Berichten

geld

Maatregelen SZW terrein 2018

Per 1 januari 2018 verandert een aantal regels op SZW-terrein, hieronder staan de veranderingen op een rijtje.

Aan het begin van het nieuwe jaar worden nieuwe eisen van kracht waar certificerende instellingen aan moeten voldoen om certificaten af te mogen geven die op grond van de arbeidsomstandigheden-regelgeving vereist zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de certificatie van arbodiensten, kraanmachinisten, duikers en asbestverwijdering. De nieuwe voorschriften houden in dat certificerende instellingen moeten beschikken over een accreditatie van de Raad voor Accreditatie. Deze wijzigingen zorgen voor een verdere professionalisering van de wettelijk verplichte certificering. Er geldt een overgangsregeling tot eind 2019.

Lees meer

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Vanaf 2019 kunnen pensioenuitvoerders kleine pensioentjes overdragen aan de nieuwe uitvoerder van een deelnemer, zodat je ook met dat oude geld blijft sparen voor je pensioen. Daarmee krijg je later meer pensioen.

De Tweede Kamer heeft vanmiddag in ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wie in zijn leven veel verschillende werkgevers heeft, heeft daarmee ook veel verschillende pensioenpotjes. Door hoge administratiekosten kunnen pensioenuitvoerders deze potjes afkopen. Dat zorgt ervoor dat bij ingang van de pensioengerechtigde leeftijd minder pensioen beschikbaar is. Dit gaat nu veranderen.

Pensioenuitvoerders krijgen de mogelijkheid om pensioenpotjes van meer dan 2 euro en minder dan 468 euro per jaar automatisch toe te voegen aan de pensioenpot waar iemand op dit moment actief pensioen opbouwt. Daarmee groeit zijn totale pensioenspaarpot en wordt de uiteindelijke uitkering hoger. Minister Koolmees: ,,Dit is natuurlijk goed nieuws voor iedereen die nu nog een bonte verzameling van verschillende pensioenpotjes heeft. Door die bedragen bij elkaar op te tellen in plaats van vroegtijdig af te kopen, krijgt jouw pensioen meer waarde. Op die manier kun je veel beter een appeltje voor de dorst opbouwen.’’

Tot 1 januari 2019 kunnen mensen er nog voor kiezen om het hele kleine pensioen over te dragen en kunnen pensioenfondsen deze lage bedragen nog afkopen. Vanaf 1 januari 2019 mogen pensioenuitvoerders hele kleine pensioenpotjes van minder dan 2 euro laten vervallen. Dit heeft te maken met de hoge administratiekosten die in geen enkele verhouding staan tot de waarde van zo’n heel klein pensioen. Die kosten moeten worden opgebracht door de overige deelnemers en de werkgevers. Deze heel kleine bedragen vervallen aan het collectief.

Minister Koolmees roept iedereen op om op zoek te gaan naar hun hele kleine pensioenpotjes. Dit zijn pensioentjes van maximaal 2 euro per jaar. Daarvan zijn er meer dan 200.000. Lang niet iedereen weet nog van het bestaan van zijn kleine pensioentjes. En dat moet veranderen, vindt Koolmees. Want daarmee loop je mogelijk straks pensioen mis. Voor pensioenfondsen en verzekeraars heeft de nieuwe wet ook voordelen. Zij hoeven geen kleine pensioenen meer aan te houden tegen hoge kosten en kunnen zich toeleggen op het creëren van meer waarde voor hun deelnemers. Ook hoeven ze geen mails of brieven meer te sturen voor die hele kleine pensioenen.

Ook interessant

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

 

 

PKB innovatie in ​arbeidsvoorwaardenpakket

Een persoonlijk keuzebudget (PKB) en zeggenschap over arbeidstijden. Dat zijn moderne elementen in de nieuwe cao, gericht op zowel werkgevers als werknemers.

