Berichten

Nieuwe campagne energiebesparing woning. kabinet zet € 100 miljoen in

Nieuwe campagne energiebesparing woning

Het kabinet zet in op de bouw van energiezuinige woningen en het aardgasvrij maken van jaarlijks 30.000 tot 50.000 bestaande woningen, om zo de uitstoot van CO2 omlaag te brengen. Woningbouwcorporaties gaan hiermee aan de slag, maar ook huiseigenaren en VvE’s kunnen hun woningen duurzamer maken.

Om de beschikbare subsidie voor woningisolatie en duurzame systemen voor warm water en verwarming te promoten start op 22 januari de campagne Energiebesparendoejenu.

Alternatief voor aardgas

In Nederland staan ongeveer 9 miljoen gebouwen, waarvan 8 miljoen woningen. Die dragen voor 16 procent bij aan de totale uitstoot van CO2 in Nederland. Die moeten allemaal een alternatief krijgen voor aardgas om te verwarmen en te koken. Dat zijn meer dan 250.000 woningen per jaar. Daarnaast moeten ook de ruim 1 miljoen bedrijven, winkels, scholen en andere gebouwen van het aardgas af. Gemeenten en woningcorporaties werken samen met Minister Ollongren aan energiezuinige gebouwen. Ook steeds meer woningeigenaren zijn zelf bezig met energiebesparing. Energiebesparing levert altijd iets positiefs op. Of je het nu voor portemonnee, een behaaglijk huis, de toekomst van je kinderen of het milieu doet.”

Energiebesparing huishoudens peiling

Om inzicht te krijgen in energiebesparing in Nederlandse huishoudens heeft Kantar Public in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een peiling onder huiseigenaren  uitgevoerd. Daaruit blijkt dat 90 procent van de Nederlandse huishoudens wel eens gehoord heeft dat we van het aardgas af gaan. Ruim een kwart denkt zelfs dat we in het komende decennium (2021-2030) al helemaal geen gas meer gebruiken. Voor het zover is moet er nog veel gebeuren. Bijvoorbeeld het duurzamer maken van onze woningen.

Steeds meer mensen vervangen hun CV-ketel op gas door een duurzaam alternatief, zoals een zonneboiler of een warmtepomp. Een verstandige investering, zeker als je oude CV-ketel aan vervanging toe is, want we gaan in Nederland van het aardgas af. Dankzij subsidie is het nu extra aantrekkelijk geworden de overstap te maken en zelf bij te dragen aan het verminderen van de CO2-uitstoot.

Overstappen op alternatief

Het onderzoek laat zien dat 14 procent van de Nederlandse huiseigenaren  denkt over tien jaar het huis met een warmtepomp te verwarmen. Een half miljoen huishoudens heeft de overstap naar een alternatieve warmtebron al gemaakt. Om de overstap verder te stimuleren stelt het kabinet 100 miljoen euro beschikbaar voor de aanschaf en installatie van een warmtepomp, zonneboiler, pelletkachel of biomassaketel. Die subsidie kan bij een hybride warmtepomp oplopen van 1.500 tot 1.800 euro. Zo wordt energie besparen en duurzaam wonen extra aantrekkelijk. Het kabinet zet € 100 miljoen euro in om het alternatief voor veel huishoudens mogelijk te maken.

Wat je zelf kan doen

In de campagne Energie besparen doe je nu komen bewoners aan het woord die de overstap al hebben gemaakt naar een geïsoleerd huis en duurzame verwarming. Mensen die ook willen overstappen kunnen via een menu op energiebesparendoejenu.nl kijken welke maatregelen het meest energie besparen bij hun specifieke woning. Bijvoorbeeld betere isolatie van dak, gevel, vloer of ramen. Of de installatie van een warmtepomp, zonneboiler, biomassaketel of pelletkachel. Deze apparaten kunnen de huidige CV-ketel op gas vervangen en zorgen voor een comfortabele woning. Op de website staan links naar adviseurs, leveranciers en installateurs.

Overhandiging Award aan Jan Schouten door weth. Hans Tigges

Award Duurzame Ondernemer Jean Le Jean Catering

PERSBERICHT – Award Duurzame Ondernemer 2017 is gewonnen door Jean le Jean Catering uit Zwaagdijk. Ondernemer Jan Schouten heeft de prijs ontvangen van wethouder Hans Tigges (Duurzaamheid).

