Berichten

Warmtenetten: een duurzaam alternatief voor aardgas

Duurzaam alternatief voor aardgas, warmtenetten

TNO en ECN Duurzaam hebben in opdracht van het programma Warmte en Koude in de Metropoolregio Amsterdam uitgezocht hoe duurzaam de warmtebronnen in de warmtenetten van de regio Amsterdam zijn.

Naar aanleiding van dit onderzoek is een CO2-ladder voor de warmtebronnen ontwikkeld om afnemers van warmte inzicht te geven in het nut van warmtenetten. In alle gevallen is de CV-ketel thuis het minst duurzaam, zelfs de restwarmte uit een kolencentrale is in dat opzicht een betere keuze.

Een warmtenet is een uitgebreid netwerk van leidingen met warm water afkomstig van verschillende warmtebronnen. Dat kan bijvoorbeeld restwarmte zijn van een fabriek of warmte van een (afval)energiecentrale. Het verwarmde water komt de woning meestal binnen met een temperatuur van 70°C en gaat terug naar de warmtebron met een temperatuur van ongeveer 40°C. Nadeel is dat deze warmte niet altijd gezien wordt als duurzaam. Om die reden is er eenCO2-ladder ontwikkeld.

In de CO2-ladder staat biomassa uit de regio bovenaan met 13 kilogram CO2-uitstoot per gigajoule, direct gevolgd door geothermie met 20 kg per gigajoule. Ter vergelijking is ook de individuele CV-ketel bij mensen thuis opgenomen. Met 61 kilogram CO2-uitstoot is de CV-ketel het meest vervuilend. Zelfs de warmte uit een kolencentrale heeft een lagere CO2-uitstoot. Voor de volledigheid is kolenwarmte vermeld in het overzicht, al is hier geen sprake van in de Metropoolregio Amsterdam.

Lees meer

Grootschalig zonnepark Groene Hoek krijgt groen licht.

Grootschalig zonnepark Groene Hoek krijgt groen licht

In de gemeente Haarlemmermeer kan een omvangrijk zonnepark worden gerealiseerd. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland hebben de Groene Hoek, waar een zonnepark van 50 hectare wordt aangelegd, daarvoor aangewezen als zogenaamd stimuleringsgebied voor zonne-energie.

In de Groene Hoek was het al toegestaan een zonnepark van 25 hectare aan te leggen. In februari van dit jaar besloten GS meer mogelijkheden te willen bieden voor zonne-energie en te gaan onderzoeken welke locaties geschikt zijn voor grotere zonneparken. Via de Uitvoeringsregeling zonne-energie bij de Provinciale Ruimtelijke Verordening wordt dat nu mogelijk gemaakt. Het besluit wordt nog voorgelegd aan Provinciale Staten.

Gedeputeerde Ruimtelijk Ordening Joke Geldhof: “Wij zijn blij dat wij dit omvangrijke initiatief in de metropoolregio Amsterdam mogelijk kunnen maken. Dit brengt ons weer een stap dichterbij onze ambitie om in 2050 een echt duurzame energievoorziening te hebben in de provincie Noord-Holland. Als provincie faciliteren wij graag initiatieven voor zonne-energie op plekken waar het kan en past. Op die manier willen we ruimte bieden aan duurzame energie en tegelijkertijd de economische en landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied behouden.”

Voorwaarden

Zonne-energie is een van de speerpunten van het duurzaamheidsbeleid van de provincie. Naast het stimuleren van zonne-energie op daken wordt ruimte geboden aan zonneparken in landelijk gebied. Daaraan zijn wel voorwaarden verbonden. Zo geldt er een maximale hoogte van de panelen,  mogen de zonneweides maximaal 25 jaar blijven staan en wordt een aantal kwetsbare landschappen uitgesloten van zon-ontwikkelingen.

Stimuleringsgebieden met zonneparken groter dan 25 hectare mogen alleen in gebieden met een grote dynamiek liggen en in samenwerking met, en met draagvlak van, belanghebbenden in de omgeving tot stand komen. Doel is het open gebied te sparen en zo de economische (agrarische) en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied te behouden. De plannen voor de Groene Hoek voldoen hier aan.

