Berichten

meer regie Rijk bij aanjagen woningbouw

Rijk meer regie bij aanjagen woningbouw

Het Rijk gaat in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen een actievere en regisserende rol spelen. Op korte termijn starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders gesprekken. Deze moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwpro-ductie.

Daarnaast komt er een permanent landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de Staat van de Woningmarkt 2017, die vandaag naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd.

De nieuwste jaarrapportage laat zien dat de groeiende economie en de lage rente doorwerken op de woningmarkt. Het aantal verkopen blijft stijgen, met vooral in stedelijke gebieden sterke prijsstijgingen. Ook de aanhoudende groei van het aantal huishoudens zorgt voor een oplopende vraag naar woningen. De komende jaren zou de bouwproductie moeten groeien naar gemiddeld 75.000 woningen per jaar. De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.

Minister Ollongren schrijft dat de mogelijkheden voor het aanjagen van de bouwproductie onder andere afhankelijk zijn van de beschikbare plancapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zij wijst er verder op dat er vooral vraag is naar woningen in de binnensteden. Binnenstedelijk bouwen is echter complex en kent een relatief lange opleveringstijd. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen de druk op de woningmarkt verminderen.

Het kabinet werkt verder aan de nieuwe Omgevingswet die moet zorgen voor snellere procedures. Woningcorporaties kunnen eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen. Dit segment is cruciaal voor huishoudens die flexibel willen zijn of voor wie koop of sociale huur geen optie is.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onder voorzitterschap van Rob van Gijzel in diverse gemeenten een zogeheten Samenwerkingstafel Middenhuur gestart over een groter aanbod van deze woningen. Ook is er een landelijke tafel waarin brancheorganisaties en belanghebbenden knelpunten in kaart brengen.

Het eindverslag van de samenwerkingstafels wordt eind januari verwacht. De minister neemt de aanbevelingen mee bij het maken van regionale afspraken. Zij wil ook na januari doorgaan met de landelijke overlegtafel. De gehele woningmarkt zal dan onderwerp van permanent overleg zijn.

Aanbiedingbrief bij het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’: lees hier de brief.

Rapport van de woningmarkt, lees hier de rapportage.

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

Onderbezetting gemeenten woningbouwproductie blijft achter

Steeds meer gemeenten kampen met capaciteitsgebrek om bouwplannen op tijd te kunnen beoordelen. Dat concludeert Bouwend Nederland na een toenemend aantal signalen van leden. Dit leidt er toe dat plannen (te) lang in de ambtelijke molen blijven hangen en de woningbouwproductie steeds verder achterloopt op de vraag naar woningen.

De woningbouwproductie stijgt al een aantal jaren echter elkaar, net als het aantal afgegeven vergunningen voor woningbouw. In 2017 worden waarschijnlijk meer dan 65.000 van deze vergunningen afgegeven. Toch is dit niet voldoende om te voorzien in de toenemende vraag naar woningen. Jaarlijks moeten er 80.000 tot 90.000 woningen bij om de achterstand in te lopen. Als dat lukt zal vanaf 2020 de druk op de woningmarkt wat gaan afnemen.

Samenwerkingsagenda

Snelle en efficiënte besluitvormingsprocedures zijn nodig om het woningtekort niet verder te laten oplopen. De afgelopen jaren zijn daarin al stappen gezet, bijvoorbeeld via de Crisis- en herstelwet.
Het nieuwe Kabinet wil daarnaast met medeoverheden en stakeholders afspraken maken over het aanjagen van de woningbouwproductie, in het verlengde van de samenwerkingsagenda tussen provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland. Naast die procedures en regiodeals zijn echter ook voldoende mensen nodig om de plannen te behandelen.

Markt trekt aan

Tijdens de crisis hebben veel gemeenten hun organisatie flink moeten aanpassen. Ambtenaren die bouwplannen beoordeelden hebben een andere plek gekregen of zijn uit dienst getreden. In de context van de crisis begrijpelijk, omdat de bouwproductie enorm terugviel. Nu zien we helaas het na-ijleffect van die reorganisaties, namelijk capaciteitsproblemen omdat de markt aantrekt.

Burgemeester Aboutaleb sprak zich hierover uit tijdens het Miljoenenontbijt van VNO-NCW. Maar ook gemeenten buiten de randstad raken steeds meer in de knel. Afgaande op de signalen van leden van Bouwend Nederland loopt ruwweg 10% van de bouwplannen hierdoor vertraging op.