Het bedrijf slaagt erin in de volle breedte van de bedrijfsvoering duurzame stappen te zetten. De gedeelde tweede prijs ging naar Het Wapen van Medemblik en Café Restaurant Stam uit Wognum.

Lees meer

Plan van aanpak tegengaan mestfraude goede eerste stap

Plan van aanpak mestfraude

Om mestfraude zichtbaar te maken en wie zich aan de regels houdt en wie niet, wordt een kwaliteitskeurmerk ingevoerd voor alle ondernemers binnen de mestketen. Voor ondernemers zonder keurmerk kan dit betekenen dat het moeilijk wordt een financiering te krijgen of hun product te laten vervoeren.

Dit is de kern van een plan van aanpak van de Land- en Tuinbouw Organisatie LTO, de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), Rabobank, CUMELA en Transport en Logistiek Nederland (TLN). Het plan van aanpak is opgesteld op uitdrukkelijk verzoek van minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met als doel het  tegengaan van mestfraude en het realiseren van een cultuurverandering binnen de sector. In de brief die naar de Tweede Kamer is gestuurd spreekt de minister van een goede eerste stap.

Minister Carola Schouten: “Ik heb de partijen eerder duidelijk gemaakt dat de verantwoordelijkheid voor een cultuurverandering en het tegengaan van fraude uitdrukkelijk bij de sector ligt. Ik ben blij te zien dat zij deze verantwoordelijkheid nemen. Het is een goede eerste stap. Als volgende stap heb ik opgeroepen zoveel mogelijk partijen in de keten het kwaliteitskeurmerk te laten ondertekenen. Bovendien moet duidelijk zijn aan welke regels de bedrijven moeten voldoen om het keurmerk te krijgen en welke externe onafhankelijke organisatie deze  controleert. Om het proces nauwgezet te volgen heb ik alle betrokken partijen gevraagd iedere drie maanden weer bij mij aan tafel te komen.”

Aanvullende maatregelen vanuit overheid

Naast het plan van aanpak van de sector, zal de overheid met een aantal aanvullende maatregelen komen. De meest belangrijke zijn:

  • Versterkt toezicht in risicogebieden
  • Meer inzet op techniek
  • Geen subsidies voor frauderende bedrijven
  • Vereenvoudiging van mestregels

Er wordt ingezet op meer gericht toezicht en handhaving in de gebieden waar mestfraude vaker voorkomt. Hiervoor zal intensief worden samengewerkt met provincies, gemeenten en waterschappen en de omgevingsdiensten. Als er fraude wordt geconstateerd is in veel gevallen veel (personele)  inzet nodig om daadwerkelijk tot vervolging over te kunnen gaan. Daarom wordt met alle betrokken partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, bekeken of hiervoor zogenoemde taskforce een opgezet kan worden.

Verder wordt de hoeveelheid mest die een transporteur vervoert op dit moment op papier doorgegeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). De vervoerder kan dat tot 30 dagen na transport doen. De regelgeving wordt zo aangepast dat het mesttransport in de toekomst via een app, real time moet worden doorgegeven. De mogelijkheden voor het in eigen voordeel aanpassen van de administratie worden hierdoor beperkt.

Geen subsidie frauderende bedrijven/vereenvoudiging mestregels

Door RVO wordt onderzocht of subsidies die door de overheid worden verstrekt, ook terechtkomen bij bedrijven die fraude plegen. Daarna wordt onderzocht of deze subsidies kunnen worden stopgezet of teruggevorderd. De provincie Noord-Brabant heeft inmiddels aangegeven dat het stappen onderneemt om ervoor te zorgen dat vergunningen en subsidies niet bij frauderende bedrijven terechtkomen. Er wordt verkend hoe andere provincies hier mee omgaan.

Het stelsel van wet- en regelgeving op het gebied van mest is erg complex. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de mogelijkheden voor fraude, maar ook voor de administratieve lasten van de sector.  Een toekomstbestendig systeem is noodzakelijk. Het ministerie van LNV zal hierover samen met de sector het gesprek vervolgen.

