totaal aantal Excellente scholen met een geldig predicaat komt nu op 248.

Bijna 250 scholen in Nederland predicaat excellent

Vandaag hebben 9 nieuwe scholen of schoolsoorten gehoord dat ze de komende drie jaar het predicaat excellent mogen dragen. Daarmee komt het totaal aantal Excellente scholen met een geldig predicaat op 248.

Het aantal Excellente scholen is sinds de eerste uitreiking van het predicaat in 2012 fors gegroeid. Vandaag komen er 16 scholen in het primair onderwijs, 31 scholen in het voortgezet onderwijs en 2 scholen in het speciaal onderwijs bij.

Minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) prijst de betrokken leraren en schoolleiders: “Deze scholen laten zien dat ze er alles uithalen wat er in zit. Ik ben trots op de mensen die samen scholen excellent maken.  Leraren en schoolleiders hebben hier keihard voor gewerkt.”

Slob reikte maandag het predicaat uit aan de vmbo school Het Twents Carmel College te Denekamp: “Deze school spant zich optimaal in om leerlingen onderwijs op maat te bieden. De leerlingen worden daarmee echt uitgedaagd en dat zie je terug in het enthousiasme van de leerlingen.”

Bijdrage verbeteringen

Een Excellente school is een school die op de een of andere manier uitblinkt. Dat kan bijvoorbeeld zijn doordat het onderwijs goed aansluit bij de situatie in de buurt, of omdat het onderwijsaanbod inspirerend, innovatief en motiverend is. De school ziet het als een uitdaging om haar onderwijs voortdurend tegen het licht te houden en verder te ontwikkelen. Daarmee levert ze een bijdrage aan de verbetering van het onderwijs. In elk geval is de onderwijskwaliteit op een Excellente school altijd dik in orde. Inmiddels mogen op dit moment bijna 250 scholen of schoolsoorten zeggen dat ze excellent zijn: 83 scholen in het primair onderwijs, 141 in het voortgezet onderwijs en 24 in het speciaal onderwijs.

Excelent predicaat

Een onafhankelijke jury, onder leiding van Titia Bredée  (Hogeschool iPabo Alkmaar/Amsterdam) beoordeelt of een school de erkenning verdient. “Het is voor de juryleden een fantastische ervaring om te zien hoe in scholen gewerkt wordt aan excellent onderwijs. Elke leerling verdient leraren en schoolleiders die zich zo voor hen inzetten,” aldus Titia Bredée.

De Inspectie van het Onderwijs kent de predicaten, die drie jaar geldig zijn, toe. Met een vlag, een bordje én de titel kunnen de scholen laten zien dat ze uitblinken.

Meer informatie over het traject Excellente Scholen vindt u op: www.excellentescholen.nl.

Lerarentekort loopt langzamer op, maar actie blijft nodig

Lerarentekort loopt langzamer op

Nu en in de komende jaren blijft actie hard nodig om een dreigend lerarentekort af te wenden. Wel is er iets meer tijd om de problemen aan te pakken, doordat het tekort langzamer oploopt dan eerder voorspeld. Ministers Van Engelshoven en Slob (Onderwijs) zijn samen met alle betrokkenen hard aan de slag om het tij te keren, zo schrijven ze in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit de nieuwste arbeidsmarktramingen blijkt dat er bij gelijkblijvende omstandigheden niet in 2020 een tekort is van 4100 fte leraren op de basisschool, maar iets later: in 2022. Het uitstel komt onder meer doordat er weer meer leraren van de lerarenopleiding komen. Ook gaan leraren later met pensioen en zijn deeltijders meer uren gaan werken.

Volgens ministers Van Engelshoven en Slob (Onderwijs) geeft dat iets meer lucht om het tekort tegen te gaan. Het tekort kan worden gezien als de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn, die aangeeft dat de tekorten voor reguliere banen naderen. Van Engelshoven: ‘Daarom leunen we niet achterover en zijn we al vol aan de slag.’

