Juridische ondernemers tips en informatie. Artikelen door Marianne Zeeman en Sylvia Punt

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Werken met uitzendbureaus checklist

De Inspectie SZW (ISZW) heeft samen met de Belastingdienst en branchepartijen in de uitzendsector ABU, NBBU, SNA en SNCU een checklist ontwikkeld voor bedrijven die werken met uitzendbureaus.

De checklist helpt bedrijven te beoordelen of zij op een eerlijke, gezonde en veilige manier met uitzendkrachten werken.

Controle en eerlijk loon

Aan de hand van negen punten beoordelen bedrijven het uitzendbureau waar zij mee werken en wordt duidelijk welke punten zij zelf nog op orde moeten brengen. Het gaat onder andere om juiste registratie van het uitzendbureau bij de Kamer van Koophandel, het gebruik van een g-rekening, betalen van een eerlijk loon en het controleren van de identiteit van de uitzendkracht. Wanneer aan alle negen punten uit de checklist wordt voldaan dan is de kans een stuk groter dat het uitzendwerk op een eerlijke, gezonde en veilige manier gebeurt. Zowel de inlener als het uitzendbureau moeten volgens de Inspectie SZW regelmatig alle punten controleren en alert blijven op signalen van misstanden.

Onderscheidend vermogen

Het merendeel van de uitzendbureaus houdt zich keurig aan de regels, maar er zijn malafide uitzendbureaus die uitzendkrachten onderbetalen en uitbuiten. Bedrijven die arbeidskrachten bij malafide uitzenders inhuren, kunnen op oneerlijke wijze goedkoper produceren en concurreren. De Inspectie SZW treedt daar streng tegen op. Ook inleners kunnen hun verantwoordelijkheid nemen om misstanden met uitzendwerk tegen te gaan.

Bovendien zijn inleners in sommige gevallen ook aansprakelijk als zaken niet goed zijn geregeld. Met name in de metaalsector, de industrie, horeca, detailhandel, land- en tuinbouw, schoonmaaksector en bouwsector ziet de Inspectie misstanden met uitzendwerk. De checklist helpt bedrijven om hun uitzendwerk op een eerlijke, gezonde en veilige manier te regelen.

Zakendoen met een uitzendbureau?

Zorg dan dat u én het uitzendbureau zich aan de regels houden. Deze checklist helpt u een uitzendbureau te selecteren, en om zelf op een eerlijke en veilige manier met uitzendkrachten aan de slag te gaan.

 

strafmaat ernstige verkeersdelicten fors omhoog

Strafmaat ernstige verkeersdelicten fors omhoog

Minister Blok van Veiligheid en Justitie bereidt wetgeving voor om de maximale strafmaat te verhogen voor een aantal ernstige verkeersdelicten. Dat schrijft hij vandaag aan de Tweede Kamer.  Het gaat om rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval, rijden zonder (geldig) rijbewijs en gevaarlijk rijgedrag zonder ernstige gevolgen.

Ook zal in het wetsvoorstel op een andere manier invulling gegeven worden aan het begrip roekeloosheid in de Wegenverkeerswet 1994, zodat meer situaties waarin roekeloos wordt gereden kunnen worden bestraft. Tot slot wil hij mogelijk maken dat de politie meer opsporingsbevoegdheden krijgt in situaties waarin bestuurders zijn doorgereden na een ernstig ongeval met letsel of erger tot gevolg.

De minister baseert zich bij deze wijzigingen op de resultaten van een onderzoek van de universiteit van Groningen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC). Minister Blok vindt het een waardevol onderzoek, omdat het een goed beeld geeft van straffen bij ernstige verkeersdelicten. Met de maatregelen die Blok neemt, komt hij tegemoet aan de verbeterpunten die de onderzoekers zien.

Naast deze verbeterpunten is een belangrijke constatering van de onderzoekers dat het niveau van bestraffing over het algemeen adequaat is. Ook blijkt dat, conform de bedoeling van de wetgever, dat naarmate de ernst van de verkeersfout en de ernst van het letsel toenemen, ook de duur en zwaarte van de straf toeneemt.

Beleidsreactie onderzoek: Straftoemeting ernstige verkeersdelicten

Onderzoek rapport: Ernstige verkeersdelicten

 

E-mail valt ook onder briefgeheim

E-mail valt ook onder briefgeheim

E-mail en andere vormen van telecommunicatie krijgen voortaan ook de grondwettelijke bescherming van vertrouwelijkheid. Vandaag heeft de Eerste Kamer unaniem ingestemd met het voorstel van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) artikel 13 van de Grondwet zo aan te passen dat ook voor deze vormen van communicatie het briefgeheim geldt.

