Juridische ondernemers tips en informatie. Artikelen door Marianne Zeeman en Sylvia Punt

justitie gerechtshof

Bouwbedrijven hebben plicht werknemers te voorzien beste PBM’s

Bouwbedrijven hebben de plicht hun werknemers te voorzien van de beste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Dat heeft het Gerechtshof in Den Bosch onlangs geoordeeld.

In deze zaak ging het om een werknemer die gewond raakte aan zijn vinger doordat een scherpe tegelsplinter door zijn handschoen sneed. Na een fikse wondinfectie liep hij dystrofie door zijn hele lichaam op, waardoor hij blijvend invalide werd. De betrokken medewerker stelde vervolgens zijn werkgever hiervoor aansprakelijk.

Zomaar een paar handschoenen kopen, volstaat niet meer

Het Gerechtshof oordeelt dat het betrokken sloopbedrijf volledig opdraait voor de arbeidsongeschiktheid van de medewerker. Volgens het Hof had het bedrijf niet de beste handschoen ter beschikking gesteld, terwijl er betere in de handel beschikbaar zijn: dat wil zeggen, die een betere bescherming bieden bij deze sloopwerkzaamheden. Zomaar een paar handschoenen kopen volstaat dus niet meer, aldus deze uitspraak. Werkgevers hebben de plicht om persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar te stellen aan hun werknemers zoals: handschoenen, veiligheidsbrillen, veiligheidsschoenen, helmen en knie- en schouderbescherming.

Bij de helft van alle ongevallen in de bouw is sprake van letsel aan handen of armen

Ook arbo-deskundigen is de uitspraak niet ontgaan. De impact kan volgens hen groot zijn omdat veel bouwbedrijven zich momenteel niet of nauwelijks in persoonlijke beschermingsmiddelen verdiepen en daardoor vaak niet de juiste handschoenen beschikbaar stellen, zegt Johan Timmerman van Arbouw. “De praktijk is dat bedrijven vaak maar een beperkt aantal handschoenen uitdelen. Een dikke en een dunne, beide in twee verschillende maten.”

Bron: Bouwend Nederland – Cobouw

contract overeenkomst

Schijn zzp’ers, individuele opdrachtnemer of toch een werknemer?

Onderscheid is niet alleen van belang voor de Belastingdienst

Het nieuws wordt op dit moment gedicteerd door de afschaffing van de VAR-verklaring en hierdoor de aloude discussie over de eventuele (belasting)voordelen voor de personen die uit hoofde van een overeenkomst van opdracht – in de volksmond ook wel genoemd zzp’ers – en dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verrichten voor een onderneming.

Niet alleen vanwege fiscale redenen is het verschil tussen een overeenkomst van opdracht en een arbeidsovereenkomst interessant, er zijn ook andere redenen waarom bij iedere verbintenis goed bezien dient te worden wat voor verhouding tussen partijen is ontstaan. De rechtspraak hierover blijft in beweging en recent heeft de rechtbank Noord-Holland zich ook weer hierover uitgelaten.

Al sinds jaar en dag worden door rechters bepaalde overeenkomsten tussen ondernemingen (opdrachtgevers) en individuele personen (opdrachtnemers) achteraf alsnog gekwalificeerd als arbeidsovereenkomsten. Welk type overeenkomst er tussen partijen is ontstaan is van belang omdat er verschillende regels gelden voor bijvoorbeeld de beëindiging van de verschillende overeenkomsten.

De titel boven de overeenkomst is daarbij niet doorslaggevend. Bij de kwalificatie is van belang wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen hadden (de (initiële) partijbedoeling) en op welke wijze partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Partijen dienen erop bedacht te zijn dat de bedoeling van partijen wordt ‘ingekleurd’ door de wijze waarop aan de overeenkomst uitvoering wordt gegeven.

Bij de beoordeling over de uitvoering van de overeenkomst wordt bijvoorbeeld gekeken naar de beloning, het ondernemersrisico/investeringsrisico van individuele opdrachtnemer, de aard van de arbeidsprestatie, de strekking van de instructiebevoegdheid en de mate van zelfstandigheid. Maar als zelfs een aantal aspecten van voornoemde aspecten duiden op zelfstandig ondernemerschap dan kan nog de rechter tot de conclusie komen – alle omstandigheden meegenomen en afgewogen – dat een overeenkomst gekwalificeerd dient te worden als een arbeidsovereenkomst.