‘Het is buitengewoon onwenselijk dat bijvoorbeeld starters en jonge gezinnen lang moeten wachten op een passende nieuwbouwwoning door vertraagde behandeling van bouwplannen en vergunningen. Het is alle hens aan dek om de druk op de woningmarkt te verlichten’, aldus Maxime Verhagen.

Vliegende brigade

Het zal nog een tijdje duren voordat gemeenten hun organisatie aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Het vinden en aantrekken van de juiste mensen kost immers tijd. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft een ‘vliegende brigade’ van deskundigen ingesteld die gemeenten met capaciteitsproblemen ondersteunt. De Provincie Noord-Holland (die deelneemt in de MRA) en Bouwend Nederland vinden dat deze aanpak brede navolging verdient. Het voornemen is om in de rest van Noord-Holland ook zo’n poule in te stellen.

Landelijke dekking

Wat Bouwend Nederland betreft ontstaat er een poule met landelijke dekking. In die poule horen doeners met ervaring in planprocedures, vergunningverlening, ontslakken en mogelijkheden die bijvoorbeeld de Crisis- en herstelwet biedt. Deze deskundigen moeten actief gemeenten opzoeken en ondersteunen in de behandeling van bouwplannen en vergunningen om zo de oververhitting van de woningmarkt een halt toe te roepen.

Netbeheer zoekt samenwerking met bouw bij verduurzaming

Samenwerking tussen netbeheer en bouw

Het nieuwe kabinet wil dat gemeenten, provincies, netbeheerders en waterschappen plannen maken voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Henri Bontenbal, strateeg bij netbeheerder Stedin, zoekt daarvoor de samenwerking met de bouw- en installatiesector.

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen.”

Wat vindt u van de plannen van het nieuwe kabinet?

“Wij zijn blij met het Regeerakkoord omdat er echt de ambitie is om de verduurzaming van de gebouwde omgeving op te pakken. De manier waarop is niet dichtgetimmerd. Dat is verfrissend. Het geeft ons de kans om de kennis van verschillende partners bij elkaar te brengen. Het goede nieuws is dat er al veel gebeurt. We zijn al lang met gemeentes, de bouw- en installatiesector aan de slag met concrete projecten. Ook zijn we hard aan het rekenen aan de vraag hoe we gebouwen straks verwarmen. Tegelijkertijd verwacht ik op sommige punten meer ambitie. Zoals bij nieuwbouw: we moeten snel stoppen met het bouwen van woningen op aardgas.”

Wat wordt de rol van Stedin hierbij?

“Stedin heeft heel veel kennis van het energiesysteem. Wat is de staat van de elektriciteits- en gasnetten, en wat zou het kosten om ze te vervangen of te verzwaren? Of: kun je een aardgasnet een tweede leven geven, bijvoorbeeld met waterstof of groen gas? In Rotterdam werken we samen met de gemeente, de woningcorporatie en het warmtebedrijf om voor een wijk door te rekenen wat een alternatief is voor de warmtevoorziening op aardgas. Dan gaat het om de techniek, maar ook om vraag wie het gaat betalen, hoe we bewoners kunnen betrekken en welke wet- en regelgeving knelt. We leren heel veel van dat soort gesprekken. Een aantal praktijkvoorbeelden hebben we recent gedeeld met de Tweede Kamer. Bij zo’n nieuwe aanpak is het onvermijdelijk dat er ook wel eens iets niet gaat zoals verwacht. Dat mag ook. Daar leren we van. Want er is geen blauwdruk. In elke wijk moet je opnieuw naar de beste oplossingen kijken.”

Hoe ziet u de rol van de bouw- en installatiesector?

“Die is cruciaal als het gaat om wat mogelijk is. Bouwers en installateurs hebben kennis van de systemen, en welke innovaties er nog gaan komen. Wat zijn de vernieuwende bouwconcepten en -werkwijzen? Als netbeheerder snappen we best hoe een warmtepomp werkt, maar andere partijen hebben daar meer verstand van dan wij. Het gaat erom dat iedereen vanuit zijn eigen expertisen nieuwe stappen zet. We willen met de bouw werken aan de vraag hoe huizen en bedrijven over vijf jaar van warmte worden voorzien.”

Hoe gaat dit er straks in de praktijk uitzien?