Paleis Soestdijk nieuwe bestemming

Paleis Soestdijk wordt platform voor innovatie

Het consortium Made By Holland is met een bod van 1,7 miljoen euro de hoogste bieder om paleis Soestdijk en het bijbehorende landgoed te kopen en verder te ontwikkelen. Het consortium maakt er een platform van voor innovaties en excellent ondernemerschap, met tentoonstellingen en evenementen voor een breed publiek. Er komen ook horeca en woningen.

Dat schrijft minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan de Tweede Kamer. Ook de gemeenteraden van Baarn en Soest en Provinciale Staten van Utrecht zijn geïnformeerd. De gemeenten en de provincie zijn ook al eerder in de procedure betrokken.

Platform voor innovatie en evenementen

Het park rond paleis Soestdijk wordt een proeftuin waar innovatie te zien en te beleven is. Het paleis biedt ruimte aan tentoonstellingen. In de vleugels en gebouwen in het park kunnen bedrijven en kennisorganisaties hun nieuwste innovaties presenteren aan een breed publiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om waterbeheersing, agricultuur en voeding, design en duurzame energie.

Aan de overkant van de Amsterdamsestraatweg is ruimte voor ontvangsten en evenementen als muziek, dans, theater en film/fotografie. Op verschillende plekken op het landgoed komt horeca (ook hotelvoorzieningen). Het bosgebied dat nu nog is afgesloten, gaat open voor recreanten. Op het terrein van de voormalige marechausseekazerne komen woningen.

Het consortium Made By Holland bestaat uit Meyer Bergman Investments B.V., Beheer- en Exploitatiemaatschappij Westergasfabriek B.V., adviesbureau Hylkema Consultants en Leeuwenpoort Ontwikkeling B.V..

Hoogste bod

Het consortium heeft de race om paleis Soestdijk te kopen met een bod van 1,7 miljoen euro gewonnen van twee andere bieders: het initiatief Eden Soestdijk en het plan Buitenplaats Soestdijk. In een eerdere ronde waren alle drie de initiatieven al inhoudelijk beoordeeld. Ze voldeden allemaal aan de kwalitatieve en duurzame criteria voor de toekomst van paleis Soestdijk. In de laatste ronde telde alleen nog de hoogte van het bod en eventuele voorwaarden daarbij.

Verkopende partij is het Rijksvastgoedbedrijf.

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

BIM sneller en sectorbreed invoeren

“BIM zorgt voor meer kwaliteit en voor minder fouten in het bouwproces.” ‘BIM-strateeg’ Jacques Duivenvoorden zou daarom graag zien dat BIM sneller sectorbreed wordt ingevoerd. Daarom is hij blij met de Bouwagenda, als “belangrijke hefboom voor een collectieve aanpak van BIM”.Zo’n aanpak levert, stelt hij, ook een aanzienlijke economische winst op. “Die bijdrage aan de Nederlandse economie is nog onvoldoende in beeld gebracht.”

Bottom-Up aanpak

Duivenvoorden, zelfstandig adviseur ketensamenwerking en ambassadeur van het BIM-loket op de Bouwcampus in Delft, is zelf aanhanger van een BIM-beleid getrokken door de overheid naar Engels model. “Digital Built Britain is een topdown BIM-programma vanuit de overheid daar. Met zo’n aanpak zou je hier ook sneller meer resultaat boeken met BIM, maar onze overheid gelooft nu juist heel sterk in een bottum-up aanpak. Toch zou het helpen als het EIB doorrekent wat de economische winst is als iedereen in de keten met BIM gaat werken. Dat is nog onvoldoende in beeld gebracht, maar het zou meer vaart brengen in de omschakeling.”

Regelgeving rondom vergunningen

Als BIM-ambassadeur richt Duivenvoorden zich op het verankeren van BIM in wet- en regelgeving, zoals in de komende Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Wet GDI (Generieke Digitale Infrastructuur): “Het gaat om BIM een wat vastere positie te geven in regelgeving rondom vergunningen. Voor aanvragers van vergunningen is het belangrijk om te weten of BIM daarin wel of niet gehanteerd wordt als standaard.” Als lobbyist voor BIM moet hij daar af en toe richting overheden nog flink zijn best voor doen: “Overheden zijn nog heel erg vertrouwd met GIS (Geografisch Informatiesysteem) en BIM is als ik het simpel uitdruk vooral een feestje van de bouwsector.”

