Berichten

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

Vanaf 2019 kunnen pensioenuitvoerders kleine pensioentjes overdragen aan de nieuwe uitvoerder van een deelnemer, zodat je ook met dat oude geld blijft sparen voor je pensioen. Daarmee krijg je later meer pensioen.

De Tweede Kamer heeft vanmiddag in ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wie in zijn leven veel verschillende werkgevers heeft, heeft daarmee ook veel verschillende pensioenpotjes. Door hoge administratiekosten kunnen pensioenuitvoerders deze potjes afkopen. Dat zorgt ervoor dat bij ingang van de pensioengerechtigde leeftijd minder pensioen beschikbaar is. Dit gaat nu veranderen.

Pensioenuitvoerders krijgen de mogelijkheid om pensioenpotjes van meer dan 2 euro en minder dan 468 euro per jaar automatisch toe te voegen aan de pensioenpot waar iemand op dit moment actief pensioen opbouwt. Daarmee groeit zijn totale pensioenspaarpot en wordt de uiteindelijke uitkering hoger. Minister Koolmees: ,,Dit is natuurlijk goed nieuws voor iedereen die nu nog een bonte verzameling van verschillende pensioenpotjes heeft. Door die bedragen bij elkaar op te tellen in plaats van vroegtijdig af te kopen, krijgt jouw pensioen meer waarde. Op die manier kun je veel beter een appeltje voor de dorst opbouwen.’’

Tot 1 januari 2019 kunnen mensen er nog voor kiezen om het hele kleine pensioen over te dragen en kunnen pensioenfondsen deze lage bedragen nog afkopen. Vanaf 1 januari 2019 mogen pensioenuitvoerders hele kleine pensioenpotjes van minder dan 2 euro laten vervallen. Dit heeft te maken met de hoge administratiekosten die in geen enkele verhouding staan tot de waarde van zo’n heel klein pensioen. Die kosten moeten worden opgebracht door de overige deelnemers en de werkgevers. Deze heel kleine bedragen vervallen aan het collectief.

Minister Koolmees roept iedereen op om op zoek te gaan naar hun hele kleine pensioenpotjes. Dit zijn pensioentjes van maximaal 2 euro per jaar. Daarvan zijn er meer dan 200.000. Lang niet iedereen weet nog van het bestaan van zijn kleine pensioentjes. En dat moet veranderen, vindt Koolmees. Want daarmee loop je mogelijk straks pensioen mis. Voor pensioenfondsen en verzekeraars heeft de nieuwe wet ook voordelen. Zij hoeven geen kleine pensioenen meer aan te houden tegen hoge kosten en kunnen zich toeleggen op het creëren van meer waarde voor hun deelnemers. Ook hoeven ze geen mails of brieven meer te sturen voor die hele kleine pensioenen.

Ook interessant

Meer pensioen door samenvoegen kleine pensioentjes

 

 

strafmaat ernstige verkeersdelicten fors omhoog

Strafmaat ernstige verkeersdelicten fors omhoog

Minister Blok van Veiligheid en Justitie bereidt wetgeving voor om de maximale strafmaat te verhogen voor een aantal ernstige verkeersdelicten. Dat schrijft hij vandaag aan de Tweede Kamer.  Het gaat om rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval, rijden zonder (geldig) rijbewijs en gevaarlijk rijgedrag zonder ernstige gevolgen.

Ook zal in het wetsvoorstel op een andere manier invulling gegeven worden aan het begrip roekeloosheid in de Wegenverkeerswet 1994, zodat meer situaties waarin roekeloos wordt gereden kunnen worden bestraft. Tot slot wil hij mogelijk maken dat de politie meer opsporingsbevoegdheden krijgt in situaties waarin bestuurders zijn doorgereden na een ernstig ongeval met letsel of erger tot gevolg.

De minister baseert zich bij deze wijzigingen op de resultaten van een onderzoek van de universiteit van Groningen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC). Minister Blok vindt het een waardevol onderzoek, omdat het een goed beeld geeft van straffen bij ernstige verkeersdelicten. Met de maatregelen die Blok neemt, komt hij tegemoet aan de verbeterpunten die de onderzoekers zien.

Naast deze verbeterpunten is een belangrijke constatering van de onderzoekers dat het niveau van bestraffing over het algemeen adequaat is. Ook blijkt dat, conform de bedoeling van de wetgever, dat naarmate de ernst van de verkeersfout en de ernst van het letsel toenemen, ook de duur en zwaarte van de straf toeneemt.