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen. Het ontzorgen van de bewoner moet daarbij een belangrijk uitgangspunt zijn. Als bijvoorbeeld – na een zorgvuldig besluitvormingsproces – besloten is om een gasnet te verwijderen en een warmtenet aan te leggen, dan kan ik me voorstellen dat er gekozen wordt voor één arbeidsgang. Dat betekent dat bij een woning in één dag zowel de gasaansluiting wordt verwijderd, de warmteaansluiting wordt gemaakt, en in de woning de installatie geschikt wordt gemaakt en de gasketel verwijderd. ’s Avonds zit de bewoner er weer warm bij. Begrijp me goed: dit is nog lang niet de praktijk. Maar we moeten onszelf dwingen naar nieuwe innovatieve samenwerkingsvormen en werkwijzen te zoeken. Samen met de bouw- en installatiesector. De energietransitie gaat alleen lukken als we met elkaar bereid zijn de dingen anders te organiseren dan we altijd gewend waren.”

11 miljoen euro investeren in slimme technieken voor een betere doorstroming en verkeersveiligheid

Noord Holland 11 miljoen voor slimmer reizen

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland willen 11 miljoen euro investeren in slimme technieken voor een betere doorstroming en verkeersveiligheid op weg en water. Dit moet bijdragen aan een betere bereikbaarheid van de regio en een leefbaarder omgeving.

Ook biedt het mogelijkheden het reizen veiliger, gemakkelijker en prettiger te maken voor de gebruiker. Deze innovaties in de mobiliteit zowel voor auto als voor fiets, vrachtauto, bus en schip, worden ook wel Smart Mobility genoemd.

Slimmer en intelligenter

De drukte op de Noord-Hollandse wegen zal de komende jaren alleen maar toenemen en de technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Auto’s en schepen worden steeds slimmer en nemen bestuurders al taken uit handen en volledig automatische auto’s en schepen zijn in ontwikkeling. Ook verkeerslichten worden intelligenter en kunnen communiceren met het verkeer.  Maar ook de overgang naar nieuwe brandstoffen, groeiende populariteit van deelsystemen en het belang van actuele reisinformatie spelen een rol.

Samenwerken

De provincie bereidt zich op de toekomst voor door haar wegen adequaat te beheren en onderhouden en waar nodig uit te breiden. Maar ook door de bestaande (vaar)wegen zo optimaal mogelijk te benutten. De provincie loopt hiermee voorop in Nederland en in de wereld. De verkeerslichten en verkeerscentrale van de provincie behoren tot de modernste van Europa.

De verkeerslichten zijn zo ingesteld dat het verkeer zo optimaal mogelijk wordt afgewikkeld. Data over verkeersstromen worden gedeeld met marktpartijen die deze gebruiken voor boordcomputers en navigatiesystemen in of op fietsen, auto’s, vrachtauto’s, bussen en schepen. Deze innovaties worden ook gebruikt bij verdere automatisering van voertuigen zodat deze kunnen communiceren met de provinciale verkeerslichten en op basis van de actuele reisinformatie de beste route kunnen bepalen.

De provincie onderzoekt de ontwikkeling van zelfrijdend verkeer en de interactie met de provinciale infrastructuur en probeert nieuwe toepassingen uit. Samen met bedrijfsleven en kennisinstituten worden slimmere en efficiëntere toepassingen ontwikkeld. De provincie volgt de ontwikkelingen op de voet en zorgt ervoor dat de nieuwste mogelijkheden op veilige en verantwoorde wijze kunnen worden toegepast.

Pilots uitvoeren

Om nieuwe toepassingen daadwerkelijk in de praktijk tussen het verkeer uit te testen, richt de provincie een proeftuin in op de provinciale wegen rond Schiphol. Daarnaast kijkt zij naar mogelijkheden om in het landelijke gebied pilots uit te voeren met zelfrijdend vervoer.

Gedeputeerde Staten leggen de plannen nu voor aan Provinciale Staten. Waarschijnlijk wordt het 6 november behandeld in de Provinciale Statencommissie Mobiliteit en Financiën.

Film over slimmer reizen, klik op deze link.

duurzaam_mvo_landbouw_innovatie_groen_bio (Small)

Landbouwinnovatie gestimuleerd door de provincie

Een landbouwsector die klaar is voor de toekomst en technieken gebruikt die goed zijn voor de natuur, het landschap en onze leefomgeving. Daarvoor stelt de provincie Noord-Holland ruim € 2 miljoen subsidie beschikbaar.