Scholen voelen het nu al

Basisscholen in de grote steden hebben nu al problemen om bij ziekte vervangers te vinden.  De ministers hebben veel waardering voor de oplossingen die besturen en schoolleiders vinden om hiermee om te gaan.

De bewindspersonen benadrukken dat het lerarentekort niet alleen vanuit Den Haag opgelost kan worden. Ook de werkgevers, die gaan over het personeelsbeleid van de scholen, moeten helpen. Net als de lerarenopleidingen en de vakbonden. ‘Alleen als iedereen de zeilen bijzet kunnen we deze uitdaging aangaan’, zegt Slob.

Geld voor scholing

De ramingen zijn gebaseerd op cijfers uit 2015. Dat houdt in dat de effecten van de meest recente maatregelen nog niet zijn meegeteld. Het kabinet probeert onder meer om werkloze leraren terug in de klas te krijgen. Daarvoor is per leraar een scholingsbudget van 2500 euro beschikbaar. ‘Extra scholing en begeleiding kan voor sommige leraren net het steuntje in de rug zijn dat ze nodig hebben om terug te keren in het onderwijs’, aldus Slob.

Daarnaast trekken ministers Slob en Van Engelshoven dit jaar in totaal 9,8 miljoen euro uit voor het omscholen van zij-instromers. Dat bedrag is nodig omdat meer mensen dan gedacht interesse hebben om het onderwijs in te stromen. Met het bedrag kan de opleiding voor ruim 490 leraren worden betaald. ‘De interesse van nieuwe instromers in het basisonderwijs is flink gestegen. Maar vooral het mbo profiteert van deze regeling. Daar kunnen ze de vakmensen goed gebruiken voor de klas’, zegt Van Engelshoven.

Zekerheid

De ramingen hebben zelf ook een dempend effect. ‘Je weet nu bijna zeker dat je een baan kunt vinden als je voor het onderwijs kiest’, zegt minister Slob. Dat was enkele jaren geleden nog wel anders. Toen zaten veel basisschoolleraren na hun opleiding thuis of moesten ze in een andere sector aan de slag.

Kabinet investeert

De maatregelen uit het regeerakkoord moeten er tevens voor zorgen dat het vak aantrekkelijker wordt. Het kabinet trekt 430 miljoen euro uit om samen met leraren en scholen de werkdruk te verminderen en 270 miljoen euro om de salarissen te verbeteren. Ook het collegegeld voor de Pabo wordt het eerste én tweede jaar gehalveerd. ‘Alleen samen met leraren, scholen en vakbonden kunnen we het vak zo aantrekkelijk mogelijk maken. Zodat we jongeren zo veel mogelijk verleiden om leraar te worden’, zegt Slob.

Voortgezet onderwijs en mbo

Het voortgezet onderwijs blijft bij onveranderde omstandigheden te maken houden met een lerarentekort. Dat is wel kleiner dan in het basisonderwijs (700 fte leraren in 2022 in het vo). Er zijn een aantal specifieke vakken, waarvoor moeilijk leraren te krijgen zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bèta vakken en klassieke talen. In het mbo moeten scholen de concurrentie aan met de aantrekkende arbeidsmarkt. Voor technische vakmensen is nu zoveel werk, dat het leraarschap het onderspit dreigt te delven. Ook in deze sectoren werkt het ministerie samen met de sociale partners aan het terugdringen van het tekort.

docentstages - Theuws Polyester Wieringerwerf

Docenten Elektrotechniek en Werktuigbouwkunde op stage bij composietbedrijven regio

PERSBERICHT – Docenten Electrotechniek en Werktuigbouwkunde van het ROC Horizon College en Hogeschool Inholland hebben op 14 en 15 november tijdens docentenstagedagen kennis gemaakt met composietbedrijven uit de regio. De werkbezoeken aan de bedrijven Schaap Composites, 2MV Composites, Rolan Robotics, CPT, Theuws Polyester en Futura Composites hadden als doel een betere verbinding tussen de bedrijven te realiseren en op middellange termijn een nieuwe instroom van medewerkers te bewerkstelligen.

