Berichten

10 nov 2017 Chemiesector Noord-Holland duurzamer door investering in demonstratiefabriek ChainCraft

De chemische sector in Noord-Holland verduurzaamt. Dit gebeurt onder meer door fossiele en op palmolie gebaseerde grondstoffen te verruilen voor biologische vetzuren.Met het beklinken van een investering van het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland is het bedrijf ChainCraft een stap dichterbij gekomen om deze missie te realiseren.

ChainCraft bouwt nu een demonstratiefabriek in het Amsterdamse havengebied en kan daarmee organisch restafval omzetten in hoogwaardige vetzuren voor de chemie. Hiermee kan de provincie jaarlijks de CO2-uitstoot met zes miljoen kilogram verminderen.

Biobased vervangers

“We kunnen nu vetzuren produceren uit organische reststromen van bijvoorbeeld de agro-, food- en feedsector. Normaal gesproken wordt dit restafval vergist tot biogas voor elektriciteit of transportbrandstof. Ons proces levert biobased chemicaliën op, die één-op-één-vervangers zijn van petrochemische en palmolie-producten. Je kunt ze inzetten voor de productie van smeermiddelen, weekmakers, verven en coatings, maar ook in de diervoederindustrie”, aldus Niels van Stralen van ChainCraft.

Forse impact op milieu

Het productieproces van ChainCraft zorgt niet alleen voor het hergebruik van restmaterialen en dus een sluitende afvalkringloop, maar ook voor een significant lagere CO2-uitstoot. Concreet betekent dit een besparing van minstens zes miljoen kilogram CO2 per jaar in de provincie Noord-Holland. Die aanzienlijke impact op de industrie en het milieu was voor het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland dé reden om te investeren in hetbedrijf. Fondsdirecteur Bart Blokhuis: “ChainCraft kan nu direct starten met de bouw van de demonstratiefabriek en op korte termijn laten zien dat zijn innovatieve technologie op industriële schaal concurreert met aard- en palmolie. Als deze exploitatie slaagt, willen we – ondernemers, participatiefonds en cofinanciers AmsterdamsKlimaat en Energiefonds AKEF en Havenbedrijf Amsterdam – opschalen naar een commerciële fabriek met een productiecapaciteit van 10.000 à 20.000 ton vetzuren. Naar verwachting zijn we in 2021 of 2022 al zover

Minder CO2, meer banen

Jack van der Hoek, gedeputeerde duurzaamheid van de provincie Noord-Holland, ziet de doorontwikkeling van ChainCraft als een versnelling van de verduurzaming van de Noord-Hollandse economie. “De vervanging van zo veel mogelijk fossiele en andere niet-duurzame grondstoffen tegen een biobased alternatief geeft echt versterking aan de CO2-reductie in onze provincie. Daarnaast zorgt de komst van de demonstratiefabriek voor nieuwe werkgelegenheid. Het is dus niet voor niets dat we ChainCraft ook subsidie hebben verleend via het Kansen voor West-programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling EFRO en onder meer de provincie Noord-Holland.”

Bron + film: Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland ChainCraft NL

meer regie Rijk bij aanjagen woningbouw

Rijk meer regie bij aanjagen woningbouw

Het Rijk gaat in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen een actievere en regisserende rol spelen. Op korte termijn starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders gesprekken. Deze moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwpro-ductie.

Daarnaast komt er een permanent landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de Staat van de Woningmarkt 2017, die vandaag naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd.

De nieuwste jaarrapportage laat zien dat de groeiende economie en de lage rente doorwerken op de woningmarkt. Het aantal verkopen blijft stijgen, met vooral in stedelijke gebieden sterke prijsstijgingen. Ook de aanhoudende groei van het aantal huishoudens zorgt voor een oplopende vraag naar woningen. De komende jaren zou de bouwproductie moeten groeien naar gemiddeld 75.000 woningen per jaar. De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.

