mismatch onderwijs personeel techniek en bouw

Mismatch in de techniek – Initiatieven en verbanden

Er valt het nodige te verbeteren aan de koppeling tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven; daarover is vrijwel iedereen het eens. En het moet gezegd, er worden links en rechts bewonderenswaardige initiatieven ontplooid om die kloof te dichten. Jammer genoeg betreft het vaak individuele bedrijven of organisaties. Vanwege die beperktheid is er nog altijd geen zicht op een structurele oplossing van het probleem.

“We hebben de laatste jaren inderdaad weinig instroom gehad en we hebben ook niet veel aandacht aan opleidingen besteed”, erkent Willem-Jan Broekkamp, KAM- en opleidingscoördinator bij Bonarius Bedrijven. “Maar we moeten ook niet vergeten dat we zeven crisisjaren achter de rug hebben waarin er simpelweg geen geld was en ook geen behoefte aan nieuwe medewerkers. Sterker nog, veel goede vakkrachten hebben deze branche verlaten vanwege inkrimpingen en faillissementen. Nu schreeuwt iedereen moord en brand, maar we hadden natuurlijk kunnen voorzien dat zodra de markt weer ging aantrekken er nijpende tekorten aan geschoold personeel zouden ontstaan.”

Om kort te gaan, het bedrijfsleven moet geen afwachtende houding aannemen, maar anticiperen op te verwachten ontwikkelingen. Het is dan ook bijna onvoorstelbaar dat bedrijven dermate opportunistisch zijn in hun bedrijfsvoering.

Maar ook John Jansen, hoofd opleidingen bij Energie Service Noord West ESNW erkent dit probleem. “Wij hanteren het uitgangspunt dat je monteurs en andere technici niet krijgt, maar dat je ze moet vormen. Daarom hebben we dan ook al jarenlang een eigen opleidingscentrum, waar we mensen bekwamen in de specifieke vaardigheden die ons bedrijf nodig heeft.”

Ook bij Bonarius heeft men op dat vlak inmiddels spijkers met koppen geslagen. “Voor ons is de tijd van overleg gepasseerd en zijn we het pad van concrete actie ingeslagen”, stelt Broekkamp. “We zijn een intern bedrijfsscholingstraject gestart, wat volop in ontwikkeling is. Op dit moment volgen ongeveer vijftig medewerkers een BBL-vakopleiding op niveau 2/3. Dit alles gebeurt in nauwe samenwerking met bijvoorbeeld VTI, ROC’s en OTIB en Installatiewerk. We zijn in staat gebleken in zeer korte tijd een prima match te creëren voor gemotiveerde starters en zijinstromers in ons mooie vakgebied.”

Interesse aanwakkeren

­­Het is natuurlijk wel zo dat de instroom voor dit soort opleidingen bestaat uit mensen die al bewust voor een carrière in de techniek hebben gekozen. Als we de signalen mogen geloven, zijn er de komende jaren duizenden extra nieuwkomers nodig om aan de vraag naar geschoold personeel te kunnen voldoen. En het lijkt maar zeer de vraag of die er zullen komen naar aanleiding van dit soort initiatieven. De interesse voor technische beroepen moet dus verder worden aangewakkerd en daarvoor zullen andere inspanningen moeten worden verricht.

ESNW en Bonarius gaan daarom nog een paar stappen verder. Zo zet deze bedrijven zich manmoedig in voor een betere voorlichting voor de jeugd. Jansen geeft in dat verband al een aantal jaren trainingen in techniek voor het middelbaar onderwijs en geeft hij zelfs ‘techniekles’ op basisscholen. “Recent heb ik als gastdocent nog negentig kinderen van een basisschool in Julianadorp les gegeven”, legt hij nader uit. “En we hopen dat ze daardoor geïnspireerd raken om later voor een beroepsopleiding in een technisch vak te kiezen. We zien dat dus echt als een investering in de toekomst.” Broekkamp onderschrijft die visie: “Ook wij leveren volop onze bijdrage aan de bron dooe middel van samenwerking met VMBO-scholen en initiatieven in het basisonderwijs.”

Voorbeelden die navolging verdienen, want dergelijke inspanningen kunnen niet anders dan bijdragen aan een beter imago van de technische vakken. En dat imago is, zoals we al eerder hebben vastgesteld, een van de grote struikelblokken bij de beroepskeuze van nieuwe leerlingen. Technische beroepen zijn in veler ogen, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld ICT, bepaald niet ‘sexy’ genoeg.

