Doelen Energieakkoord binnen bereik

Alle doelen van het Energieakkoord komen binnen bereik dankzij een nieuw maatregelenpakket. Het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de overheid hebben extra maatregelen afgesproken om de doelen voor hernieuwbare energie, energiebesparing en werkgelegenheid in 2020 te kunnen halen. Eind 2017 bleek al dat de andere doelen uit het Energieakkoord (energiebesparingstempo en hernieuwbare energie in 2023) ruimschoots op schema liggen.

Door het nieuwe maatregelenpakket hebben de partijen er vertrouwen in dat, met maximale inzet van alle betrokken partijen, de doelen gehaald kunnen worden. Dit staat in de ‘Uitvoeringsagenda 2018’ van de Borgingscommissie, die minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Lees meer

Maritime & offshore carreer event

Registreer nu voor het Maritime & Offshore Career Event

Maritieme, offshore en logistieke carrièrejagers kunnen zich vanaf nu registeren voor het Maritime & Offshore Career Event (MOCE) 2018 op www.MOCE.biz.

Op woensdag 28 maart staat het WTC Rotterdam geheel in het teken van carrièremogelijkheden binnen de maritieme, offshore en energie sector. Net als de afgelopen 11 jaar verwelkomt de organisatie verschillende bedrijven uit de gehele sector, die op zoek zijn naar zowel nieuw talent als ervaren professionals. De toegang tot het event is gratis.

Lees meer

10 nov 2017 Chemiesector NH duurzamer door investering in demonstratiefabriek ChainCraft

De chemische sector in Noord-Holland verduurzaamt. Dit gebeurt onder meer door fossiele en op palmolie gebaseerde grondstoffen te verruilen voor biologische vetzuren.Met het beklinken van een investering van het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland is het bedrijf ChainCraft een stap dichterbij gekomen om deze missie te realiseren.

ChainCraft bouwt nu een demonstratiefabriek in het Amsterdamse havengebied en kan daarmee organisch restafval omzetten in hoogwaardige vetzuren voor de chemie. Hiermee kan de provincie jaarlijks de CO2-uitstoot met zes miljoen kilogram verminderen.

Biobased vervangers

“We kunnen nu vetzuren produceren uit organische reststromen van bijvoorbeeld de agro-, food- en feedsector. Normaal gesproken wordt dit restafval vergist tot biogas voor elektriciteit of transportbrandstof. Ons proces levert biobased chemicaliën op, die één-op-één-vervangers zijn van petrochemische en palmolie-producten. Je kunt ze inzetten voor de productie van smeermiddelen, weekmakers, verven en coatings, maar ook in de diervoederindustrie”, aldus Niels van Stralen van ChainCraft.

Forse impact op milieu

Het productieproces van ChainCraft zorgt niet alleen voor het hergebruik van restmaterialen en dus een sluitende afvalkringloop, maar ook voor een significant lagere CO2-uitstoot. Concreet betekent dit een besparing van minstens zes miljoen kilogram CO2 per jaar in de provincie Noord-Holland. Die aanzienlijke impact op de industrie en het milieu was voor het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland dé reden om te investeren in hetbedrijf. Fondsdirecteur Bart Blokhuis: “ChainCraft kan nu direct starten met de bouw van de demonstratiefabriek en op korte termijn laten zien dat zijn innovatieve technologie op industriële schaal concurreert met aard- en palmolie. Als deze exploitatie slaagt, willen we – ondernemers, participatiefonds en cofinanciers AmsterdamsKlimaat en Energiefonds AKEF en Havenbedrijf Amsterdam – opschalen naar een commerciële fabriek met een productiecapaciteit van 10.000 à 20.000 ton vetzuren. Naar verwachting zijn we in 2021 of 2022 al zover

Minder CO2, meer banen

Jack van der Hoek, gedeputeerde duurzaamheid van de provincie Noord-Holland, ziet de doorontwikkeling van ChainCraft als een versnelling van de verduurzaming van de Noord-Hollandse economie. “De vervanging van zo veel mogelijk fossiele en andere niet-duurzame grondstoffen tegen een biobased alternatief geeft echt versterking aan de CO2-reductie in onze provincie. Daarnaast zorgt de komst van de demonstratiefabriek voor nieuwe werkgelegenheid. Het is dus niet voor niets dat we ChainCraft ook subsidie hebben verleend via het Kansen voor West-programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling EFRO en onder meer de provincie Noord-Holland.”