Minister Ollongren schrijft dat de mogelijkheden voor het aanjagen van de bouwproductie onder andere afhankelijk zijn van de beschikbare plancapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zij wijst er verder op dat er vooral vraag is naar woningen in de binnensteden. Binnenstedelijk bouwen is echter complex en kent een relatief lange opleveringstijd. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen de druk op de woningmarkt verminderen.

Het kabinet werkt verder aan de nieuwe Omgevingswet die moet zorgen voor snellere procedures. Woningcorporaties kunnen eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen. Dit segment is cruciaal voor huishoudens die flexibel willen zijn of voor wie koop of sociale huur geen optie is.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onder voorzitterschap van Rob van Gijzel in diverse gemeenten een zogeheten Samenwerkingstafel Middenhuur gestart over een groter aanbod van deze woningen. Ook is er een landelijke tafel waarin brancheorganisaties en belanghebbenden knelpunten in kaart brengen.

Het eindverslag van de samenwerkingstafels wordt eind januari verwacht. De minister neemt de aanbevelingen mee bij het maken van regionale afspraken. Zij wil ook na januari doorgaan met de landelijke overlegtafel. De gehele woningmarkt zal dan onderwerp van permanent overleg zijn.

Aanbiedingbrief bij het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’: lees hier de brief.

Rapport van de woningmarkt, lees hier de rapportage.

STOO Onsnh-Congres O3werkt

O3 werkt; krachtenbundeling Onderwijs, Ondernemers en Overheid

Er valt het nodige te verbeteren aan de koppeling tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven; daarover is vrijwel iedereen het eens. En het moet gezegd, er worden links en rechts bewonderenswaardige initiatieven ontplooid om die kloof te dichten. Jammer genoeg betreft het vaak individuele bedrijven of organisaties. Vanwege die beperktheid is er nog altijd geen zicht op een structurele oplossing van het probleem.

Daarom organiseert Stichting Ondernemend Onderwijs (STOO) in samenwerking met Onsnoordholland op 7 december a.s. een middagcongres met als centraal onderwerp ‘Stimulering Ontwikkeling Onderwijs Ondernemers’. Een congres waar schoolbesturen, schoolleiders, docenten VO/MBO/WO en PO samen met bedrijven in de IT en Techniek, ondernemers en overheid bij elkaar komen.

Ernstige tekorten vakmensen

Zoals bekend worstelen diverse bedrijfstakken met de instroom van nieuw personeel. Vooral in de bouw, techniek en IT worden de komende jaren ernstige tekorten aan vakkrachten verwacht. En het lijkt erop dat het onderwijs die tekorten niet zal aanzuiveren, want het aantal inschrijvingen voor technische beroepen daalt de laatste jaren gestaag. Zowel onderwijs als ondernemers hebben daarover langs diverse kanalen de noodklok geluid.

Daarnaast speelt voor de regio West-Friesland nog een andere ontwikkeling een belangrijke rol: studenten die voor hun opleiding de regio verlaten, blijken de terugreis maar moeilijk te maken. Met als gevolg dat Westfriese ondernemers hun vacatures maar lastig kunnen invullen.

Middagprogramma

De middag staat in het teken van kennis delen tussen onderwijs en bedrijven, samenwerking, innovatie en duurzaam onderwijs voor de regio. Op het gebied van innovaties kunt u kennis maken met IT producten en technische apparatuur die uw lessen of beroepspraktijk kunnen ondersteunen. Kennis delen en toepassingen in de klas staan centraal. De visie op de toekomst vanuit diverse invalshoeken met aansprekende voorbeelden, workshops over innovaties, ondernemerschap en vooral de samenwerking tussen bedrijfsleven en scholen zijn thema’s die deze dag een centrale rol spelen.

Bedrijven presenteren nieuwe toepassingen en delen hun kennis met u en geven workshops. Hoe kunnen die innovaties, hard- of software een rol spelen in uw onderwijs? Ook veel aandacht voor hoe ‘de nieuwe wereld’ ingezet kan worden door het onderwijs op het gebied van opdrachten, stages en het inrichten van ruimtes. Ook duurzaamheid, dat een onmisbaar onderdeel van de samenleving is en zal blijven, is een belangrijk thema.