Eenduidig begrippenkader

BIM-loket bestaat als stichting nu een jaar en is het centrale aanspreekpunt voor informatie over open BIM-standaarden. Duivenvoorden noemt het een werkorganisatie van de Bouw Informatie Raad (BIR) die zich sterk maakt voor een succesvolle transitie naar bouwen met BIM. In de BIR zijn alle geledingen van de bouwkolom vertegenwoordigd: opdrachtgevers en -nemers, ingenieursbureaus, installateurs, architecten, en fabrikanten/leveranciers. Een belangrijke stap voorwaarts noemt Duivenvoorden de recente lancering van het Nationaal BIM Protocol door de BIR. Projectteams gebruiken het model als onderlegger voor het vastleggen van hun project specifieke BIM-afspraken. Daarnaast biedt het model een eenduidig begrippenkader, dat aansluit op ontwikkelingen in landen om ons heen, als voorbereid op toekomstige Europese BIM-normering.

Gemeenschappelijke bouwinformatie

Duivenvoorden: “BIM is een bindmiddel, een gemeenschappelijke taal. Partijen in de keten kijken vanouds allemaal op hun eigen manier naar de bouw. BIM ontkokert, daarmee laat je je eigen wereld los en kijk je hoe je bouwinformatie gemeenschappelijk kan gebruiken. Daar is dat BIM-protocol belangrijk voor. Het is richting opdrachtgever en opdrachtnemer ook een handreiking voor hoe je concreet om moet gaan met BIM.“

Voorlichting

Bij nog lang niet alle bouwprojecten wordt BIM gehanteerd, maar Duivenvoorden neemt wel een ‘stroomversnelling’ waar. Het Rijksvastgoedbedrijf schrijft BIM voor grote projecten sinds 2011 als verplicht voor in het bestek en ook andere grote opdrachtgevers als Rijkswaterstaat, Pro-rail, gemeenten en provincies en woningcorporatiekoepel Aedes hanteren het inmiddels. Toch signaleert Duivenvoorden wel nog gebrek aan kennis over BIM. “Onbekend maakt onbemind, daarom is het BIM-Protocol zo belangrijk en ook de voorlichting die het BIM-loket geeft, zoals op de jaarlijkse BIM-praktijkdag. Maar ik zie ook hoe HBO-studenten in hun opleiding al met BIM bezig zijn. Die weten straks niet beter.”

Vroeg stimuleren

Duivenvoorden mag graag nadenken over hoe de wereld eruit ziet als alle partijen in de bouwkolom BIM toepast, ‘als punt op de horizon’: “Met BIM kan je het hele bouwproces van te voren simuleren en op de computer doorakkeren. Het aan de voorkant doorrekenen van varianten gaat veel sneller, en je krijgt direct veel meer zekerheid over of wat je bedacht echt te maken valt. Ook de bouw kan dingen sneller en slimmer organiseren. Dus ik denk dat we straks betere en veel complexere bouwconstructies kunnen maken, doordat je door het hele proces heen tot in detail meer in control bent. Met BIM heb je het voor mij dus de wedergeboorte van de bouw. Waarbij ik vind dat we ook moeten nadenken over hoe we BIM kunnen gebruiken bij ontwikkelingen als big data en smart cities. Daarvoor is rondom al die bouwinformatie eigenlijk nog een zwaarder kennisprogramma nodig.”

foto Bouwend Nederland Kavels

Maak van een zelfbouwwijk geen attractie!

Leg als gemeente bij de verkoop van zelfbouwkavels meteen vast aan welke regels bouwplannen moeten voldoen. Want dat is de enige manier waarop je kunt sturen op kwaliteit van een zelfbouwwijk, en voorkomen dat die een attractie wordt met een allegaartje van bouwstijlen zonder uitstraling.

Die oproep doet programmamanager Jutta Hinterleitner van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA).

