Wetsvoorstel versterking decentrale rekenkamers in consultatie

Elke gemeente een onafhankelijke rekenkamer

Ter ondersteuning van de controlerende en kaderstellende taken van de gemeenteraad, vindt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Wetsvoorstel versterking decentrale rekenkamers in consultatie. De mogelijkheid dat een gemeente er ook voor kan kiezen om andere regels te stellen over de uitoefening van de rekenkamerfunctie,  wordt geschrapt.

In de praktijk blijkt namelijk dat in veel gemeenten niet of nauwelijks invulling wordt gegeven aan rekenkameronderzoek. Vandaag brengt de minister een wetsvoorstel in internetconsultatie om de Gemeentewet op dit punt te wijzigen.

Lokaal sterk, onafhankelijk meer taken

Lokale rekenkamers zijn van groot belang voor gemeenteraden, door de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van gemeentelijk beleid te onderzoeken. Dit belang neemt toe nu gemeenten door de decentralisaties in het sociale domein, en over enkele jaren de komst van de Omgevingswet, meer taken en daarbij horende middelen hebben gekregen. Het belang van sterke, onafhankelijke lokale rekenkamers wordt ook onderschreven door de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Algemene Rekenkamer.

Goede verhoudingen groot belang

Het wetsvoorstel schaft de keuzemogelijkheid in de Gemeentewet af om zelf regels te stellen over de rekenkamerfunctie, waardoor elke gemeente een onafhankelijke (eventueel gemeenschappelijke) rekenkamer moet instellen. De wetswijziging is nodig om een sluitend stelsel te creëren voor gedegen rekenkameronderzoek in elke gemeente. Omdat een goede verhouding tussen de rekenkamer en de gemeenteraad van groot belang is voor de inhoud en de doorwerking van rekenkameronderzoek, maakt het wetsvoorstel mogelijk dat de raad een of meer van zijn leden als adviseur aan de rekenkamer toevoegt.

Onderzoeksbevoegheden aangescherpt

Ook wordt in het wetsvoorstel de onderzoeksbevoegdheid van decentrale rekenkamers uitgebreid tot de privaatrechtelijke rechtspersonen waar gemeenten contracten mee sluiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om het inkopen van zorg voor de taken in het sociale domein. Ook wordt de bestaande regeling voor de onderzoeksbevoegdheden bij samenwerking tussen bestuurslagen in privaatrechtelijke rechtspersonen aangescherpt.

De 7 samenwerkingsverbanden richten zich op alle niveaus van het mbo

Aan de slag met innovatief beroepsonderwijs bedrijven en mbo-instelling

Samenwerkingsverbanden tussen mbo-scholen en bedrijven gericht op onder meer welzijn, digitale skills, levensmiddelentechnologie en ondersteuning van kwetsbare jongeren krijgen circa 11 miljoen euro.

De investeringen  komen uit het budget voor het Regionaal Investeringsfonds mbo. De totale investering van bedrijfsleven, onderwijs en overheid komen in deze ronde uit op circa 21,5 miljoen euro.
Minister Van Engelshoven is enthousiast over de samenwerkingsverbanden: “Mooi dat bedrijven kiezen om samen met mbo-instellingen te investeren in innovatief beroepsonderwijs in de regio. Samen zorgen zij voor opleidingen die up to date zijn. Zo hebben studenten straks meer kans op het vinden van een baan.” Daarnaast kunnen ze de vele mogelijkheden en branches ontdekken, dus ook meer kans op een baan die bij hun persoonlijke ontwikkeling past.

Toekenningen

De 7 samenwerkingsverbanden richten zich op alle niveaus van het mbo. De projecten zijn inhoudelijk zeer divers en zijn van toepassing op veel branches. Zo gaat Lentiz Onderwijsgroep aan de slag met de Food Innovation Academy om MBO-levensmiddelentechnologen op te leiden.  Het ROC van Amsterdam gaat in ‘House of Digital’ aan de slag met het bedrijfsleven om een goede doorlopende leerlijn van mbo naar hbo op het gebied van digitale skills te ontwikkelen. En in het project ‘Lelytalent’ gaat ROC Flevoland kwetsbare jongeren op een voor hen passende manier toe leiden naar een duurzame arbeidsplaats.

