Bouw arbeiders personeel zzp

Human Capital; de mensen die het moeten doen!

De verkiezingen zijn aanstaande en dat is goed te merken. 15 maart gaat Nederland naar de stembus om een nieuwe Tweede kamer te kiezen. Miljarden worden door politieke partijen, die schreeuwen om aandacht, uitgedeeld aan de zorg, defensie, het onderwijs of vergroening. Brancheorganisaties draaien overuren om met ‘investeringskalenders’ te komen die aan de aankomende Kamerleden worden aangeboden. En ook de bouw doet een duit in het zakje door met de Bouwagenda te komen. En dat is terecht.

De toekomst is nog nooit zo onzeker geweest in deze tijden van disruptie en een sterk veranderend politiek landschap. Dit terwijl de opgaven waar we als Nederland voor staan immens zijn. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen moet drastisch beperkt worden en er moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd of worden aangepast. De grote vraag is niet of dit gaat gebeuren. Want gebouwd worden gaat er. Maar of we de vakmensen kunnen krijgen om onze ambities waar te maken. Met de bouw gaat het de goede kant op. Demografisch gezien gaat het met het aantal beschikbare jongeren voor de bouw de komende vijftig jaar dramatisch.

Te weinig jongeren

Het Economisch Bureau van ABN Amro heeft december jl. andermaal voor een dreigend tekort aan vakmensen in de bouw gewaarschuwd. Als de sector niet snel verjongt, zal er volgens de economen onherroepelijk een gevecht om het schaarse personeel losbarsten. De aantrekkende woningmarkt is niet alleen maar goed nieuws voor de bouw. Meer werk is, na jaren van crisis, voor de meeste bouwbedrijven van harte welkom. Tussen 2009 en 2015 daalde het aantal werknemers tussen 15 en 25 jaar met 45 procent, terwijl het aandeel 55-plussers steeg van 16 naar 20 procent. De verwachting van ABN Amro is dat het aantal banen alleen al in 2017 wel eens met 15 procent kan stijgen. De totale behoefte aan instroom in de periode 2017-2020 bedraagt hierboven nog eens tienduizenden als we de gestelde ambities (energietransitie, energie-neutrale woningen, bouwen nieuwe woningen, herontwikkeling kantoren, klimaat adaptief maken steden) kunnen gaan invullen.

Jongeren moeten dus meer dan gemiddeld voor de (water)bouw kiezen. We hebben echter meer personeel nodig dan we mensen hebben in Nederland. Demografisch gezien neemt het percentage jongeren sterk af. In 2016 zijn er 172.000 kinderen in Nederland geboren. Terwijl dit in 1970 er 260.000 waren. De potentiele beroepsbevolking voor de komende generatie is in 46 jaar tijd met 90.000 afgenomen. En deze tendens zet alleen maar door de komende twintig jaar. De bouwers met de beste mensen kunnen het werk uitvoeren. En daarmee dreigt de slag om personeel tussen bedrijven onderling. Bedrijven kunnen dus de komende jaren failliet gaan omdat ze hun mensen niet kunnen behouden. Niet omdat er geen werk is.

Andere competenties

Digitalisering wordt steeds belangrijker in het bouwproces. Sturing middels data en verwerking van informatie geeft tegenwoordig aan hoe het bouwproces moet worden vormgegeven. Nieuwe functies gaan ontstaan en bestaande banen evolueren zich. De kapitein van een middelgroot baggerschip had dertig jaar geleden een bemanning van tien, terwijl hij anno 2017 vanuit de stuurhut op basis van sonarbeelden met een joystick op de decimeter nauwkeurig baggert en het schip op koers houdt. Techniek en innovatie zorgen voor een andere behoefte aan arbeid. Niet alleen automatisering wordt steeds belangrijker, ook andere samenwerkingsvormen stellen andere eisen aan bouwers. In contracten van Rijkswaterstaat en de waterschappen krijgen ontwerpers en bouwers een steeds grotere plek. Innovatie moet zorgen voor nieuwe technieken waardoor de kostprijs van werken drastisch omlaag kan. Ook zullen werknemers in de bouw de dialoog moeten aangaan; samenwerking in de nieuwe werkvormen is cruciaal om succesvol te kunnen zijn. Naast inhoudelijke competenties die ze moeten hebben, worden sociale competenties onontbeerlijk in de loopbaan van de aankomende bouwprofessional.

Human Capital moet centraal

De vraag na de Bouwagenda moet dan ook wat mij betreft niet zijn wat we gaan doen. Maar hoe we de mensen krijgen om de ambities te realiseren. Het is de hoogste tijd voor disruptie in de werving en scholing van jongeren voor de bouw. Het moet anders. De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven moet beter. De doorstroming moet sneller. Het curriculum zal zich jaarlijks razendsnel moeten aanpassen aan een wereld die ieder jaar zich evolueert. We zullen snel een generatie jongeren perspectief moeten geven hebben waardoor we nieuwe collega’s kunnen verwelkomen voor een sector die letterlijk Nederland vorm geeft. Anders kunnen we de grote bouwinspanningen waarvoor we nu pleiten in de Bouwagenda helaas niet realiseren..