Berichten

schiphol

Meer woningbouw rondom Schiphol

Demissionair staatssecretaris Dijksma heeft het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) ter vaststelling aan de Koning aangeboden. Het besluit treedt per 1 januari 2018 in werking. Dat betekent dat er weer gebouwd kan worden in de nabijheid van Schiphol.

Lees meer

Warmtenetten: een duurzaam alternatief voor aardgas

Duurzaam alternatief voor aardgas, warmtenetten

TNO en ECN Duurzaam hebben in opdracht van het programma Warmte en Koude in de Metropoolregio Amsterdam uitgezocht hoe duurzaam de warmtebronnen in de warmtenetten van de regio Amsterdam zijn.

Naar aanleiding van dit onderzoek is een CO2-ladder voor de warmtebronnen ontwikkeld om afnemers van warmte inzicht te geven in het nut van warmtenetten. In alle gevallen is de CV-ketel thuis het minst duurzaam, zelfs de restwarmte uit een kolencentrale is in dat opzicht een betere keuze.

Een warmtenet is een uitgebreid netwerk van leidingen met warm water afkomstig van verschillende warmtebronnen. Dat kan bijvoorbeeld restwarmte zijn van een fabriek of warmte van een (afval)energiecentrale. Het verwarmde water komt de woning meestal binnen met een temperatuur van 70°C en gaat terug naar de warmtebron met een temperatuur van ongeveer 40°C. Nadeel is dat deze warmte niet altijd gezien wordt als duurzaam. Om die reden is er eenCO2-ladder ontwikkeld.

In de CO2-ladder staat biomassa uit de regio bovenaan met 13 kilogram CO2-uitstoot per gigajoule, direct gevolgd door geothermie met 20 kg per gigajoule. Ter vergelijking is ook de individuele CV-ketel bij mensen thuis opgenomen. Met 61 kilogram CO2-uitstoot is de CV-ketel het meest vervuilend. Zelfs de warmte uit een kolencentrale heeft een lagere CO2-uitstoot. Voor de volledigheid is kolenwarmte vermeld in het overzicht, al is hier geen sprake van in de Metropoolregio Amsterdam.

Lees meer

bouwtekening

Overheden voorbeeldfunctie in circulair bouwen

Wat zijn de kansen en bedreigingen voor circulair bouwen? ING Economisch Bureau heeft dat onlangs in kaart gebracht en het rapport donderdag uitgereikt aan de voorzitter van Bouwend Nederland, Maxime Verhagen. ING constateert dat ongeveer 25 miljard potentiele omzet te behalen is als de herbruikbaarheid van bouwmaterialen centraal staat.

Lees meer

Paleis Soestdijk nieuwe bestemming

Paleis Soestdijk wordt platform voor innovatie

Het consortium Made By Holland is met een bod van 1,7 miljoen euro de hoogste bieder om paleis Soestdijk en het bijbehorende landgoed te kopen en verder te ontwikkelen. Het consortium maakt er een platform van voor innovaties en excellent ondernemerschap, met tentoonstellingen en evenementen voor een breed publiek. Er komen ook horeca en woningen.

Dat schrijft minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aan de Tweede Kamer. Ook de gemeenteraden van Baarn en Soest en Provinciale Staten van Utrecht zijn geïnformeerd. De gemeenten en de provincie zijn ook al eerder in de procedure betrokken.

Platform voor innovatie en evenementen

Het park rond paleis Soestdijk wordt een proeftuin waar innovatie te zien en te beleven is. Het paleis biedt ruimte aan tentoonstellingen. In de vleugels en gebouwen in het park kunnen bedrijven en kennisorganisaties hun nieuwste innovaties presenteren aan een breed publiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om waterbeheersing, agricultuur en voeding, design en duurzame energie.

Aan de overkant van de Amsterdamsestraatweg is ruimte voor ontvangsten en evenementen als muziek, dans, theater en film/fotografie. Op verschillende plekken op het landgoed komt horeca (ook hotelvoorzieningen). Het bosgebied dat nu nog is afgesloten, gaat open voor recreanten. Op het terrein van de voormalige marechausseekazerne komen woningen.

Het consortium Made By Holland bestaat uit Meyer Bergman Investments B.V., Beheer- en Exploitatiemaatschappij Westergasfabriek B.V., adviesbureau Hylkema Consultants en Leeuwenpoort Ontwikkeling B.V..

Hoogste bod

Het consortium heeft de race om paleis Soestdijk te kopen met een bod van 1,7 miljoen euro gewonnen van twee andere bieders: het initiatief Eden Soestdijk en het plan Buitenplaats Soestdijk. In een eerdere ronde waren alle drie de initiatieven al inhoudelijk beoordeeld. Ze voldeden allemaal aan de kwalitatieve en duurzame criteria voor de toekomst van paleis Soestdijk. In de laatste ronde telde alleen nog de hoogte van het bod en eventuele voorwaarden daarbij.