De rechtbank Noord-Holland (waarbij Post NL ‘opdrachtgever’ was) oordeelde recent:

Gelet op de hoge mate van gedetailleerde instructies die PostNL geeft ten aanzien van de uitvoering van het werk zoals de eisen waaraan de bus dient te voldoen, kleding en schoeisel, de wijze waarop de routes gereden dienen te worden, de controle die hierop wordt uitgeoefend, het feit dat de subcontractor zich niet structureel mag laten vervangen en alleen door vooraf door PostNL goedgekeurde vervangers en tenslotte het feit dat deze subcontractors alleen voor PostNL werken en daardoor in een economisch afhankelijke positie zijn komen te verkeren, ontbreekt het zelfstandig ondernemerschap en acht de kantonrechter alle essentialia van een arbeidsovereenkomst aanwezig

Opnieuw kwalificeert de rechtbank Noord-Holland aldus een overeenkomst – waarbij in ieder geval vanuit de onderneming de bedoeling was dat dit een overeenkomst van opdracht betrof – als een arbeidsovereenkomst met alle gevolgen van dien.

Ondernemers wees dus alert op de individuele opdrachtnemers die werkzaam zijn voor uw onderneming en ga regelmatig na of er niet toch een arbeidsverhouding met één van de opdrachtnemers is ontstaan.

 

Voor vragen op dit punt? Neem vrijblijvend contact met me op.

Marianne Zeeman

Wetswijziging per 1 juli 2015 personeel

Wat verandert er op per 1 juli 2015 wettelijk op het gebied van personeel, waar moet je rekening mee houden? Onder meer de tweede reeks maatregelen van de wet Werk en Zekerheid op het gebied van de ketenbepaling en ontslag.

Ketenbepaling aangepast

De ketenbepaling wordt aangepast, waardoor je medewerker eerder een vast dienstverband krijgt. Geef je een medewerker verschillende tijdelijke contracten die elkaar binnen zes (nu drie) maanden opvolgen, dan ontstaat na een periode van twee (nu drie) jaar een vast contract.

  • Dit geldt voor tijdelijke contracten die op of na 1 juli gesloten zijn, houdt hier dus vast rekening mee als je een tijdelijke kracht wilt aannemen.
  • Valt jouw bedrijf onder een cao met een afwijkende regeling die al voor 1 juli 2015 van toepassing was? Dan gaat deze maatregel pas in bij het einde van de looptijd van deze cao of uiterlijk 1 juli 2016. Kijk dit daarom altijd na in de cao.

Ontslagvergoeding

De ontslagvergoeding wordt een transitievergoeding.  Als je een medewerker laat gaan die minimaal twee jaar in dienst is, heeft hij recht op een vergoeding van eenderde maandsalaris per gewerkt jaar. Vanaf het tiende jaar is dit een half maandsalaris per dienstjaar. De transitievergoeding is maximaal 75.000 €, of maximaal een jaarsalaris als de werknemer meer verdient dan dat bedrag.

  • Let er op dat dus ook een tijdelijke medewerker waarvan je het contract niet verlengd na twee jaar, een vergoeding krijgt (2 x 1/3 maandsalaris)
  • Heb je minder dan 25 werknemers en moet je iemand om bedrijfseconomische redenen ontslaan? Dan hoef je de duur van het dienstverband pas te rekenen vanaf mei 2013. Dus moet je iemand ontslaan in juni 2016 die er sinds 2008 werkt, reken je met drie dienstjaren in plaats van acht (3 x 1/3 maandsalaris). Deze uitzondering geldt tot 2020.
Infographic MKB servicedesk: de nieuwe ontslagroute

Infographic MKB servicedesk: de nieuwe ontslagroute

Ontslagroutes

Ontslag om bedrijfseconomische redenen en na langdurige arbeidsongeschiktheid loopt voortaan altijd via het UWV. Ontbinding van het arbeidscontract vanwege persoonlijke redenen gaat voortaan via de kantonrechter. Beide routes zijn alleen verplicht als je werknemer niet schriftelijk instemt met ontslag. Let op! Je werknemer kan zijn schriftelijke instemming binnen 14 dagen, zonder opgaaf van reden, herroepen. De opzegging heeft dan niet plaatsgevonden. Ook een overeengekomen beëindigingsovereenkomst kan binnen 14 dagen worden ontbonden door de werknemer.