Rondetafelgesprek

Voor het congres begint zal er een rondetafelgesprek plaatsvinden die deze genoemde feiten zal gaan behandelen met maximaal 8 deelnemers vanuit de overheid, ondernemers en opleidingen. Indien u hier als betrokken partij bij aanwezig zou willen zijn, u kunt per mail reageren naar: info@onsnh.nl.

Het congres staat onder dagvoorzitterschap van Ger Welbers (RTV NH / AT5). De plenaire opening wordt verzorgd door Adri Pijnenburg. O.a.Werkgeversorganisatie Bouwend Nederland  en TechniekRaad Noord-Holland (een samenwerkingsverband tussen provincie en werkgeversorganisaties) hebben door tussenkomst van Onsnn, volledige medewerking aan deze bijeenkomst gegeven. Ook vertegenwoordigt zijn Koninklijke Metaalunie, Uneto-VNI, OOM, OTIB, A+O tijdens het congres.

Meer dan twintig instellingen uit het middelbaar en hoger beroepsonderwijs zullen acte de présence geven. In het panel zal onder meer Dook van den Boer, directeur van Tata Steel IJmuiden en lid van de Amsterdam Economic Board plaatsnemen.

Aanmelden

Kortom, meer dan voldoende redenen om bij dit congres aanwezig te zijn. Bezoekers betalen € 20,-. Aanmelden kan via http://www.stoo.nl/aanmelden-congres/ Haast is geboden, want het aantal plaatsen is beperkt. Het congres zal plaatsvinden op donderdag 7 december in het stadhuis van Medemblik (vlak langs de A-7).

 

 

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

Onderbezetting gemeenten woningbouwproductie blijft achter

Steeds meer gemeenten kampen met capaciteitsgebrek om bouwplannen op tijd te kunnen beoordelen. Dat concludeert Bouwend Nederland na een toenemend aantal signalen van leden. Dit leidt er toe dat plannen (te) lang in de ambtelijke molen blijven hangen en de woningbouwproductie steeds verder achterloopt op de vraag naar woningen.

De woningbouwproductie stijgt al een aantal jaren echter elkaar, net als het aantal afgegeven vergunningen voor woningbouw. In 2017 worden waarschijnlijk meer dan 65.000 van deze vergunningen afgegeven. Toch is dit niet voldoende om te voorzien in de toenemende vraag naar woningen. Jaarlijks moeten er 80.000 tot 90.000 woningen bij om de achterstand in te lopen. Als dat lukt zal vanaf 2020 de druk op de woningmarkt wat gaan afnemen.

Samenwerkingsagenda

Snelle en efficiënte besluitvormingsprocedures zijn nodig om het woningtekort niet verder te laten oplopen. De afgelopen jaren zijn daarin al stappen gezet, bijvoorbeeld via de Crisis- en herstelwet.
Het nieuwe Kabinet wil daarnaast met medeoverheden en stakeholders afspraken maken over het aanjagen van de woningbouwproductie, in het verlengde van de samenwerkingsagenda tussen provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland. Naast die procedures en regiodeals zijn echter ook voldoende mensen nodig om de plannen te behandelen.

Markt trekt aan

Tijdens de crisis hebben veel gemeenten hun organisatie flink moeten aanpassen. Ambtenaren die bouwplannen beoordeelden hebben een andere plek gekregen of zijn uit dienst getreden. In de context van de crisis begrijpelijk, omdat de bouwproductie enorm terugviel. Nu zien we helaas het na-ijleffect van die reorganisaties, namelijk capaciteitsproblemen omdat de markt aantrekt.

Burgemeester Aboutaleb sprak zich hierover uit tijdens het Miljoenenontbijt van VNO-NCW. Maar ook gemeenten buiten de randstad raken steeds meer in de knel. Afgaande op de signalen van leden van Bouwend Nederland loopt ruwweg 10% van de bouwplannen hierdoor vertraging op.

‘Het is buitengewoon onwenselijk dat bijvoorbeeld starters en jonge gezinnen lang moeten wachten op een passende nieuwbouwwoning door vertraagde behandeling van bouwplannen en vergunningen. Het is alle hens aan dek om de druk op de woningmarkt te verlichten’, aldus Maxime Verhagen.

