energie-neutraal-duurzaam

Duurzaamheid een modewoord of toch niet?

Tegenwoordig hoeven nog maar weinig mensen overtuigd te worden van het belang van duurzaamheid. De grote hoeveelheid CO2 die wij sinds de 19e eeuw uitstoten dreigt onze planeet te verwoesten. Volgens sommige voorspellingen zullen de huizen in ons land over een aantal eeuwen letterlijk onder water staan. Verder heeft de crisis in Oekraïne er ons op ontluisterende wijze aan herinnerd hoezeer wij voor onze energievoorziening afhankelijk zijn van potentiële vijanden. Haalt u zich maar eens de krantenkoppen van amper een aantal maanden geleden voor de geest: barre, koude, gasloze winters dreigden voor heel Europa als wij Poetin teveel tegen ons in het harnas zouden jagen. De sceptici onder u, mochten die er nog zijn, wijs ik op een additioneel financieel argument: een duurzame energievoorziening is op de langere termijn ook goed voor uw portemonnee.

Helaas is duurzaamheid dankzij trendy consultants en hippe reclamejongens een ietwat sleets begrip geworden, een modewoord dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Wil je iets verkopen? Frame het als ‘duurzaam’ en de kans op succes stijgt exponentieel. Zoek je in de wielersport een sponsor voor de lange termijn? Dan ben je bezig met ‘verduurzaming’.

In de bouw hebben we gelukkig een minder modieus beeld van duurzaamheid. U kunt hierbij denken aan:

  • Energiebesparing bestaande voorraad: isolatie
  • Energiezuinige nieuwbouw: lage energie prestatienorm
  • Duurzaam materiaalgebruik: keuze van de juiste materialen
  • Duurzaamheidsinstrumenten: gebruik van eenduidige meetinstrumenten of ladders
  • Milieubelasting: totale milieubelasting van het bouwproces

Bouwend Nederland heeft de afgelopen periode alle programma’s in Noord-Holland doorgenomen en beoordeeld op verschillende thema’s, waaronder duurzaamheid. Dat is een leerzaam proces geweest omdat weer eens blijkt dat in gemeenteland heel verschillend over de inhoud van het begrip wordt gedacht.

De ambities zijn over het algemeen hoog. Zo wil Haarlemmermeer zijn koppositie vasthouden, terwijl Hilversum ernaar streeft in 2015 energieneutraal te worden en de koppositie over te nemen. Ook Beverwijk en Haarlem willen energieneutraal worden. Zaanstad daarentegen wil dat pas in 2030 zijn. Amsterdam kiest voor een ‘Aanvalsplan’: in 2020 moet sprake zijn van 20% meer opgewekte duurzame energie en van 20% besparing door verduurzaming.

Een belangrijke overeenkomst tussen al die plannen is het accent dat op zonne- en windenergie wordt gelegd. Tegelijk zien we binnen dat algemene kader een grote verscheidenheid aan vormen van hernieuwbare energie. Zo wil Aalsmeer voorbeeldprojecten op het gebied van zonne-energie, terwijl Diemen voor windmolens gaat. Heerhugowaard gaat zonnepaneel-weiden aanleggen en wil de windkansenkaart actualiseren.. Koggenland gaat ook voor zonneweiden, terwijl Hoorn voor zonnepanelen op braakliggende grond opteert. Amstelveen gaat ‘duurzaam inkopen’. Ik geef hier slechts enkele voorbeelden, maar alle collegeprogramma’s zijn onderzocht en laten de hierboven genoemde verscheidenheid zien. Een aantal gemeenten moet nog verder studeren op het beleid. Wijdemeren wil een duurzaamheidsnota schrijven. De klimaatvisie van Enkhuizen moet nog verder uitgewerkt worden. Bescheidener is Muiden: duurzaamheid is er richtlijn, maar men noemt nog geen concrete punten.

De bouwnijverheid heeft een dienstbare, essentiële rol bij het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsagenda’s. Zij heeft de expertise in huis om Nederland fors te laten stijgen op de internationale duurzaamheidslijsten. Daarbij is het echter van belang dat de gemeenten meewerken. Zij moeten duidelijk zijn in beleid, keuzes en uitvoering. Dan kan de sector sneller en efficiënter de doelstellingen concreet in bouwproductie vertalen. De enige gemeente die er in dat opzicht positief uitspringt is Heiloo. In het collegeprogram lezen we dat zij met bouwers om de tafel wil teneinde duidelijke afspraken te maken over wat de bedrijven kunnen bijdragen aan de verduurzaming in de gemeente. Een goed voorbeeld, dat navolging verdient!

Jan Overtoom – Bouwend Nederland