Bron + film: Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland ChainCraft NL

Geris Bouwtechniek

Energiezuiniger leven waar moet ik beginnen?

Geris Bouwtechniek is hét bouwkundige adviesburo waarbij energiebesparing en -opwekking een centraal thema vormen. Wij zetten ons in voor bewustwording én het voorkomen van energieverspilling in de vastgoedsector. Onze kracht is een duidelijke analyse waarbij onconventionele concepten niet worden overgeslagen. Omdat bij het realiseren van energiebesparing kleine aanpassingen op bouwkundig of installatietechnisch gebied weinig tot geen rendementen bezorgen adviseren wij verschillende totaalpakketten die ervoor zorgen dat het loont. Met onze praktische concepten ben je weer een stap dichter bij een energiezuiniger leven.

Lees meer

De ondertekening van de City Deal ‘elektrische deelmobiliteit in stedelijke gebiedsontwikkeling’ is het startpunt voor een driejarig programma

30 miljoen voor groene transportinitiatieven

De vergroening van de transportsector krijgt een extra steun in de rug. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakt 30 miljoen euro vrij voor bedrijven die innovaties ontwikkelen, zoals een vuilniswagen op waterstof, het opzetten van pakjesbezorging met elektrische busjes en het maken van biobrandstoffen met algen.

Samen met andere initiatieven, zoals de vorig jaar gesloten afspraak met vervoerders om vanaf 2025 alleen nog met elektrische ov-bussen te rijden, wil het ministerie met deze stimuleringsregeling zorgen voor een snellere overgang naar een duurzame transportsector met auto’s en vrachtwagens die minder uitstoten.

Groen ondernemen

De Demonstratieregeling Klimaattechnologieën en -innovaties in transport (DKTI-Transport) richt zich specifiek op ondernemers uit de transport- en vervoersector en kennisinstellingen die zelf ook mee willen investeren in groene oplossingen. DKTI-Transport is een vervolg op een subsidie die vorig jaar is verstrekt voor industriële ontwikkeling in de transportsector. Hierdoor zijn inmiddels kansrijke prototypes ontwikkeld, waaronder een elektrische truck (VDL) en een hybride truck (EMOSS).
DKTI-Transport draagt eraan bij dat het voor bedrijven en kennisinstellingen loont om verder te werken aan dit soort nieuwe technieken en om duurzaam transport verder kunnen opschalen.

Levensvatbare oplossingen

Organisaties met kansrijke ideeën kunnen aankloppen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een onafhankelijke expertgroep beoordeelt de voorstellen, waarna de RVO  de subsidie toewijst. Voorwaarden voor subsidie zijn onder meer dat een oplossing nog niet geheel marktrijp is, een sterke business case heeft en levensvatbaar is voor commerciële exploitatie.

In de DKTI-Transport komt elk jaar de nadruk op andere technologie- en innovatieopgaven te liggen. In de eerste ronde, die loopt tot eind 2018, worden projecten beoordeeld die gericht zijn op de ontwikkeling van zuinig vrachtvervoer over de weg, en zich tegelijkertijd richten op de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen uit hernieuwbare bronnen.