Vliegende brigade

Het zal nog een tijdje duren voordat gemeenten hun organisatie aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Het vinden en aantrekken van de juiste mensen kost immers tijd. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft een ‘vliegende brigade’ van deskundigen ingesteld die gemeenten met capaciteitsproblemen ondersteunt. De Provincie Noord-Holland (die deelneemt in de MRA) en Bouwend Nederland vinden dat deze aanpak brede navolging verdient. Het voornemen is om in de rest van Noord-Holland ook zo’n poule in te stellen.

Landelijke dekking

Wat Bouwend Nederland betreft ontstaat er een poule met landelijke dekking. In die poule horen doeners met ervaring in planprocedures, vergunningverlening, ontslakken en mogelijkheden die bijvoorbeeld de Crisis- en herstelwet biedt. Deze deskundigen moeten actief gemeenten opzoeken en ondersteunen in de behandeling van bouwplannen en vergunningen om zo de oververhitting van de woningmarkt een halt toe te roepen.

Netbeheer zoekt samenwerking met bouw bij verduurzaming

Samenwerking tussen netbeheer en bouw

Het nieuwe kabinet wil dat gemeenten, provincies, netbeheerders en waterschappen plannen maken voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Henri Bontenbal, strateeg bij netbeheerder Stedin, zoekt daarvoor de samenwerking met de bouw- en installatiesector.

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen.”

Wat vindt u van de plannen van het nieuwe kabinet?

“Wij zijn blij met het Regeerakkoord omdat er echt de ambitie is om de verduurzaming van de gebouwde omgeving op te pakken. De manier waarop is niet dichtgetimmerd. Dat is verfrissend. Het geeft ons de kans om de kennis van verschillende partners bij elkaar te brengen. Het goede nieuws is dat er al veel gebeurt. We zijn al lang met gemeentes, de bouw- en installatiesector aan de slag met concrete projecten. Ook zijn we hard aan het rekenen aan de vraag hoe we gebouwen straks verwarmen. Tegelijkertijd verwacht ik op sommige punten meer ambitie. Zoals bij nieuwbouw: we moeten snel stoppen met het bouwen van woningen op aardgas.”

Wat wordt de rol van Stedin hierbij?

“Stedin heeft heel veel kennis van het energiesysteem. Wat is de staat van de elektriciteits- en gasnetten, en wat zou het kosten om ze te vervangen of te verzwaren? Of: kun je een aardgasnet een tweede leven geven, bijvoorbeeld met waterstof of groen gas? In Rotterdam werken we samen met de gemeente, de woningcorporatie en het warmtebedrijf om voor een wijk door te rekenen wat een alternatief is voor de warmtevoorziening op aardgas. Dan gaat het om de techniek, maar ook om vraag wie het gaat betalen, hoe we bewoners kunnen betrekken en welke wet- en regelgeving knelt. We leren heel veel van dat soort gesprekken. Een aantal praktijkvoorbeelden hebben we recent gedeeld met de Tweede Kamer. Bij zo’n nieuwe aanpak is het onvermijdelijk dat er ook wel eens iets niet gaat zoals verwacht. Dat mag ook. Daar leren we van. Want er is geen blauwdruk. In elke wijk moet je opnieuw naar de beste oplossingen kijken.”

Hoe ziet u de rol van de bouw- en installatiesector?

“Die is cruciaal als het gaat om wat mogelijk is. Bouwers en installateurs hebben kennis van de systemen, en welke innovaties er nog gaan komen. Wat zijn de vernieuwende bouwconcepten en -werkwijzen? Als netbeheerder snappen we best hoe een warmtepomp werkt, maar andere partijen hebben daar meer verstand van dan wij. Het gaat erom dat iedereen vanuit zijn eigen expertisen nieuwe stappen zet. We willen met de bouw werken aan de vraag hoe huizen en bedrijven over vijf jaar van warmte worden voorzien.”

Hoe gaat dit er straks in de praktijk uitzien?