De docentenstagedagen werden georganiseerd door Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) in opdracht van zeven Westfriese gemeenten. De stages zijn een extra onderdeel bij het project ‘Valorisatie High Sector Composiet NH, dat mede wordt gefinancierd door de Europese Unie en de Provincie Noord-Holland.

Lees meer

Lerarentekort loopt langzamer op, maar actie blijft nodig

Toekenningen nieuwe ronde aansluiting mbo en arbeidsmarkt bekend

9 samenwerkingsverbanden tussen mbo-scholen en bedrijven gericht op zorg en welzijn, bouw, media, ondernemerschap en beveiliging  krijgen circa 9 miljoen euro om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. De investeringen  komen uit het budget voor het Regionaal Investeringsfonds mbo. De totale investering van bedrijfsleven, onderwijs en overheid komen in deze ronde uit op circa 27 miljoen euro.

Onder de toekenningen zijn bijvoorbeeld ROC van Twente met de Twentse Zorgacademie, een innovatieve leerwerk-, oefen- en testomgeving. Het Albeda College met een Practoraat Cloud Engineering om de ICT-opleidingen beter te laten aansluiten op de eisen en wensen van de betrokken bedrijven. En het onderwijsprogramma ‘De Rotterdamse Plus’ van Albeda/Zadkine/Hoornbeeck College om meer medewerkers met een mbo niveau 2 opleiding een plek te geven in de verpleeghuiszorg in de regio Rotterdam.

“Opnieuw hebben de aanvragen bewezen dat het onderwijs zich blijft vernieuwen. We zien  dat de aanvragen echt inspelen op actuele vragen vanuit de arbeidsmarkt voor kwalitatief goed personeel, zoals in de verpleeghuiszorg,” aldus minister Bussemaker.  “We hebben de afgelopen jaren veel gedaan om het MBO innovatief en wendbaar te maken. Het Regionaal Investeringsfonds laat zien dat, anders dan critici stellen, de samenwerking tussen scholen en bedrijfsleven op regionaal niveau tot bijzondere  initiatieven en resultaten leidt.”

Doel Regionaal Investeringsfonds mbo

Doel van het Regionaal Investeringsfonds is mbo-studenten nog beter voor te bereiden op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt, door hen al tijdens hun studie te laten werken met state of the art-technieken en -methoden. Met deze toekenningen zijn er in totaal 103 samenwerkingsverbanden tot stand gekomen. Op deze landkaart zie je een overzicht van alle projecten.

Nieuwe ronde

Samenwerkingsverbanden van scholen en bedrijven hebben volgend jaar nog twee mogelijkheden om plannen in te dienen voor het fonds. De eerstvolgende aanvraagperiode is januari 2018.

 

Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)/NRG, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Staatsbosbeheer, Gemeente Schagen, Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor, en Provincie Noord-Holland ondertekenen het afsprakenkader.

Ondertekening campusontwikkeling in Petten een feit

6 partijen werken aan een campus vol innovatie in de duinen van Petten. Het gaat om Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)/NRG, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN), Staatsbosbeheer, Gemeente Schagen, Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor, en Provincie Noord-Holland die gisteren het afsprakenkader hebben ondertekend.

De bestaande bedrijven op de locatie in de Pettense Duinvallei zijn al decennia lang wereldwijd belangrijke spelers in hun vakgebieden. Met de transformatie van een gesloten terrein naar een open innovatie campus, kan gezamenlijk nog beter worden gewerkt aan doorbraken in duurzame energiehuishouding en gezondheidszorg. De zes partijen willen er een aantrekkelijk geheel van maken. Waar sommige onderzoekers vooral de nabijheid van de stad of universiteiten zoeken, is de grote kracht van Petten juist de setting midden in de natuur. Met moderne faciliteiten voor onderzoek en wetenschap. Ook met actieve communicatie richting bedrijven en burgers.

