Collegeprogramma Noord-Holland biedt kansen

Na de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 18 maart jl. zagen we de gebruikelijke taferelen. De winnaars vierden hun feestje en de verliezers likten hun wonden. Dat de lokale resultaten ingegeven zijn door landelijke politiek, weten we allemaal, dat is nou eenmaal niet anders.

Verrassend positief was het initiatief dat de onderhandelaars van de partijen die een college willen vormen namen door vertegenwoordigers van stakeholders uit te nodigen voor een inventarisatie van wensen. Zo’n uitgestoken hand mag je als belangenorganisatie uiteraard niet negeren. Gewapend met een lijstje wensen reisden wij af naar een fraai etablissement in Heemstede. Daar werden wij gastvrij ontvangen door vier zittende gedeputeerden, die in hun rol als onderhandelaar in gesprek traden met een uiteenlopend gezelschap over een waaier aan onderwerpen. Ondergetekende mocht deelnemen aan gesprekken over Ruimtelijke Ordening en kon daarnaast Woningbouwen Infra-onderwerpen aankaarten.

Ons wensenlijstje betrof grosso modo

  • de verduurzaming van de woningvoorraad,
  • het sluiten van een energieakkoord,
  • het zorgen voor voldoende bouwlocaties voor nieuwe woningen,
  • het investeren in openbaar vervoer en wegen om de files te verkleinen.

Na deze gesprekken bleef het heel lang stil, tot 20 mei jl. Op deze dag werd het nieuwe collegeakkoord gepresenteerd; daaraan voorafgaand werden de stakeholders uitgenodigd voor een bijeenkomst waarop zij geïnformeerd werden over het resultaat van twee maanden onderhandelen. Natuurlijk, je weet dat wensen wensen zijn en vaak blijven. Daarom was ik aangenaam verrast te constateren dat vele verhoord waren. Zo is het College overtuigd van de noodzaak dat voor de groeiende bevolking van Noord-Holland tot 2040 nog zo’n 250.000 woningen moeten worden gebouwd, aanzienlijk meer dus dan vier jaar geleden voorspeld werd.

 

Noord-Holland blijkt een levende en groeiende provincie, die, met name in de grote steden, veel bewoners trekt.

 

Een goed woon- en werkklimaat, in combinatie met goede opleidingsfaciliteiten, zorgt ervoor dat de bedrijvigheid toeneemt en het inwonersaantal groeit. Mede als gevolg van meer eenpersoonshuishoudens en gezinsverdunning groeit het aantal huishoudens spectaculair, zeker in landelijk perspectief gezien. Deze ontwikkeling leidt tot een uitbreiding van de woningvoorraad met 250.000 woningen.

 

De hamvraag is wel: waar moeten die woningen komen te staan?

 

De Provincie gaat uit van binnenstedelijke locaties, terwijl deskundigen betwijfelen of dit wel een realistische optie is. De woningbouw moet met name bij OV knooppunten worden gerealiseerd en vooral in het zuidelijk deel van de provincie. Veel bouwlocaties zijn echter minder ‘hard’, d.w.z. minder zeker dan gedacht, en de verwachting is dan ook dat een aanzienlijk deel van de nieuwbouwwoningen toch in het noordelijk deel van de provincie moeten worden gerealiseerd. Voor de eerstkomende jaren zijn er voldoende bouwlocaties, maar voor de periode daarna moeten nu al knopen worden doorgehakt.

Een belangrijk aandachtspunt voor onze provincie is de verduurzaming van de woningvoorraad. Gemiddeld zijn de woningen in Noord-Holland ouder dan in andere provincies en ruim 50% heeft een volstrekt onvoldoende energielabel. De bouwsector is bereid met de Provincie Noord-Holland, natuurorganisaties, installateurs, gemeenten en andere partijen een energieakkoord te sluiten waarin doelstellingen over verduurzaming geformuleerd staan en vertaald worden in duidelijke afspraken. De rol van de provincie is naar onze mening er onder andere een van voorlichting geven, voorbeelden tonen en stimuleren. Het budget dat in het collegeakkoord beschikbaar is gesteld kan hier prima voor worden ingezet.

Tenslotte bevat het akkoord een aantal investeringen in de weginfrastructuur en openbaar vervoer. Met name de aansluiting A8-A9 spreekt ons aan. Het zal de doorstroming verbeteren en een gunstige invloed hebben op de files boven het Noordzeekanaal.

Samenvattend: het collegeakkoord biedt kansen. Het is zaak om de komende vier jaar met het College in gesprek te blijven om na te gaan in hoeverre de doelstellingen gehaald worden en hoe er bijgestuurd kan worden.

 

Jan Overtoom – Regiomanager Randstad Noord Bouwend Nederland