Verdeling

Van de beschikbare 30 miljoen euro is er, naast het geld voor DKTI-Transport, 6 miljoen gereserveerd om vanaf 2025 alle nieuwe bussen in Nederland zonder schadelijke uitstoot te laten rijden en nog eens 5 miljoen voor samenwerkingsprojecten van de overheid en het bedrijfsleven. Tot eind 2018 is er 16,7 miljoen euro beschikbaar voor de eerste ronde.
De regeling, die loopt tot eind 2021, sluit aan op de Duurzame Brandstofvisie van het Rijk en de sector, waarin is vastgelegd hoe Nederland tot een duurzame brandstoffenmix in de mobiliteitssector kan komen.

windenergie windmolens windpark

Windparken Amsterdam: Definitieve vergunningen Havenwind en Nieuwe Hemweg

De provincie Noord-Holland heeft besloten de definitieve vergunningen te verlenen voor de windparken Havenwind en Nieuwe Hemweg in Amsterdam.

De windparken Havenwind en Nieuwe Hemweg vallen onder de zes herstructureringsprojecten voor Wind op Land. De parken dragen bij aan de provinciale taakstelling voor Wind op land. In 2020 moet in Noord-Holland 685,5 MW opgesteld vermogen van windenergie op land worden gerealiseerd. Eerder dit jaar verleende de provincie al de vergunningen voor windparken Waardpolder en Groetpolder in de gemeente Hollands Kroon en windpark Ferrum in Velsen.

Met de verleende vergunningen kunnen de initiatiefnemers verdere voorbereidingen voor de realisatie van het windpark treffen.

Ter inzage

De beschikkingen, verklaring van geen bedenkingen en de aanvragen en de bijbehorende stukken liggen digitaal van 12 oktober 2017 tot en met 14 november 2017 ter inzage op de website en (digitaal) bij:

  • Noord-Hollands Archief, Kleine Houtweg 18 te Haarlem. Graag afspraak maken met Rob Lunshof, telefoonnr. 023-5143331;
  • Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Centrum, Algemeen en Sociaal Loket, Amstel 1 te Amsterdam.
    De besluiten staan open voor beroep bij de Raad van State.

De windparken

Windpark Havenwind

Het project is gelegen langs de spoorlijn Amsterdam-Zaanstad op bedrijventerrein Westpoort in Amsterdam. De acht bestaande windturbines worden vervangen door vier nieuwe, die aansluiten op vier andere bestaande turbines, zodat een lijnopstelling van acht ontstaat. De vier windturbines krijgen een ashoogte tussen 84 tot 95 meter en een rotordiameter tussen 82 tot 90 meter. Uiterlijk vier weken voor de start van de bouwwerkzaamheden wordt het gekozen type vastgelegd. Het vermogen per turbine ligt tussen de 2 en 2,3 MW. Het totaal opgestelde vermogen komt dan te liggen tussen de 8 en 9,2 MW. De sanering betreft 5,2 MW, de netto toevoeging aan duurzame opwekcapaciteit is daarmee 2,8 tot 4 MW.

Windpark Nieuwe Hemweg

Het project bestaat uit de realisatie van zes nieuwe windturbines langs het spoor ter hoogte van de Nieuwe Hemweg in Westpoort. De herstructurering bestaat uit het verwijderen van de acht bestaande turbines op dezelfde locatie en het verwijderen van de vier turbines van windpark Lely uit de haven van Medemblik. Dit laatste is in 2016 al gebeurd. De turbines krijgen een ashoogte tussen de 95 tot 100 meter en een rotordiameter van 95 tot 105 meter. Het vermogen van de windturbines ligt tussen de 2 en 3,3 MW per turbine. In totaal gaat het om 12 tot 19,8 MW. De sanering betreft 7,3 MW. Met de nieuwe turbines wordt er maximaal 12,5 MW meer vermogen opgesteld.