Allegaartje bouwstijlen

Hinterleitner benadrukt dat ze de vrijheid van zelfbouwers om te bouwen wat ze willen, prima vindt, ‘zeker na een eeuw van volkshuisvesting waarin je als bewoner zelfs de kleur van je eigen voordeur niet mocht kiezen’. “Die vrijheid moet je niet de kop indrukken. Maar waar ik gemeenten voor wil behoeden, is dat er van die wijkjes ontstaan met een allegaartje van bouwstijlen, met naast een grachtenpand een boerderette met een rieten dak of een wit huisje met blauwe kozijnen omdat de eigenaar ervan net op vakantie naar Griekenland is geweest. Want dan wordt zo’n buurtje een soort attractie en niet een eigentijdse uiting van stedenbouw.”

Binnen een kader bouwen

Stedenbouw houdt in, geeft Hinterleitner aan, dat een wijk een bepaalde samenhang heeft, met ook een kwalitatieve uitstraling: “Eenheid in verscheidenheid, zou je bij zelfbouw kunnen zeggen. Met dus richtlijnen voor zaken als de dakvorm, gevel, aantal bouwlagen en materiaalgebruik. Binnen dat kader kunnen zelfbouwers dan doen wat ze zelf willen, of ze daar nou een architect voor in de arm nemen of een catalogusbouwer. Maar dat past dan in ieder geval binnen dat grotere geheel en bereik je als gemeente ook dat zo’n wijk als woonomgeving in de tijd langer goed blijft en mooi veroudert.”

Richtlijnen

Hinterleitner heeft de indruk dat de meeste zelfbouw-gemeenten er goed op letten dat bij de uitgifte van zelfbouwkavels de richtlijnen voor zelfbouwers duidelijk zijn en dat dit ook goed is verankerd in het bestemmingsplan. “De meeste gemeenten hebben het goed op orde, al zijn er dus ook zelfbouwwijkjes waar je als je er komt tegen elkaar zegt ‘moet je nou toch eens kijken’. Dat is dan toch jammer.” Een mooi voorbeeld van een goede aanpak noemt ze de kavelpaspoorten die zelfbouwers in Almere krijgen bij de koop van hun kavel: “In die handleiding kunnen ze meteen precies lezen wat wel en niet mag.”

Zelfbouwmarkt

In 2013 onderzocht de BNA samen met Jacqueline Tellinga, planologe en medebedenkster van het Homeruskwartier in Almere, hoe zelfbouwers in die wijk te werk gingen, wat de voor- en nadelen waren van het inschakelen van een architect of catalogusbouwer, hoe de wijk er uiteindelijk uitzag en hoe tevreden bewoners waren. Hinterleitner noemt de “rijkgeschakeerde wijk” een interessant experiment, waarbij de gemeente het dus ook goed aanpakte. Goed aan die aanpak vindt ze ook het organiseren van een zelfbouwmarkt op het moment van uitgifte van zelfbouwkavels: “Zo geef je als gemeente met name aan architecten een podium om aan een zelfbouwer uit te leggen dat die meer kwaliteit krijgt als hij voor een architect kiest.”

Micro opdracht

Het voordeel van het werken met een architect is, zegt ze, dat een zelfbouwer meer maatwerk krijgt, terwijl een woning van een catalogusbouwer wat goedkoper is door het schaalvoordeel. “Maar voor wat meer geld, want zo duur is een architect voor zo’n micro-opdracht niet, krijg je als klant wel een huis gebouwd onder architectuur, met net wat meer uitstraling en dat volgens makelaars straks ook beter verkoopt.” Een nog relatief nieuwe ontwikkeling in dit marktsegment is, legt Hinterleitner uit, dat architecten en aannemers steeds vaker gaan samenwerken en zo ook tot enige standaardisering komen. “Daardoor wordt voor hun de business case interessanter en profiteert de zelfbouwer ook van een schaalvoordeel.”

750 mensen met arbeidsbeperking aan de slag in de bouw

In 2015 is op initiatief van cao-partijen Bouw & Infra het project Wie Klaart de Klus gestart. Doel hiervan was om in twee jaar 295 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. Dat werden er uiteindelijk veel meer, namelijk 750. Dat is een opmerkelijk resultaat voor de bouw- en infrasector die al langere tijd krimp laat zien in het aantal dienstverbanden.