​​​​​​​​Vooral het PKB vormt een innovatie in het ​arbeidsvoorwaardenpakket. De sector transport en logistiek laat zien klaar te zijn voor de toekomst. Het PKB is een beproefde manier om arbeidsvoorwaarden te flexibiliseren, zoals ook al in andere sectoren wordt gedaan.

Lees meer

Groen licht voor aanvulling ww

Aanvulling ww groen licht

Werkgevers en werknemers krijgen de mogelijkheid om per sector een private aanvulling op de werkloosheidsuitkering af te spreken.

De ministerraad heeft afgelopen vrijdag op voorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met de hiervoor benodigde maatregel. Momenteel bouwen werknemers de eerste 10 jaar een maand ww per gewerkt jaar op, daarna een halve maand per gewerkt jaar, tot maximaal 24 maanden. Eerder was dit een maand per gewerkt jaar tot een maximum van 38 maanden.

De werkgevers en werknemers stemden in 2013 bij het sociaal akkoord met deze versobering in, waarbij ze afspraken dat ze zelf de mogelijkheid zouden krijgen om per sector de ww-rechten aan te vullen tot de oorspronkelijke duur van maximaal 38 maanden. De aanvulling van de ww verloopt via een bovensectoraal fonds van de werkgevers en werknemers. De aanpassing van het Besluit fondsen en spaarregelingen waar de ministerraad nu mee heeft ingestemd maakt de oprichting van zo’n fonds mogelijk. De maatregel treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.

Meer informatie over de uitvoering van de ww-aanvulling en over het private fonds is te vinden bij de Stichting Private aanvulling WW: www.spaww.nl.

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Werken met uitzendbureaus checklist

De Inspectie SZW (ISZW) heeft samen met de Belastingdienst en branchepartijen in de uitzendsector ABU, NBBU, SNA en SNCU een checklist ontwikkeld voor bedrijven die werken met uitzendbureaus.

De checklist helpt bedrijven te beoordelen of zij op een eerlijke, gezonde en veilige manier met uitzendkrachten werken.

Controle en eerlijk loon

Aan de hand van negen punten beoordelen bedrijven het uitzendbureau waar zij mee werken en wordt duidelijk welke punten zij zelf nog op orde moeten brengen. Het gaat onder andere om juiste registratie van het uitzendbureau bij de Kamer van Koophandel, het gebruik van een g-rekening, betalen van een eerlijk loon en het controleren van de identiteit van de uitzendkracht. Wanneer aan alle negen punten uit de checklist wordt voldaan dan is de kans een stuk groter dat het uitzendwerk op een eerlijke, gezonde en veilige manier gebeurt. Zowel de inlener als het uitzendbureau moeten volgens de Inspectie SZW regelmatig alle punten controleren en alert blijven op signalen van misstanden.

Onderscheidend vermogen

Het merendeel van de uitzendbureaus houdt zich keurig aan de regels, maar er zijn malafide uitzendbureaus die uitzendkrachten onderbetalen en uitbuiten. Bedrijven die arbeidskrachten bij malafide uitzenders inhuren, kunnen op oneerlijke wijze goedkoper produceren en concurreren. De Inspectie SZW treedt daar streng tegen op. Ook inleners kunnen hun verantwoordelijkheid nemen om misstanden met uitzendwerk tegen te gaan.

Bovendien zijn inleners in sommige gevallen ook aansprakelijk als zaken niet goed zijn geregeld. Met name in de metaalsector, de industrie, horeca, detailhandel, land- en tuinbouw, schoonmaaksector en bouwsector ziet de Inspectie misstanden met uitzendwerk. De checklist helpt bedrijven om hun uitzendwerk op een eerlijke, gezonde en veilige manier te regelen.

Zakendoen met een uitzendbureau?

Zorg dan dat u én het uitzendbureau zich aan de regels houden. Deze checklist helpt u een uitzendbureau te selecteren, en om zelf op een eerlijke en veilige manier met uitzendkrachten aan de slag te gaan.