In het huidige artikel 13 van de Grondwet wordt nog gesproken van telefoon- en telegraaf geheim. Dat is niet meer van deze tijd. In het voorstel dat vandaag is aangenomen door de Eerste Kamer staat nu: ‘Ieder heeft recht op eerbiediging van zijn brief- en telecommunicatiegeheim.’ Alleen na tussenkomst van een rechter (of in het belang van de nationale veiligheid met toestemming van in de wet aangewezen personen) kan inbreuk op dit recht worden gemaakt. Dit geldt voortaan dus ook voor bijvoorbeeld sms of e-mail.

Het voorstel kent een lange voorgeschiedenis. Nadat eerdere kabinetten tot tweemaal toe een poging tot het moderniseren van dit Grondwetsartikel in eerste lezing zagen mislukken (in 1997 en 2004), is in deze kabinetsperiode het onderwerp weer opgepakt. Het voorstel tot wijziging van de Grondwet is nu in eerste lezing aangenomen door beide Kamers van de Staten-Generaal. Een wijziging van de Grondwet gaat in twee ronden. Na verkiezingen wordt het voorstel in tweede lezing door de Tweede en Eerste Kamer behandeld. De Grondwetswijziging heeft dan de steun van een tweederde meerderheid in beide Kamers nodig om aangenomen te worden.

 

faillissementen efficiënter afwikkelen

Faillissementen efficiënter afwikkelen

De huidige en verouderde faillissementsprocedure krijgt een modern jasje. Dit met als doel faillissementen sneller, transparanter en makkelijker af te wikkelen. Zo kan er straks beter gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden om digitaal te werken.

Ook krijgen curator en rechter-commissaris meer ruimte om maatwerk te leveren. Bovendien wordt het insolventieregister verbeterd. Dat is de kern van een wetsvoorstel van minister Blok (Veiligheid en Justitie) dat bij de Tweede Kamer is ingediend.

Uitbetaling

De nieuwe regeling draagt bij aan hogere opbrengsten van een faillissementsprocedure en beperkt de maatschappelijke kosten die uit een faillissement voortvloeien. Dat is van belang, omdat uitbetaling uit een faillissementsboedel voor crediteuren vaak zeer beperkt is en regelmatig lang op zich laat wachten. Elke maatregel die de procedure sneller en efficiënter kan maken, levert de betrokken partijen dus veel op. Het wetsvoorstel is onderdeel van het wetgevingsprogramma Herijking faillissementsrecht.

Digitale hulpmiddelen

Op dit moment wordt nog veel informatie op papier verstrekt. Dat is inefficiёnt en kost de curator veel tijd. Door inzet van digitale hulpmiddelen kan dat sneller en makkelijker. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor vergaderingen: niet meer fysiek, maar elektronisch. Verder verbetert digitaal werken de informatievoorziening aan schuldeisers. Zij willen snel bekend zijn met het vonnis waarin het faillissement is uitgesproken, om hun belangen veilig te kunnen stellen.

Consumenten en ondernemers zijn gebaat bij een actueel en bijgewerkt insolventieregister. Nu moeten zij soms nog met de rechtbank bellen om te controleren of een bedrijf failliet is. Verder kan een snelle en eenvoudige toegang tot het register van faillietverklaringen onnodige verliezen voorkomen. Bijvoorbeeld in de situatie dat iemand niet weet dat een bedrijf failliet is en toch vooruitbetaalt. Verbeterde, digitale informatievoorziening voorziet ook in de behoefte van schuldeisers om snel te kunnen beschikken over belangrijke besluiten van de rechter. Bijvoorbeeld de toestemming voor de verkoop van de bedrijfsinventaris van de failliete onderneming.

Daarnaast is de verwachting dat curatoren steeds meer uit eigen beweging stukken zullen publiceren op een website. In sommige grote faillissementen beheert de curator al een speciale website met verslagen, boedelbeschrijvingen en uitdelingslijsten. Dit komt de informatievoorziening aan de schuldeisers ten goede.

