Techniek mismatch

Mismatch in de techniek – Campagnes

Op diverse fronten hebben betrokken partijen de handen ineen geslagen om de kloof tussen technische beroepsopleiding en praktijk verder te dichten. ­Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteit, maar zeker ook om de kwantiteit, zoals berekeningen van diverse branche-organisaties laten zien. Een van de kardinale vragen is dan ook: hoe interesseren we jonge mensen voor de techniek?

Het is begrijpelijk dat in deze kwestie met een verwachtingsvol oog naar de brancheorganisaties wordt gekeken. Dat zijn immers de overkoepelende organen die branchebrede initiatieven zouden kunnen ontplooien die in ieder geval een stap in de goede richting zouden geven.

‘Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) hebben de bouw- en infrasector de komende vijf jaar zo’n achtduizend man nieuw personeel per jaar nodig om aan de groeiende vraag uit de markt te voldoen. In het onderwijs daalt het aantal leerlingen op bouw- en infraopleidingen echter al jaren steevast, met name op het mbo. Om deze reden zijn instroom en opleiding stevige aandachtspunten voor Bouwend Nederland.’ (Bron: Bouwend Nederland)

Het meerjarenprogramma Instroom, waarvoor het Algemeen Bestuur van Bouwend Nederland op 30 november groen licht gaf, is een driejarig programma dat zich richt op een landelijke campagne met een duidelijk beeldmerk. De campagne laat zien hoe leuk en creatief het is om in de bouw- en infrasector te werken. De campagne wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met opleidingsbedrijven, scholen en bestaande regionale initiatieven.

Campagne

Het meerjarenprogramma Instroom richt zich niet alleen op jongeren in de bovenbouw van het vmbo, havo en vwo en de beroepsopleidingen. Het moet ook de zogenaamde zij-instromers, die uit andere beroepsgroepen komen, verleiden om voor een carrière in de bouw of infra te kiezen. Eerst wordt onderzocht hoe jongeren momenteel over de bouw denken. Dit leidt tot een online en offline campagne. Op basis daarvan ontwikkelt Bouwend Nederland samen met de opleidingsbedrijven en leden acties op maat die de instroom moeten bevorderen. Gedacht kan worden aan prijsvragen op scholen, het uitbouwen van netwerken en het geven van gastlessen.

“Al langer signaleren we met elkaar dat er te weinig jongeren kiezen voor een opleiding voor of werk in de bouw- en infrasector”, zegt Henk Homberg, vicevoorzitter van Bouwend Nederland. “Dat is verklaarbaar, want er was ook weinig werk in onze sector. Dat maakte de sector niet populair. Echter, een opleiding duurt een aantal jaar. Je moet dus vooruit plannen en inspelen op de gunstige vooruitzichten. Daarom trok Bouwend Nederland al eerder aan de bel, net zoals ABN Amro begin december ook deed.”

“Inmiddels zien we bijvoorbeeld de woningmarkt in rap tempo groeien. Dat brengt werk met zich mee. Meer werk dan we met elkaar aan kunnen nu en straks. We hebben keihard mensen nodig! Meer mensen èn mensen met andere kwaliteiten. De maatschappij is veranderd, de sector is veranderd en het werk is veranderd. Daar horen ook diverse nieuwe skills bij. Deze instroomcampagne gaat dat laten zien.”

Kanttekeningen

Hoewel Bouwend Nederland vanzelfsprekend alle lof verdient voor dit initiatief, moeten we er toch enige kritische kanttekeningen bij plaatsen. Want dergelijke ronkende bewoordingen roepen namelijk ook vragen op. Wat zijn bijvoorbeeld de doelstellingen van de campagne? Hoeveel toekomstige leerlingen moeten er gehoor geven aan de smeekbeden van deze campagne? En wat zijn dan wel de skills waarover Homberg zo plastisch spreekt. Een goede campagne definieert namelijk ook verwachte resultaten. Helaas lezen we daarover geen woord.