Regionaal investeringsfonds mbo

Doel van het Regionaal Investeringsfonds is mbo-studenten nog beter voor te bereiden op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt, door hen al tijdens hun studie te laten werken met state of the art-technieken en -methoden. Met deze toekenningen zijn er in totaal 110 samenwerkingsverbanden tot stand gekomen.

Nieuwe ronde

Samenwerkingsverbanden van scholen en bedrijven hebben dit jaar nog een mogelijkheid om plannen in te dienen voor het fonds. De volgende aanvraagperiode is in juni 2018. Zie de link van de landkaart om een compleet overzicht te krijgen van alle projecten en toegekende aanvragen regionaal investeringsfonds mbo.

 

gasvrij bouwen en wonen

Compensatieregeling moet lopende nieuwbouwprojecten aardgasvrij maken

Nederland werkt aan een nationaal Klimaatakkoord. Harwil de Jonge, directeur bij Heijmans Vastgoed, vertegenwoordigt namens Bouwend Nederland de bouwsector in een debat.

Dit debat die gemeenten, netbeheerders, bouwers en projectontwikkelaars voeren over de overgang naar aardgasvrije nieuwbouw. Inzet van Bouwend Nederland is een tijdelijke inkeerregeling die stimuleert dat lopende projecten alsnog aardgasvrij worden opgeleverd. Lees meer

Logistiek

Wet arbeidsmarkt in balans maakt vast contract niet aantrekkelijker

Het voorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) brengt hoge kosten met zich mee voor werkgevers in transport en logistiek. Daarmee wordt het juist niet aantrekkelijker om mensen in vaste dienst te nemen, terwijl dat nu juist het doel is van de wet.

​​​​Dat staat in de reactie ​van TLN  op de wet​. TLN heeft vooral kritiek op het vervangen van de sectorpremies door één algemene premie, op de extra kosten van de zogeheten cumulatiegrond voor ontslag waardoor dit nog duurder wordt. En de extra kosten die gepaard gaan met het feit dat werknemers al vanaf de eerste dag recht krijgen op een transitievergoeding. Vanwege de oneerlijke concurrentie die payrolling met zich meebrengt is TLN wel positief over het feit dat payrollwerknemers ook recht krijgen op een goed pensioen.

Hogere WW-premie

Nu verschilt de hoogte van de WW-premie per sector. In de sector transport en logistiek is deze relatief laag, omdat de sector veel energie besteedt aan het voorkomen dat werknemers in de WW terechtkomen. In het wetsvoorstel is opgenomen dat alle sectoren dezelfde premie gaan betalen, die sowieso hoger zal zijn dan de huidige premie. De inspanningen van de sector om werkloosheid onder werknemers te voorkomen, worden dus afgestraft met een hogere premie.

Nieuwe ontslaggrond, extra kosten

Het wetsvoorstel biedt werkgevers een nieuwe grond voor ontslag: de cumulatiegrond. Met de nieuwe ontslaggrond kan de werkgever een optelsom maken van verschillende ontslaggronden en op deze manier gemakkelijker een werknemer ontslaan, als dat nodig is. Maar ontslag op basis van die cumulatiegrond betekent volgens het wetsvoorstel wel dat de werkgever een veel hogere vergoeding moet betalen aan de werknemer bij ontslag (transitievergoeding). Dit zal niet bijdragen aan de bereidheid van ondernemers om mensen in vaste dienst te nemen. Vooral ook omdat de transitievergoeding ook bij tijdelijke contracten al vanaf de eerste dag moet worden betaald.

Oneerlijke concurrentie door payrolling

Payrolling biedt werkgevers flexibiliteit. Maar helaas is er bij payrolling sprake van minder goede arbeidsvoorwaarden dan bij een regulier dienstverband. Dit werkt oneerlijke concurrentie in de hand. Om het speelveld tussen reguliere werkgevers en payrollbedrijven gelijk te trekken, krijgen payrollmedewerkers recht op gelijke arbeidsvoorwaarden en ook  een adequate pluspensioenregeling van StiPP.