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen. Het ontzorgen van de bewoner moet daarbij een belangrijk uitgangspunt zijn. Als bijvoorbeeld – na een zorgvuldig besluitvormingsproces – besloten is om een gasnet te verwijderen en een warmtenet aan te leggen, dan kan ik me voorstellen dat er gekozen wordt voor één arbeidsgang. Dat betekent dat bij een woning in één dag zowel de gasaansluiting wordt verwijderd, de warmteaansluiting wordt gemaakt, en in de woning de installatie geschikt wordt gemaakt en de gasketel verwijderd. ’s Avonds zit de bewoner er weer warm bij. Begrijp me goed: dit is nog lang niet de praktijk. Maar we moeten onszelf dwingen naar nieuwe innovatieve samenwerkingsvormen en werkwijzen te zoeken. Samen met de bouw- en installatiesector. De energietransitie gaat alleen lukken als we met elkaar bereid zijn de dingen anders te organiseren dan we altijd gewend waren.”

Sociale partners bouw geven sociaal verantwoord opdrachtgeverschap gezicht

Sociale partners geven sociaal opdrachtgeverschap

Bouwend Nederland, FNV en CNV Vakmensen overhandigen vandaag in Den Haag de brochure Bouwen doen we Samen! aan de leden van de 2e Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werkgevers en werknemers binnen de bouw- en infrasector trekken hiermee gezamenlijk op om sociaal verantwoord opdrachtgeverschap een gezicht te geven.

De bouw- en infrasector staat de komende jaren voor een enorme opgave: 900.000 nieuwe woningen bouwen, 137.000 kilometer wegen onderhouden, duizenden scholen en kantoren verduurzamen 1,8 miljoen kilometer kabels en leidingen bijhouden of vervangen. Een klus die de branche maar wat graag aanpakt, maar die niet te klaren valt zonder investeringen van overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, investeerders, onderwijsinstellingen en andere stakeholders.

Lees meer

Geris Bouwtechniek

Energiezuiniger leven waar moet ik beginnen?

Geris Bouwtechniek is hét bouwkundige adviesburo waarbij energiebesparing en -opwekking een centraal thema vormen. Wij zetten ons in voor bewustwording én het voorkomen van energieverspilling in de vastgoedsector. Onze kracht is een duidelijke analyse waarbij onconventionele concepten niet worden overgeslagen. Omdat bij het realiseren van energiebesparing kleine aanpassingen op bouwkundig of installatietechnisch gebied weinig tot geen rendementen bezorgen adviseren wij verschillende totaalpakketten die ervoor zorgen dat het loont. Met onze praktische concepten ben je weer een stap dichter bij een energiezuiniger leven.

Onze bedrijfsvoering rust op 3 pijlers:

Ontwerp

Of het een dakkapel, aanbouw, verbouw of een vrijstaande woning is, wij maken voor jou het mooiste ontwerp en zorgen ervoor dat je er geld mee kunt verdienen.

Concepten om energie te besparen en/of om energie op te wekken. Wij adviseren altijd 3 verschillende concepten (basis, uitgebreid, compleet) waarbij in verschillende stappen duidelijk word aangegeven welke besparing kan worden gerealiseerd. De beste concepten zijn altijd een combinatie tussen bouwkundige en installatietechnische voorzieningen want dat heeft het grootste effect.

Advies

Geris Bouwtechniek is een adviesburo dat midden in de praktijk staat waardoor de oplossingen en adviezen realistisch en uitvoerbaar zijn.

Een omgevingsvergunning aanvragen, tekeningen realiseren, communiceren met verschillende bedrijven en instanties is onze 2de natuur waardoor je tijd over houd voor andere zaken.

Wil je energie besparen maar heb je geen idee hoe en waar je moet beginnen? Dan zit je goed bij ons. Wij stellen een energiebesparingsadvies met je op en leggen daarin uit wat je het beste kunt doen. Er zijn geen universele oplossingen en daarom richten wij ons op jou persoonlijke situatie, zowel bedrijfsmatig als ook particulieren worden door ons ondersteund. Heb je wél ideeën over energiebesparende oplossingen maar weet je niet wat te kiezen dan helpen wij om de juiste keuze te maken.