Lees hier de kamerbrief over plan van aanpak mestfraude

college van Medemblik kiest voor aardgasvrije en (bijna) energie neutrale nieuwbouw

Aardgasloze nieuwbouw in Medemblik

Het college van Medemblik kiest voor aardgasvrije en (bijna) energie neutrale nieuwbouw. Dit past binnen de doelstellingen van het programma Duurzaamheid dat vorige maand door de gemeenteraad is vastgesteld. Het beschrijft onder andere de doelen voor warmtetransitie.

Een van die doelen is dat de helft van alle woningen per 2035 gasloos moet zijn. Aardgasloze nieuwbouwwoningen zijn een belangrijke en logische stap om dit te kunnen realiseren.

Nieuwe woningen worden daarom toekomstbestendig, zonder aardgas ontwikkeld. Bij gronduitgifte aan ontwikkelaars en particulieren is aansluiting op het gasnet niet meer gewenst, omdat Nederland in de toekomst van het aardgas af gaat. Dit collegebesluit is tot stand gekomen door participatie en samenwerking met stakeholders.

Nieuwbouwwoningen op het voormalig DEK-terrein in Medemblik, SEW-terrein in Nibbixwoud en een deel van de woningen op de Tripkouw worden al niet meer op het aardgasnet aangesloten. Dit voorkomt dubbele lasten voor de toekomstige eigenaren. Zij hoeven niet eerst te betalen voor een gasaansluiting om vervolgens extra te moeten investeren voor een verbouwing tot een gasloze woning.

Een gasloze woning is nog geen energie-neutrale woning. Medemblik kiest voor toekomst gericht ontwikkelen. Energiezuinig en comfortabel. Daarom stuurt Medemblik aan op minimaal 50% lagere EPC dan het huidige bouwbesluit vraagt. Bij nieuwbouwwoningen is energie-neutraliteit namelijk makkelijker en kosten effectiever te realiseren. Verschillende technieken kunnen eenvoudig tijdens de bouw worden gecombineerd.

Aardgasloze kennissessies

Waar Medemblik geen eigen gronden bezit, gaat zij actief met ontwikkelaars in overleg om aardgasloze en energiezuinige woningbouw te stimuleren. Via speciale kennissessies wil Medemblik marktpartijen en particulieren aansporen gasloos en energiearm te bouwen. In gebieden waar Medemblik zelf grondeigenaar is, informeert de gemeente de toekomstige bewoners en ondernemers. We nemen ze in het proces van aardgasloos en energiearm bouwen van nieuwe woningen.

De eerste kennissessie Gasloos en energieneutraal bouwen vindt plaats op 29 januari van 12.00 tot 13.30 uur op het gemeentehuis, Dick Ketlaan 21 te Wognum. Deze sessie is bedoeld voor projectontwikkelaars, aannemers, architecten, installateurs, ZZp-ers, etc.

Aanmelden kan via een mail aan: info@medemblik.nl o.v.v kennissessie 29 januari.

Wat te doen met die lege stal?

Gebouwen boerenbedrijven leegstand

Met name in het noorden van Noord-Holland komen steeds meer gebouwen van boerenbedrijven leeg te staan.

De provincie Noord-Holland wil voorkomen dat deze gebouwen door gebrek aan onderhoud vervallen of gebruikt worden voor oneigenlijke activiteiten zoals caravanstallingen in kassen. De provincie gaat samen met de gemeenten en de agrarische sector per regio een plan opstellen hoe hier het beste mee omgegaan kan worden.

“Het probleem is groter dan ik had gedacht. Alleen al in Noord-Holland gaat het tot 2030 om bijna anderhalf miljoen vierkante meters aan leegstaande gebouwen. Dit speelt ook in de andere provincies. Ik ga daarom via het Interprovinciaal Overleg ook bij het Rijk aandringen op maatregelen.” aldus Jaap Bond, gedeputeerde Economische Zaken en Landbouw van de provincie Noord-Holland. Bond reageert hiermee op het onderzoek dat Wageningen Economic Research en het Kadaster hebben gedaan naar vrijkomende agrarische bebouwing.