Verkopende partij is het Rijksvastgoedbedrijf.

BIM sneller en sectorbreed invoeren

“BIM zorgt voor meer kwaliteit en voor minder fouten in het bouwproces.” ‘BIM-strateeg’ Jacques Duivenvoorden zou daarom graag zien dat BIM sneller sectorbreed wordt ingevoerd. Daarom is hij blij met de Bouwagenda, als “belangrijke hefboom voor een collectieve aanpak van BIM”. Zo’n aanpak levert, stelt hij, ook een aanzienlijke economische winst op. “Die bijdrage aan de Nederlandse economie is nog onvoldoende in beeld gebracht.”

Duivenvoorden, zelfstandig adviseur ketensamenwerking en ambassadeur van het BIM-loket op de Bouwcampus in Delft, is zelf aanhanger van een BIM-beleid getrokken door de overheid naar Engels model. “Digital Built Britain is een topdown BIM-programma vanuit de overheid daar. Met zo’n aanpak zou je hier ook sneller meer resultaat boeken met BIM, maar onze overheid gelooft nu juist heel sterk in een bottum-up aanpak. Toch zou het helpen als het EIB doorrekent wat de economische winst is als iedereen in de keten met BIM gaat werken. Dat is nog onvoldoende in beeld gebracht, maar het zou meer vaart brengen in de omschakeling.”

Lees meer

foto Bouwend Nederland Kavels

Maak van een zelfbouwwijk geen attractie!

Leg als gemeente bij de verkoop van zelfbouwkavels meteen vast aan welke regels bouwplannen moeten voldoen. Want dat is de enige manier waarop je kunt sturen op kwaliteit van een zelfbouwwijk, en voorkomen dat die een attractie wordt met een allegaartje van bouwstijlen zonder uitstraling.

Die oproep doet programmamanager Jutta Hinterleitner van de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA).

Allegaartje bouwstijlen

Hinterleitner benadrukt dat ze de vrijheid van zelfbouwers om te bouwen wat ze willen, prima vindt, ‘zeker na een eeuw van volkshuisvesting waarin je als bewoner zelfs de kleur van je eigen voordeur niet mocht kiezen’. “Die vrijheid moet je niet de kop indrukken. Maar waar ik gemeenten voor wil behoeden, is dat er van die wijkjes ontstaan met een allegaartje van bouwstijlen, met naast een grachtenpand een boerderette met een rieten dak of een wit huisje met blauwe kozijnen omdat de eigenaar ervan net op vakantie naar Griekenland is geweest. Want dan wordt zo’n buurtje een soort attractie en niet een eigentijdse uiting van stedenbouw.”

Binnen een kader bouwen

Stedenbouw houdt in, geeft Hinterleitner aan, dat een wijk een bepaalde samenhang heeft, met ook een kwalitatieve uitstraling: “Eenheid in verscheidenheid, zou je bij zelfbouw kunnen zeggen. Met dus richtlijnen voor zaken als de dakvorm, gevel, aantal bouwlagen en materiaalgebruik. Binnen dat kader kunnen zelfbouwers dan doen wat ze zelf willen, of ze daar nou een architect voor in de arm nemen of een catalogusbouwer. Maar dat past dan in ieder geval binnen dat grotere geheel en bereik je als gemeente ook dat zo’n wijk als woonomgeving in de tijd langer goed blijft en mooi veroudert.”

Richtlijnen

Hinterleitner heeft de indruk dat de meeste zelfbouw-gemeenten er goed op letten dat bij de uitgifte van zelfbouwkavels de richtlijnen voor zelfbouwers duidelijk zijn en dat dit ook goed is verankerd in het bestemmingsplan. “De meeste gemeenten hebben het goed op orde, al zijn er dus ook zelfbouwwijkjes waar je als je er komt tegen elkaar zegt ‘moet je nou toch eens kijken’. Dat is dan toch jammer.” Een mooi voorbeeld van een goede aanpak noemt ze de kavelpaspoorten die zelfbouwers in Almere krijgen bij de koop van hun kavel: “In die handleiding kunnen ze meteen precies lezen wat wel en niet mag.”

Zelfbouwmarkt

In 2013 onderzocht de BNA samen met Jacqueline Tellinga, planologe en medebedenkster van het Homeruskwartier in Almere, hoe zelfbouwers in die wijk te werk gingen, wat de voor- en nadelen waren van het inschakelen van een architect of catalogusbouwer, hoe de wijk er uiteindelijk uitzag en hoe tevreden bewoners waren. Hinterleitner noemt de “rijkgeschakeerde wijk” een interessant experiment, waarbij de gemeente het dus ook goed aanpakte. Goed aan die aanpak vindt ze ook het organiseren van een zelfbouwmarkt op het moment van uitgifte van zelfbouwkavels: “Zo geef je als gemeente met name aan architecten een podium om aan een zelfbouwer uit te leggen dat die meer kwaliteit krijgt als hij voor een architect kiest.”