De reactie van TLN wordt meegenomen in de verdere behandeling van het wetsvoorstel. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil het wetsvoorstel voor de zomer naar de Raad van State sturen en daarna naar de Tweede Kamer.

Wetsvoorstel versterking decentrale rekenkamers in consultatie

Fiscale regeling buitenlandse werknemers verkort naar 5 jaar

Het kabinet is van plan een fiscale regeling voor buitenlandse werknemers, de zogenaamde 30%-regeling, per 1 januari 2019 te verkorten van 8 naar 5 jaar.

Hiermee heeft de ministerraad op voorstel van staatssecretaris Snel van Financiën ingestemd. De verkorting gaat gelden voor zowel nieuwe als bestaande gevallen.

De regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om een deel van het loon. Met een maximum van 30% belastingvrij te verstrekken aan buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland werken. Dit is een vergoeding voor de extra kosten die de werknemers maken om in Nederland te werken. Het gaat bijvoorbeeld om reiskosten, kosten voor een woning en levensonderhoud.  De regeling, die verder ongewijzigd blijft, is bedoeld om werknemers aan te trekken die schaars zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Met het verkorten van de looptijd van de regeling volgt het kabinet een aanbeveling uit de evaluatie van de 30%-regeling op, dat in 2017 is uitgevoerd door onderzoeksbureau Dialogic. Hieruit bleek dat circa 80% van de werknemers de regeling niet langer gebruikt dan vijf jaar. Van de circa 20% die de regeling wel tot acht jaar gebruikt vestigt een substantieel deel zich niet tijdelijk, maar langdurig in Nederland. Daarnaast geldt in bijna alle andere landen waar de regeling bestaat ook een termijn van vijf jaar.

In plaats van de 30%-regeling bestaat er voor de werkgever ook de mogelijkheid om werkelijke kosten belastingvrij te vergoeden, als bijvoorbeeld niet aan de voorwaarden voor toepassing van de 30%-regeling wordt voldaan. Hier zitten meer administratieve lasten aan. Ook hiervoor geldt dat deze mogelijkheid wordt beperkt tot vijf jaar.

Het kabinet is van plan het wetsvoorstel op Prinsjesdag, als onderdeel van het pakket Belastingplan in te dienen bij de Tweede Kamer.

De 7 samenwerkingsverbanden richten zich op alle niveaus van het mbo

Leraren en ouders hebben eindbeslissing over de groepsgrootte

Schoolbesturen van basisscholen moeten voortaan de medezeggenschapsraad om advies vragen als het gaat om het beleid met betrekking tot groepsgrootte. Op die manier kunnen leraren en ouders meepraten over de grootte van de klassen op hun school.

Minister Slob (Onderwijs) zei woensdag in de Tweede Kamer dat hij de Wet medezeggenschap op scholen gaat aanpassen. ‘Op deze manier zorgen we ervoor dat leraren en ouders echt kunnen meepraten over de groepsgrootte.’

Het advies dat de medezeggenschapsraad moet gaan geven, is niet vrijblijvend, benadrukte de minister. Legt een bestuur het advies naast zich neer, dan kan de raad naar een geschillencommissie. Ook wordt met de wetswijziging volgens de minister het probleem weggenomen dat de leraren en ouders zich overvallen voelen door besluiten van het bestuur. ‘Dit moet het gesprek tussen besturen en leraren op gang brengen.’

Zelf bepalen

Scholen krijgen van het ministerie geld per leerling. Ze mogen zelf bepalen hoe ze dat geld uitgeven. Ook bepalen besturen zelf hoeveel leerlingen ze bij elkaar in een groep plaatsen. Gemiddeld zitten in een groep op de basisschool 23 kinderen. Dat aantal is al enkele jaren gelijk. Omdat dit cijfer een gemiddelde is, zijn er ook kleinere en grotere klassen.