 

1 CAO voor hele transportsector

Rij en rust tijden uitgebreide aandacht

Onlangs kreeg een bedrijf een boete omdat een chauffeur geen goede dagelijkse rust had genoten. Weliswaar had de chauffeur 11 uur rust gehad, maar van die rust viel maar 9 uur in de periode van 24 uur vanaf aanvang van de werkzaamheden. Daardoor was sprake van een verkorte rust, terwijl hij die al drie had genoten.‘Maar’, zo zei de betreffende chauffeur, ‘ik hoor altijd dat je na 15 uur moet rusten en dat heb ik gedaan.’

Die 15 uur ligt echter nergens vast. In de regels over de rij- en rusttijden staat dat de dagelijkse rust moet vallen in een periode van 24 uur na de vorige dagelijkse of wekelijkse rust. Dat betekent dat je bij een rust van 9 uur na uiterlijk 15 uur moet stoppen, maar bij een rust van 11 uur moet dat dus na uiterlijk 13 uur.

Uitgebreid aandacht

Overigens komt deze overtreding veel voor. Vandaar dat daar tijdens de door TLN georganiseerde workshops ‘Rij- en rusttijden en digitale tachograaf’ uitgebreid aandacht aan wordt besteed.
Voor de maanden maart en april zijn er nog drie workshops met een open inschrijving gepland, namelijk:

Zoetermeer op Maandag 20 maart
Moerdijk op Maandag 27 maart
Hoogeveen op Maandag 10 april

Klik hier voor meer informatie of neem contact op met TLN, Piet Massuger, T 088 4567152, E pmassuger@tln.nl. Aanmelden kan via de agenda van TLN op www.tln.nl/agenda.

juridisch

[gastblog] Er schuilt een addertje onder het gras bij oproepcontract

Is er sprake van een arbeidsovereenkomst met een omvang van minder dan vijftien uur per week en werkt de werknemer op oproepbasis? Let op dat de werknemer die per oproep minder dan drie uur werkt, toch drie uur moet worden uitbetaald. Het Gerechtshof ’s Hertogenbosch heeft zich op 24 januari 2017 uitgelaten over een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP-overeenkomst) en komt met een interessant oordeel.

Het Hof oordeelt als volgt: ‘De arbeidsovereenkomst (MUP-overeenkomst) die partijen met elkaar zijn aangegaan, is bijzonder in die zin dat de uit deze overeenkomst voortvloeiende prestaties eerst moeten worden verricht nadat de werkgever de werknemer heeft opgeroepen. De belangrijkste prestaties betreffen dan voor de werknemer het verrichten van arbeid en voor de werkgever het betalen van loon.’

Sinds 28 april 2012 werkte de werknemer tijdelijk op oproepbasis bij deze werkgever. Volgens de werkgever blijkt achteraf dat zij circa twintig uur per week werkte. Het dienstverband van de werknemer werd al van rechtswege beëindigd op 26 oktober 2013. Twee maanden na einde dienstverband ontving de werkgever het verzoek achterstallig loon uit te betalen. Werknemer verzocht eerst uitbetaling van een 40-urige werkweek. Hier ging het Hof niet in mee en oordeelde:

‘De vordering van werknemer, inhoudende dat zij ook aanspraak kan maken op loon gedurende de periode dat zij (thuis) wacht op een oproep van de werkgever, is dan ook in strijd met de aard van het onderhavige arbeidscontract, ook al is werknemer contractueel verplicht om aan de oproep van werkgever gehoor te geven.’

De werknemer was niet voor één gat te vangen en verzocht extra loon op basis van het feit dat de arbeidsomvang niet was vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Het Hof stelt vast:

‘dat de arbeidsomvang niet of niet eenduidig is vastgelegd en dat de werknemer in beginsel recht heeft op extra loon in de zin van artikel 7:628a BW.’