Onderzoeksbureau USP heeft onderzoek gedaan naar het aantal personen met afstand tot de arbeidsmarkt die in het kader van de Banenafspraak bij een bouw- of infrabedrijf zijn geplaatst.
De conclusie daarvan is opvallend: in de jaren 2015 en 2016 zijn – ondanks de krimp in het aantal dienstverbanden – 1.310 personen met een afstand tot de arbeidsmarkt geplaatst bij een bouw- of infrabedrijf. Ruim 1.000 hiervan vallen onder de doelgroep van de banenafspraak, en van ruim 750 is het contract uitgediend en verlengd, waardoor sprake is van een duurzame plaatsing.

Meer onder de radar

Met ruim 1.000 plaatsingen uit de doelgroep, waarvan 750 duurzaam, voldoet de bouwsector ruimschoots aan de doelstelling die de cao-partijen met elkaar hebben gesteld. Cao-partijen hebben altijd het gevoel gehad dat er onder de radar nog meer gebeurde dan dat er zichtbaar was. Daarom hebben zij in de eindfase van het project dit onderzoek laten doen. Werkgevers en werknemers vermoeden dat er zelfs nog meer kansen zijn om mensen aan een baan te helpen. Het economische tij en de groeiende vraag naar vaklieden werken als een katalysator.

Banenafspraak

Werkgevers in de marktsector hebben beloofd uiterlijk in 2026 te zorgen voor 100.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit wordt de Banenafspraak genoemd. Die afspraak is gemaakt tussen landelijke werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid. Eind 2016 moeten hiervan 14.000 zijn gerealiseerd. De cao-partijen in de bouw- en infrasector leveren met het overtreffen van de doelstellingen een grote bijdrage aan deze landelijke banenafspraak.

Klik hier voor het rapport over ‘Wie klaart de klus’

Wie Klaart de Klus is een project van partijen bij de cao Bouw & Infra: Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland, NVB, Vereniging voor Waterbouwers, FNV en CNV Vakmensen.

Is onze riolering nog wel in orde?

Ruim honderdduizend kilometer rioolbuizen liggen er onder de grond in Nederland. Maar is dat wel genoeg? Door de klimaatverandering regent het steeds meer en een groot deel van het rioleringsstelsel ligt er ook al tientallen jaren.

Is onze riolering nog wel goed genoeg om ook in de toekomst al het afvalwater op te vangen en onze voeten droog te houden?

Renovatie/vervanging

Volgens de Bouwagenda die dinsdag werd gepresenteerd aan het kabinet, moet het tempo waarmee renovatie en vervanging van riolering plaatsvindt, fors omhoog om de toename van het regenwater bij te kunnen houden. Maar volgens Hugo Gastkemper, directeur stichting RIONED, koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer en riolering, zal het riool nooit zo groot worden dat het al die hevige regenbuien kan opvangen. Straten moeten daar ook voor worden aangepast: dieper aanleggen en met hogere stoepranden waardoor ze ‘bakjes’ worden voor tijdelijke opslag bij echte plensbuien. Verhoeven legde ook uit dat de staat waarin riolering verkeert, verschilt per regio. In gebieden op veengrond treden er door zetting van de zachte ondergrond meer verzakkingen van het riool op dan in gebieden met stevige zandgrond.

Lees meer

Provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland slaan handen ineen Foto: Bouwend Nederland

Bouwend Nederland en Provincie Noord-Holland slaan handen ineen

Samen gaan Bouwend Nederland en Provincie Noord-Holland aan de slag voor genoeg energiezuinige woningen in Noord-Holland: maar liefst 230.000 nieuwe woningen erbij vóór 2040 én alle woningen energieneutraal vóór 2050. Het gaat om voldoende woningen in Noord- Holland, op de juiste locaties en bij voorkeur duurzaam gebouwd. Hoe aan deze belangrijke opgaven voor de komende tientallen gewerkt wordt, is nu vastgelegd in een Samenwerkingsagenda.