Krijg je van het UWV geen toestemming voor ontslag? Dan kun je alsnog naar de kantonrechter maar die volgt dezelfde criteria, dus de kans op succes is klein. Als je werknemer het niet eens is met het ontslag via het UWV, kan deze binnen twee maanden naar de kantonrechter stappen.

Als je een medewerker ontslaat die niet schriftelijk heeft ingestemd met het ontslag zonder toestemming van het UWV, dan kan je werknemer ook naar de kantonrechter stappen om de opzegging te laten vernietigen of om een vergoeding te vragen.

Premiekorting voor jongeren!

Als je jong bent, moet je werkervaring opdoen. Toch staan nog te veel jongeren aan de kant. De regering heeft daarom een premiekorting voor jongeren ingesteld. Je betaalt minder sociale premies als je een werkzoekende tussen de 18 en 26 jaar een kans geeft. Per 1 juli 2015 kom je hier als werkgever eerder voor in aanmerking.

Nieuwe wet: Wet aanpak schijnconstructies (WAS)

Met de Wet aanpak schijnconstructies moet uitbuiting, oneerlijke concurrentie en onderbetaling van werknemers tegen worden gegaan. De belangrijkste maatregelen zijn:

  • Uitbreiding ketenaansprakelijkheid voor betalen van het coa-loon aan een medewerker. Ook als opdrachtgever ben je aansprakelijk, nu is alleen de werkgever via wie je het personeel inhuurt aansprakelijk.
  • Als je je werknemer minder dan het cao-loon betaalt kan hij vanaf 1 juli makkelijker bij de rechter het volledige loon eisen met een verzoekschrift, nu moet dat nog via een dagvaarding.
  • De Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) maakt de namen van gecontroleerde bedrijven bekend.
  • Werkgevers- en werknemersorganisaties wisselen informatie met de Inspectie SZW uit als ze vermoeden dat er geen cao-loon wordt betaald.

Een deel van de maatregelen is uitgesteld tot 1 januari 2016

  • Je mag geen kosten meer met met wettelijk minimumloon verrekenen (zoals huisvesting of ziektekostenpremies).
  • Je mag salaris niet meer volledig contact betalen, je moet minimaal het deel van het salaris dat gelijk is aan het minimumloon overmaken per bank.
  • Je moet meer gegevens op de salarisstrook vermelden over de onkostenvergoeding.

VOG kan geweigerd worden op basis van politiegegevens

Een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor je medewerker kan vanaf 1 juli ook geweigerd worden op basis van politiegegevens. Tot dan kon het alleen als de als justitiële gegevens van de aanvrager in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) staan.
* Deze wetswijziging is nog niet definitief, maar gaat naar verwachting op 1 juli in.

Meer info over dit onderwerp vind je op de site van MKB Servicedesk

Bron + foto infographic: MKB Servicedesk

Beschuldigd

Criterium bestuurderaansprakelijkheid toch niet verzwaard

Afgelopen decennia heeft de Hoge Raad, het hoogste rechtsprekende instantie in Nederland, diverse uitspraken gedaan waarin criteria zijn ontwikkeld wanneer je als bestuurder van bijvoorbeeld een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in privé aansprakelijk kan worden gehouden voor de schulden van die desbetreffende vennootschap.

In het geval dat een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis (wanprestatie) of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is, naast aansprakelijkheid van de vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Er gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap dan ook hogere eisen dan in het algemeen het geval is.

Eind 2012 (op 23 november 2012) deed de Hoge Raad opnieuw een uitspraak die door diverse juristen en advocaten zodanig werd geïnterpreteerd dat zij stelden dat de aansprakelijkheidsmaatstaf (uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid) werd verlicht.