Leegstand bedrijfsgebouwen

De provincie heeft Wageningen Economic Research en het Kadaster gevraagd om te onderzoeken hoeveel gebouwen van boerenbedrijven er leeg komen te staan in Noord-Holland. Boerenbedrijven worden steeds groter, maar hun aantal neemt af. Tussen 2000 en 2015 zijn 2210 boerenbedrijven gestopt. Naar verwachting zullen tot 2030 nog 1300 bedrijven stoppen. De woonhuizen op het erf blijven meestal bewoond, maar de bedrijfsgebouwen blijven vaak leeg staan. Tot 2030 gaat het in totaal om 1,4 miljoen vierkante meters aan bedrijfsgebouwen.

Regionale verschillen

In de Kop van Noord-Holland staan meer gebouwen leeg dan in het zuiden van de provincie. Bond: “Dit vergt per regio een eigen aanpak. Rondom Amsterdam en in het Gooi zijn andere mogelijkheden voor nieuwe bestemmingen van leegstaande gebouwen dan in de Kop van Noord-Holland.” Uit de vragenlijst aan de gemeenten en de expertmeeting met stakeholders komt naar voren dat VAB’s op het moment nog niet als probleem ervaren wordt in Noord-Holland.

Vooral in het noorden van de provincie wordt door gemeenten aangeven dat er nu wel leegstand is, maar dat dit niet als probleem gezien wordt. Tijdens de expertmeeting komt ter sprake dat veel agrariërs na bedrijfsbeëindiging op het eigen erf willen blijven wonen. Verkoop van de grond en verhuur van de gebouwen levert vaak voldoende inkomsten op om dit mogelijk te maken. Daarnaast is er veel vraag naar locaties in het buitengebied en worden voor leegstaande gebouwenmakkelijk nieuwe functies gevonden. Voor de toekomst geven de gemeenten en andere deelnemers van de expertmeeting aan VAB’s wel als opgave in het landelijk gebied te zien.

Je kunt hier het complete rapport downloaden.

RVO-Wetchecker-energiebesparing

Handige tool helpt ondernemers met verplichtingen bij energiebesparing

De Wet Milieubeheer, het energielabel C voor kantoren. Ondernemers moeten aan verschillende verplichtingen voldoen om energie te besparen. Maar welke zijn dat? V.a. 21 november kan dat binnen 5 minuten in kaart worden gebracht met dit handige online hulpmiddel; de Wetchecker Energiebesparing.

Het kabinet wil dat iedereen in Nederland bijdraagt aan energiebesparing. Ook ondernemingen. Ze moeten bijvoorbeeld vanwege de Wet Milieubeheer energiemaatregelen uitvoeren die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Het Rijk wil bedrijven inzicht geven in deze en andere wet- en regelgeving.

Lees meer

In 3 maanden helpt GO!-NH ondernemers van een idee tot een bedrijf dat klaar is

GO!-NH programma is van start gegaan

De provincie Noord-Holland start het GO!-NH programma. In 3 maanden helpt GO!-NH ondernemers van een idee tot een bedrijf dat klaar is om met innovatieve oplossingen de markt te bestormen.

Midden- en kleinbedrijven (MKB), bedrijven en startups kunnen zich tot 14 januari 2018 inschrijven voor een challenge. De provincie Noord-Holland draagt op deze manier bij aan een duurzame economie en aan een gezond en innovatief bedrijfsleven in Noord-Holland.

Met trainingen en professionele ondersteuning van experts uit de praktijk ontwikkelen de deelnemers van GO!-NH hun bedrijf in een beschermde omgeving. Hiermee maken de ondernemers in enkele maanden stappen die je normaal gesproken in een jaar maakt. Dit programma vindt plaats op verschillende locaties in Noord-Holland zodat de deelnemers kennis maken met het uitgebreide netwerk van actieve en relevante ondernemingen in de provincie.

Inschrijven kan nu!

Startups, innovatieve MKB-bedrijven, grote organisaties en instellingen kunnen zich nu inschrijven voor het eerste deel van het programma waarin het draait om duurzame mobiliteit. De inschrijving voor de eerste accelerator – duurzame mobiliteit – sluit op 14 januari om 23:59.