Terrein Bijlmerbajes verkocht; Bajes Kwartier wordt nieuwe stadswijk Amsterdam

Alle gebouwen in het Bajes Kwartier worden volledig energieneutraal

Gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM – onderdeel van Koninklijke BAM groep – koopt het terrein van de Bijlmerbajes in Amsterdam van het Rijksvastgoedbedrijf. Samen met AT Capital, Cairn en de ontwerpers OMA, FABRICations en LOLA Landscape ontwikkelt AM er een nieuwe, autoluwe stadswijk: Bajes Kwartier.

Er komen ongeveer 1.350 woningen, zowel koop als huur, variërend van betaalbare starterswoningen tot exclusieve huizen en zorgwoningen. Dertig procent wordt sociale huur, een substantieel deel valt in het segment middeldure huur. Vijf gevangenistorens worden gesloopt, één wordt getransformeerd tot ‘groene toren’ met een verticaal park en stadslandbouw.

Het bestaande hoofdgebouw van de gevangenis wordt het design cluster: een plek voor kunstenaars van internationale allure. Verder komen er horeca en een gezondheidscentrum. De nieuwe woonwijk krijgt een stevig stedelijk karakter, maar ook is er veel groen met tuinen, hoven en waterpartijen. Parkeren moet ondergronds, de wijk is verder autoluw. De gemeente ontwikkelt er een school voor voortgezet onderwijs.

Lees meer

Warmtenetten: een duurzaam alternatief voor aardgas

Duurzaam alternatief voor aardgas, warmtenetten

TNO en ECN Duurzaam hebben in opdracht van het programma Warmte en Koude in de Metropoolregio Amsterdam uitgezocht hoe duurzaam de warmtebronnen in de warmtenetten van de regio Amsterdam zijn.

Naar aanleiding van dit onderzoek is een CO2-ladder voor de warmtebronnen ontwikkeld om afnemers van warmte inzicht te geven in het nut van warmtenetten. In alle gevallen is de CV-ketel thuis het minst duurzaam, zelfs de restwarmte uit een kolencentrale is in dat opzicht een betere keuze.

Een warmtenet is een uitgebreid netwerk van leidingen met warm water afkomstig van verschillende warmtebronnen. Dat kan bijvoorbeeld restwarmte zijn van een fabriek of warmte van een (afval)energiecentrale. Het verwarmde water komt de woning meestal binnen met een temperatuur van 70°C en gaat terug naar de warmtebron met een temperatuur van ongeveer 40°C. Nadeel is dat deze warmte niet altijd gezien wordt als duurzaam. Om die reden is er eenCO2-ladder ontwikkeld.

In de CO2-ladder staat biomassa uit de regio bovenaan met 13 kilogram CO2-uitstoot per gigajoule, direct gevolgd door geothermie met 20 kg per gigajoule. Ter vergelijking is ook de individuele CV-ketel bij mensen thuis opgenomen. Met 61 kilogram CO2-uitstoot is de CV-ketel het meest vervuilend. Zelfs de warmte uit een kolencentrale heeft een lagere CO2-uitstoot. Voor de volledigheid is kolenwarmte vermeld in het overzicht, al is hier geen sprake van in de Metropoolregio Amsterdam.

Lees meer

Komend jaar investeert het ministerie van Infrastructuur en Milieu 6,2 miljard in infrastructuur

TLN wil per 2030 halvering CO2-uitstoot voor transportsector

De CO2-uitstoot halveren in Nederland. Zero emissie in de binnensteden in 2025 en low emissie in het buitengebied. Dat wil TLN met haar leden en collega-brancheorganisaties realiseren in het Nederlandse beroepsgoederenvervoer.

​Het klimaatakkoord van Parijs en het Energieakkoord in Nederland bevatten ambitieuze doelstellingen voor de uitstoot van CO2. Door als transportsector nu door te pakken met het realiseren van de doelstellingen uit beide akkoorden ontstaat er meer ruimte om in verduurzaming zelf het voortouw te nemen en koploper te zijn.