“Noord-Hollandse landbouwondernemers lopen wereldwijd voorop als het gaat om innovaties die zorgen voor minder emissies en minder gebruik van grondstoffen. Deze subsidieregeling draagt bij aan het behouden van die voorsprong. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar waarborgt ook de toekomst van deze belangrijke economische sector”, aldus landbouwgedeputeerde Jaap Bond van de provincie Noord-Holland.

Belangrijke economische sector

De landbouw is een belangrijke economische sector met een grote  invloed op het landschap en de omgeving. Van het Noord-Hollandse oppervlak heeft 61% een agrarische bestemming. De provincie streeft naar toekomstbestendige landbouwbedrijven en een goede leefomgeving. De subsidie is bedoeld voor het ontwikkelen, testen en praktijkrijp maken van innovaties die bijdragen aan een beter milieu, klimaatbestendigheid, volks- en diergezondheid, landschappelijke kwaliteit of biodiversiteit. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van technieken die zorgen voor energiebesparing, vernieuwingen in de distributieketen, minder bodemdaling in veenweidegebieden of minder gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Duurzamen landbouw

Noord-Hollandse samenwerkingsverbanden die werken aan het praktijkrijp maken van landbouwinnovaties kunnen van 30 oktober 2017 tot en met 31 januari 2018 subsidie aanvragen voor het ontwikkelen en testen van duurzame landbouwinnovaties. Van een samenwerkingsverband moet minimaal één deelnemer een landbouwer zijn of vertegenwoordigen.

Focus buitengebieden

De Landbouwinnovatieregeling is onderdeel van het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP). Dit is een Europees subsidieprogramma voor ontwikkelingen in het buitengebied met een focus op innovatie en duurzaamheid in de landbouw. De provincie Noord-Holland stelt subsidie beschikbaar die door de Europese Unie verdubbeld wordt.

Meer informatie over de wijze van aanvragen en de voorwaarden is te vinden op bijgaande link van de Provincie Hoord Holland bij Subsidieregelingen. Deze link verwijst u naar alle vormen van subisidie op gebied van land – en tuinbouw van de provincie Noord Holland.

 

 

Arbeidsvoorwaarden flexibiliseren met PKB Portaal

PKB innovatie in ​arbeidsvoorwaardenpakket

Een persoonlijk keuzebudget (PKB) en zeggenschap over arbeidstijden. Dat zijn moderne elementen in de nieuwe cao, gericht op zowel werkgevers als werknemers.

​​​​​​​​Vooral het PKB vormt een innovatie in het ​arbeidsvoorwaardenpakket. De sector transport en logistiek laat zien klaar te zijn voor de toekomst. Het PKB is een beproefde manier om arbeidsvoorwaarden te flexibiliseren, zoals ook al in andere sectoren wordt gedaan.

Online P​KB Portaal

U als werkgever hoeft niet te vrezen voor extra werk. TLN is met verschillende partners aan het werk om een online PKB portaal voor u te ontwikkelen. De focus ligt op moderne en innovatieve elementen in de cao. Vanaf 16 oktober 2017 gaat het PKB portaal live en is het mogelijk alle informatie te vinden.

‘Mijn P​KB’ live in januari

​Het portaal is niet alleen een informatiebron. Vanaf januari 2018 kan uw werknemer in ​het interactieve ‘Mijn PKB’ zijn PKB spaartegoed inzien en naar eigen inzicht besteden. Zo worden arbeidsvoorwaarden transparanter en kunnen werknemers keuzes maken, die passen bij hun levensfase en omstandigheden.

Daarnaast informeert ‘Mijn PKB’ u maandelijks over de door uw werknemers gemaakte keuzes. Gebruiksgemak en geen extra administratieve lasten.

‘Mijn PKB’ komt in januari stapsgewijs voor u beschikbaar. Maandelijks, te beginnen met de salarisuitbetaling in januari, wordt er spaartegoed aan het PKB toegevoegd. Vanaf dat moment is ‘Mijn PKB’ ook voor uw werknemers volledig beschikbaar.​​

Transport & Logistiek Nederland is één van de cao-partijen en daarom betrokken bij de totstandkoming van de cao. De andere partijen zijn VVT aan werkgeverszijde en FNV, CNV en De Unie aan werknemerszijde. Op dit moment bestaat naast de ‘cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen’ (BGV) nog de ‘cao Goederenvervoer Nederland’ (KNV cao) voor de oud-leden van KNV.​

De cao BGV wordt Algemeen Verbindend Verklaard door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

chemotherapie

OLVG eerste ziekenhuis in Benelux met ‘chemorobot ‘

De chemotherapie van patiënten van OLVG wordt vanaf vandaag niet meer bereid door apothekersassistenten maar door een cytostaticarobot. De bereiding van chemo wordt met deze geavanceerde robot nog nauwkeuriger en het werken voor apothekersassistenten veiliger. OLVG is het eerste ziekenhuis in de Benelux en één van de vijftig ziekenhuizen ter wereld die met deze innovatie gaat werken.