Kosten terugdringen

Om de de afwikkeling van faillissementen efficiënter te laten verlopen, krijgt de curator de bevoegdheid zelf een lijst van vorderingen ter verificatie op te stellen. Hij hoeft dan niet te wachten op schuldeisers die hun vordering bij hem indienen. Deze mogelijkheid kan vooral in grote faillissementen van pas komen en de kosten voor schuldeisers terugdringen. Ook worden de mogelijkheden beperkt om vorderingen op het laatste moment ter verificatie bij de curator in te dienen. Is een schuldeiser te laat, dan deelt hij niet meer mee in de uitkering van het faillissement.

Nieuw is ook dat de rechter-commissaris voortaan zelf bepaalt of en zo ja: wanneer een verificatievergadering wordt gehouden. Ook kunnen er meerdere vergaderingen plaatsvinden, waarbij bijvoorbeeld verschillende groepen schuldeisers worden opgeroepen. Dit stelt de rechter in staat om meer maatwerk te leveren. Aanpassingen in de regeling van de schuldeiserscommissie zorgen er naar verwachting voor dat schuldeisers betere inspraak hebben bij de afwikkeling van het faillissement.

Tot slot wordt het eenvoudiger om een deskundige in te schakelen en meerdere rechters-commissarissen in het faillissement te benoemen. Dit draagt bij aan specialisatie binnen de rechterlijke macht en bevordert het toezicht in omvangrijke en ingewikkelde faillissementen. Denk bijvoorbeeld aan het faillissement van een scholengemeenschap, waarbij een rechter-commissaris vanuit een andere rechtbank wordt benoemd die ervaring heeft met dergelijke faillissementen.

Meldnummer ladingdiefstal

Politie opent speciaal aangifteloket ladingdiefstal

Vanaf heden kan iedere logistieke ondernemer 24 uur per dag aangifte doen van ladingdiefstal via 088-0087444. Het bedrijfsleven en de politie willen met dit speciale loket het ondernemers makkelijker maken om aangifte te doen. Zo hopen ze ook het aantal ladingdiefstallen terug te dringen.

Transportcriminaliteit stijgende lijn

Aangiftes zijn een belangrijke bron van informatie voor het opsporen en bestrijden van transportcriminaliteit. Op basis van een gedeeld en volledig beeld kan de politie effectievere maatregelen treffen. En dat is nodig: uit de kwartaalcijfers van de Landelijke Eenheid blijkt dat het aantal ladingdiefstallen en pogingen daartoe in het eerste kwartaal 46% hoger ligt dan hetzelfde kwartaal in 2016. Arthur van Dijk, voorzitter van Transport en Logistiek Nederland en Ambassadeur Transportcriminaliteit: “Om te voorkomen dat deze stijging doorzet, zijn maatregelen als dit aangifteloket helaas nodig.”

Melding maken

Logistiek ondernemers bellen met 088-0087444 en doen telefonisch aangifte. Bij meldingen binnen kantooruren wordt de aangifte meteen opgenomen. Wordt er na kantooruren gebeld dan wordt het incident geregistreerd en zoekt de politie de eerstvolgende werkdag contact om de aangifte op te nemen. Als er een snelle opvolging nodig is dan onderneemt de politie direct actie. Ondernemers verliezen dus geen tijd, kunnen ongeacht tijd en plaats aangifte doen en hoeven nu nog maar één nummer te bellen voor zowel diefstal van een vrachtauto of lading.

juridisch

Eendaagse nachtritten toeslag cassatie ingesteld

In het geschil tussen cao-partijen over de uitleg van artikel 37, de toeslag voor eendaagse nachtritten, heeft het Gerechtshof te Amsterdam inmiddels uitspraak gedaan.

Ook het Hof is helaas van mening dat indien een eendaagse rit ’s avonds voor 24.00 uur eindigt, er toch sprake is van een eendaagse nachtrit en dat over de diensturen tussen 20.00 en 24.00 uur er een toeslag dient te worden betaald van (nu) 2,66 bruto euro per uur.

Vergoeding

TLN is en blijft van mening dat het nimmer de bedoeling van cao-partijen is geweest om de vergoeding ook voor deze avonduren te laten gelden indien er niet ook na 24.00 uur, in de nacht, zou worden gereden. De rechterlijke macht interpreteert de afspraak, die dateert van 1994, echter puur in letterlijke zin.

Uitspraak

Er is inmiddels namens TLN cassatie ingesteld. Naar verwachting zal de uitspraak nog enige tijd op zich laten wachten.

bouw

Bouw & Infra modelovereenkomst goedgekeurd door de Belastingdienst

Cao-partijen Bouw & Infra (Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland, Vereniging van Waterbouwers, NVB, FNV, CNV Vakmensen) hebben samen met de zelfstandigen die bij hen zijn aangesloten, een modelovereenkomst aanneming van werk voor de bouw- en infrasector gemaakt.

De Belastingdienst heeft deze modelovereenkomst beoordeeld en goedgekeurd.
Wij adviseren u voor aanneming van werk in de bouw- en infrasector met en als zelfstandige zonder personeel deze goedgekeurde modelovereenkomst te gebruiken.

Cao-partijen hebben ook een toelichting gemaakt waarin de bepalingen uit de modelovereenkomst worden uitgelegd. De Belastingdienst heeft deze toelichting niet in haar oordeel betrokken. Het voorlichtende karakter leent zich daar niet voor. Aan deze toelichting is de Belastingdienst dus niet gebonden.

Geen sprake van loondienst

Met de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) die geldt vanaf 1 mei 2016 zijn de opdrachtgever en de zelfstandige zonder personeel samen verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van hun arbeidsrelatie.

De Belastingdienst heeft geoordeeld dat bij de modelovereenkomst aanneming van werk in de Bouw & Infra geen sprake is van loondienst. Dit betekent dat als u deze modelovereenkomst gebruikt, u er vanuit mag gaan dat er geen sprake is van een dienstverband. De opdrachtgever hoeft dan geen loonheffingen in te houden en te betalen. Voorwaarde is wel dat in de praktijk ook daadwerkelijk wordt gewerkt zoals het op papier is afgesproken.

In de overeenkomst zijn de artikelen met de voorwaarden die van belang zijn bij het bepalen of er sprake is van loondienst, gemarkeerd. De niet-gemarkeerde artikelen kunt u aanvullen en aanpassen voor uw eigen situatie, voor zover dat niet in strijd komt met de gemarkeerde artikelen.

Met welke reden hebben cao-partijen deze modelovereenkomst gemaakt?

Met de inzet van schijnzelfstandigen vindt (concurrentievervalsende) onderbieding van de cao plaats en wordt de werkgelegenheid van werknemers aangetast. Daarom willen cao-partijen schijnzelfstandigheid in de bouw- en infrasector voorkómen zonder dat de inzet van zelfstandigen zonder personeel generiek wordt uitgesloten.

Werken met de modelovereenkomst Bouw & Infra sluit aan bij deze doelstelling van cao-partijen. Wanneer een opdrachtgever en zelfstandige zonder personeel werken met en volgens de goedgekeurde modelovereenkomst Bouw & Infra, is tenslotte duidelijk dat er niet wordt gewerkt in loondienst.

Cao-partijen stimuleren dan ook opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel om gebruik te maken van de goedgekeurde modelovereenkomst. De modelovereenkomst houdt rekening met de belangen van zowel opdrachtgevers, zelfstandigen zonder personeel en werknemers die werkzaam zijn in de bouw- en infrasector. Het gebruik ervan is dan ook van belang voor een goed werkende bouw- en infrasector.

Klik hier voor de modelovereenkomst aanneming van werk.

Klik hier voor de toelichting op de modelovereenkomst aanneming van werk.

Geld Loon

[gastblog] Ook loondoorbetaling bij kleine ondernemer?

Al twee jaar geconfronteerd met een zieke werknemer? De werkgever heeft de plicht gedurende deze twee jaar het loon door te betalen. Deze regel geldt ook indien de werkgever maar een kleine onderneming heeft. De kantonrechter heeft dit nog eens bevestigd in de uitspraak van 16 februari 2017.

Kan dit ook anders?

In deze zaak heeft de werkgever een ontbindingsverzoek ingediend, omdat de werknemer vanaf aanvang dienstverband geen enkele dag volledig heeft kunnen werken vanwege arbeidsongeschiktheid. De werkgever heeft een eenmanszaak en werkt op het gebied van mode en lifestyle. De werknemer was een goede vriend van de ondernemer. Hij is per 1 augustus 2016 in dienst gekomen voor 32 uur per week. Toch heeft hij geen dag gewerkt, hij ervaart spanningsklachten. Maar, een zieke werknemer kost simpelweg te veel voor deze eenmanszaak.

Het verzoek van de werkgever tot ontbinding heeft de kantonrechter afgewezen. Er geldt namelijk een opzegverbod tijdens ziekte, zelfs nu de ondernemer maar een kleine zelfstandige is. Dat maakt in deze geen verschil. Er geldt gedurende twee jaar tijd een loondoorbetalingsverplichting.