Scholen beslissen zelf

Veel scholen kiezen bewust voor grote klassen, omdat ze dat voor het onderwijs beter vinden. Die scholen werken bijvoorbeeld met grote stamklassen, met een leraar en extra onderwijsassistenten. Zij geven minder klassikaal les en meer in kleinere, wisselende groepjes. ‘Dit soort innovatieve scholen wil ik geen strobreed in de weg leggen’, aldus Slob.

De minister voelt er niets voor om een maximum te stellen aan de groepsgrootte.  ‘Het is aan scholen zelf om te bepalen hoe groot de groepen zijn. Scholen weten zelf het beste hoe ze hun groepen goed kunnen indelen en ik ga me daar niet in mengen’, aldus de minister.

Het zal enige tijd duren om de wet aan te passen. Daarom roept de minister schoolbesturen op om meteen te beginnen met het voeren van de gesprekken met de medezeggenschapsraad. ‘Het is goed om dit soort belangrijke keuzes te bespreken met leraren en ouders. Er zijn besturen die het al heel goed doen. Maar ik hoop dat de rest ook zo snel mogelijk aansluit.’

Overbodige werkzaamheden schrappen

De minister gaf de Tweede Kamer ook een tussenstand over de uitvoering van het werkdrukakkoord. Schoolbesturen zijn in gesprek met leraren om plannen te maken voor de besteding van de 237 miljoen euro die scholen er komend jaar bij krijgen. Dat bedrag loopt de komende jaren op tot 430 miljoen.

‘Overal waar ik kom zijn de gesprekken op gang gekomen. Leraren mogen echt meebepalen waar ze in willen investeren om de werkdruk te verlagen’, aldus de minister. Scholen kiezen bijvoorbeeld voor het splitsen van combinatieklassen, voor het inhuren van een vakdocent voor gym, voor een investering in een ict-systeem waarmee je automatisch rapporten kunt uitdraaien of voor een vergadertraining om minder tijd kwijt te zijn aan overleg. Ook wordt er goed gekeken naar de werkwijze binnen de school, zodat overbodige werkzaamheden worden geschrapt.

personeel dossiers werk

Curus cao bouw en infra 22 mei 2018

Arbeidsvoorwaarden, we hebben er allemaal mee te maken. Als werknemer, maar ook voor jou als werkgever is het belangrijk te weten welke voorwaarden er gelden.

Heb jij in je werk regelmatig te maken met de cao en werk je in de bouw- of infrasector? Dan is deze cursus voor jou geschikt! In deze cursus leer je namelijk alles over werkingssfeer, minimumbepalingen en aanname van medewerkers. Ook onderwerpen als ontslag, pensioen en functiewaardering komen aan bod.

Als je deze cursus hebt gevolgd:

  • Ken je alle ins & outs over de cao voor bouw en infra
  • Heb je inzicht in loonkostenberekeningen
  • Weet je alles over bedrijfstak eigenregelingen

De cursus is interessant voor P&O-medewerkers, personeelsadministratie en leidinggevenden die in hun werk te maken hebben met de cao én/of voor mensen die hier graag meer over willen weten.

Zo ziet de cursus eruit

Deze dagcursus is interactief van opzet. Dit wil zeggen dat jij als deelnemer de mogelijkheid krijgt om je eigen casus/probleemstelling te delen met de groep. De onderwerpen die tijdens de cursus aan bod komen, geven je een goed beeld van de cao gericht op jouw sector.

Cursusinformatie voor  22 mei 2018

Locatie: Regio Amsterdam, tijd: 8.00 – 16.00 uur, kosten: voor leden van Bouwend Nederland € 349,00 (excl. btw), de kosten voor niet-leden bedragen  € 599,00 (excl. btw).

Via deze link kan je jezelf opgeven.

Geld subsidie Financiering

10 miljoen voor investeringen in innovatieve starters

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stelt dit jaar 10 miljoen euro beschikbaar voor private fondsen die geld willen investeren in startups en het innovatieve MKB.