Specialistische kennis duurzame energie

ECN, als (beoogd) toekomstig onderdeel van TNO, zal samen met andere onderzoeksinstellingen en bedrijven werken aan de optimalisering van de inzet van zon-PV, wind op zee, warmte, duurzame brandstoffen in een duurzame energiehuishouding. Met ook aandacht voor de opslag en conversie van duurzame energie in gewenste vormen en systeemintegratie (smart grids). Hiervoor zijn naast het gebruik van de bestaande expertise en faciliteiten van ECN extra laboratoriumfaciliteiten nodig. Doel is om in 2050 voor Nederland een CO2 neutrale energiehuishouding te realiseren.

Veelbelovende ontwikkelingen medische isotopen

Voor de productie en ontwikkeling van medische isotopen is niet alleen de nieuwe onderzoeksreactor PALLAS nodig. In Petten wordt ook volop geïnvesteerd in de innovatieve ‘Medical Processing and R&D Facility’. Dit leidt er toe dat diverse bedrijven gevestigd willen zijn nabij deze faciliteiten om nieuwe medicijnen op de markt te kunnen brengen. Door veelbelovende ontwikkelingen en nauwe samenwerkingen met o.a. academische ziekenhuizen, kan de nucleaire geneeskunde – en daarmee de patiënt – vertrouwen op de continue beschikbaarheid van een breed scala aan medische isotopen.

Publieksfunctie

Een open innovatiecampus vraagt naast een gedeeltelijke openstelling van het terrein, ook om investeringen in congres- en vergaderfaciliteiten, een bezoekerscentrum en om accommodaties (in de nabijheid) om (tijdelijke) kenniswerkers en gasten te kunnen huisvesten. Er wordt ook een duidelijke aanpak ontwikkeld voor het ondersteunen van startups, het nog meer delen van researchfaciliteiten en het leggen van verbindingen met kennisinstellingen (WO, HBO en ROC’s) in de regio.

Het ministerie van Economische Zaken heeft toegezegd de initiatiefnemers te ondersteunen bij het vinden van financiering voor de verschillende business cases. Verder draagt het ministerie bij aan het faciliteren van samenwerking en contacten, bijvoorbeeld met andere ministeries en partijen onderling.

Nieuwe start voor jongeren met groene vingers

Frisse start voor jongeren met groene vingers

Jongeren die thuis zitten, maar graag de handen uit de mouwen willen steken, krijgen een nieuwe start. Via het opleidings- en werktraject GreenPort GroenStart kunnen zij in de agrarische en groensector in de regio Noord-Holland Noord aan de bak.

GreenPort GroenStart is een initiatief van ondernemers, het Clusius College en 18 gemeenten in de regio onder de vlag van GreenPort NHN. Via GreenPort NHN investeert de provincie Noord-Holland in landbouw in Noord-Holland Noord. Geïnteresseerden tussen de 16 en 27 jaar kunnen zich aanmelden voor het traject of kunnen worden doorverwezen door de gemeente. Op 1 van 3 locaties van het Clusius College starten zij met de entreeniveau-opleiding richting Plant en Groene leefomgeving. De praktijkvakken worden ook gegeven bij deelnemende bedrijven met vakdocenten uit de praktijk. De opleiding bestaat uit 8 modules. Dit maakt het 8 keer per jaar mogelijk om in te stromen. Het traject kan in 1 jaar worden afgerond, maar voor studenten die meer tijd nodig hebben, is er uitloop naar 2 jaar.

Trots op je baan

Daarna kunnen studenten doorstromen naar niveau 2 Groenvoorziening, Plantenteelt of Veehouderij of met hun diploma aan de slag in de agrarische en groensector. Gedeputeerde Landbouw van de provincie Noord-Holland, Jaap Bond: “In Noord-Holland worden de beste en de lekkerste groenten, aardappelen en andere gewassen geteeld. Een baan in de agrarische sector in Noord-Holland is iets om trots op te zijn.”