Alhoewel in de literatuur al door sommige schrijvers werd aangenomen dat deze conclusie niet juist was, heeft de Hoge Raad zich recent (op 5 september 2014) over deze zaak uitgesproken en één en ander opgehelderd.

De Hoge Raad concludeerde dat in het geval dat er sprake is van een normschending door iemand die (ook) bestuurder van een vennootschap is, bij de beoordeling of de betrokkene in privé aansprakelijk gesteld kan worden gesteld, gekeken moet worden of de betrokkene bij de verweten normschending heeft gehandeld bij zijn taakvervulling als bestuurder van zijn vennootschap of als deskundig bemiddelaar (dienstverlener).

Indien betrokkene heeft gehandeld in strijd met een op hem in die hoedanigheid van deskundig bemiddelaar (dienstverlener) rustende zorgvuldigheidsnorm, kan hij/zij in dat kader aansprakelijk worden gesteld en geldt er in dat geval geen verzwaarde aansprakelijkheidsmaatstaf (zoals hierboven weergegeven).

Indien echter sprake is van handelen van de betrokkene bij zijn taakvervulling als bestuurder van een vennootschap, dient de vraag of hij/zij ook persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die de andere partij lijdt, (nog) steeds overeenkomstig de verzwaarde maatstaf voor bestuurdersaansprakelijkheid worden beantwoord.

Scherp Advocaten kan niet anders stellen dat dit een terechte conclusie van de Hoge Raad is. Dit neemt niet weg dat de scheidslijn niet eenvoudig te trekken valt; mocht u advies in dezen nodig hebben dan adviseren wij u hierbij contact met ons op te nemen.

 

 

contract

Payrollwerknemers krijgen grotere ontslagbescherming

Ontslagbesluit per 1 januari 2015 aangepast voor payrollwerknemers.

Werknemers in dienst van payrollbedrijven krijgen vanaf 1 januari a.s. al een grotere ontslagbescherming. Vanaf dan wordt de ontslagaanvraag bij het UWV getoetst alsof de werknemer in dienst is bij de inlenende werkgever. Het blijft wel de formele payrollwerkgever die het ontslag moet aanvragen. Zo blijkt uit het nieuwe ontslagbesluit dat Minister Asscher op 25 november jl. heeft gepubliceerd.

Bij payrolling werft en selecteert de inlenende werkgever zelf de ingeleende werknemer. Bij uitzending wordt dit door het uitzendbureau gedaan.  In het huidige recht geldt dat wanneer de payrollopdracht bij de inlener eindigt, het payrollbedrijf alleen dit gegeven bij het UWV hoeft aan te tonen om de arbeidsrelatie te mogen beëindigen. In het nieuwe recht wordt het ontslag echter getoetst alsof de werknemer in dienst is van het inlenende bedrijf. Het payrollbedrijf moet dus bij een economische reden ook de noodzaak aantonen en zal het afspiegelingsbeginsel moeten toepassen Bij een reden die met het functioneren te maken heeft zal er aan de voorwaarden voor dat ontslag ook worden getoetst alsof de werknemer in dienst is van de inlener.

Voor arbeidsovereenkomsten die worden aangegaan vanaf 1 januari 2015 gelden deze wijzigingen. Zodra het algehele ontslagrecht wijzigt per 1 juli 2015 (WWZ), zal dit echter onmiddellijke werking hebben en dus ook van toepassing worden op eerder aangegane arbeidsovereenkomsten.

Bron: Transport & Logistiek Nederland – Natalie Schaap

geld

[gastblog] Slachtoffer van wanbetaler?

Bij het tot stand komen van een overeenkomst kan er van worden uitgegaan dat deze overeenkomst positieve gevolgen met zich mee moet gaan brengen voor alle betrokkenen. Partijen gunnen elkaar de opdracht en gaan voor elkaar aan de slag. Als opdrachtnemer steek je veel energie, tijd en vaak ook geld in de ontvangen opdracht om deze zo goed mogelijk uit te voeren. Je doelstelling is immers het realiseren van een tevreden opdrachtgever. Dan is het moment suprême daar en lever je de dienst of het product met volle trots en gaat je hart sneller kloppen bij het waarnemen van een gelukkige opdrachtgever.