Deze zogenoemde business angels kunnen per fonds maximaal 1 miljoen euro lenen van de overheid. Met deze regeling wil staatssecretaris Mona Keijzer het makkelijker maken om kapitaal te steken in jonge snelgroeiende bedrijven. De bewindsvrouw ondertekent vandaag de eerste  leningsovereenkomst van 600.000 euro met het fonds Orthos Ventures dat zich richt op starters in de ruimtevaartsector, robotica en kunstmatige intelligentie.

Staatssecretaris Keijzer (EZK): “Jonge bedrijven zijn bijna altijd op zoek naar geld om hun onderneming verder te laten groeien. Denk aan startups, maar ook het innovatieve MKB dat al één fase verder is. Voor hen is het vaak lastig om de juiste investeerder te vinden, bijvoorbeeld omdat het risico voor partijen hoog is. Daar willen we als ministerie op inspelen, in dit geval voor techbedrijven. Wees er snel bij als je een business angel met een goed voorstel bent. Want hier geldt dat wie het eerst komt, wie het eerst maalt.”

Ruimtevaart en robotica

De eerste overeenkomst van 2018 wordt vandaag door Keijzer en het investeringsduo Jeroen Thijs en Bas Oberndorff getekend. Zij investeren, onder de naam Orthos Ventures, de 600.000 euro van de overheid in startende bedrijven in de ruimtevaartsector, robotica en kunstmatige intelligentie.

Beide heren investeerden de afgelopen jaren al eerder in de op- of uitbouw van verschillende bedrijven. Zo staken zij samen in 2015 geld in het satellietdatabedrijf VanderSat. Deze startup heeft een methode ontwikkeld die satellietgegevens over bodemvocht verbetert. Waar voorheen de resolutie van deze data ongeveer 25 bij 25 kilometer was, heeft VanderSat dit verbetert tot 100 bij 100 meter. Met positieve gevolgen voor de landbouw, het weerbericht en klimaatonderzoek.

Hulp voor jonge bedrijven

De Business Angel regeling is door het ministerie van EZK opgezet om jonge bedrijven, die tussen wal en schip dreigen te belanden, verder te helpen. Deze ondernemers kunnen vaak geen krediet krijgen via een bank en zijn nog niet interessant genoeg voor grotere investeringsmaatschappijen. EZK wil dit gat dichten. Daarom kunnen fondsen bestaande uit twee investeerders een lening krijgen van maximaal 1 miljoen euro.

Daarbij geldt dat beide partners gezamenlijk minimaal eenzelfde bedrag ook beschikbaar stellen voor investeringen. Met het totale investeringsbedrag kan vervolgens geïnvesteerd worden in startups en innovatieve MKB’ers voor bedragen tussen de 50.000 en 500.000 euro volgens een opgesteld fondsplan.

Meer informatie over de Business Angel regeling is hier te vinden. Maar, de overheid doet meer voor startups en MKB’ers. Zo kunnen jonge bedrijven een lening van maximaal 350.000 euro uit de Vroegefasefinanciering krijgen om te onderzoeken of  hun idee een kans van slagen heeft op de markt. Of, ze kunnen bijvoorbeeld aankloppen bij Qredits voor een zakelijk krediet tot 250.000 euro. Hiervan kan ook het traditioneel MKB, zoals de bakker of fietsenmaker, gebruik maken.

Het Bestuur van NWO heeft tien aanvragen in de Nationale Roadmap voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur gehonoreerd

138 miljoen voor tien hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten

Het Bestuur van NWO heeft tien aanvragen in de Nationale Roadmap voor Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur gehonoreerd, voor een totaalbedrag van €138 miljoen. Vandaag reikte minister Van Engelshoven de tien Roadmap-certificaten op het Science Park in Utrecht uit.

De middelen voor de Nationale Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur maken de bouw of vernieuwing mogelijk van toponderzoeksfaciliteiten met een internationale uitstraling. Deze faciliteiten hebben de hoogste prioriteit voor de wetenschap en bieden Nederlandse onderzoekers toegang tot hoogwaardige nationale en soms internationale wetenschappelijke infrastructuur. Lees meer