Voorschakeltraject met begeleiding

Jongeren die nog niet weten of een baan in de agrarische of groensector iets voor ze is, kunnen deelnemen aan een voorschakeltraject. Bij agrarisch leer-werkbedrijf Noorderhoeve in Schoorl ervaren zij hoe het is om in een kas, bij een veehouderij, in een teelt- of hoveniersbedrijf, in de groenvoorziening of in bos- of natuurbeheer te werken. Volgens projectleider GroenStart Sven van Sligter is de ketenbenadering, de samenwerking tussen ondernemers, overheid en onderwijs, de kracht van het traject. En de begeleiding naar werk als eindpunt. In de regio Noord-Holland Noord zijn voldoende banen in de agrarische en groensector.

De officiële start is in september 2017. Wel zijn er al een aantal pilots geweest. Zo hebben 12 jongeren al een voorschakeltraject gevolgd of hun mbo-1-diploma behaald. Sommigen gaan nu naar mbo niveau 2, anderen worden momenteel begeleid naar werk of zijn al aan het werk. Het is de bedoeling van GroenStart dat na 4 jaar 300 mensen de entreeopleiding hebben afgerond.

StudentenSchoolOpleiding

Levenlanglerenkrediet blijven ontwikkelen tot 55 jaar

Vanaf 8 juni is het voor iedereen tot 55 jaar mogelijk om zich met het Levenlanglerenkrediet te blijven ontwikkelen. Met ingang van studiejaar 2017 – 2018 kan iedereen tot 55 jaar die geen recht meer heeft op studiefinanciering geld lenen om collegegeld of lesgeld te betalen: het Levenlanglerenkrediet.

Zij kunnen dan tegen gunstige voorwaarden hun les- of collegegeld lenen als zij een opleiding in het mbo of het hoger onderwijs volgen. Juist in deze tijd, met een snel veranderende arbeidsmarkt, is er behoefte aan een voortdurende bij- en omscholing. Minister Bussemaker vindt het belangrijk dat deze mogelijkheden niet stoppen na de studietijd: “Het is van groot belang dat iedereen zich kan blijven ontwikkelen om zo de veranderingen in hun eigen baan bij te houden of om makkelijker van de ene baan naar de andere baan te kunnen overstappen. Met het Levenlanglerenkrediet is dit voor iedereen mogelijk.”

De hoogte van het Levenlanglerenkrediet hangt af van de hoogte van het collegegeld of lesgeld dat de student moet betalen. Men kan het krediet aanvragen voor de duur van een opleiding. Voor het Levenlanglerenkrediet geldt dezelfde rente die studenten met recht op studiefinanciering hebben. Als het recht op Levenlanglerenkrediet stopt, begint men 1 januari van het daaropvolgende jaar met terugbetalen.  De rente staat dan telkens voor vijf jaar vast. De lening moet in 15 jaar terugbetaald worden. Hoeveel per maand terugbetaald moet worden, is inkomensafhankelijk.

Vanaf 8 juni 2017 is het mogelijk om het levenlanglerenkrediet bij DUO aan te vragen, de link verwijst u naar de aanvraag. Wellicht kunnen de diverse opleidingen en scholen u ook verder helpen met informatie of het aanvragen van de krediet.

Jet Bussemaker

€49 miljoen in aansluiting mbo en arbeidsmarkt

15 samenwerkingsverbanden tussen mbo-scholen en bedrijven krijgen €15,9 miljoen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de regio te verbeteren. De meeste aanvragen zijn gericht op techniek, procesindustrie en bouw.

Minister Bussemaker: “Door deze samenwerking zorgen we dat de toekomstige werkgevers bij de school binnenkomen en dat studenten goed voorbereid zijn op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd blijft het onderwijs zich vernieuwen door te investeren in apparatuur en onderwijsmethoden. Deze investeringen zijn dus in ieders belang.”

Lees meer

StudentenSchoolOpleiding

Succesvoller van mbo naar hbo

Bootcamps, skillcoaches, een doorstroom app, een education festival en een studievereniging speciaal voor doorstromers. Een greep uit de nieuwe, innovatieve en creatieve plannen waarmee het studiesucces van mbo-ers op het hbo wordt vergroot. Volgens wie? Volgens ervaringsdeskundigen, de studenten zelf.