Duidelijkheid werd er op dit vlak ook niet verschaft tijdens de kick off van het bovengenoemde programma Instroom. Diverse sprekers lieten hun licht over de problematiek en de oplossingen die het programma mogelijk biedt. Rolf Hut, werkzaam aan de TU Delft en daarnaast columnist en presentator, onderstreepte het nog maar eens: laat kinderen op jonge leeftijd al kennis maken met techniek. Dan is het gemakkelijker om hen daarna te laten zien hoe leuk bijvoorbeeld de bouw en infrasector is.

De voorzitter van Bouwend Nederland, Maxime Verhagen, lichtte toe dat er een maatschappelijke opgave voor de sector ligt: de bouw gaat innoveren, woningen verduurzamen, bruggen renoveren en rioleringen vervangen. Met andere woorden: er zit veel werk aan te komen en veel werk betekent dat we aan de slag moeten met het werven van jonge mensen en zij-instromers.

Henk Homberg, vicevoorzitter van Bouwend Nederland en werkgeversvoorzitter van Volandis, vulde aan dat goed werkgeverschap (zorgen dat medewerkers in de sector zich kunnen blijven ontwikkelen) meehelpt ook het imago van de bouw te versterken. En Peter Postma, voorzitter van de Vakgroep Opleidingsbedrijven benadrukte het belang van goede samenwerking met het onderwijs.

Kortom, weinig verrassende uitspraken en geen nieuwe inzichten. Terwijl we daar toch heel veel behoefte aan hebben.

Wervend?

Een korte ronde langs de websites van de andere brancheorganisaties levert evenmin een reden voor veel vreugde. Op de website van Uneto-VNI is het, afgezien van de smeekbede van voorzitter Doekle Terpstra over de komende behoefte aan technisch personeel angstaanjagend stil. Wie de site bezoekt, vindt onder het kopje ‘De aantrekkelijkheid van de branche profileren’ de volgende tekst:

‘Zoek je een uitdagende baan in de techniek? Denk eens aan de installatiebranche of de elektrotechnische detailhandel. Je kunt er aan de slag in zeer uiteenlopende functies bij heel verschillende bedrijven. De kansen op een baan in deze branche zijn goed.’ Dat kunnen we toch allerminst verhelderend en wervend noemen; een aspirant copywriter krijgt daar nog spontaan maagzuur van.

De FME doet het overigens niet veel beter. Daar kunnen we het volgende lezen:

‘In Den Haag kunnen ze er niet voor zorgen dat het middelbaar beroepsonderwijs goed aansluit op wat bedrijven nodig hebben. Scholen (ROC’s) in de regio moeten weten om welke technici met welke competenties bedrijven staan te springen. Daarom is samenwerking tussen scholen en technologische bedrijven in de regio zo belangrijk. FME brengt scholen en bedrijven bij elkaar.’

Ook bepaald geen woorden waardoor de aantrekkelijke kanten van het technische vak swingend naar voren komen. Of, om maar het clublied van Feyenoord te parafraseren: ‘Geen woorden, geen daden’. Beide organisaties zouden wat dat betreft een voorbeeld aan Bouwend Nederland mogen nemen. We praten hier immers over een probleem dat de bedrijfsvoering van honderden ondernemingen zou kunnen bedreigen. En waarbij we dus mogen verwachten dat alle geledingen die hier mee te maken hebben nu eens over de grenzen van hun eigen belangen heen kijken en creatief en branchebreed naar passende oplossingen zullen zoeken.

Onderwijs en educatie zijn van het grootste belang voor ondernemers. Zij vormen het fundament voor de continuïteit van een bedrijf of branche.

In de week van 1 mei a.s. organiseert Onsnoordholland een Ronde tafel bijeenkomst over dit onderwerp. Wilt u daar bij zijn? Of wilt u meer informatie. Neem dan contact op met Marco Velt, email sales@onsnh.nl er zijn nog 2 plekken beschikbaar…

 

Lees ook eerder geplaatste mismatch artikelen:

1e artikel: http://onsnh.nl/mismatch-in-de-techniek/

2e artikel: http://onsnh.nl/mismatch-in-de-techniek-initiatieven-en-verbanden/