Beleidsreactie onderzoek: Straftoemeting ernstige verkeersdelicten

Onderzoek rapport: Ernstige verkeersdelicten

 

onderzoek naar progressief boetestelsel verkeer

Voor de snelle chauffeurs onder ons

De verkeersveiligheid kan mogelijk verbeteren met een progressief boetestelsel. Hierbij krijgen hardrijders een hogere boete naarmate ze vaker de fout in gaan. Er is daarom aanleiding om de mogelijkheden voor een progressief boetestelsel verder te verkennen.

Minister Blok van Veiligheid en Justitie vraagt de organisaties in de keten – het Openbaar Ministerie (OM), het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), de politie en de rechtspraak – een uitvoeringstoets te doen naar de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en handhaafbaarheid van een progressief boetestelsel binnen de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

Lees meer

Hernieuwbare energie door monomestvergisters

Uitspraak fosfaatreductieregeling, de staat in beroep

De Staat gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter waarmee onlangs een beperkt aantal boeren- bedrijven is uitgezonderd van de fosfaatreductieregeling. Voor alle andere melkveebedrijven blijft de fosfaat-reductieregeling onverkort van toepassing.

Dit schrijft staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer na overleg met het zuivelbedrijfsleven, de diervoederindustrie en de Rabobank. Deze partijen hebben samen het fosfaatreductieplan opgesteld voor behoud en verlenging van de zogeheten derogatie, een uitzondering op de Europese mestregels.  De sectorpartijen steunen de Staat in het aantekenen van het hoger beroep.

Eigen belang sector

De fosfaatreductieregeling moet nog dit jaar leiden tot een forse reductie van de fosfaatproductie. Dit is noodzakelijk omdat het Europese fosfaatplafond is overschreden. Deze overschrijding leidt tot het verlies van de derogatie op basis waarvan Nederland veel meer dierlijke mest mag gebruiken dan is toegestaan volgens de nitraatrichtlijn. Het verlies van deze uitzonderingspositie zou grote financiële gevolgen hebben voor de Nederlandse veehouderij.

Van Dam:  “Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat een groot deel van het doel om de  fosfaatproductie in 2017 weer onder het Europees plafond te brengen, al is gehaald. Maar we zijn er nog niet. Het is in het eigen belang van de melkveehouderij om nu met volle vaart door te zetten.  Alleen dan behoudt de sector zicht op derogatie.”

Gronden voor hoger beroep

Er zijn goede gronden om tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan. Zo is onder andere het oordeel van de rechter dat de fosfaatreductieregeling disproportioneel uitpakt voor de eisende melkveehouders aanvechtbaar. Daarnaast meent de Staat dat de regeling voorzienbaar was voor alle melkveehouders. Zij wisten dat er maatregelen getroffen zouden worden als het Europees fosfaatplafond werd overschreden.

Het hoger beroep betekent dat bedrijven die naar aanleiding van het recente vonnis besluiten zich nu niet aan de fosfaatreductieregeling te houden, hierbij een risico nemen dat voor eigen rekening komt.  Het hoger beroep wordt aangetekend via een spoedappèl om zo de periode waarin onzekerheid bestaat over de status van de uitspraak tot een minimum te beperken. Met het spoedappèl wordt gehoopt op een uitspraak in augustus.

Jongvee

In de brief schrijft Van Dam verder dat hij samen met de sector kijkt of er draagvlak is voor een alternatieve invulling van het jongvee getal.  Het jongvee getal is onlangs geïntroduceerd om te voorkomen dat melkveehouders hun vee tijdelijk zouden onderbrengen bij niet melk leverende bedrijven. Deze niet melk leverende veehouderijen zijn namelijk vrijgesteld van het fosfaatreductieplan.

Afgelopen week gaven de  sectorpartijen aan dat de introductie van het jongvee getal tot onbedoelde effecten leidt in de melkveesector. De staatssecretaris heeft de sector daarom uitgenodigd op korte termijn te onderzoeken of er draagvlak is voor een alternatieve invulling van het jongvee getal. Voorwaarde is wel dat dit niet ten koste gaat van de effectiviteit van de regeling en geen ongewenste markteffecten voor andere sectoren geeft.

U kunt hier de brief downloaden over fosfaatreductieplan melkveehouderij.

bouw

Bouw & Infra modelovereenkomst goedgekeurd door de Belastingdienst

Cao-partijen Bouw & Infra (Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland, Vereniging van Waterbouwers, NVB, FNV, CNV Vakmensen) hebben samen met de zelfstandigen die bij hen zijn aangesloten, een modelovereenkomst aanneming van werk voor de bouw- en infrasector gemaakt.

De Belastingdienst heeft deze modelovereenkomst beoordeeld en goedgekeurd.
Wij adviseren u voor aanneming van werk in de bouw- en infrasector met en als zelfstandige zonder personeel deze goedgekeurde modelovereenkomst te gebruiken.

Cao-partijen hebben ook een toelichting gemaakt waarin de bepalingen uit de modelovereenkomst worden uitgelegd. De Belastingdienst heeft deze toelichting niet in haar oordeel betrokken. Het voorlichtende karakter leent zich daar niet voor. Aan deze toelichting is de Belastingdienst dus niet gebonden.

Geen sprake van loondienst

Met de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wet DBA) die geldt vanaf 1 mei 2016 zijn de opdrachtgever en de zelfstandige zonder personeel samen verantwoordelijk voor de fiscale gevolgen van hun arbeidsrelatie.

De Belastingdienst heeft geoordeeld dat bij de modelovereenkomst aanneming van werk in de Bouw & Infra geen sprake is van loondienst. Dit betekent dat als u deze modelovereenkomst gebruikt, u er vanuit mag gaan dat er geen sprake is van een dienstverband. De opdrachtgever hoeft dan geen loonheffingen in te houden en te betalen. Voorwaarde is wel dat in de praktijk ook daadwerkelijk wordt gewerkt zoals het op papier is afgesproken.

In de overeenkomst zijn de artikelen met de voorwaarden die van belang zijn bij het bepalen of er sprake is van loondienst, gemarkeerd. De niet-gemarkeerde artikelen kunt u aanvullen en aanpassen voor uw eigen situatie, voor zover dat niet in strijd komt met de gemarkeerde artikelen.

Met welke reden hebben cao-partijen deze modelovereenkomst gemaakt?

Met de inzet van schijnzelfstandigen vindt (concurrentievervalsende) onderbieding van de cao plaats en wordt de werkgelegenheid van werknemers aangetast. Daarom willen cao-partijen schijnzelfstandigheid in de bouw- en infrasector voorkómen zonder dat de inzet van zelfstandigen zonder personeel generiek wordt uitgesloten.

Werken met de modelovereenkomst Bouw & Infra sluit aan bij deze doelstelling van cao-partijen. Wanneer een opdrachtgever en zelfstandige zonder personeel werken met en volgens de goedgekeurde modelovereenkomst Bouw & Infra, is tenslotte duidelijk dat er niet wordt gewerkt in loondienst.

Cao-partijen stimuleren dan ook opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel om gebruik te maken van de goedgekeurde modelovereenkomst. De modelovereenkomst houdt rekening met de belangen van zowel opdrachtgevers, zelfstandigen zonder personeel en werknemers die werkzaam zijn in de bouw- en infrasector. Het gebruik ervan is dan ook van belang voor een goed werkende bouw- en infrasector.

Klik hier voor de modelovereenkomst aanneming van werk.

Klik hier voor de toelichting op de modelovereenkomst aanneming van werk.

Geld Loon

Ook loondoorbetaling bij kleine ondernemer?

Al twee jaar geconfronteerd met een zieke werknemer? De werkgever heeft de plicht gedurende deze twee jaar het loon door te betalen. Deze regel geldt ook indien de werkgever maar een kleine onderneming heeft. De kantonrechter heeft dit nog eens bevestigd in de uitspraak van 16 februari 2017.

Kan dit ook anders?

In deze zaak heeft de werkgever een ontbindingsverzoek ingediend, omdat de werknemer vanaf aanvang dienstverband geen enkele dag volledig heeft kunnen werken vanwege arbeidsongeschiktheid. De werkgever heeft een eenmanszaak en werkt op het gebied van mode en lifestyle. De werknemer was een goede vriend van de ondernemer. Hij is per 1 augustus 2016 in dienst gekomen voor 32 uur per week. Toch heeft hij geen dag gewerkt, hij ervaart spanningsklachten. Maar, een zieke werknemer kost simpelweg te veel voor deze eenmanszaak.