Micro opdracht

Het voordeel van het werken met een architect is, zegt ze, dat een zelfbouwer meer maatwerk krijgt, terwijl een woning van een catalogusbouwer wat goedkoper is door het schaalvoordeel. “Maar voor wat meer geld, want zo duur is een architect voor zo’n micro-opdracht niet, krijg je als klant wel een huis gebouwd onder architectuur, met net wat meer uitstraling en dat volgens makelaars straks ook beter verkoopt.” Een nog relatief nieuwe ontwikkeling in dit marktsegment is, legt Hinterleitner uit, dat architecten en aannemers steeds vaker gaan samenwerken en zo ook tot enige standaardisering komen. “Daardoor wordt voor hun de business case interessanter en profiteert de zelfbouwer ook van een schaalvoordeel.”

Werkgevers in Noord-Holland Noord behoren landelijk gezien tot de koplopers

750 mensen met arbeidsbeperking aan de slag in de bouw

In 2015 is op initiatief van cao-partijen Bouw & Infra het project Wie Klaart de Klus gestart. Doel hiervan was om in twee jaar 295 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. Dat werden er uiteindelijk veel meer, namelijk 750. Dat is een opmerkelijk resultaat voor de bouw- en infrasector die al langere tijd krimp laat zien in het aantal dienstverbanden.

Onderzoeksbureau USP heeft onderzoek gedaan naar het aantal personen met afstand tot de arbeidsmarkt die in het kader van de Banenafspraak bij een bouw- of infrabedrijf zijn geplaatst.
De conclusie daarvan is opvallend: in de jaren 2015 en 2016 zijn – ondanks de krimp in het aantal dienstverbanden – 1.310 personen met een afstand tot de arbeidsmarkt geplaatst bij een bouw- of infrabedrijf. Ruim 1.000 hiervan vallen onder de doelgroep van de banenafspraak, en van ruim 750 is het contract uitgediend en verlengd, waardoor sprake is van een duurzame plaatsing.

Meer onder de radar

Met ruim 1.000 plaatsingen uit de doelgroep, waarvan 750 duurzaam, voldoet de bouwsector ruimschoots aan de doelstelling die de cao-partijen met elkaar hebben gesteld. Cao-partijen hebben altijd het gevoel gehad dat er onder de radar nog meer gebeurde dan dat er zichtbaar was. Daarom hebben zij in de eindfase van het project dit onderzoek laten doen. Werkgevers en werknemers vermoeden dat er zelfs nog meer kansen zijn om mensen aan een baan te helpen. Het economische tij en de groeiende vraag naar vaklieden werken als een katalysator.

Banenafspraak

Werkgevers in de marktsector hebben beloofd uiterlijk in 2026 te zorgen voor 100.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit wordt de Banenafspraak genoemd. Die afspraak is gemaakt tussen landelijke werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid. Eind 2016 moeten hiervan 14.000 zijn gerealiseerd. De cao-partijen in de bouw- en infrasector leveren met het overtreffen van de doelstellingen een grote bijdrage aan deze landelijke banenafspraak.

Klik hier voor het rapport over ‘Wie klaart de klus’

Wie Klaart de Klus is een project van partijen bij de cao Bouw & Infra: Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland, NVB, Vereniging voor Waterbouwers, FNV en CNV Vakmensen.

Is onze riolering nog wel in orde?

Ruim honderdduizend kilometer rioolbuizen liggen er onder de grond in Nederland. Maar is dat wel genoeg? Door de klimaatverandering regent het steeds meer en een groot deel van het rioleringsstelsel ligt er ook al tientallen jaren.

Is onze riolering nog wel goed genoeg om ook in de toekomst al het afvalwater op te vangen en onze voeten droog te houden?

Renovatie/vervanging

Volgens de Bouwagenda die dinsdag werd gepresenteerd aan het kabinet, moet het tempo waarmee renovatie en vervanging van riolering plaatsvindt, fors omhoog om de toename van het regenwater bij te kunnen houden. Maar volgens Hugo Gastkemper, directeur stichting RIONED, koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer en riolering, zal het riool nooit zo groot worden dat het al die hevige regenbuien kan opvangen. Straten moeten daar ook voor worden aangepast: dieper aanleggen en met hogere stoepranden waardoor ze ‘bakjes’ worden voor tijdelijke opslag bij echte plensbuien. Verhoeven legde ook uit dat de staat waarin riolering verkeert, verschilt per regio. In gebieden op veengrond treden er door zetting van de zachte ondergrond meer verzakkingen van het riool op dan in gebieden met stevige zandgrond.

Lees meer