Introbijeenkomst

Kom langs tijdens de GO!-NH Introbijeenkomsten op verschillende locaties in Noord-Holland en leer op een interactieve manier wat GO!-NH voor je kan betekenen.

Op 19 december trappen we af op het provinciehuis in Haarlem. Hier kunnen potentiële deelnemers het programma ervaren en horen wat voorgaande programma’s anderen hebben gebracht,  Van 16.00 – 18.00 uur ervaar je het programma en hoor je van anderen wat voorgaande programma’s hen gebracht hebben.

Thema’s Accelerator duurzame mobiliteit:

  • Smart mobility
  • Smart logistics
  • Voertuigtechnologie
  • Fysieke en digitale infrastructuur
  • Data & internet of things
  • Corporate challenges duurzame mobiliteit
  • Vers in de stad
  • Mobility as a service En meer…

GO!-NH aanmelden

Ben je een MKB-bedrijf, startup of studenten- en corporate innovatieteam met een oplossing op het gebied van duurzame mobiliteit? Meld je dan uiterlijk 14 januari 2018 aan!

Inschrijving Challenge: Uiterlijk 14 januari 2018 om 23.59 uur.

Final Selection Days – 31 januari t/m 2 februari 2018
De beste 20 teams ondergaan een driedaagse intensieve innovatiebootcamp, waarin je werkt aan jouw idee, propositie of de specifieke uitdaging.

Accelerator duurzame mobiliteit – februari t/m april 2018
Tijdens de Accelerator krijgen de teams ondersteuning van coaches en experts en doorloop je een intensief programma van workshops en deepdives.

Demo Day – 18 mei 2018
De teams presenteren hun propositie en overtuigen hun investeerders, partners en launching customers.

Deelname aan het programma levert je veel op:

  • Je hebt een gevalideerd idee dat getoetst is aan de markt
  • Je creëert innovatieve producten en diensten op het gebied van duurzame mobiliteit die partners en klanten echt willen hebben
  • Je zoekt en vindt sneller en meer gefocused een herhaalbaar en schaalbaar businessmodel
  • Je krijgt toegang tot een netwerk van aansprekende bedrijven en experts op het gebied van duurzame mobiliteit
  • Je kunt aansluiten op verdere financiering van de provincie Noord-Holland

Wat vragen we van jou

Aanwezigheid tijdens de selectiedagen en workshops op 31 januari t/m 2 februari 2018. Op 2 februari 2018 vindt de finale selectie plaats. De 10 beste en meest veelbelovende teams doen mee aan de Accelerator duurzame mobiliteit. De accelerator start met een vierdaagse bootcamp. Daar werk je fulltime aan je idee met ondersteuning van experts en mentoren. Daarna werk je in een periode van 3 maanden actief aan je product en krijg je coaching, begeleiding en workshops in de meest uiteenlopende onderwerpen (financiering, growth hacking, technical deepdives).

GO!-NH is een initiatief van de provincie Noord-Holland en wordt uitgevoerd door Innomics. GO!-NH is een innovatie- en accelerator programma voor duurzame mobiliteit (voorjaar 2018 en 2019) en circulaire economie (najaar 2018 en 2019) en is 1 van de MKB-innovatie instrumenten van de provincie Noord-Holland. Je kunt je hier aanmelden voor deelname

10 nov 2017 Chemiesector NH duurzamer door investering in demonstratiefabriek ChainCraft

De chemische sector in Noord-Holland verduurzaamt. Dit gebeurt onder meer door fossiele en op palmolie gebaseerde grondstoffen te verruilen voor biologische vetzuren.Met het beklinken van een investering van het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland is het bedrijf ChainCraft een stap dichterbij gekomen om deze missie te realiseren.

ChainCraft bouwt nu een demonstratiefabriek in het Amsterdamse havengebied en kan daarmee organisch restafval omzetten in hoogwaardige vetzuren voor de chemie. Hiermee kan de provincie jaarlijks de CO2-uitstoot met zes miljoen kilogram verminderen.

Biobased vervangers

“We kunnen nu vetzuren produceren uit organische reststromen van bijvoorbeeld de agro-, food- en feedsector. Normaal gesproken wordt dit restafval vergist tot biogas voor elektriciteit of transportbrandstof. Ons proces levert biobased chemicaliën op, die één-op-één-vervangers zijn van petrochemische en palmolie-producten. Je kunt ze inzetten voor de productie van smeermiddelen, weekmakers, verven en coatings, maar ook in de diervoederindustrie”, aldus Niels van Stralen van ChainCraft.