Vandaag hebben 250 mbo- en hbo-studenten hun plannen aan minister Bussemaker (OCW) gepresenteerd. In december nodigde de minister studenten uit om vier maanden lang, onder begeleiding van coaches afkomstig uit het onderwijs, in de huid van schooldirecteuren te kruipen om plannen te maken om het studiesucces van mbo’ers op het hbo te vergroten. Er golden slechts twee regels voor alle deelnemers aan het OCW StudentLab: het plan mocht niet meer dan €200.000 kosten en het moest passen binnen de wet.  Voor de uitvoering van de gepresenteerde voorstellen stelt minister Bussemaker in totaal €11 miljoen beschikbaar.

Innovatie

Minister Bussemaker: “We hebben het dit keer anders dan anders aangepakt en het aan de studenten zelf gevraagd. Wat achten zij zelf nodig om de stap van mbo naar hbo met succes te zetten? Ik ben onder de indruk van de innovatieve en creatieve plannen. Het is nu aan de scholen om uit deze voorstellen die projecten te kiezen die goed aansluiten bij de opleiding of instelling. Hierdoor bieden we samen met studenten en scholen gelijke kansen aan alle mbo-studenten die willen doorsturen aan het hbo.”

Goede doorstroom cruciaal

Een goede doorstroom van het mbo naar het hbo, maar ook van de middelbare school naar het hoger onderwijs, is voor iedereen cruciaal. Een goede samenwerking tussen de verschillende onderwijssectoren draagt bij aan meer studiesucces voor de studenten. Minister Bussemaker roept daarom alle hogescholen en universiteiten op zich in te zetten voor een betere overgang en de samenwerking te verbeteren  met scholen en mbo’s in de regio. Voor verbetering van deze  regionale samenwerking wordt er voor de jaren 2018-2021 €32 miljoen beschikbaar gesteld.

 

StudentenSchoolOpleiding

11 nieuwe Open en Online Onderwijs projecten

De derde ronde in de stimuleringsregeling voor Open en Online Hoger Onderwijs heeft 11 bijzondere, nieuwe en innovatieve projecten opgeleverd. In totaal wordt er €700.000 geïnvesteerd in de geselecteerde projecten.

Bij alle 11 voorstellen staat de vraag centraal hoe open en online onderwijs kan bijdragen aan vernieuwing en aan hogere kwaliteit van het hoger onderwijs.

Project-estafettes en perfect pronunciation

De toegekende voorstellen zijn divers, creatief en stimulerend en richten zich op diverse gebieden: van praktijkonderzoek in lichamelijke opvoeding tot het interpreteren van radiologische beelden.

Twee voorbeelden:

Eén van de projecten, ingediend door de TU Delft, gaat zorgen voor de invoering van project-estafettes gekoppeld aan MOOC’s van de universiteit. Waar MOOC’s vaak gedwongen zijn om te werken met meerkeuze toetsing, biedt deze nieuwe vorm meer mogelijkheden. Studenten moeten in estafette een opdracht uitvoeren, waarbij de voorganger anoniem is. Dit daagt de studenten uit om kritisch te kijken, opbouwende feedback te leveren en de opdracht te verbeteren en uit te breiden. Door deze nieuwe manier van werken verwacht men hoger studiesucces en hogere kwaliteit van de opdrachten.

Een ander project gaat over de uitspraak van de Engelse taal. Engels wordt als taal voor professionele communicatie en wetenschapsbeoefening steeds belangrijker. De uitspraak van de taal is hierin een belangrijk onderdeel, onder meer voor de geloofwaardigheid van de spreker. Daarom start de VU met een open en online cursus English Pronunciation om zoveel mogelijk studenten, docenten en andere professionals in Nederland en internationaal te bereiken.

SURF, de ICT samenwerkingsorganisatie voor onderwijs en onderzoek in Nederland, begeleidt de projecten, coördineert kennisuitwisseling en verspreiding van de projectresultaten.

Op de website van SURF staat een overzicht van alle elf geselecteerde open en online hoger onderwijsprojecten.