Lerarentekort loopt langzamer op, maar actie blijft nodig

Lerarentekort loopt langzamer op

Nu en in de komende jaren blijft actie hard nodig om een dreigend lerarentekort af te wenden. Wel is er iets meer tijd om de problemen aan te pakken, doordat het tekort langzamer oploopt dan eerder voorspeld. Ministers Van Engelshoven en Slob (Onderwijs) zijn samen met alle betrokkenen hard aan de slag om het tij te keren, zo schrijven ze in een brief aan de Tweede Kamer.

Uit de nieuwste arbeidsmarktramingen blijkt dat er bij gelijkblijvende omstandigheden niet in 2020 een tekort is van 4100 fte leraren op de basisschool, maar iets later: in 2022. Het uitstel komt onder meer doordat er weer meer leraren van de lerarenopleiding komen. Ook gaan leraren later met pensioen en zijn deeltijders meer uren gaan werken.

Volgens ministers Van Engelshoven en Slob (Onderwijs) geeft dat iets meer lucht om het tekort tegen te gaan. Het tekort kan worden gezien als de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn, die aangeeft dat de tekorten voor reguliere banen naderen. Van Engelshoven: ‘Daarom leunen we niet achterover en zijn we al vol aan de slag.’

Scholen voelen het nu al

Basisscholen in de grote steden hebben nu al problemen om bij ziekte vervangers te vinden.  De ministers hebben veel waardering voor de oplossingen die besturen en schoolleiders vinden om hiermee om te gaan.

De bewindspersonen benadrukken dat het lerarentekort niet alleen vanuit Den Haag opgelost kan worden. Ook de werkgevers, die gaan over het personeelsbeleid van de scholen, moeten helpen. Net als de lerarenopleidingen en de vakbonden. ‘Alleen als iedereen de zeilen bijzet kunnen we deze uitdaging aangaan’, zegt Slob.

Geld voor scholing

De ramingen zijn gebaseerd op cijfers uit 2015. Dat houdt in dat de effecten van de meest recente maatregelen nog niet zijn meegeteld. Het kabinet probeert onder meer om werkloze leraren terug in de klas te krijgen. Daarvoor is per leraar een scholingsbudget van 2500 euro beschikbaar. ‘Extra scholing en begeleiding kan voor sommige leraren net het steuntje in de rug zijn dat ze nodig hebben om terug te keren in het onderwijs’, aldus Slob.

Daarnaast trekken ministers Slob en Van Engelshoven dit jaar in totaal 9,8 miljoen euro uit voor het omscholen van zij-instromers. Dat bedrag is nodig omdat meer mensen dan gedacht interesse hebben om het onderwijs in te stromen. Met het bedrag kan de opleiding voor ruim 490 leraren worden betaald. ‘De interesse van nieuwe instromers in het basisonderwijs is flink gestegen. Maar vooral het mbo profiteert van deze regeling. Daar kunnen ze de vakmensen goed gebruiken voor de klas’, zegt Van Engelshoven.

Zekerheid

De ramingen hebben zelf ook een dempend effect. ‘Je weet nu bijna zeker dat je een baan kunt vinden als je voor het onderwijs kiest’, zegt minister Slob. Dat was enkele jaren geleden nog wel anders. Toen zaten veel basisschoolleraren na hun opleiding thuis of moesten ze in een andere sector aan de slag.

Kabinet investeert

De maatregelen uit het regeerakkoord moeten er tevens voor zorgen dat het vak aantrekkelijker wordt. Het kabinet trekt 430 miljoen euro uit om samen met leraren en scholen de werkdruk te verminderen en 270 miljoen euro om de salarissen te verbeteren. Ook het collegegeld voor de Pabo wordt het eerste én tweede jaar gehalveerd. ‘Alleen samen met leraren, scholen en vakbonden kunnen we het vak zo aantrekkelijk mogelijk maken. Zodat we jongeren zo veel mogelijk verleiden om leraar te worden’, zegt Slob.

Voortgezet onderwijs en mbo

Het voortgezet onderwijs blijft bij onveranderde omstandigheden te maken houden met een lerarentekort. Dat is wel kleiner dan in het basisonderwijs (700 fte leraren in 2022 in het vo). Er zijn een aantal specifieke vakken, waarvoor moeilijk leraren te krijgen zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bèta vakken en klassieke talen. In het mbo moeten scholen de concurrentie aan met de aantrekkende arbeidsmarkt. Voor technische vakmensen is nu zoveel werk, dat het leraarschap het onderspit dreigt te delven. Ook in deze sectoren werkt het ministerie samen met de sociale partners aan het terugdringen van het tekort.

Sla met de voeten in het water

Agrarische techniek loopt voorop

De gemeente Hollands Kroon staat bekend om de goede kwaliteit van de landbouwgrond. Vandaar ook dat er zoveel groenten geteeld worden, Hollands Kroon is het grootste open tuinbouwgebied van Nederland. Maar ondanks het grote weidse landschap dat deze gemeente typeert, is grond schaars.

De hedendaagse boer kan door alle moderne technieken meer oppervlakte aan in zijn bedrijfsvoering en veel boeren willen dan ook groeien. Aan de andere kant van het spectrum groeien ook de ondernemers die willen specialiseren, zich in de diepte willen ontwikkelen. Bijvoorbeeld op de techniek. Een van de toepassingen van moderne technieken die ontwikkeld worden is die van teelt op water.

Onder meer bij slateler Pater Broersen in Waarland wordt sla op water geteeld in de open lucht. In een grote teeltvijver drijven plastic trays met potjes, waarin de slaplantjes staan. De wortels van de plant groeien door de onderzijde van de pot naar het water toe. Zo nemen zij zelf de benodigde voeding uit het water op.

De teeltvijver is gevuld met regenwater en omdat de teeltvijver een gesloten systeem is dat zichzelf ververst, hoeft de vijver maar één keer gevuld te worden. Dit maakt de teelt goed beheersbaar en duurzaam. Het product heeft op het gebied van arbeid, gewasbescherming, CO2-uitstoot en gebruik van water een aanzienlijk lager verbruik. In perioden dat er te veel neerslag is, wordt het overtollige water opgeslagen zodat het later weer gebruikt kan worden voor de teelt.

Bovendien kan op water wel acht keer meer sla per hectare worden geteeld dan in de grond. Je kunt dus dezelfde oppervlakte intensiever gebruiken zonder de bodem te verarmen. En hoeft er minder schaarse grond te worden gebruikt.

Veel inwoners van Hollands Kroon, maar zeker ook veel ondernemers, vinden het heel gewoon dat er op deze moderne manier naar ondernemen gekeken wordt. Toch is het heel bijzonder. Slateler Pater Broersen noemt dan ook met gepaste trots: ‘Er komen ondernemers over de hele wereld bij onze producten kijken. Wat wij hier in de Noordkop doen is eigenlijk heel uniek.’

www.agrarischehoofdstad.nl