Het verzoek van de werkgever tot ontbinding heeft de kantonrechter afgewezen. Er geldt namelijk een opzegverbod tijdens ziekte, zelfs nu de ondernemer maar een kleine zelfstandige is. Dat maakt in deze geen verschil. Er geldt gedurende twee jaar tijd een loondoorbetalingsverplichting.

Ik had deze rechtszaak anders aangepakt. Mijns inziens heeft deze werknemer een baan aangenomen waarbij hij op voorhand wist, dan wel had kunnen weten, dat hij de functie niet aankon. Op grond daarvan is beëindiging mogelijk conform artikel 7:678 BW. Wat vind jij?

De rechter stelt het volgende: ‘Art. 7: 671b lid 6 BW bepaalt dat de kantonrechter een ontbindingsverzoek van de werkgever ondanks het opzegverbod tijdens ziekte kan inwilligen indien er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen (dat is hier gesteld noch gebleken), en indien het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop het opzegverbod tijdens ziekte betrekking heeft.’

Het is dus van belang omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat het in het belang is van de werknemer om het contract te eindigen. Het kan dus ook anders!

En na deze twee jaar arbeidsongeschiktheid?

Hoe verloopt het einde van het dienstverband na deze periode van twee jaar? De werkgever mag dan de arbeidsovereenkomst opzeggen. Echter, uitsluitend na toestemming van het UWV. Ook dit is nog eens bevestigd in een recente uitspraak van de kantonrechter op 15 februari 2017.

In deze zaak heeft de werkgever het dienstverband van de directeur die al twee jaar arbeidsongeschikt was eigenhandig opgezegd zonder toestemming van het UWV. De sanctie die de kantonrechter hierop heeft gesteld valt mee. Naast de transitievergoeding wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 1.000,-.

 

Meer weten over arbeidsrechtelijke oplossingen? Ik kom graag met u in contact.

 

Mr. S.B. Punt

Minimumloonwetgeving Oostenrijk versoepelt

Transport en Logistiek Nederland (TLN) heeft zich samen met andere organisaties in binnen- en buitenland de afgelopen weken stevig ingezet voor een eenvoudigere registratieprocedure van chauffeurs die ritten rijden in Oostenrijk.

Met succes: Oostenrijk is momenteel voorbereidingen aan het treffen voor de versoepeling van de minimumloonwetgeving voor de transportsector.

Speciaal formulier

Er komt een speciaal formulier, waardoor de registratie van chauffeurs op een eenvoudigere en collectieve manier plaats vindt. Verder wordt er op het formulier rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de transportsector. De gegevens van de chauffeur en het voertuig waarmee gereden wordt vormen de basis van de registratie. Mogelijk blijft het formulier zes maanden geldig. Overigens wordt verwacht dat er ook versoepeling komt op de documenten die in de Duitse taal in de cabine aanwezig moeten zijn.

Bestaande verplichtingen

Wanneer de versoepeling in werking wordt gezet is nog onbekend. De bestaande verplichtingen gelden tot die tijd. Met de versoepeling van de registratieprocedures worden de administratieve lasten voor het bedrijfsleven verlaagd. TLN wil uiteindelijk naar één Europees registratiepunt toe, zodat chauffeurs met één actie voor alle Europese lidstaten worden geregistreerd.

juridisch

Er schuilt een addertje onder het gras bij oproepcontract

Is er sprake van een arbeidsovereenkomst met een omvang van minder dan vijftien uur per week en werkt de werknemer op oproepbasis? Let op dat de werknemer die per oproep minder dan drie uur werkt, toch drie uur moet worden uitbetaald. Het Gerechtshof ’s Hertogenbosch heeft zich op 24 januari 2017 uitgelaten over een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP-overeenkomst) en komt met een interessant oordeel.

Het Hof oordeelt als volgt: ‘De arbeidsovereenkomst (MUP-overeenkomst) die partijen met elkaar zijn aangegaan, is bijzonder in die zin dat de uit deze overeenkomst voortvloeiende prestaties eerst moeten worden verricht nadat de werkgever de werknemer heeft opgeroepen. De belangrijkste prestaties betreffen dan voor de werknemer het verrichten van arbeid en voor de werkgever het betalen van loon.’