Het bereiden van chemo is een arbeidsintensieve klus en vergt zeer veel nauwkeurigheid. Tot nu toe werd dit dagelijks gedaan door de apothekersassistenten. De robot kan het werk grotendeels overnemen waardoor de assistenten meer tijd krijgen voor complexere bereidingen.

Werking ‘gravimetrisch’

Ziekenhuisapotheker Mirjam Crul: ‘De robot werkt ‘gravimetrisch’. Dat betekent dat weging van flacons, zakken en vloeistof plaatsvindt in een nauwkeurige balans. Ook worden alle flacons individueel geïdentificeerd door middel van hoogtesensoren en fotoherkenning.’

Intensieve training

Voor de apothekersassistenten en apothekers betekent de komst van de robot een andere manier van werken. Afgelopen maanden hebben de assistenten dan ook een intensieve training gevolgd. Apothekersassistente Karima Chichaoui: ´Tijdens de training hebben we alles over de robot geleerd . De robot verkleint de kans op blootstelling aan chemotherapie en geeft ons meer tijd voor complexere bereidingen.´

Kymo

De assistenten en ziekenhuisapothekers van OLVG hebben de robot een naam gegeven: Kymo. Deze naam komt uit een periode dat apothekersassistente Wies van der Mei van OLVG in Amerika internationale kampen voor tieners met kanker begeleidde. De kinderen hadden het altijd over “my Kymo” waarmee ze hun chemo bedoelden.

NHNEXT

Noord-Holland Noord presenteert verregaande ambities

Noord-Holland Noord heeft verregaande ambities om de regio de komende decennia uit te laten blinken op de economische speerpunten agri-food, energie, water en toerisme. Tijdens het congres NHNext in poppodium Victorie in Alkmaar, afgelopen donderdag 7 september, werd het ambitiedocument ‘Holland boven Amsterdam’ gepresenteerd aan ondernemers, politici en andere belangstellenden.

“We zijn te bescheiden”, aldus gedeputeerde Jaap Bond die het congres opende en vol overtuiging de potentie van Noord-Holland Noord voor het voetlicht bracht. “De regio heeft vele parels die dit gebied zo sterk maken. Denk bijvoorbeeld aan Petten Nuclear Health, de energieregio Alkmaar, Greenport en Seed Valley. Als we samen ruimte bieden om onze sterke kanten blijven ontwikkelen, leven we in 2040 in een regio die bruist van de innovatie, waar het goed werken en betaalbaar wonen is.”

Koers richting 2040

In het document ‘Holland boven Amsterdam 2040’ zetten de regionale gemeenten en de provincie Noord-Holland de koers uit richting 2040. Tegen die tijd moet de regio met haar agri- en foodsector nationaal en internationaal bekend staan om haar sterk innovatieve karakter. De gehele regio is in 2040 energieneutraal en staat dan bekend als ‘proeftuin voor watermanagement’. Op het gebied van toerisme staat Holland boven Amsterdam in 2040 te boek als regio waar alles te vinden is waar Nederland bekend om staat.

Lees meer

zonne energie zonnepanelen

Donderdag 5 oktober praktijkconferentie zonne-energie Noord-Holland

In 2050 moet al onze energie duurzaam opgewekt worden. In de transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie heeft ‘zon’ de toekomst! Zonne-energie is onmisbaar en zit in de lift. Het zijn al lang niet meer alleen de traditionele blauwe panelen op daken.

Als het gaat om het ontwikkelen van innovatieve panelen en toepassingen is Nederland koploper. Op donderdag 5 oktober 2017 organiseert de provincie Noord-Holland de Praktijkconferentie Zonne-energie in De Lichtfabriek in Haarlem. Overheden, woningcorporaties, kennisinstellingen, (zonne-)ondernemers en coöperaties zijn van harte welkom.