Forse impact op milieu

Het productieproces van ChainCraft zorgt niet alleen voor het hergebruik van restmaterialen en dus een sluitende afvalkringloop, maar ook voor een significant lagere CO2-uitstoot. Concreet betekent dit een besparing van minstens zes miljoen kilogram CO2 per jaar in de provincie Noord-Holland. Die aanzienlijke impact op de industrie en het milieu was voor het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland dé reden om te investeren in hetbedrijf. Fondsdirecteur Bart Blokhuis: “ChainCraft kan nu direct starten met de bouw van de demonstratiefabriek en op korte termijn laten zien dat zijn innovatieve technologie op industriële schaal concurreert met aard- en palmolie. Als deze exploitatie slaagt, willen we – ondernemers, participatiefonds en cofinanciers AmsterdamsKlimaat en Energiefonds AKEF en Havenbedrijf Amsterdam – opschalen naar een commerciële fabriek met een productiecapaciteit van 10.000 à 20.000 ton vetzuren. Naar verwachting zijn we in 2021 of 2022 al zover

Minder CO2, meer banen

Jack van der Hoek, gedeputeerde duurzaamheid van de provincie Noord-Holland, ziet de doorontwikkeling van ChainCraft als een versnelling van de verduurzaming van de Noord-Hollandse economie. “De vervanging van zo veel mogelijk fossiele en andere niet-duurzame grondstoffen tegen een biobased alternatief geeft echt versterking aan de CO2-reductie in onze provincie. Daarnaast zorgt de komst van de demonstratiefabriek voor nieuwe werkgelegenheid. Het is dus niet voor niets dat we ChainCraft ook subsidie hebben verleend via het Kansen voor West-programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling EFRO en onder meer de provincie Noord-Holland.”

Bron + film: Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland ChainCraft NL

meer regie Rijk bij aanjagen woningbouw

Rijk meer regie bij aanjagen woningbouw

Het Rijk gaat in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen een actievere en regisserende rol spelen. Op korte termijn starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders gesprekken. Deze moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwpro-ductie.

Daarnaast komt er een permanent landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de Staat van de Woningmarkt 2017, die vandaag naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd.

De nieuwste jaarrapportage laat zien dat de groeiende economie en de lage rente doorwerken op de woningmarkt. Het aantal verkopen blijft stijgen, met vooral in stedelijke gebieden sterke prijsstijgingen. Ook de aanhoudende groei van het aantal huishoudens zorgt voor een oplopende vraag naar woningen. De komende jaren zou de bouwproductie moeten groeien naar gemiddeld 75.000 woningen per jaar. De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.

Minister Ollongren schrijft dat de mogelijkheden voor het aanjagen van de bouwproductie onder andere afhankelijk zijn van de beschikbare plancapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zij wijst er verder op dat er vooral vraag is naar woningen in de binnensteden. Binnenstedelijk bouwen is echter complex en kent een relatief lange opleveringstijd. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen de druk op de woningmarkt verminderen.

Het kabinet werkt verder aan de nieuwe Omgevingswet die moet zorgen voor snellere procedures. Woningcorporaties kunnen eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen. Dit segment is cruciaal voor huishoudens die flexibel willen zijn of voor wie koop of sociale huur geen optie is.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onder voorzitterschap van Rob van Gijzel in diverse gemeenten een zogeheten Samenwerkingstafel Middenhuur gestart over een groter aanbod van deze woningen. Ook is er een landelijke tafel waarin brancheorganisaties en belanghebbenden knelpunten in kaart brengen.

Het eindverslag van de samenwerkingstafels wordt eind januari verwacht. De minister neemt de aanbevelingen mee bij het maken van regionale afspraken. Zij wil ook na januari doorgaan met de landelijke overlegtafel. De gehele woningmarkt zal dan onderwerp van permanent overleg zijn.

Aanbiedingbrief bij het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’: lees hier de brief.

Rapport van de woningmarkt, lees hier de rapportage.