Ik had deze rechtszaak anders aangepakt. Mijns inziens heeft deze werknemer een baan aangenomen waarbij hij op voorhand wist, dan wel had kunnen weten, dat hij de functie niet aankon. Op grond daarvan is beëindiging mogelijk conform artikel 7:678 BW. Wat vind jij?

De rechter stelt het volgende: ‘Art. 7: 671b lid 6 BW bepaalt dat de kantonrechter een ontbindingsverzoek van de werkgever ondanks het opzegverbod tijdens ziekte kan inwilligen indien er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen (dat is hier gesteld noch gebleken), en indien het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod tijdens ziekte betrekking heeft.’

Het is dus van belang omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat het in het belang is van de werknemer om het contract te eindigen. Het kan dus ook anders!

En na deze twee jaar arbeidsongeschiktheid?

Hoe verloopt het einde van het dienstverband na deze periode van twee jaar? De werkgever mag dan de arbeidsovereenkomst opzeggen. Echter, uitsluitend na toestemming van het UWV. Ook dit is nog eens bevestigd in een recente uitspraak van de kantonrechter op 15 februari 2017.

In deze zaak heeft de werkgever het dienstverband van de directeur die al twee jaar arbeidsongeschikt was eigenhandig opgezegd zonder toestemming van het UWV. De sanctie die de kantonrechter hierop heeft gesteld valt mee. Naast de transitievergoeding wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 1.000,-.

 

Meer weten over arbeidsrechtelijke oplossingen? Ik kom graag met u in contact.

Mr. S.B. Punt

juridisch

[gastblog] Er schuilt een addertje onder het gras bij oproepcontract

Is er sprake van een arbeidsovereenkomst met een omvang van minder dan vijftien uur per week en werkt de werknemer op oproepbasis? Let op dat de werknemer die per oproep minder dan drie uur werkt, toch drie uur moet worden uitbetaald. Het Gerechtshof ’s Hertogenbosch heeft zich op 24 januari 2017 uitgelaten over een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP-overeenkomst) en komt met een interessant oordeel.

Het Hof oordeelt als volgt: ‘De arbeidsovereenkomst (MUP-overeenkomst) die partijen met elkaar zijn aangegaan, is bijzonder in die zin dat de uit deze overeenkomst voortvloeiende prestaties eerst moeten worden verricht nadat de werkgever de werknemer heeft opgeroepen. De belangrijkste prestaties betreffen dan voor de werknemer het verrichten van arbeid en voor de werkgever het betalen van loon.’

Sinds 28 april 2012 werkte de werknemer tijdelijk op oproepbasis bij deze werkgever. Volgens de werkgever blijkt achteraf dat zij circa twintig uur per week werkte. Het dienstverband van de werknemer werd al van rechtswege beëindigd op 26 oktober 2013. Twee maanden na einde dienstverband ontving de werkgever het verzoek achterstallig loon uit te betalen. Werknemer verzocht eerst uitbetaling van een 40-urige werkweek. Hier ging het Hof niet in mee en oordeelde:

‘De vordering van werknemer, inhoudende dat zij ook aanspraak kan maken op loon gedurende de periode dat zij (thuis) wacht op een oproep van de werkgever, is dan ook in strijd met de aard van het onderhavige arbeidscontract, ook al is werknemer contractueel verplicht om aan de oproep van werkgever gehoor te geven.’

De werknemer was niet voor één gat te vangen en verzocht extra loon op basis van het feit dat de arbeidsomvang niet was vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Het Hof stelt vast:

‘dat de arbeidsomvang niet of niet eenduidig is vastgelegd en dat de werknemer in beginsel recht heeft op extra loon in de zin van artikel 7:628a BW.’

Het is voorgekomen dat de werknemer was opgeroepen te werken en dan minder dan drie uren werk uitvoerde, soms zelfs op eigen initiatief. De werknemer weigerde te komen werken of verzocht zelf eerder te mogen stoppen vanwege verplichtingen elders. In de uitspraak is te lezen dat de werkgever hierover klaagt. Het kan toch niet zo zijn dat de werkgever achteraf alsnog salaris moet betalen als de werknemer weigert uitvoering te geven aan de oproep?

Jawel, zo oordeelt het Hof. De werknemer heeft immers voor iedere werkperiode, ongeacht of deze ingepland was of niet, recht op minimaal drie uren loon, conform artikel 7:628a BW. Het Hof concludeert dat het gevorderde bedrag inclusief 8% vakantietoeslag toewijsbaar is. De werkgever moet aan de werknemer alsnog € 8.294,35 brutosalaris betalen plus vakantietoeslag plus nog eens de wettelijke verhoging, conform artikel 7:625 BW.

