Vismigratierivier Afsluitdijk

De Afsluitdijk bracht ons veiligheid. Maar door de harde scheiding die hiermee is ontstaan tussen Waddenzee en IJsselmeer, is het voor trekvissen als de zalm, paling en de spiering nauwelijks mogelijk om heen en weer te zwemmen met een slechte visstand tot gevolg. De Vismigratierivier Afsluitdijk is bedoeld om de ecologische verbinding tussen Waddenzee, IJsselmeer en het achterland te herstellen. Hiervoor wordt een doorgang door de Afsluitdijk gemaakt met aansluitend een getijden rivier in het IJsselmeer. Dankzij de Vismigratierivier kunnen vissen straks 24/7 via een geleidelijke overgang heen en weer zwemmen zonder dat er zout water in het IJsselmeer komt. Het is een systeem dat nog nergens ter wereld bestaat. De Vismigratierivier moet uiterlijk eind 2022 klaar zijn en wordt nabij de sluizen van Kornwerderzand aangelegd. Zie ook www.vismigratierivier.nl.

De Nieuwe Afsluitdijk

De Vismigratierivier is onderdeel van het programma De Nieuwe Afsluitdijk. Dit programma is een samenwerking van de provincies Noord-Holland, Fryslân en de  gemeenten Hollands Kroon, Súdwest-Fryslân en Harlingen. Samen werken de partners aan een vernieuwde dijk op het gebied van duurzame energie, ecologie, recreatie en toerisme en ruimtelijke kwaliteit.

De initiatiefnemers van de Vismigratierivier zijn Waddenvereniging, Sportvisserij Nederland, Vereniging Vaste Vistuigen Noord, It Fryske Gea en Het Blauwe Hart.

Aardgasvrij wonen

Aardgasvrij wonen niet meer wettelijk verplicht

De wettelijke verplichting om nieuwbouwwoningen aan te laten sluiten op het gasnet komt te vervallen. Hiermee neemt het kabinet een belangrijk stap in het terugdringen van de CO2-uitstoot.  Minister van Economische Zaken, Henk Kamp, heeft hiervoor vandaag een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd.

Minister Kamp: ‘In de Energieagenda heeft het kabinet aangegeven dat in 2050 de CO2-uitstoot naar bijna nul moet zijn teruggebracht. Om dat te bereiken, moeten we ook van het aardgas af. Want een groot deel van de CO2-uitstoot, zo’n 30 procent, wordt nu nog veroorzaakt voor het verwarmen van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen. Met het laten vervallen van de verplichte gasaansluiting bij nieuwbouwwijken nemen we opnieuw een belangrijk stap op weg naar het terugdringen van deze CO2-uitstoot.” Voorwaarde daarbij is wel dat er een alternatieve infrastructuur beschikbaar is die in de warmtebehoefte van de woningen kan voorzien. “Van deze maatregel zal dan ook een stimulerend effect uitgaan op de totstandkoming van alternatieve warmtebronnen,” aldus de bewindsman.

Tienduizenden huizen

Jaarlijks krijgen ruim 40.000 nieuwbouwhuizen een nieuwe gasaansluiting. Voor naar schatting 25.000 nieuwbouwwoningen wordt hiervoor een geheel nieuw gasnet aangelegd of uitgebreid. Als na 1 januari 2018 de verplichting voor aansluiting op het gasnet komt te vervallen is het aan de betreffende gemeenten om te bepalen of deze woningen aangesloten worden op een warmtenet of een andere energie-infrastructuur.

Bestaande woningen

Voor bestaande woningen zal een overstap naar een andere vorm van duurzame energie zeer zorgvuldig moeten plaatsvinden. De bewoners hebben dan immers al een gasaansluiting. Daarvoor moet eerst een helder juridisch kader ontwikkeld worden. De uitwerking hiervan vormt een onderdeel  van het zogenoemde transitiepad lage temperatuur warmte, dat in de Energieagenda is aangekondigd en gedurende dit jaar wordt uitgewerkt.

Green Deal aardgasvrije woningen

Om aardgasvrij wonen te stimuleren is op 8 maart jongstleden met 30 gemeenten, 12 provinciën en 5 netbeheerders een Green Deal gesloten die gemeenten in staat stelt om woningen op een andere manier te laten verwarmen dan met aardgas. Dit betreft voornamelijk bestaande woningen. Alle gemeenten die betrokken zijn bij de Green Deal, hebben inmiddels initiatieven voorbereid om bestaande wijken, in overleg met de bewoners, aardgasvrij te maken. Zo heeft de gemeente Amsterdam het voornemen voor 1 januari 2018 10.000 bestaande woningen aan te wijzen die zullen worden omgezet naar aardgasvrij.

De stukken liggen van 13 juli t/m 23 augustus ter inzage.

Doelstelling wind op land binnen bereik

De doelstelling van 6000 MW wind op land in 2020 is binnen bereik ondanks de knelpunten die sommige provincies ervaren. Dit schrijft Minister Kamp in de Kamerbrief die vandaag mede namens de minister van Infrastructuur en Milieu samen met de Windmonitor 2016 naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De Windmonitor is opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en geeft per project inzicht in de stand van zaken van de windparken op land die in Nederland gerealiseerd worden tot 2020.

Knelpunten

Doelstelling moeten en kunnen realiseren Minister Kamp: “ De realisatie van windparken in Nederland is volop gaande. De laatste vijf jaar zijn 446 windmolens geplaatst, bij elkaar goed voor de energievoorziening van 873.000 huishoudens. Bij de ontwikkeling van sommige windparken heeft een aantal provincies te maken met knelpunten. Het oplossen van deze knelpunten en daarmee het realiseren van de doelstelling, is geen eenvoudige opgave en vergt een grote inspanning van alle betrokkenen. Met deze provincies ga ik nader in gesprek om te kijken hoe we de realisatie van de windparken kunnen versnellen. Alle partijen te weten Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben aangegeven dat zij de doelstelling van 6000 MW voor wind op land in 2020 moeten en kunnen realiseren.”

Meer windenergie dan voorzien

In de transitie van fossiele naar duurzame energie speelt windenergie op land een belangrijke rol. Het vermogen van alle geplande windparken zoals deze in de Windmonitor 2016 zijn opgenomen, telt op tot 6.639 MW. Daarmee is de extra geplande projectcapaciteit ten opzichte van de vorige monitor met 351 MW toegenomen tot 639 MW. Dit is bijna 11% meer dan de doelstelling van 6.000 MW. Ruim de helft van deze geplande MW’s komt voor rekening van de grote geplande projecten in Flevoland.