Praktijkconferentie

Tijdens de conferentie wordt volop aandacht besteed aan goede voorbeelden en mooie ontwikkelingen uit de praktijk. De provincie biedt een podium aan koplopers zodat zij anderen kunnen meenemen in hun aanpak zodat we, het liefst morgen nog, nieuwe stappen kunnen zetten in de energietransitie.

Deelnemers kunnen kiezen uit de volgende deelsessies:

  • De opkomst van zonneparken
  • Woningcorporaties in het zonnetje
  • Zon op bedrijventerreinen
  • Grootscheepse aanpak: 1 miljoen panelen in Amsterdam
  • Burgers aan zet: coöperatieve zonne-energie
  • Zon op water: drijvende zonnepanelen
  • Meervoudig ruimtegebruik: ontwerpcases
  • Integreren van zon in de gebouwde omgeving

Locatie

De praktijkconferentie vindt plaats in De Lichtfabriek in Haarlem. Het adres is Minckelersweg 2 te Haarlem.

Meer info + programma

Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)/NRG, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Staatsbosbeheer, Gemeente Schagen, Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor, en Provincie Noord-Holland ondertekenen het afsprakenkader.

Ondertekening campusontwikkeling in Petten een feit

6 partijen werken aan een campus vol innovatie in de duinen van Petten. Het gaat om Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)/NRG, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN), Staatsbosbeheer, Gemeente Schagen, Stichting Voorbereiding PALLAS-reactor, en Provincie Noord-Holland die gisteren het afsprakenkader hebben ondertekend.

De bestaande bedrijven op de locatie in de Pettense Duinvallei zijn al decennia lang wereldwijd belangrijke spelers in hun vakgebieden. Met de transformatie van een gesloten terrein naar een open innovatie campus, kan gezamenlijk nog beter worden gewerkt aan doorbraken in duurzame energiehuishouding en gezondheidszorg. De zes partijen willen er een aantrekkelijk geheel van maken. Waar sommige onderzoekers vooral de nabijheid van de stad of universiteiten zoeken, is de grote kracht van Petten juist de setting midden in de natuur. Met moderne faciliteiten voor onderzoek en wetenschap. Ook met actieve communicatie richting bedrijven en burgers.

Specialistische kennis duurzame energie

ECN, als (beoogd) toekomstig onderdeel van TNO, zal samen met andere onderzoeksinstellingen en bedrijven werken aan de optimalisering van de inzet van zon-PV, wind op zee, warmte, duurzame brandstoffen in een duurzame energiehuishouding. Met ook aandacht voor de opslag en conversie van duurzame energie in gewenste vormen en systeemintegratie (smart grids). Hiervoor zijn naast het gebruik van de bestaande expertise en faciliteiten van ECN extra laboratoriumfaciliteiten nodig. Doel is om in 2050 voor Nederland een CO2 neutrale energiehuishouding te realiseren.

Veelbelovende ontwikkelingen medische isotopen

Voor de productie en ontwikkeling van medische isotopen is niet alleen de nieuwe onderzoeksreactor PALLAS nodig. In Petten wordt ook volop geïnvesteerd in de innovatieve ‘Medical Processing and R&D Facility’. Dit leidt er toe dat diverse bedrijven gevestigd willen zijn nabij deze faciliteiten om nieuwe medicijnen op de markt te kunnen brengen. Door veelbelovende ontwikkelingen en nauwe samenwerkingen met o.a. academische ziekenhuizen, kan de nucleaire geneeskunde – en daarmee de patiënt – vertrouwen op de continue beschikbaarheid van een breed scala aan medische isotopen.

Publieksfunctie

Een open innovatiecampus vraagt naast een gedeeltelijke openstelling van het terrein, ook om investeringen in congres- en vergaderfaciliteiten, een bezoekerscentrum en om accommodaties (in de nabijheid) om (tijdelijke) kenniswerkers en gasten te kunnen huisvesten. Er wordt ook een duidelijke aanpak ontwikkeld voor het ondersteunen van startups, het nog meer delen van researchfaciliteiten en het leggen van verbindingen met kennisinstellingen (WO, HBO en ROC’s) in de regio.

Het ministerie van Economische Zaken heeft toegezegd de initiatiefnemers te ondersteunen bij het vinden van financiering voor de verschillende business cases. Verder draagt het ministerie bij aan het faciliteren van samenwerking en contacten, bijvoorbeeld met andere ministeries en partijen onderling.