Onze analyses en rapportages bevatten zeer weinig jargon (vaktaal) waardoor het voor iedereen begrijpelijk en duidelijk is. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan, toch?

Begeleiding

Voor de realisatie van je bouwplannen verzorgen wij het vergunningstraject, toezicht en coördinatie tijdens de uitvoering zodat je er geen omkijken naar hebt.

Uit het gekozen energieconcept volgt een stappenplan om het concept tot uitvoering te brengen. Deze transformatie is een intensief traject waarbij veel tijd nodig is om tot het eindresultaat te komen. Geris Bouwtechniek is gespecialiseerd in dergelijke trajecten en zorgt voor de benodigde aansturing en afhandeling.

Geris Bouwtechniek heeft als doel om een gezonde, schone én energiezuinige wereld te creëren zodat de natuur zoveel mogelijk word gespaard waardoor de komende generaties zorgeloos kunnen leven.

Resumé

Geris Bouwtechniek kies je vanwege:

  • Praktisch inzicht, benadering en oplossing van vraagstukken
  • Werkelijk realiseerbare oplossingen
  • Volledig onafhankelijk en neutraal

Geris Bouwtechniek benader je voor:

  • Vergunningstrajecten
  • Energiebesparingsadviezen
  • Energieconcepten
  • Energielabels
  • Tekenwerkzaamheden
  • Bouwtoezicht

 

Wil je energie besparen maar heb je geen idee hoe en waar je moet beginnen? Dan zit je goed bij ons. Wij stellen een energiebesparingsadvies met je op en leggen daarin uit wat je het beste kunt doen. Er zijn geen universele oplossingen en daarom richten wij ons op jou persoonlijke situatie, zowel bedrijfsmatig als ook particulieren worden door ons ondersteund. Heb je wél ideeën over energiebesparende oplossingen maar weet je niet wat te kiezen dan helpen wij om de juiste keuze te maken.

Contact: 06-51743390 of boris@gerisbouwtechniek.nl

[advertorial]
duurzaam_mvo_landbouw_innovatie_groen_bio (Small)

Landbouwinnovatie gestimuleerd door de provincie

Een landbouwsector die klaar is voor de toekomst en technieken gebruikt die goed zijn voor de natuur, het landschap en onze leefomgeving. Daarvoor stelt de provincie Noord-Holland ruim € 2 miljoen subsidie beschikbaar.

“Noord-Hollandse landbouwondernemers lopen wereldwijd voorop als het gaat om innovaties die zorgen voor minder emissies en minder gebruik van grondstoffen. Deze subsidieregeling draagt bij aan het behouden van die voorsprong. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar waarborgt ook de toekomst van deze belangrijke economische sector”, aldus landbouwgedeputeerde Jaap Bond van de provincie Noord-Holland.

Belangrijke economische sector

De landbouw is een belangrijke economische sector met een grote  invloed op het landschap en de omgeving. Van het Noord-Hollandse oppervlak heeft 61% een agrarische bestemming. De provincie streeft naar toekomstbestendige landbouwbedrijven en een goede leefomgeving. De subsidie is bedoeld voor het ontwikkelen, testen en praktijkrijp maken van innovaties die bijdragen aan een beter milieu, klimaatbestendigheid, volks- en diergezondheid, landschappelijke kwaliteit of biodiversiteit. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van technieken die zorgen voor energiebesparing, vernieuwingen in de distributieketen, minder bodemdaling in veenweidegebieden of minder gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Duurzamen landbouw

Noord-Hollandse samenwerkingsverbanden die werken aan het praktijkrijp maken van landbouwinnovaties kunnen van 30 oktober 2017 tot en met 31 januari 2018 subsidie aanvragen voor het ontwikkelen en testen van duurzame landbouwinnovaties. Van een samenwerkingsverband moet minimaal één deelnemer een landbouwer zijn of vertegenwoordigen.