Sinds 28 april 2012 werkte de werknemer tijdelijk op oproepbasis bij deze werkgever. Volgens de werkgever blijkt achteraf dat zij circa twintig uur per week werkte. Het dienstverband van de werknemer werd al van rechtswege beëindigd op 26 oktober 2013. Twee maanden na einde dienstverband ontving de werkgever het verzoek achterstallig loon uit te betalen. Werknemer verzocht eerst uitbetaling van een 40-urige werkweek. Hier ging het Hof niet in mee en oordeelde:

‘De vordering van werknemer, inhoudende dat zij ook aanspraak kan maken op loon gedurende de periode dat zij (thuis) wacht op een oproep van de werkgever, is dan ook in strijd met de aard van het onderhavige arbeidscontract, ook al is werknemer contractueel verplicht om aan de oproep van werkgever gehoor te geven.’

De werknemer was niet voor één gat te vangen en verzocht extra loon op basis van het feit dat de arbeidsomvang niet was vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Het Hof stelt vast:

‘dat de arbeidsomvang niet of niet eenduidig is vastgelegd en dat de werknemer in beginsel recht heeft op extra loon in de zin van artikel 7:628a BW.’

Het is voorgekomen dat de werknemer was opgeroepen te werken en dan minder dan drie uren werk uitvoerde, soms zelfs op eigen initiatief. De werknemer weigerde te komen werken of verzocht zelf eerder te mogen stoppen vanwege verplichtingen elders. In de uitspraak is te lezen dat de werkgever hierover klaagt. Het kan toch niet zo zijn dat de werkgever achteraf alsnog salaris moet betalen als de werknemer weigert uitvoering te geven aan de oproep?

Jawel, zo oordeelt het Hof. De werknemer heeft immers voor iedere werkperiode, ongeacht of deze ingepland was of niet, recht op minimaal drie uren loon, conform artikel 7:628a BW. Het Hof concludeert dat het gevorderde bedrag inclusief 8% vakantietoeslag toewijsbaar is. De werkgever moet aan de werknemer alsnog € 8.294,35 brutosalaris betalen plus vakantietoeslag plus nog eens de wettelijke verhoging, conform artikel 7:625 BW.

Als een werkgever het salaris niet tijdig betaalt, dan is hij op grond van de wet een verhoging verschuldigd die kan oplopen tot maar liefst 50% van de loonvordering. Het Hof oordeelt dat deze bepaling als prikkel dient het loon tijdig te betalen. In dit geval heeft de werkgever het loon altijd tijdig betaald, maar alleen bleek dit achteraf en pas na hoger beroep geen juist bedrag aan loon. Het Hof ziet dan ook aanleiding de wettelijke verhoging te matigen. Gelukkig voor deze werkgever heeft het Hof de wettelijke verhoging gematigd van 50% naar 15%. Desondanks blijft het een flink bedrag dat de werkgever alsnog moet betalen aan de werknemer.

Meer weten over arbeidsovereenkomsten en in het bijzonder over contracten voor werknemers die op oproepbasis werken? Aarzel niet en neem vrijblijvend contact met mij op via www.juristepunt.nl.

 

Auteur: mr. S.B. Punt

Uitspraak van Gerechtshof ’s Hertogenbosch op 24 januari 2017 is te lezen op: http://bit.ly/2lnm4Yw

 

justitie gerechtshof

Bouwbedrijven hebben plicht werknemers te voorzien beste PBM’s

Bouwbedrijven hebben de plicht hun werknemers te voorzien van de beste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s). Dat heeft het Gerechtshof in Den Bosch onlangs geoordeeld.

In deze zaak ging het om een werknemer die gewond raakte aan zijn vinger doordat een scherpe tegelsplinter door zijn handschoen sneed. Na een fikse wondinfectie liep hij dystrofie door zijn hele lichaam op, waardoor hij blijvend invalide werd. De betrokken medewerker stelde vervolgens zijn werkgever hiervoor aansprakelijk.

Zomaar een paar handschoenen kopen, volstaat niet meer

Het Gerechtshof oordeelt dat het betrokken sloopbedrijf volledig opdraait voor de arbeidsongeschiktheid van de medewerker. Volgens het Hof had het bedrijf niet de beste handschoen ter beschikking gesteld, terwijl er betere in de handel beschikbaar zijn: dat wil zeggen, die een betere bescherming bieden bij deze sloopwerkzaamheden. Zomaar een paar handschoenen kopen volstaat dus niet meer, aldus deze uitspraak. Werkgevers hebben de plicht om persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar te stellen aan hun werknemers zoals: handschoenen, veiligheidsbrillen, veiligheidsschoenen, helmen en knie- en schouderbescherming.