De samenwerkingsagenda werd 8 juni feestelijk gepresenteerd op de vastgoedbeurs PROVADA en vervolgens ondertekend door (v.l.n.r. op de foto) gedeputeerde Joke Geldhof, landelijk voorzitter Maxime Verhagen, regiovoorzitter Jan Kets (regio Randstad Noord) en gedeputeerde Jack van der Hoek.

Lees meer

150 toekomstige bouwers op excursie in Amsterdam (Small)

150 toekomstige bouwers op excursie in Amsterdam

Op 19 januari liepen er in totaal 250 eerstejaars Bouwkunde rond op Amsterdamse bouwplaatsen. Op 5 april was de tweede ronde: 150 eerstejaars Bouwtechnische Bedrijfskunde en Civiele Techniek.

Dat de studenten het leuk vonden, blijkt wel uit de filmpjes die op 19 januari gemaakt werden. Maar waarom doen de bouwbedrijven mee? In gesprek met René Moormann van M.J. de Nijs, William Hollander van Kondor Wessels Amsterdam en Marcel Poolman van Boele & van Eesteren.

Marcel Poolman is communicatiemanager bij Boele & van Eesteren. “Zo’n excursie is een prima manier om te laten zien hoeveel verschillende vakgebieden en disciplines er nodig zijn voor een groot project als dit. En hoe die samenwerken. Bouw is namelijk niet alleen techniek. Dat kun je op een bouwplaats als deze goed laten zien. We hebben hier bijvoorbeeld een grote keet waar niet alleen de werkvoorbereiding zit, maar ook de directievoerders. Zo zitten we letterlijk bovenop ons bouwproces en kunnen we als het nodig is razendsnel schakelen.”

Lees meer

Techniek Opleiding

Mbo-leerlingen zijn te duur

De bouwsector vindt dat bouwbedrijven te veel salaris moeten betalen aan mbo-leerlingen die op een leerwerkplek zitten. De sector neemt liever een productieve zzp’er of vakman aan dan een onervaren jongere, is vandaag te lezen in Telegraaf en in FD.

Het salaris van de mbo’ers moet in de cao omlaag vindt de sector, maar de vakbonden willen daar niets van weten. ‘De bouwbonden blijven doof voor de klachten van de werkgevers’ aldus Joba van den Berg van brancheorganisatie Bouwend Nederland in het FD.

Tussen 2008 en 2014 is het aantal jongeren op een leerwerkplek in de bouw meer dan gehalveerd, van ruim 11.000 naar nog geen vijfduizend. Dat heeft niet alleen te maken met de omzetdaling van ruim 20% in de sector in de afgelopen jaren, waardoor veel bedrijven niet de ruimte hadden jongeren aan te nemen.

Door de hoge prijs, 160 procent van het minimumloon, is het aantal jongeren op leerwerkplekken in de bouw tussen 2008 en 2014 meer dan gehalveerd. De door het kabinet aangestelde ambassadeur voor de jeugdwerkloosheid Mirjam Sterk zegt dat ze de problematiek herkent.

In het sociaal akkoord tussen kabinet, werkgevers en vakbonden is in 2013 afgesproken dat de overheid in totaal € 600 mln uittrekt voor sectorale banenplannen. Branches en regio’s kunnen voorstellen doen hoe zij werknemers via scholing aan het werk denken te houden of naar een baan te begeleiden. Minister Lodewijk Asscher maakte dinsdag bekend dat hij tot nu toe 79 plannen heeft goedgekeurd, met een totale waarde van € 440 mln. De sectoren moeten datzelfde bedrag vanuit bijvoorbeeld hun scholingsfondsen bijleggen.

Van meet af aan was er forse kritiek op de banenplannen. Onder meer de oppositiepartijen CDA en D66 denken dat ze geen nieuw werk opleveren. Maar Asscher wijst erop dat de economie bijvoorbeeld sterk verandert als gevolg van de voortschrijdende robotisering en digitalisering. Veel werknemers moeten daarom worden omgeschoold of andere vaardigheden aanleren. Een sectorplan kan daarbij helpen: ‘Er komt niet snel nog eens € 600 mln beschikbaar. Haal eruit wat erin zit. Investeer in mensen.’

Bouwend Nederland – Joba van den Berg