Ordinaire wanbetaler

Vanaf dat moment ligt de bal bij de opdrachtgever en zal hij de door jouw opgestelde factuur binnen 14 dagen moeten voldoen. Na 20 dagen constateer je, tijdens het internetbankieren, dat de factuur helaas nog niet is voldaan. Daar kunnen natuurlijk vele legitieme redenen voor zijn en binnen enkele minuten ligt de herinnering in een gesloten envelop bij de overige brieven die vandaag op de post moeten. Ook deze herinnering en de twee aanmaningen die volgen leiden niet tot betaling. Ongelooflijk, de opdrachtgever leek zo een aardige en betrouwbare man en nu is het niets meer dan een ordinaire wanbetaler.

Alles voor niets!

Wat doen de ‘slachtoffers’ van wanbetalers? Het komt helaas nog vaak voor dat bedrijven ervoor kiezen om de openstaande vordering af te boeken en zo hun marge laten schieten. In mijn optiek een onverstandige beslissing, hetgeen ik zal onderbouwen met een voorbeeld. Stel, je haalt als ondernemer zijnde iedere werkdag één opdracht binnen en op iedere opdracht zit 10% marge. Dit betekent dus feitelijk dat je als ondernemer bij één wanbetaler twee weken voor niets hebt gewerkt. Deze twee weken had je dus ook lekker op een willekeurig strand kunnen doorbrengen. Alles voor niets dus! Dit terwijl je als crediteur recht hebt op het openstaande bedrag want jij hebt je immers keurig aan je deel van de overeenkomst gehouden.

Komt de wanbetaler er mee weg of niet?

Onderzoek van het Verbond van Creditmanagement Bedrijven (VCMB) heeft uitgewezen dat ondernemingen van mening zijn dat incassotrajecten de relatie met de klant onder druk zet, waardoor men te snel voor afboeken kiest. Niet een geheel onbegrijpelijk standpunt, maar het kan toch niet zo zijn dat je als rechthebbende het er dan maar bij laat zitten en dat de wanbetaler er nog mee weg komt ook? Angst hoeft niet altijd een slechte raadgever te zijn, maar in dit geval is het dat wel. Hoe hoog heeft de klant u eigenlijk zitten nu hij u zo in verlegenheid brengt? Moet u een relatie willen met iemand die een wanbetaler blijkt te zijn? Daarnaast is de wanbetaler zich ervan bewust dat u nog een vordering op hem hebt, wat met zich meebrengt dat hij niet verrast zal zijn op het moment dat wij, voor u, hem aanschrijven. Hij had immers naar alle waarschijnlijkheid hetzelfde gedaan. Wel zal hij schrikken en zal hij deze brief serieuzer nemen dan alle correspondentie, met alle respect,van uw zijde. Vanaf dat moment weet debiteur, dat hij op relatief korte termijn, in rechte betrokken zal worden indien hij geen haast maakt met betalen met alle (financiële) gevolgen van dien.

Vergeet de term ‘wanbetaler’ en geef Van Loon Incasso Advocaten de kans om de openstaande vordering (ook nog gratis!) te innen voor u!

Meer weten? Neem contact op met Van Loon Incasso Advocaten via info@incassoadvocaten.nl of kijk op onze website: www.incassoadvocaten.nl

 

 

juridisch Boeken

Verplichte registratie van onderhandse pandaktes bij de Belastingdienst: hoe werkt dit?

Sinds jaar en dag vragen partijen die een financiering verstrekken zekerheidsrechten in de vorm van pandrechten van de kredietnemer. Er zijn twee vormen van pandrechten: pandrecht op vorderingen en pandrecht op roerende zaken (alle zaken die niet onroerend zijn). In het laatste geval kan weer een onderscheid worden gemaakt tussen een pandrecht waarbij de roerende zaak in de macht van de pandhouder (de verstrekker van de financiering) wordt gebracht of waarbij de roerende zaak in de macht van de pandgever (de kredietnemer) wordt gebracht.