“Dat is maar zeer de vraag”, meent Broekkamp. “Gezien alle aandacht voort verduurzaming en energietransitie zien we de laatste jaren een tendens waarbij technische vakken meer op hun merites worden beoordeeld. En daardoor komt er meer en meer erkenning voor het feit dat goed opgeleide installateurs en monteurs gewoon zeer gedegen vakmensen zijn met een aanzienlijke theoretische bagage. En daarbij passende arbeidsvoorwaarden. En laten we wel zijn: salaris en secundaire voorwaarden  vormen toch ook een belangrijke drijfveer voor mensen om dit vakgebied te kiezen.”

Samenwerkingsverbanden

Bonarius en ESNW blijken niet de enige bedrijven die niet bij de pakken neer is gaan zitten en zelf de handen uit de mouwen hebben gestoken. Op lokaal en regionaal niveau zijn er talloze samenwerkingsverbanden te vinden, waarbij in gezamenlijkheid wordt getracht de kloof tussen onderwijs en praktijk verder te dichten. En dergelijke initiatieven verdienen uiteraard alle lof.

Een van de meest in het oog springende van die samenwerkingsverbanden in wellicht OTIB, het Opleidings- en ontwikkelingsfonds voor het Technisch InstallatieBedrijf. Werknemers, werkgevers en onderwijsinstellingen hebben binnen OTIB de handen ineengeslagen. Daarbij is wijselijk gekozen voor een regionale structuur, de zogenoemde RBPI (regionaal Beleidsplatform Installatietechniek). En voor Noord-Holland gelden in dat verband drie speerpunten: Arbeidsmarkt, Onderwijs, Loopbaan. Of, vrij vertaald: Kwantiteit, Geschiktheid, Kwaliteit.

Die aanpak begint vruchten af te werpen, zo wordt ons van diverse kanten verzekerd. En dat is niet alleen begrijpelijk, maar ook noodzakelijk. Want de technische branches staan voor uitdagende jaren. Zoals Broekkamp al aanhaalde, is de urgentie van verduurzaming en energietransitie groter dan ooit en om die twee zaken in de nabije toekomst te realiseren zijn nu eenmaal veel, en goed opgeleide, technici noodzakelijk.

Eén van de zorgpunten daarbij werd reeds in het artikel ‘Mismatch in de techniek’ door Ronald van Laar van Ateco naar voren gehaald: “Bevlogen leerkrachten die hun leerlingen enthousiast weten te maken voor het vak zijn met een lampje te zoeken. Ik krijg soms leerlingen op snuffelstages en als ik dan met hen een kas binnenloop, staan ze met de ogen te knipperen wat het installatiewerk allemaal inhoudt. Die hebben werkelijk geen idee wat er allemaal gebeurt binnen ons vakgebied.”

Kortom, de kwaliteit van de docenten is voor vele betrokkenen een groot punt van aandacht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verschillende samenwerkingsverbanden hieraan veel aandacht besteden. En dat geldt tevens voor de kwaliteit van het praktijkonderwijs. Niet alle inspanningen die op dit vlak worden verricht, zijn voor iedereen zichtbaar, maar de problematiek is onderkend en de handen zijn uit de mouwen.

Imago

Is daarmee de kou van de lucht? Daarover zijn de meningen verdeeld. Natuurlijk, bedrijfsleven en onderwijs beijveren zich om de kloof tussen opleiding en praktijk te dichten, de vooruitzichten inzake werkgelegenheid en salariëring in het technisch vakgebied zijn goed en de toekomst biedt reden voor optimisme. Maar we moeten onze ogen niet sluiten voor het feit dat het technische beroep te maken heeft met een matig imago en zoals we weten ijlen imago’s vaak lang na. Om het in marketingtermen te zeggen: het imago van dit vakgebied moet worden afgestoft.

Er moeten dus wegen worden gevonden om jongeren adequaat te bereiken en intensief de positieve kansen en mogelijkheden te schetsen. Want het imago is anders dan de realiteit en zoals elke beginnende marketeer ons kan vertellen: ‘perceptie is de enige werkelijkheid’. En de branche zou die perceptie dan ook zeer serieus moeten nemen. De eerste stappen zijn gezet: er wordt in breed verband gewerkt aan verbeteringen en dat werpt vruchten af. Nu moeten we ook nog een weg vinden om die verbeteringen aan de relevante doelgroepen te communiceren. Anders blijft het succes van de samenwerkingsverbanden beperkt. En laten we wel zijn: technische beroepen verdienen een topimago.

Onderwijs en educatie zijn van het grootste belang voor ondernemers. Zij vormen het fundament voor de continuïteit van een bedrijf of branche.

 

In mei organiseert Onsnoordholland een Ronde tafel bijeenkomst over dit onderwerp. Wilt u daar bij zijn? Of wilt u meer informatie. Neem dan contact op met Marco Velt, email sales@onsnh.nl.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *