Berichten

meer regie Rijk bij aanjagen woningbouw

Rijk meer regie bij aanjagen woningbouw

Het Rijk gaat in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen een actievere en regisserende rol spelen. Op korte termijn starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders gesprekken. Deze moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwpro-ductie.

Daarnaast komt er een permanent landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de Staat van de Woningmarkt 2017, die vandaag naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd.

De nieuwste jaarrapportage laat zien dat de groeiende economie en de lage rente doorwerken op de woningmarkt. Het aantal verkopen blijft stijgen, met vooral in stedelijke gebieden sterke prijsstijgingen. Ook de aanhoudende groei van het aantal huishoudens zorgt voor een oplopende vraag naar woningen. De komende jaren zou de bouwproductie moeten groeien naar gemiddeld 75.000 woningen per jaar. De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.

Minister Ollongren schrijft dat de mogelijkheden voor het aanjagen van de bouwproductie onder andere afhankelijk zijn van de beschikbare plancapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zij wijst er verder op dat er vooral vraag is naar woningen in de binnensteden. Binnenstedelijk bouwen is echter complex en kent een relatief lange opleveringstijd. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen de druk op de woningmarkt verminderen.

Het kabinet werkt verder aan de nieuwe Omgevingswet die moet zorgen voor snellere procedures. Woningcorporaties kunnen eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen. Dit segment is cruciaal voor huishoudens die flexibel willen zijn of voor wie koop of sociale huur geen optie is.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onder voorzitterschap van Rob van Gijzel in diverse gemeenten een zogeheten Samenwerkingstafel Middenhuur gestart over een groter aanbod van deze woningen. Ook is er een landelijke tafel waarin brancheorganisaties en belanghebbenden knelpunten in kaart brengen.

Het eindverslag van de samenwerkingstafels wordt eind januari verwacht. De minister neemt de aanbevelingen mee bij het maken van regionale afspraken. Zij wil ook na januari doorgaan met de landelijke overlegtafel. De gehele woningmarkt zal dan onderwerp van permanent overleg zijn.

Aanbiedingbrief bij het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’: lees hier de brief.

Rapport van de woningmarkt, lees hier de rapportage.

STOO Onsnh-Congres O3werkt

O3 werkt; krachtenbundeling Onderwijs, Ondernemers en Overheid

Er valt het nodige te verbeteren aan de koppeling tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven; daarover is vrijwel iedereen het eens. En het moet gezegd, er worden links en rechts bewonderenswaardige initiatieven ontplooid om die kloof te dichten. Jammer genoeg betreft het vaak individuele bedrijven of organisaties. Vanwege die beperktheid is er nog altijd geen zicht op een structurele oplossing van het probleem.

Daarom organiseert Stichting Ondernemend Onderwijs (STOO) in samenwerking met Onsnoordholland op 7 december a.s. een middagcongres met als centraal onderwerp ‘Stimulering Ontwikkeling Onderwijs Ondernemers’. Een congres waar schoolbesturen, schoolleiders, docenten VO/MBO/WO en PO samen met bedrijven in de IT en Techniek, ondernemers en overheid bij elkaar komen.

Ernstige tekorten vakmensen

Zoals bekend worstelen diverse bedrijfstakken met de instroom van nieuw personeel. Vooral in de bouw, techniek en IT worden de komende jaren ernstige tekorten aan vakkrachten verwacht. En het lijkt erop dat het onderwijs die tekorten niet zal aanzuiveren, want het aantal inschrijvingen voor technische beroepen daalt de laatste jaren gestaag. Zowel onderwijs als ondernemers hebben daarover langs diverse kanalen de noodklok geluid.

Daarnaast speelt voor de regio West-Friesland nog een andere ontwikkeling een belangrijke rol: studenten die voor hun opleiding de regio verlaten, blijken de terugreis maar moeilijk te maken. Met als gevolg dat Westfriese ondernemers hun vacatures maar lastig kunnen invullen.

Middagprogramma

De middag staat in het teken van kennis delen tussen onderwijs en bedrijven, samenwerking, innovatie en duurzaam onderwijs voor de regio. Op het gebied van innovaties kunt u kennis maken met IT producten en technische apparatuur die uw lessen of beroepspraktijk kunnen ondersteunen. Kennis delen en toepassingen in de klas staan centraal. De visie op de toekomst vanuit diverse invalshoeken met aansprekende voorbeelden, workshops over innovaties, ondernemerschap en vooral de samenwerking tussen bedrijfsleven en scholen zijn thema’s die deze dag een centrale rol spelen.

Bedrijven presenteren nieuwe toepassingen en delen hun kennis met u en geven workshops. Hoe kunnen die innovaties, hard- of software een rol spelen in uw onderwijs? Ook veel aandacht voor hoe ‘de nieuwe wereld’ ingezet kan worden door het onderwijs op het gebied van opdrachten, stages en het inrichten van ruimtes. Ook duurzaamheid, dat een onmisbaar onderdeel van de samenleving is en zal blijven, is een belangrijk thema.

Rondetafelgesprek

Voor het congres begint zal er een rondetafelgesprek plaatsvinden die deze genoemde feiten zal gaan behandelen met maximaal 8 deelnemers vanuit de overheid, ondernemers en opleidingen. Indien u hier als betrokken partij bij aanwezig zou willen zijn, u kunt per mail reageren naar: info@onsnh.nl.

Het congres staat onder dagvoorzitterschap van Ger Welbers (RTV NH / AT5). De plenaire opening wordt verzorgd door Adri Pijnenburg. O.a.Werkgeversorganisatie Bouwend Nederland  en TechniekRaad Noord-Holland (een samenwerkingsverband tussen provincie en werkgeversorganisaties) hebben door tussenkomst van Onsnn, volledige medewerking aan deze bijeenkomst gegeven. Ook vertegenwoordigt zijn Koninklijke Metaalunie, Uneto-VNI, OOM, OTIB, A+O tijdens het congres.

Meer dan twintig instellingen uit het middelbaar en hoger beroepsonderwijs zullen acte de présence geven. In het panel zal onder meer Dook van den Boer, directeur van Tata Steel IJmuiden en lid van de Amsterdam Economic Board plaatsnemen.

Aanmelden

Kortom, meer dan voldoende redenen om bij dit congres aanwezig te zijn. Bezoekers betalen € 20,-. Aanmelden kan via http://www.stoo.nl/aanmelden-congres/ Haast is geboden, want het aantal plaatsen is beperkt. Het congres zal plaatsvinden op donderdag 7 december in het stadhuis van Medemblik (vlak langs de A-7).

 

 

Asbest in Eurogrit: ingedeeld in laagste risicoklasse

Asbest in Eurogrit

Het opruimen van asbesthoudend staalgrit waardoor veel werkzaamheden bij bedrijven stil lagen, kan veilig beginnen. Dat blijkt uit onderzoek van TNO in opdracht van de inspectie SZW dat dinsdag 31 oktober is gepubliceerd.

De betreffende asbest is door TNO ingedeeld in de laagste risicoklasse, de zogenaamde risicoklasse 1.

Procedures

Het is een goede zaak dat er eindelijk duidelijkheid is voor medewerkers en bedrijven. Veel werk bij bedrijven lag stil en de economische schade liep inmiddels aardig op. Ook is er nu duidelijkheid hoe het met asbest vervuilde straalgrit veilig kan worden opgeruimd en welke procedures daarbij gelden voor medewerkers.

Opruimen Eurogrit onder strikte voorwaarden

Uit de metingen van TNO blijkt dat het verontreinigd straalgrit verantwoord opgeruimd kan worden door het onder meer doornat te maken en daarna op te zuigen. Het gebruikte asbesthoudende straalgrit dient het bedrijf zelf als asbesthoudende afvalstof te (laten) verwijderen. Dit kan onder strikte voorwaarden. Als er nog ongebruikt straalgrit aanwezig is bij bedrijven zal dit straalgrit door Eurogrit worden afgevoerd. Bedrijven worden hierover door Eurogrit geïnformeerd. Meer informatie over de voorwaarden en werkwijzen is te vinden op de website van de ISZW.

Blootstelling van werknemers

De Inspectie SZW zal bij een aantal bedrijven informatie opvragen en op een aantal locaties inspecties uitvoeren. Onlangs werd bekend dat in het straalmiddel Eurogrit aluminiumsilicaat smeitslak grit, geleverd door het bedrijf Eurogrit B.V. uit Dordrecht, asbest is aangetroffen. Mogelijk 140 bedrijven hebben gewerkt met dit straalgrit. Nadat bekend werd dat het straalgrit verontreinigd is met asbest, is er ongerustheid ontstaan over de mogelijke blootstelling aan asbest van werknemers en omwonenden, en de bijbehorende risico’s.

De Inspectie SZW (iSZW), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Omgevingsdiensten werken nauw samen om bovenstaande problematiek goed in kaart te brengen en de benodigde maatregelen te treffen bij de bedrijven die hebben gewerkt met dit straalgrit of het straalgrit op de bedrijfslocatie hebben opgeslagen. iSZW voert in Uit kader onder andere een onderzoek uit naar de blootstellings- risico’s voor werknemers en omwonenden tijdens verschillende scenario’s die van toepassing zijn op deze casu

Wil je meer weten over blootstelling van werknemers tijdens het opruimen van straalgrit? Lees hier het volledige TNO rapport. 

Sociale partners bouw geven sociaal verantwoord opdrachtgeverschap gezicht

Sociale partners geven sociaal opdrachtgeverschap

Bouwend Nederland, FNV en CNV Vakmensen overhandigen vandaag in Den Haag de brochure Bouwen doen we Samen! aan de leden van de 2e Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werkgevers en werknemers binnen de bouw- en infrasector trekken hiermee gezamenlijk op om sociaal verantwoord opdrachtgeverschap een gezicht te geven.

De bouw- en infrasector staat de komende jaren voor een enorme opgave: 900.000 nieuwe woningen bouwen, 137.000 kilometer wegen onderhouden, duizenden scholen en kantoren verduurzamen 1,8 miljoen kilometer kabels en leidingen bijhouden of vervangen. Een klus die de branche maar wat graag aanpakt, maar die niet te klaren valt zonder investeringen van overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, investeerders, onderwijsinstellingen en andere stakeholders.

Lees meer

schiphol

Meer woningbouw rondom Schiphol

Demissionair staatssecretaris Dijksma heeft het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) ter vaststelling aan de Koning aangeboden. Het besluit treedt per 1 januari 2018 in werking. Dat betekent dat er weer gebouwd kan worden in de nabijheid van Schiphol.

Gedeputeerde Ruimtelijke Ordening Joke Geldhof: “Ik ben blij dat deze dynamische regio zich nu weer verder kan ontwikkelen. Een groot aantal woningbouwplannen dat vastliep op de strenge regels van het Rijk, kan nu van start. Dit draagt bij aan een sterke metropoolregio Amsterdam, mét voldoende woningen én een sterke luchthaven.”

Door het Luchthavenindelingbesluit kunnen woonkernen waar de vitaliteit onder druk staat, zich weer ontwikkelen. Geldhof: “Er komt weer ruimte voor noodzakelijke, kleinschalige woningbouw in de directe omgeving van Schiphol. Dat is hard nodig.” Dorpen als Zwanenburg en Rijsenhout krijgen hierdoor hun langverwachte impuls. Onder aanvoering van de provincie Noord-Holland en de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer is hier de afgelopen jaren in samenwerking met 18 gemeenten en de provincie Zuid-Holland hard aan gewerkt.

Transformeren kantoren

Voor het gebied verder van de luchthaven gelegen vervalt het verbod op transformatie van niet geluidgevoelige gebouwen als fabrieken naar geluidgevoelige bebouwing zoals woningen. Daarmee kunnen verpauperde bedrijventerreinen en leegstaande kantoren getransformeerd worden tot woningen. Ook een project als de herinrichting van het Havenstraat-gebied in Amsterdam wordt daarmee mogelijk gemaakt.

Regionale afspraken

Uiteraard zullen provincies en gemeenten in verband met de geluidsbelasting zorgvuldig blijven afwegen waar wel en niet gebouwd kan worden in het gebied rondom Schiphol. Ook hebben de provincies en gemeenten afspraken gemaakt over de informatie die toekomstige bewoners moeten krijgen. Verder zijn er afspraken gemaakt over de manier waarop wordt omgegaan met eventuele klachten en het voorkomen van extra kosten voor de luchtvaartsector. Voor meer informatie verwijzen wij alle lezers naar de Provincie Noord Holland, de afdeling van gedeputeerde Joke Geldhof heeft alle benodigde correspondentie voorhanden en kunnen u derhalve de juiste informatie verstrekken.

Warmtenetten: een duurzaam alternatief voor aardgas

Duurzaam alternatief voor aardgas, warmtenetten

TNO en ECN Duurzaam hebben in opdracht van het programma Warmte en Koude in de Metropoolregio Amsterdam uitgezocht hoe duurzaam de warmtebronnen in de warmtenetten van de regio Amsterdam zijn.

Naar aanleiding van dit onderzoek is een CO2-ladder voor de warmtebronnen ontwikkeld om afnemers van warmte inzicht te geven in het nut van warmtenetten. In alle gevallen is de CV-ketel thuis het minst duurzaam, zelfs de restwarmte uit een kolencentrale is in dat opzicht een betere keuze.

Een warmtenet is een uitgebreid netwerk van leidingen met warm water afkomstig van verschillende warmtebronnen. Dat kan bijvoorbeeld restwarmte zijn van een fabriek of warmte van een (afval)energiecentrale. Het verwarmde water komt de woning meestal binnen met een temperatuur van 70°C en gaat terug naar de warmtebron met een temperatuur van ongeveer 40°C. Nadeel is dat deze warmte niet altijd gezien wordt als duurzaam. Om die reden is er eenCO2-ladder ontwikkeld.

In de CO2-ladder staat biomassa uit de regio bovenaan met 13 kilogram CO2-uitstoot per gigajoule, direct gevolgd door geothermie met 20 kg per gigajoule. Ter vergelijking is ook de individuele CV-ketel bij mensen thuis opgenomen. Met 61 kilogram CO2-uitstoot is de CV-ketel het meest vervuilend. Zelfs de warmte uit een kolencentrale heeft een lagere CO2-uitstoot. Voor de volledigheid is kolenwarmte vermeld in het overzicht, al is hier geen sprake van in de Metropoolregio Amsterdam.

Lees meer

Grootschalig zonnepark Groene Hoek krijgt groen licht.

Grootschalig zonnepark Groene Hoek krijgt groen licht

In de gemeente Haarlemmermeer kan een omvangrijk zonnepark worden gerealiseerd. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland hebben de Groene Hoek, waar een zonnepark van 50 hectare wordt aangelegd, daarvoor aangewezen als zogenaamd stimuleringsgebied voor zonne-energie.

In de Groene Hoek was het al toegestaan een zonnepark van 25 hectare aan te leggen. In februari van dit jaar besloten GS meer mogelijkheden te willen bieden voor zonne-energie en te gaan onderzoeken welke locaties geschikt zijn voor grotere zonneparken. Via de Uitvoeringsregeling zonne-energie bij de Provinciale Ruimtelijke Verordening wordt dat nu mogelijk gemaakt. Het besluit wordt nog voorgelegd aan Provinciale Staten.

Gedeputeerde Ruimtelijk Ordening Joke Geldhof: “Wij zijn blij dat wij dit omvangrijke initiatief in de metropoolregio Amsterdam mogelijk kunnen maken. Dit brengt ons weer een stap dichterbij onze ambitie om in 2050 een echt duurzame energievoorziening te hebben in de provincie Noord-Holland. Als provincie faciliteren wij graag initiatieven voor zonne-energie op plekken waar het kan en past. Op die manier willen we ruimte bieden aan duurzame energie en tegelijkertijd de economische en landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied behouden.”

Voorwaarden

Zonne-energie is een van de speerpunten van het duurzaamheidsbeleid van de provincie. Naast het stimuleren van zonne-energie op daken wordt ruimte geboden aan zonneparken in landelijk gebied. Daaraan zijn wel voorwaarden verbonden. Zo geldt er een maximale hoogte van de panelen,  mogen de zonneweides maximaal 25 jaar blijven staan en wordt een aantal kwetsbare landschappen uitgesloten van zon-ontwikkelingen.

Stimuleringsgebieden met zonneparken groter dan 25 hectare mogen alleen in gebieden met een grote dynamiek liggen en in samenwerking met, en met draagvlak van, belanghebbenden in de omgeving tot stand komen. Doel is het open gebied te sparen en zo de economische (agrarische) en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied te behouden. De plannen voor de Groene Hoek voldoen hier aan.

Paleis Soestdijk nieuwe bestemming

Paleis Soestdijk wordt platform voor innovatie

Het consortium Made By Holland is met een bod van 1,7 miljoen euro de hoogste bieder om paleis Soestdijk en het bijbehorende landgoed te kopen en verder te ontwikkelen. Het consortium maakt er een platform van voor innovaties en excellent ondernemerschap, met tentoonstellingen en evenementen voor een breed publiek. Er komen ook horeca en woningen.

Dat schrijft minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan de Tweede Kamer. Ook de gemeenteraden van Baarn en Soest en Provinciale Staten van Utrecht zijn geïnformeerd. De gemeenten en de provincie zijn ook al eerder in de procedure betrokken.

Platform voor innovatie en evenementen

Het park rond paleis Soestdijk wordt een proeftuin waar innovatie te zien en te beleven is. Het paleis biedt ruimte aan tentoonstellingen. In de vleugels en gebouwen in het park kunnen bedrijven en kennisorganisaties hun nieuwste innovaties presenteren aan een breed publiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om waterbeheersing, agricultuur en voeding, design en duurzame energie.

Aan de overkant van de Amsterdamsestraatweg is ruimte voor ontvangsten en evenementen als muziek, dans, theater en film/fotografie. Op verschillende plekken op het landgoed komt horeca (ook hotelvoorzieningen). Het bosgebied dat nu nog is afgesloten, gaat open voor recreanten. Op het terrein van de voormalige marechausseekazerne komen woningen.

Het consortium Made By Holland bestaat uit Meyer Bergman Investments B.V., Beheer- en Exploitatiemaatschappij Westergasfabriek B.V., adviesbureau Hylkema Consultants en Leeuwenpoort Ontwikkeling B.V..

Hoogste bod

Het consortium heeft de race om paleis Soestdijk te kopen met een bod van 1,7 miljoen euro gewonnen van twee andere bieders: het initiatief Eden Soestdijk en het plan Buitenplaats Soestdijk. In een eerdere ronde waren alle drie de initiatieven al inhoudelijk beoordeeld. Ze voldeden allemaal aan de kwalitatieve en duurzame criteria voor de toekomst van paleis Soestdijk. In de laatste ronde telde alleen nog de hoogte van het bod en eventuele voorwaarden daarbij.

Verkopende partij is het Rijksvastgoedbedrijf.

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

BIM sneller en sectorbreed invoeren

“BIM zorgt voor meer kwaliteit en voor minder fouten in het bouwproces.” ‘BIM-strateeg’ Jacques Duivenvoorden zou daarom graag zien dat BIM sneller sectorbreed wordt ingevoerd. Daarom is hij blij met de Bouwagenda, als “belangrijke hefboom voor een collectieve aanpak van BIM”.Zo’n aanpak levert, stelt hij, ook een aanzienlijke economische winst op. “Die bijdrage aan de Nederlandse economie is nog onvoldoende in beeld gebracht.”

Bottom-Up aanpak

Duivenvoorden, zelfstandig adviseur ketensamenwerking en ambassadeur van het BIM-loket op de Bouwcampus in Delft, is zelf aanhanger van een BIM-beleid getrokken door de overheid naar Engels model. “Digital Built Britain is een topdown BIM-programma vanuit de overheid daar. Met zo’n aanpak zou je hier ook sneller meer resultaat boeken met BIM, maar onze overheid gelooft nu juist heel sterk in een bottum-up aanpak. Toch zou het helpen als het EIB doorrekent wat de economische winst is als iedereen in de keten met BIM gaat werken. Dat is nog onvoldoende in beeld gebracht, maar het zou meer vaart brengen in de omschakeling.”

Regelgeving rondom vergunningen

Als BIM-ambassadeur richt Duivenvoorden zich op het verankeren van BIM in wet- en regelgeving, zoals in de komende Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Wet GDI (Generieke Digitale Infrastructuur): “Het gaat om BIM een wat vastere positie te geven in regelgeving rondom vergunningen. Voor aanvragers van vergunningen is het belangrijk om te weten of BIM daarin wel of niet gehanteerd wordt als standaard.” Als lobbyist voor BIM moet hij daar af en toe richting overheden nog flink zijn best voor doen: “Overheden zijn nog heel erg vertrouwd met GIS (Geografisch Informatiesysteem) en BIM is als ik het simpel uitdruk vooral een feestje van de bouwsector.”

Eenduidig begrippenkader

BIM-loket bestaat als stichting nu een jaar en is het centrale aanspreekpunt voor informatie over open BIM-standaarden. Duivenvoorden noemt het een werkorganisatie van de Bouw Informatie Raad (BIR) die zich sterk maakt voor een succesvolle transitie naar bouwen met BIM. In de BIR zijn alle geledingen van de bouwkolom vertegenwoordigd: opdrachtgevers en -nemers, ingenieursbureaus, installateurs, architecten, en fabrikanten/leveranciers. Een belangrijke stap voorwaarts noemt Duivenvoorden de recente lancering van het Nationaal BIM Protocol door de BIR. Projectteams gebruiken het model als onderlegger voor het vastleggen van hun project specifieke BIM-afspraken. Daarnaast biedt het model een eenduidig begrippenkader, dat aansluit op ontwikkelingen in landen om ons heen, als voorbereid op toekomstige Europese BIM-normering.

Gemeenschappelijke bouwinformatie

Duivenvoorden: “BIM is een bindmiddel, een gemeenschappelijke taal. Partijen in de keten kijken vanouds allemaal op hun eigen manier naar de bouw. BIM ontkokert, daarmee laat je je eigen wereld los en kijk je hoe je bouwinformatie gemeenschappelijk kan gebruiken. Daar is dat BIM-protocol belangrijk voor. Het is richting opdrachtgever en opdrachtnemer ook een handreiking voor hoe je concreet om moet gaan met BIM.“

Voorlichting

Bij nog lang niet alle bouwprojecten wordt BIM gehanteerd, maar Duivenvoorden neemt wel een ‘stroomversnelling’ waar. Het Rijksvastgoedbedrijf schrijft BIM voor grote projecten sinds 2011 als verplicht voor in het bestek en ook andere grote opdrachtgevers als Rijkswaterstaat, Pro-rail, gemeenten en provincies en woningcorporatiekoepel Aedes hanteren het inmiddels. Toch signaleert Duivenvoorden wel nog gebrek aan kennis over BIM. “Onbekend maakt onbemind, daarom is het BIM-Protocol zo belangrijk en ook de voorlichting die het BIM-loket geeft, zoals op de jaarlijkse BIM-praktijkdag. Maar ik zie ook hoe HBO-studenten in hun opleiding al met BIM bezig zijn. Die weten straks niet beter.”

Vroeg stimuleren

Duivenvoorden mag graag nadenken over hoe de wereld eruit ziet als alle partijen in de bouwkolom BIM toepast, ‘als punt op de horizon’: “Met BIM kan je het hele bouwproces van te voren simuleren en op de computer doorakkeren. Het aan de voorkant doorrekenen van varianten gaat veel sneller, en je krijgt direct veel meer zekerheid over of wat je bedacht echt te maken valt. Ook de bouw kan dingen sneller en slimmer organiseren. Dus ik denk dat we straks betere en veel complexere bouwconstructies kunnen maken, doordat je door het hele proces heen tot in detail meer in control bent. Met BIM heb je het voor mij dus de wedergeboorte van de bouw. Waarbij ik vind dat we ook moeten nadenken over hoe we BIM kunnen gebruiken bij ontwikkelingen als big data en smart cities. Daarvoor is rondom al die bouwinformatie eigenlijk nog een zwaarder kennisprogramma nodig.”

foto Bouwend Nederland Kavels

Maak van een zelfbouwwijk geen attractie!