Pandaktes op vorderingen en pandaktes op roerende zaken die niet in de macht van de pandhouder (de verstrekker van de financiering) worden gebracht en welke onderhands worden gevestigd (dus zonder tussenkomst van de notaris) moeten worden geregistreerd bij de Belastingdienst.

De voornaamste reden waarom voornoemde pandaktes geregistreerd dienen te worden bij de Belastingdienst, is volgens de Hoge Raad het voorkomen van antedateren. Door de registratie wordt bewijs verkregen van de datum van vestiging van het pandrecht. De inhoud van de aktes wordt aldus niet geregistreerd.

Het aanbieden van pandaktes aan de Belastingdienst ter registratie is niet ingewikkeld. De ondertekende pandakte (of een kopie van deze akte) kan persoonlijk worden afgegeven bij of per post worden opgestuurd naar het belastingkantoor dat de akten registreert.

Indien de akte persoonlijk wordt afgegeven geldt als datum van registratie de dag waarop de akte wordt afgegeven; indien de akte per post wordt opgestuurd, geldt de dag waarop de Belastingdienst de akte heeft ontvangen.

Sinds kort kan de akte niet meer bij het plaatselijke belastingkantoor worden geregistreerd maar alleen nog bij het belastingkantoor in Rotterdam. Voor meer informatie over dit belastingkantoor verwijzen wij u naar de link op de website van de Belastingdienst.

Marianne Zeeman – Scherp Advocaten

 

 

geld

Het geld ligt voor het grijpen en toch pakken we het niet op!

Veel ondernemers hebben de afgelopen jaren behoorlijk geklaagd. Was het terecht? Ja, vaak wel. Economisch gezien hebben we barre tijden achter de rug. Voor menig bedrijf is het ronduit moeilijk geweest het hoofd boven water te houden. Maar mogen we dan alles maar afschuiven op een haperende economie? Dat zou te gemakkelijk zijn. Hebben we ook kritisch genoeg naar onszelf gekeken? De meesten vinden van wel. En deels zal dat zeker kloppen. Wij van Van Loon Incasso Advocaten wil daar toch graag een nuance in aanbrengen. Wij stellen namelijk dat ondernemers nog steeds te vaak geld laten liggen, terwijl het gewoon voor het grijpen ligt, en dat zonder kosten (gratis dus!).

Facturen te snel als oninbaar verklaren

Bij Van Loon Incasso Advocaten fronsen we regelmatig onze wenkbrauwen. Wij zien en horen regelmatig dat schuldeisers snel afhaken op het moment dat de debiteur weigert een rekening te betalen. Natuurlijk is elk geval verschillend en kan niet per definitie worden gesteld dat elke schuldeiser de situatie niet correct inschat. Maar als Van Loon Incasso Advocaten deze berichtgevingen spiegelt aan haar eigen slagingspercentage in dit soort zaken, is het overduidelijk dat ondernemers de openstaande facturen te snel als oninbaar verklaren. Blijkbaar heeft men geen trek in het versturen van aanmaningen, het nabellen van debiteuren en alles wat erbij komt kijken. Men vindt schijnbaar dat het te veel tijd kost en het negatieve energie oplevert. Wij doen het graag voor u, zonder dat het u iets kost!

Niet alleen blaffen maar ook bijten

Dat laatste kan niet worden ontkend. Het is absoluut geen pretje om je werkdag te beginnen met het benaderen van debiteuren om vervolgens wéér te horen dat het openstaande zojuist is overgemaakt. Toch zouden veel ondernemers al snel anders gaan denken, als men hoort dat Van Loon Incasso Advocaten een slagingspercentage van 89 % (!) realiseert. Waarom lukt het de één wel en de ander niet om zo’n hoog slagingspercentage te bewerkstelligen? Lyon Veldhuizen van Van Loon Incasso Advocaten kent hierover geen twijfels en laat weten: “Debiteuren en wanbetalers schrikken niet meer van een brief van zomaar een willekeurig incassobureau. Maar zeg nu zelf, als je als debiteur drie incassobrieven ontvangt, één van jan Janssen Incassobureau, één van het deurwaarderskantoor en één van Van Loon Incasso Advocaten, welke betaal je als eerste? In onze organisatie kennen we de kracht van ons briefpapier en werken we met specialisten op het gebied van incasso’s met tal van bevoegdheden en kennis die een regulier incassobureau of deurwaarderskantoor niet heeft. Wij blaffen niet alleen, maar bijten zo nodig ook, en dan ook nog zo hard als de wet ons toelaat en onze opdrachtgever wenselijk acht.