Focus buitengebieden

De Landbouwinnovatieregeling is onderdeel van het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP). Dit is een Europees subsidieprogramma voor ontwikkelingen in het buitengebied met een focus op innovatie en duurzaamheid in de landbouw. De provincie Noord-Holland stelt subsidie beschikbaar die door de Europese Unie verdubbeld wordt.

Meer informatie over de wijze van aanvragen en de voorwaarden is te vinden op bijgaande link van de Provincie Hoord Holland bij Subsidieregelingen. Deze link verwijst u naar alle vormen van subisidie op gebied van land – en tuinbouw van de provincie Noord Holland.

 

 

30 miljoen Ruggensteun voor ondernemers in groene transportinitiatieven

30 miljoen voor groene transportinitiatieven

De vergroening van de transportsector krijgt een extra steun in de rug. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakt 30 miljoen euro vrij voor bedrijven die innovaties ontwikkelen, zoals een vuilniswagen op waterstof, het opzetten van pakjesbezorging met elektrische busjes en het maken van biobrandstoffen met algen.

Samen met andere initiatieven, zoals de vorig jaar gesloten afspraak met vervoerders om vanaf 2025 alleen nog met elektrische ov-bussen te rijden, wil het ministerie met deze stimuleringsregeling zorgen voor een snellere overgang naar een duurzame transportsector met auto’s en vrachtwagens die minder uitstoten.

Groen ondernemen

De Demonstratieregeling Klimaattechnologieën en -innovaties in transport (DKTI-Transport) richt zich specifiek op ondernemers uit de transport- en vervoersector en kennisinstellingen die zelf ook mee willen investeren in groene oplossingen. DKTI-Transport is een vervolg op een subsidie die vorig jaar is verstrekt voor industriële ontwikkeling in de transportsector. Hierdoor zijn inmiddels kansrijke prototypes ontwikkeld, waaronder een elektrische truck (VDL) en een hybride truck (EMOSS).
DKTI-Transport draagt eraan bij dat het voor bedrijven en kennisinstellingen loont om verder te werken aan dit soort nieuwe technieken en om duurzaam transport verder kunnen opschalen.

Levensvatbare oplossingen

Organisaties met kansrijke ideeën kunnen aankloppen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een onafhankelijke expertgroep beoordeelt de voorstellen, waarna de RVO  de subsidie toewijst. Voorwaarden voor subsidie zijn onder meer dat een oplossing nog niet geheel marktrijp is, een sterke business case heeft en levensvatbaar is voor commerciële exploitatie.

In de DKTI-Transport komt elk jaar de nadruk op andere technologie- en innovatieopgaven te liggen. In de eerste ronde, die loopt tot eind 2018, worden projecten beoordeeld die gericht zijn op de ontwikkeling van zuinig vrachtvervoer over de weg, en zich tegelijkertijd richten op de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen uit hernieuwbare bronnen.

Verdeling

Van de beschikbare 30 miljoen euro is er, naast het geld voor DKTI-Transport, 6 miljoen gereserveerd om vanaf 2025 alle nieuwe bussen in Nederland zonder schadelijke uitstoot te laten rijden en nog eens 5 miljoen voor samenwerkingsprojecten van de overheid en het bedrijfsleven. Tot eind 2018 is er 16,7 miljoen euro beschikbaar voor de eerste ronde.
De regeling, die loopt tot eind 2021, sluit aan op de Duurzame Brandstofvisie van het Rijk en de sector, waarin is vastgelegd hoe Nederland tot een duurzame brandstoffenmix in de mobiliteitssector kan komen.

Green Deal aanzet tot bouwpakketservice

Een ‘pakjesdienst’ voor de bouw

Zeker voor bouwprojecten in binnensteden slaat de sector daarmee twee vliegen in een klap: minder vrachtwagens in de stad, dus minder uitstoot van CO2 en fijnstof, en minder transportkosten.

Met die ‘bouwpakketservice’ moet de sector dus aan de slag, stelt Arjan Walinga, bij Bouwend Nederland projectleider ketensamenwerking, in verband met de op maandag 2 oktober ondertekende Green Deal Bouwlogistiek.

