generatiepact metaal en techniek

Generatiepact vanaf 2018 mogelijk in Metaal en Techniek

Op 1 januari 2018 is het Generatiepact van start gegaan. Het Generatiepact geldt voor werknemers vanaf 62 jaar en werkgevers die vallen onder de cao Metaal en Techniek. Met het generatiepact kunnen medewerkers van 62 jaar of ouder op hun verzoek minder gaan werken. Zo maken ze ruimte voor een opkomende jongere generatie en kunnen tegelijkertijd langer fit en met plezier hun fysieke werk voortzetten. Eén oplossing voor jong en oud. Door het terugtreden van deze medewerkers ontstaat voor jongeren de kans om in een vaste baan in te stromen. Het is een vrijwillige regeling waarmee de werkgever moet instemmen.

Alle informatie over het Generatiepact vind je op de tijdelijke site  www.generatiepactmetaalentechniek.nl, zoals welke varianten er mogelijk zijn, veel gestelde vragen en een model aanvulling arbeidsovereenkomst.

Plan van aanpak tegengaan mestfraude goede eerste stap

Plan van aanpak mestfraude

Om mestfraude zichtbaar te maken en wie zich aan de regels houdt en wie niet, wordt een kwaliteitskeurmerk ingevoerd voor alle ondernemers binnen de mestketen. Voor ondernemers zonder keurmerk kan dit betekenen dat het moeilijk wordt een financiering te krijgen of hun product te laten vervoeren.

Dit is de kern van een plan van aanpak van de Land- en Tuinbouw Organisatie LTO, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), Rabobank, CUMELA en Transport en Logistiek Nederland (TLN). Het plan van aanpak is opgesteld op uitdrukkelijk verzoek van minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met als doel het  tegengaan van mestfraude en het realiseren van een cultuurverandering binnen de sector. In de brief die naar de Tweede Kamer is gestuurd spreekt de minister van een goede eerste stap.

Minister Carola Schouten: “Ik heb de partijen eerder duidelijk gemaakt dat de verantwoordelijkheid voor een cultuurverandering en het tegengaan van fraude uitdrukkelijk bij de sector ligt. Ik ben blij te zien dat zij deze verantwoordelijkheid nemen. Het is een goede eerste stap. Als volgende stap heb ik opgeroepen zoveel mogelijk partijen in de keten het kwaliteitskeurmerk te laten ondertekenen. Bovendien moet duidelijk zijn aan welke regels de bedrijven moeten voldoen om het keurmerk te krijgen en welke externe onafhankelijke organisatie deze  controleert. Om het proces nauwgezet te volgen heb ik alle betrokken partijen gevraagd iedere drie maanden weer bij mij aan tafel te komen.”

Aanvullende maatregelen vanuit overheid

Naast het plan van aanpak van de sector, zal de overheid met een aantal aanvullende maatregelen komen. De meest belangrijke zijn:

  • Versterkt toezicht in risicogebieden
  • Meer inzet op techniek
  • Geen subsidies voor frauderende bedrijven
  • Vereenvoudiging van mestregels

Er wordt ingezet op meer gericht toezicht en handhaving in de gebieden waar mestfraude vaker voorkomt. Hiervoor zal intensief worden samengewerkt met provincies, gemeenten en waterschappen en de omgevingsdiensten. Als er fraude wordt geconstateerd is in veel gevallen veel (personele)  inzet nodig om daadwerkelijk tot vervolging over te kunnen gaan. Daarom wordt met alle betrokken partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, bekeken of hiervoor zogenoemde taskforce een opgezet kan worden.

Verder wordt de hoeveelheid mest die een transporteur vervoert op dit moment op papier doorgegeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De vervoerder kan dat tot 30 dagen na transport doen. De regelgeving wordt zo aangepast dat het mesttransport in de toekomst via een app, real time moet worden doorgegeven. De mogelijkheden voor het in eigen voordeel aanpassen van de administratie worden hierdoor beperkt.

Geen subsidie frauderende bedrijven/vereenvoudiging mestregels

Door RVO wordt onderzocht of subsidies die door de overheid worden verstrekt, ook terechtkomen bij bedrijven die fraude plegen. Daarna wordt onderzocht of deze subsidies kunnen worden stopgezet of teruggevorderd. De provincie Noord-Brabant heeft inmiddels aangegeven dat het stappen onderneemt om ervoor te zorgen dat vergunningen en subsidies niet bij frauderende bedrijven terechtkomen. Er wordt verkend hoe andere provincies hier mee omgaan.

Het stelsel van wet- en regelgeving op het gebied van mest is erg complex. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de mogelijkheden voor fraude, maar ook voor de administratieve lasten van de sector.  Een toekomstbestendig systeem is noodzakelijk. Het ministerie van LNV zal hierover samen met de sector het gesprek vervolgen.

Lees hier de kamerbrief over plan van aanpak mestfraude

Wat te doen met die lege stal?

Gebouwen boerenbedrijven leegstand

Met name in het noorden van Noord-Holland komen steeds meer gebouwen van boerenbedrijven leeg te staan.

De provincie Noord-Holland wil voorkomen dat deze gebouwen door gebrek aan onderhoud vervallen of gebruikt worden voor oneigenlijke activiteiten zoals caravanstallingen in kassen. De provincie gaat samen met de gemeenten en de agrarische sector per regio een plan opstellen hoe hier het beste mee omgegaan kan worden.