Een kans die men niet mag laten liggen

Bij Van Loon Incasso Advocaten weet men dus wat het succes is achter dit hoge slagingspercentage. Toch blijft de verwondering groot. Zelfs dusdanig dat men benieuwd is naar de reacties van ondernemers die in het verleden te snel een vordering hebben afgeschreven. Waarom is men afgehaakt? En wat was de angst? Van Loon Incasso Advocaten is ervan overtuigd dat ondernemers en bedrijven een omslag moeten maken in hun manier van denken. De mogelijkheden zijn er. Want blijkbaar bij het inschakelen van de juiste specialist gaan 9 van de 10 debiteuren en wanbetalers alsnog overstag en betalen zij dus toch de openstaande factuur. Het is een kans die men niet mag laten liggen en dat op basis van No Cure No Pay! Kortom geen risico voor de opdrachtgever. Wat weerhoudt u?

Meer weten? Neem contact op met Van Loon Incasso Advocaten via info@incassoadvocaten.nl of kijk op onze website: www.incassoadvocaten.nl

faillissementen efficiënter afwikkelen

Annuleringsbedingen en matiging van boetebedingen

Recentelijk werd ik door cliënt benaderd die zeer ruim voor de datum van een bijeenkomst de komst van zijn team (bestaande uit 20 man/vrouw) annuleerde en toch een forse rekening gepresenteerd kreeg. De contractspartij waarmee mijn cliënt zaken had gedaan, verwees naar een annuleringsbeding opgenomen in de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. In dit beding was opgenomen dat bij annulering evengoed verplicht was aan de opdrachtnemer te betalen.

De cliënt kwam naar mij toe met de doodeenvoudige opmerking: “Dat kan toch niet kloppen? Mijn contractspartij heeft amper kosten moeten maken, kunnen nu de plaatsen gewoon opnieuw verkopen en worden hier dus beter van”. De contractspartij stelde zich echter op het standpunt dat hij gewoon uit hoofde van het annuleringsbeding recht op het gevorderde bedrag had. Hij had bovendien wel degelijk kosten gemaakt.

Hoe zit het nu juridisch met het annuleren van een dienst en een in dat kader overeengekomen annuleringsbeding?

Annuleringsbedingen worden in de automobielbranche, door cursusaanbieders en in de horeca- / cateringbusiness veelvuldig in de overeenkomst opgenomen. Een annuleringsbeding kan worden gekwalificeerd als een boetebeding. Een boetebeding is afhankelijk van het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst (ook wel in de volksmond beter bekend als wanprestatie). Er is een verschil tussen zuivere (eigenlijke) boetebedingen en oneigenlijke boetebedingen. Dit laatste type is niet in de wet vastgelegd maar gevormd in de rechtspraak.

Het oneigenlijke boetebeding ziet op een afspraak tussen partijen, waarbij de schuldenaar een bepaalde prestatie mag verrichten en wanneer hij dat niet doet een andere prestatie moet verrichten. Bij het oneigenlijke boetebeding is slechts één prestatie “verplicht” en wel onder de voorwaarde dat de andere prestatie niet wordt verricht. In de literatuur wordt ook wel bepleit dat een annuleringsbeding het karakter heeft van een oneigenlijk boetebeding.

Kan dit annuleringsbeding als zijnde oneigenlijke boetebeding gematigd worden? Ja, door de Hoge Raad is bepaald dat net als bij zuivere boetebedingen de rechter de boete op verzoek van één van de partijen kan laten matigen, ‘als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist’ maar alleen als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal een rechter die tot matiging over wenst te gaan niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

Naast matiging van de boete kan er door één van de partijen een beroep op worden gedaan dat er op de boete (gedeeltelijk) geen beroep kan worden gedaan op basis van artikel 6:248 lid 2 BW, omdat het boetebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (al dan niet gedeeltelijk) onaanvaardbaar is.