1/3e transport van de bouwsector

Dat een derde van alle transportbewegingen in Nederland voor rekening komt van de bouwsector, heeft volgens Walinga voor een belangrijk deel te maken met dat de logistiek in de sector nog teveel per project gebeurt. Slimme aan- en afvoer van materialen op en rond de bouwplaats moet leiden tot meer projectonafhankelijk transport. “Juist in de stad, met verschillende projectlocaties, levert dat voor het milieu en het bouwproces flinke voordelen op. “De gemiddelde vrachtwagen zit halfvol, waardoor er twee keer zoveel vrachtwagens de stad in gaan dan nodig is. Dat kan dus veel efficiënter, door afstemming tussen bouwbedrijven onderling en met toeleveranciers”, legt Walinga uit.

Overleggen over aanleveringen

Slimme logistiek moet vroegtijdig in het bouw-ontwerptraject worden georganiseerd. “Hoe precies, is de uitdaging van deze Green Deal. Dat kan met BIM. Maar bouwbedrijven met in de stad projectlocaties bij elkaar in de buurt, moeten zichzelf in aanleren met elkaar te overleggen over aanleveringen. Dat zijn ze niet gewend. Maar logistiek moet voor iedereen maximaal gaan. Daar moet je als bedrijf ook niet op willen concurreren, want dan concurreer je op de verkeerde dingen,” aldus Walinga. Als voorbeeld van waar de bouw met logistiek naar toe moet, wijst hij op de consumentenelektronica-sector waarin hij eerder werkte: “Reden de DHL’s van deze wereld niet met spullen van verschillende leveranciers rond, dan zouden de tv’s die we online bestellen veel duur worden.”

Green Deal Bouwlogistiek

DHL is een van de tweeëntwintig medeondertekenaars van de Green Deal Bouwlogistiek, die in 2020 moet resulteren in 20 procent minder transportbewegingen. Walinga: “Dat bedrijf ziet dus ook brood in bouwlogistiek. Maar wij vinden dat bouwbedrijven dit zelf zouden moeten opstarten. Dat is ook een van de dingen waar TNO nu op ons verzoek mee aan de slag gaat, met het voor de sector ontwikkelen van zo’n zeg maar bouwpakketservice.” Vooral kleinere bouwbedrijven zouden volgens hem baat hebben van zo’n “standaardoplossing”.

Afbouwhoek kost geld

Grote bouwbedrijven zijn beter instaat de logistiek binnen hun eigen organisatie te optimaliseren. Maar ook die kunnen volgens hem mogelijk nog profiteren zo’n ‘pakjesdienst voor de bouw’. “Het transport van grote onderdelen zoals brugdelen, prefab wanden en glas, gebeurt al redelijk efficiënt. Daar is de prijs van het transport ook niet verdisconteerd in die van het bouwmateriaal. De grote verliezen zitten echt in de afbouwhoek, met het transport van zaken als gipsplaten, hang- en sluitwerk en schakelmateriaal. Dat zijn vaak kleinere volumes die voor veel transportbewegingen zorgen. Daar vormt logistiek nu een kwart van de materiaalprijs en dat is veel te hoog.”

Aanbesteding markt uitdagen

Een belangrijke stimulans voor slimme bouwlogistiek en voor het halen van de Green Deal-doelstelling is, zegt Walinga, ook de manier waarop opdrachtgevers zoals gemeenten voor een aanbesteding uitvraag doen naar de markt. “Die moeten bij een aanbesteding de markt ook uitdagen slimme logistieke oplossingen te verzinnen voor bouwen in de stad.” Rijkswaterstaat en een stad als Rotterdam doen dat volgens hem al. Maar hij waarschuwt voor overvragen: “Dus dat zo’n uitvraag zo ambitieus is dat bedrijven daar nog niet mee om kunnen gaan, en dan veel kosten maken om het toch voor elkaar te krijgen. Dus de uitvraag mag uitdagend zijn maar niet overvragend. Zodat bedrijven en de markt voor logistiek echt de tijd krijgen om daar in te groeien.”