Transitie nodig

Zo vergroten we de kans dat de verduurzaming dusdanig ingericht kan worden dat het de sector ook goed past. TLN roept haar leden op om de al vele goede voorbeelden op het gebied van duurzaamheid binnen transportbedrijven te laten zien. Zo kunnen we aantonen dat de transitie die nodig is om de doelstellingen te bereiken al in gang is gezet.

Alle partijen

Echter, de transitie kan alleen écht slagen als alle betrokken partijen de schouders eronder zetten. Van rijksoverheid tot gemeenten en collega-brancheorganisaties en van transportondernemers tot voertuigbouwers en brandstofleveranciers. Elektrisch aangedreven vrachtauto’s vormen voor stadsdistributeurs een belangrijke factor in de reductie van CO2-uitstoot in de stad. We verwachten dat het haalbaar is om in 2025 de bevoorrading van de grotere binnensteden met zero emissie voertuigen te verrichten. Daarnaast is het belangrijk om een uitfaseringsregeling te treffen tot 2030 voor het gebruik van biodiesel en biogas.

Voldoende materieel

Ten eerste moet er zo snel mogelijk voldoende materieel beschikbaar zijn. Om ervoor te zorgen dat ondernemers niet in de problemen komen tijdens de kostbare overgangsfase naar ander materieel, acht TLN een subsidieregeling nodig. Er zijn al veel goede voorbeelden van duurzame oplossingen en ideeën van TLN-leden. Uiteindelijk moeten er voldoende elektrisch aangedreven vrachtauto’s van de productieband rollen.

Bovendien is het voor transportondernemers belangrijk om te weten op welke wijze de zero emissie gebieden er uit zien en waar ze aan toe zijn. Het is belangrijk dat (om te beginnen de grotere) gemeenten op eenduidige wijze, begin 2018, de zero emissie gebieden afbakenen en markeren. Er vindt binnen de Green Deal ZES overleg met de grotere gemeenten plaats, om deze van zoveel mogelijk informatie te voorzien, zodat ze keuzes ten aanzien van zero emissie gebieden kunnen maken die ook voor de transportsector werkbaar zijn.

GreenTruckFuel

Voor het overige binnenlands vervoer streeft TLN naar de toepassing van GreenTruckFuel, waarmee low emissie doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. Zero emissie doelstellingen worden daar haalbaar op het moment dat de benodigde techniek, om rendabel langere afstanden met een elektrisch aangedreven vrachtwagen te kunnen rijden, beschikbaar is. Transporteurs optimaliseren al van nature, binnen hun mogelijkheden, de efficiëntie van hun werkzaamheden. Voorbij hun ‘directe bereik’ liggen er in logistieke ketens kansen om de efficiëntie verder te verbeteren. Dat vergt afstemming van de bedrijfsprocessen tussen verladers, vervoerders en ontvangers om ketens efficiënter en tegelijkertijd competitiever te maken. De inzet van moderne datatechnieken en het inrichten van meer logistieke hubs kunnen dit proces versnellen.

Logistieke hubs

Wat betreft logistieke hubs begrijpt en merkt TLN in het overleg met de gemeenten dat het realiseren van een logistieke hub nog niet zo simpel is. Er komt veel bij kijken, onder andere op het gebied van voorzieningen (denk aan elektrische laadpalen en de beveiliging) en het ruimtebeslag. In het ideale geval heeft elke gemeente met een zero emissie gebied in 2025 ook een goedwerkende logistieke hub. Dat kan ook betekenen dat gemeenten een hub delen (‘shared logistics’).

loket geopend

TLN heeft het Zero-Low-High loket geopend, waarnaar (voorlopig via raarse@tln.nl) voorbeelden van duurzame initiatieven en ontwikkelingen kunnen worden gemaild. Genoemd mailadres is tevens bedoeld voor bedrijven die op zoek zijn naar samenwerkingspartners in de sector, op het gebied van duurzaamheid, of een duurzaam idee hebben en willen kijken hoe dit uitgewerkt kan worden.