Dat cliënt in beginsel een vergoeding verschuldigd was voor de kosten die zijn contractspartij in het kader van de overeenkomst reeds had gemaakt en voor de schade die de contractspartij heeft geleden door het annuleren door cliënt stond buiten kijf echter – geheel in lijn met de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 juli 2008 – het is echter wel aan de contractspartij om te stellen en – bij betwisting – tenminste aannemelijk te maken dat zij kosten heeft gemaakte en/of schade heeft geleden en tot welk bedrag.

Als u (tijdig) een dienst annuleert, accepteer dan dus niet onmiddellijk dat u een hoge en niet in verhouding tot de door de andere partij reeds gemaakte kosten en eventuele geleden schade zijnde vergoeding (opgenomen in een tussen partijen overeengekomen annuleringsbeding) moet betalen. In dit specifieke geval hebben partijen een schikking getroffen waarbij cliënte nog een klein bedrag verschuldigd was aan de contractspartij. Door tussenkomst van een advocaat kan het treffen van een dergelijke schikking eenvoudiger zijn omdat de andere partij dan door de advocaat bewust kan worden gemaakt dat opname van een annuleringsbeding in een overeenkomst niet zomaar de conclusie rechtvaardigt dat bij annulering hij/zij ook zonder meer recht heeft op het bedrag opgenomen in het annuleringsbeding, tenzij dit bedrag natuurlijk meer dan redelijk is.

 

Marianne Zeeman – Scherp Advocaten

justitie gerechtshof

Dwangakkoord schuldeisers biedt kans op misbruik

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie wil een sanering van schulden van een onderneming buiten faillissement mogelijk maken door crediteuren en aandeelhouders die hierbij onredelijk dwarsliggen, te dwingen mee te werken. Doel is de problematische schulden praktisch, snel en met zo min mogelijk kosten aan te pakken om het bedrijf van de ondergang te redden.

NO-NCW en MKB-Nederland staan positief tegenover het voornemen van minister Opstelten van Justitie om onredelijke schuldeisers te dwingen mee te werken aan een akkoord dat een faillissement kan voorkomen. Dat akkoord sluit een bedrijf in problemen met zijn schuldeisers. De ondernemingsorganisaties wijzen er wel op dat misbruik van deze regeling moet worden voorkomen. Bij zo’n ‘dwangakkoord’ is namelijk geen curator betrokken die daar bij faillissementen normaal op toeziet.

Deskundige aanwijzen

Schuldeisers moeten volgens VNO-NCW en MKB-Nederland de mogelijkheid krijgen om de rechtbank te vragen een onafhankelijke deskundige aan te wijzen om de boeken van de schuldenaar te raadplegen. Zo kunnen zij controleren of de schuldenaar wel een juiste voorstelling van zaken geeft.

Verzwijgen

Een schuldenaar kan bijvoorbeeld voorafgaand aan een akkoord eerst bevriende schuldeisers betalen. Hij kan geheime regelingen treffen met schuldeisers in ruil voor medewerking aan een akkoord. Ook kan hij een onvolledige lijst van schuldeisers presenteren, meer schulden opvoeren dan hij heeft, of bezittingen verzwijgen. Schuldeisers kunnen geneigd zijn om een akkoord te accepteren en zo niet het risico te lopen dat ze helemaal niks krijgen in geval van faillissement.

Meerderheid genoeg

Volgens het wetsvoorstel van Opstelten is een ruime meerderheid van schuldeisers voldoende om tot sanering van de schulden via een akkoord over te gaan. Schuldeisers krijgen bijvoorbeeld later uitbetaald of worden uitbetaald in aandelen in plaats van geld. Zij hoeven daar niet aan mee te werken als zij op basis van het akkoord minder zouden krijgen dan bij een faillissement.

Bron: VNO NCW & Rijksoverheid