Het is voorgekomen dat de werknemer was opgeroepen te werken en dan minder dan drie uren werk uitvoerde, soms zelfs op eigen initiatief. De werknemer weigerde te komen werken of verzocht zelf eerder te mogen stoppen vanwege verplichtingen elders. In de uitspraak is te lezen dat de werkgever hierover klaagt. Het kan toch niet zo zijn dat de werkgever achteraf alsnog salaris moet betalen als de werknemer weigert uitvoering te geven aan de oproep?

Jawel, zo oordeelt het Hof. De werknemer heeft immers voor iedere werkperiode, ongeacht of deze ingepland was of niet, recht op minimaal drie uren loon, conform artikel 7:628a BW. Het Hof concludeert dat het gevorderde bedrag inclusief 8% vakantietoeslag toewijsbaar is. De werkgever moet aan de werknemer alsnog € 8.294,35 brutosalaris betalen plus vakantietoeslag plus nog eens de wettelijke verhoging, conform artikel 7:625 BW.

Als een werkgever het salaris niet tijdig betaalt, dan is hij op grond van de wet een verhoging verschuldigd die kan oplopen tot maar liefst 50% van de loonvordering. Het Hof oordeelt dat deze bepaling als prikkel dient het loon tijdig te betalen. In dit geval heeft de werkgever het loon altijd tijdig betaald, maar alleen bleek dit achteraf en pas na hoger beroep geen juist bedrag aan loon. Het Hof ziet dan ook aanleiding de wettelijke verhoging te matigen. Gelukkig voor deze werkgever heeft het Hof de wettelijke verhoging gematigd van 50% naar 15%. Desondanks blijft het een flink bedrag dat de werkgever alsnog moet betalen aan de werknemer.

Meer weten over arbeidsovereenkomsten en in het bijzonder over contracten voor werknemers die op oproepbasis werken? Aarzel niet en neem vrijblijvend contact met mij op via www.juristepunt.nl.

 

Auteur: mr. S.B. Punt

Uitspraak van Gerechtshof ’s Hertogenbosch op 24 januari 2017 is te lezen op: http://bit.ly/2lnm4Yw

 

justitie gerechtshof

Bouwbedrijven hebben plicht werknemers te voorzien beste PBM’s

Bouwbedrijven hebben de plicht hun werknemers te voorzien van de beste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Dat heeft het Gerechtshof in Den Bosch onlangs geoordeeld.

In deze zaak ging het om een werknemer die gewond raakte aan zijn vinger doordat een scherpe tegelsplinter door zijn handschoen sneed. Na een fikse wondinfectie liep hij dystrofie door zijn hele lichaam op, waardoor hij blijvend invalide werd. De betrokken medewerker stelde vervolgens zijn werkgever hiervoor aansprakelijk.

Zomaar een paar handschoenen kopen, volstaat niet meer

Het Gerechtshof oordeelt dat het betrokken sloopbedrijf volledig opdraait voor de arbeidsongeschiktheid van de medewerker. Volgens het Hof had het bedrijf niet de beste handschoen ter beschikking gesteld, terwijl er betere in de handel beschikbaar zijn: dat wil zeggen, die een betere bescherming bieden bij deze sloopwerkzaamheden. Zomaar een paar handschoenen kopen volstaat dus niet meer, aldus deze uitspraak. Werkgevers hebben de plicht om persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar te stellen aan hun werknemers zoals: handschoenen, veiligheidsbrillen, veiligheidsschoenen, helmen en knie- en schouderbescherming.

Bij de helft van alle ongevallen in de bouw is sprake van letsel aan handen of armen

Ook arbo-deskundigen is de uitspraak niet ontgaan. De impact kan volgens hen groot zijn omdat veel bouwbedrijven zich momenteel niet of nauwelijks in persoonlijke beschermingsmiddelen verdiepen en daardoor vaak niet de juiste handschoenen beschikbaar stellen, zegt Johan Timmerman van Arbouw. “De praktijk is dat bedrijven vaak maar een beperkt aantal handschoenen uitdelen. Een dikke en een dunne, beide in twee verschillende maten.”

Bron: Bouwend Nederland – Cobouw