Als een werkgever het salaris niet tijdig betaalt, dan is hij op grond van de wet een verhoging verschuldigd die kan oplopen tot maar liefst 50% van de loonvordering. Het Hof oordeelt dat deze bepaling als prikkel dient het loon tijdig te betalen. In dit geval heeft de werkgever het loon altijd tijdig betaald, maar alleen bleek dit achteraf en pas na hoger beroep geen juist bedrag aan loon. Het Hof ziet dan ook aanleiding de wettelijke verhoging te matigen. Gelukkig voor deze werkgever heeft het Hof de wettelijke verhoging gematigd van 50% naar 15%. Desondanks blijft het een flink bedrag dat de werkgever alsnog moet betalen aan de werknemer.

Meer weten over arbeidsovereenkomsten en in het bijzonder over contracten voor werknemers die op oproepbasis werken? Aarzel niet en neem vrijblijvend contact met mij op via www.juristepunt.nl.

 

Auteur: mr. S.B. Punt

Uitspraak van Gerechtshof ’s Hertogenbosch op 24 januari 2017 is te lezen op: http://bit.ly/2lnm4Yw

 

Recht-Justitie-incasso-geld Blog Marianne Zeeman - advocaat

Blog 2 – Betalingstermijnen, hoe zit het nu precies?

Vorige maand schreef ik in mijn blog Betalingstermijnen, hoe zit het nu precies? over de vele algemene voorwaarden die ik onder ogen heb gekregen de afgelopen periode waarin nog steeds onjuiste betalingstermijnen zijn opgenomen. Onlangs trof ik echter nog twee keer een set algemene voorwaarden aan waarin een te hoog bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten werd gevorderd dan wettelijk is toegestaan.

Hoe zit het nu precies?

Buitengerechtelijke incassokosten zijn de kosten die iemand die een vordering op een ander heeft (de schuldeiser) maakt om een geldvordering te innen die de ander (de schuldenaar) niet uit zichzelf betaalt en die aan de schuldenaar worden doorberekend.

Er is wettelijk vastgelegd een maximum aan de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten dat door de schuldeiser van de schuldenaar gevorderd kan en mag worden.

Als de schuldenaar een consument is, heeft een schuldeiser recht op een vergoeding van incassokosten indien hij de schuldenaar op een juiste manier heeft aangemaand en betaling vervolgens is uitgebleven.

De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt berekend als percentage van het bedrag dat de schuldenaar aan de schuldeiser verschuldigd is. Hoe hoger de vordering, hoe lager het percentage. Er geldt een minimumbedrag van € 40,= en een maximumbedrag van € 6.775,=.

De incassokosten voor een bedrijf zijn niet hoger dan wettelijk is vastgelegd, tenzij bedrijven met elkaar hogere incassokosten afspreken.

Schuldeisers zijn nadien vrij zelf te bepalen op welke wijze zij een vordering (laten) incasseren en welke handelingen zij (binnen de grenzen van het redelijke en de wet- en regelgeving) daarvoor verrichten. Met betrekking tot vorderingen op (rechts)personen die handelen ter uitoefening van een beroep of een bedrijf, is overigens niet wettelijk voorgeschreven dat een aanmaning moet worden verstuurd. Wil je echter uiteindelijk voor de rechter succesvol een vonnis verkrijgen waardoor je eenvoudiger het gevorderde kan incasseren (doordat met een executoriale titel executoriaal beslag op goederen van een schuldenaar kan worden gelegd) valt sterk aan te bevelen om de schuldenaar na een goede ingebrekestelling nog een aantal maal aan te manen en zodoende in de gelegenheid te stellen om tot betaling van het verschuldigde over te gaan.

Verbintenissen tot vergoeding van schade vallen dus buiten deze regeling. Dit is alleen anders indien partijen het over de omvang van de schadevergoeding eens zijn en die in een overeenkomst hebben vastgelegd. In dergelijke gevallen kan uit de vaststellingsovereenkomst worden afgeleid wat de schuldenaar verschuldigd is en is bovenstaande eveneens daarop van toepassing.

 

Indien u vragen heeft over bovenstaande of als ondernemer wenst te checken of uw algemene voorwaarden overeenstemmen met de huidige wet- en regelgeving kunt u altijd contact met mij opnemen voor een eerste vrijblijvend gesprek.

Marianne Zeeman – Scherp Advocaten