Leg als gemeente bij de verkoop van zelfbouwkavels meteen vast aan welke regels bouwplannen moeten voldoen. Want dat is de enige manier waarop je kunt sturen op kwaliteit van een zelfbouwwijk, en voorkomen dat die een attractie wordt met een allegaartje van bouwstijlen zonder uitstraling.

Die oproep doet programmamanager Jutta Hinterleitner van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA).

Allegaartje bouwstijlen

Hinterleitner benadrukt dat ze de vrijheid van zelfbouwers om te bouwen wat ze willen, prima vindt, ‘zeker na een eeuw van volkshuisvesting waarin je als bewoner zelfs de kleur van je eigen voordeur niet mocht kiezen’. “Die vrijheid moet je niet de kop indrukken. Maar waar ik gemeenten voor wil behoeden, is dat er van die wijkjes ontstaan met een allegaartje van bouwstijlen, met naast een grachtenpand een boerderette met een rieten dak of een wit huisje met blauwe kozijnen omdat de eigenaar ervan net op vakantie naar Griekenland is geweest. Want dan wordt zo’n buurtje een soort attractie en niet een eigentijdse uiting van stedenbouw.”

Binnen een kader bouwen

Stedenbouw houdt in, geeft Hinterleitner aan, dat een wijk een bepaalde samenhang heeft, met ook een kwalitatieve uitstraling: “Eenheid in verscheidenheid, zou je bij zelfbouw kunnen zeggen. Met dus richtlijnen voor zaken als de dakvorm, gevel, aantal bouwlagen en materiaalgebruik. Binnen dat kader kunnen zelfbouwers dan doen wat ze zelf willen, of ze daar nou een architect voor in de arm nemen of een catalogusbouwer. Maar dat past dan in ieder geval binnen dat grotere geheel en bereik je als gemeente ook dat zo’n wijk als woonomgeving in de tijd langer goed blijft en mooi veroudert.”

Richtlijnen

Hinterleitner heeft de indruk dat de meeste zelfbouw-gemeenten er goed op letten dat bij de uitgifte van zelfbouwkavels de richtlijnen voor zelfbouwers duidelijk zijn en dat dit ook goed is verankerd in het bestemmingsplan. “De meeste gemeenten hebben het goed op orde, al zijn er dus ook zelfbouwwijkjes waar je als je er komt tegen elkaar zegt ‘moet je nou toch eens kijken’. Dat is dan toch jammer.” Een mooi voorbeeld van een goede aanpak noemt ze de kavelpaspoorten die zelfbouwers in Almere krijgen bij de koop van hun kavel: “In die handleiding kunnen ze meteen precies lezen wat wel en niet mag.”

Zelfbouwmarkt

In 2013 onderzocht de BNA samen met Jacqueline Tellinga, planologe en medebedenkster van het Homeruskwartier in Almere, hoe zelfbouwers in die wijk te werk gingen, wat de voor- en nadelen waren van het inschakelen van een architect of catalogusbouwer, hoe de wijk er uiteindelijk uitzag en hoe tevreden bewoners waren. Hinterleitner noemt de “rijkgeschakeerde wijk” een interessant experiment, waarbij de gemeente het dus ook goed aanpakte. Goed aan die aanpak vindt ze ook het organiseren van een zelfbouwmarkt op het moment van uitgifte van zelfbouwkavels: “Zo geef je als gemeente met name aan architecten een podium om aan een zelfbouwer uit te leggen dat die meer kwaliteit krijgt als hij voor een architect kiest.”

Micro opdracht

Het voordeel van het werken met een architect is, zegt ze, dat een zelfbouwer meer maatwerk krijgt, terwijl een woning van een catalogusbouwer wat goedkoper is door het schaalvoordeel. “Maar voor wat meer geld, want zo duur is een architect voor zo’n micro-opdracht niet, krijg je als klant wel een huis gebouwd onder architectuur, met net wat meer uitstraling en dat volgens makelaars straks ook beter verkoopt.” Een nog relatief nieuwe ontwikkeling in dit marktsegment is, legt Hinterleitner uit, dat architecten en aannemers steeds vaker gaan samenwerken en zo ook tot enige standaardisering komen. “Daardoor wordt voor hun de business case interessanter en profiteert de zelfbouwer ook van een schaalvoordeel.”