“Het probleem is groter dan ik had gedacht. Alleen al in Noord-Holland gaat het tot 2030 om bijna anderhalf miljoen vierkante meters aan leegstaande gebouwen. Dit speelt ook in de andere provincies. Ik ga daarom via het Interprovinciaal Overleg ook bij het Rijk aandringen op maatregelen.” aldus Jaap Bond, gedeputeerde Economische Zaken en Landbouw van de provincie Noord-Holland. Bond reageert hiermee op het onderzoek dat Wageningen Economic Research en het Kadaster hebben gedaan naar vrijkomende agrarische bebouwing.

Leegstand bedrijfsgebouwen

De provincie heeft Wageningen Economic Research en het Kadaster gevraagd om te onderzoeken hoeveel gebouwen van boerenbedrijven er leeg komen te staan in Noord-Holland. Boerenbedrijven worden steeds groter, maar hun aantal neemt af. Tussen 2000 en 2015 zijn 2210 boerenbedrijven gestopt. Naar verwachting zullen tot 2030 nog 1300 bedrijven stoppen. De woonhuizen op het erf blijven meestal bewoond, maar de bedrijfsgebouwen blijven vaak leeg staan. Tot 2030 gaat het in totaal om 1,4 miljoen vierkante meters aan bedrijfsgebouwen.

Regionale verschillen

In de Kop van Noord-Holland staan meer gebouwen leeg dan in het zuiden van de provincie. Bond: “Dit vergt per regio een eigen aanpak. Rondom Amsterdam en in het Gooi zijn andere mogelijkheden voor nieuwe bestemmingen van leegstaande gebouwen dan in de Kop van Noord-Holland.” Uit de vragenlijst aan de gemeenten en de expertmeeting met stakeholders komt naar voren dat VAB’s op het moment nog niet als probleem ervaren wordt in Noord-Holland.

Vooral in het noorden van de provincie wordt door gemeenten aangeven dat er nu wel leegstand is, maar dat dit niet als probleem gezien wordt. Tijdens de expertmeeting komt ter sprake dat veel agrariërs na bedrijfsbeëindiging op het eigen erf willen blijven wonen. Verkoop van de grond en verhuur van de gebouwen levert vaak voldoende inkomsten op om dit mogelijk te maken. Daarnaast is er veel vraag naar locaties in het buitengebied en worden voor leegstaande gebouwenmakkelijk nieuwe functies gevonden. Voor de toekomst geven de gemeenten en andere deelnemers van de expertmeeting aan VAB’s wel als opgave in het landelijk gebied te zien.

Je kunt hier het complete rapport downloaden.

Jaap Bond geeft startschot voor duurzame & gezonde schoolkantine

Dit schooljaar start het Clusius College in Grootebroek als eerste school in Nederland met een gezonde én duurzame schoolkantine. Op donderdag 8 september krijgt gedeputeerde Jaap Bond een gezonde en duurzame lunch geserveerd, die gemaakt is door leerlingen van het Clusius College in Grootebroek. Deze lunch is de aftrap van het project de gezonde en duurzame schoolkantine.

Regionale producten

Op het menu van 8 september staan o.a. de bio yoghurt van zorgboerderij de Dijkgatshoeve, komkommers van Piet Hoogland, appels en peren van Boer Jonk, tomaten van kwekerij Osdorp en uien, sla en fruitsappen van diverse telers uit Noord-Holland. Kortom, het belooft een speciale en smakelijke lunch te worden. Doordat in de schoolkantine niet alleen wordt gewerkt met gezonde producten maar ook met duurzame producten, staan er veelal regionale producten op de kaart. Door de invoering van regionale producten in de keukens van instellingen en organisaties wordt er minder voedsel verspild. Daarnaast neemt de transportafstand met meer dan 75 % en de CO2 emissie met meer dan 89 % af.

Ketensamenwerking

Regionale samenwerking en duurzame inkoop geeft ook een economische impuls aan de ketenpartijen: boeren en tuinders, voedselverwerkers, leveranciers, cateraars en onderwijsinstellingen. In nieuw op te zetten (verkorte) ketens staat samenwerking centraal om in elementaire regionale behoeftes te voorzien. De kortere lijn die daarbij ontstaat tussen voedselproducenten en consumenten biedt de primaire producent meer kans op marktinvloed en legt een gezonde economische basis voor regionale voedselproductie voor de korte én lange termijn.

Project “Duurzaam Door”

De gezonde en duurzame schoolkantine maakt onderdeel uit van het project “Duurzaam Door” van de Provincie Noord-Holland en wordt in samenwerking met GreenPort NHN en Atlantis Handelshuis opgezet. De leerlingen worden betrokken bij de inkoop en bereiding van de gerechten in de schoolkantine. Tijdens het vak VAB (bewerking agrarische producten) krijgen zij voedselonderwijs: waar komen de producten vandaan, wat is gezonde voeding, wat zijn de verschillende teeltmethodes, hoe wordt er geteeld (traditioneel, duurzaam, biologisch)? Al eerder dit jaar brachten de leerlingen een bezoek aan verschillende agrarische bedrijven en telers.

De pilot de duurzame en gezonde schoolkantine wordt verder uitgerold in de regio. Voor meer informatie zie www.greenportnhn.nl

 Video