Bij de helft van alle ongevallen in de bouw is sprake van letsel aan handen of armen

Ook arbo-deskundigen is de uitspraak niet ontgaan. De impact kan volgens hen groot zijn omdat veel bouwbedrijven zich momenteel niet of nauwelijks in persoonlijke beschermingsmiddelen verdiepen en daardoor vaak niet de juiste handschoenen beschikbaar stellen, zegt Johan Timmerman van Arbouw. “De praktijk is dat bedrijven vaak maar een beperkt aantal handschoenen uitdelen. Een dikke en een dunne, beide in twee verschillende maten.”

Bron: Bouwend Nederland – Cobouw

contract overeenkomst

Schijn zzp’ers, individuele opdrachtnemer of toch een werknemer?

Onderscheid is niet alleen van belang voor de Belastingdienst

Het nieuws wordt op dit moment gedicteerd door de afschaffing van de VAR-verklaring en hierdoor de aloude discussie over de eventuele (belasting)voordelen voor de personen die uit hoofde van een overeenkomst van opdracht – in de volksmond ook wel genoemd zzp’ers – en dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verrichten voor een onderneming.

Niet alleen vanwege fiscale redenen is het verschil tussen een overeenkomst van opdracht en een arbeidsovereenkomst interessant, er zijn ook andere redenen waarom bij iedere verbintenis goed bezien dient te worden wat voor verhouding tussen partijen is ontstaan. De rechtspraak hierover blijft in beweging en recent heeft de rechtbank Noord-Holland zich ook weer hierover uitgelaten.

Al sinds jaar en dag worden door rechters bepaalde overeenkomsten tussen ondernemingen (opdrachtgevers) en individuele personen (opdrachtnemers) achteraf alsnog gekwalificeerd als arbeidsovereenkomsten. Welk type overeenkomst er tussen partijen is ontstaan is van belang omdat er verschillende regels gelden voor bijvoorbeeld de beëindiging van de verschillende overeenkomsten.

De titel boven de overeenkomst is daarbij niet doorslaggevend. Bij de kwalificatie is van belang wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen hadden (de (initiële) partijbedoeling) en op welke wijze partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Partijen dienen erop bedacht te zijn dat de bedoeling van partijen wordt ‘ingekleurd’ door de wijze waarop aan de overeenkomst uitvoering wordt gegeven.

Bij de beoordeling over de uitvoering van de overeenkomst wordt bijvoorbeeld gekeken naar de beloning, het ondernemersrisico/investeringsrisico van individuele opdrachtnemer, de aard van de arbeidsprestatie, de strekking van de instructiebevoegdheid en de mate van zelfstandigheid. Maar als zelfs een aantal aspecten van voornoemde aspecten duiden op zelfstandig ondernemerschap dan kan nog de rechter tot de conclusie komen – alle omstandigheden meegenomen en afgewogen – dat een overeenkomst gekwalificeerd dient te worden als een arbeidsovereenkomst.

De rechtbank Noord-Holland (waarbij Post NL ‘opdrachtgever’ was) oordeelde recent:

Gelet op de hoge mate van gedetailleerde instructies die PostNL geeft ten aanzien van de uitvoering van het werk zoals de eisen waaraan de bus dient te voldoen, kleding en schoeisel, de wijze waarop de routes gereden dienen te worden, de controle die hierop wordt uitgeoefend, het feit dat de subcontractor zich niet structureel mag laten vervangen en alleen door vooraf door PostNL goedgekeurde vervangers en tenslotte het feit dat deze subcontractors alleen voor PostNL werken en daardoor in een economisch afhankelijke positie zijn komen te verkeren, ontbreekt het zelfstandig ondernemerschap en acht de kantonrechter alle essentialia van een arbeidsovereenkomst aanwezig

Opnieuw kwalificeert de rechtbank Noord-Holland aldus een overeenkomst – waarbij in ieder geval vanuit de onderneming de bedoeling was dat dit een overeenkomst van opdracht betrof – als een arbeidsovereenkomst met alle gevolgen van dien.

Ondernemers wees dus alert op de individuele opdrachtnemers die werkzaam zijn voor uw onderneming en ga regelmatig na of er niet toch een arbeidsverhouding met één van de opdrachtnemers is ontstaan.

 

Voor vragen op dit punt? Neem vrijblijvend contact met me op.

Marianne Zeeman