Berichten

10 nov 2017 Chemiesector Noord-Holland duurzamer door investering in demonstratiefabriek ChainCraft

De chemische sector in Noord-Holland verduurzaamt. Dit gebeurt onder meer door fossiele en op palmolie gebaseerde grondstoffen te verruilen voor biologische vetzuren.Met het beklinken van een investering van het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland is het bedrijf ChainCraft een stap dichterbij gekomen om deze missie te realiseren.

ChainCraft bouwt nu een demonstratiefabriek in het Amsterdamse havengebied en kan daarmee organisch restafval omzetten in hoogwaardige vetzuren voor de chemie. Hiermee kan de provincie jaarlijks de CO2-uitstoot met zes miljoen kilogram verminderen.

Biobased vervangers

“We kunnen nu vetzuren produceren uit organische reststromen van bijvoorbeeld de agro-, food- en feedsector. Normaal gesproken wordt dit restafval vergist tot biogas voor elektriciteit of transportbrandstof. Ons proces levert biobased chemicaliën op, die één-op-één-vervangers zijn van petrochemische en palmolie-producten. Je kunt ze inzetten voor de productie van smeermiddelen, weekmakers, verven en coatings, maar ook in de diervoederindustrie”, aldus Niels van Stralen van ChainCraft.

Forse impact op milieu

Het productieproces van ChainCraft zorgt niet alleen voor het hergebruik van restmaterialen en dus een sluitende afvalkringloop, maar ook voor een significant lagere CO2-uitstoot. Concreet betekent dit een besparing van minstens zes miljoen kilogram CO2 per jaar in de provincie Noord-Holland. Die aanzienlijke impact op de industrie en het milieu was voor het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland dé reden om te investeren in hetbedrijf. Fondsdirecteur Bart Blokhuis: “ChainCraft kan nu direct starten met de bouw van de demonstratiefabriek en op korte termijn laten zien dat zijn innovatieve technologie op industriële schaal concurreert met aard- en palmolie. Als deze exploitatie slaagt, willen we – ondernemers, participatiefonds en cofinanciers AmsterdamsKlimaat en Energiefonds AKEF en Havenbedrijf Amsterdam – opschalen naar een commerciële fabriek met een productiecapaciteit van 10.000 à 20.000 ton vetzuren. Naar verwachting zijn we in 2021 of 2022 al zover

Minder CO2, meer banen

Jack van der Hoek, gedeputeerde duurzaamheid van de provincie Noord-Holland, ziet de doorontwikkeling van ChainCraft als een versnelling van de verduurzaming van de Noord-Hollandse economie. “De vervanging van zo veel mogelijk fossiele en andere niet-duurzame grondstoffen tegen een biobased alternatief geeft echt versterking aan de CO2-reductie in onze provincie. Daarnaast zorgt de komst van de demonstratiefabriek voor nieuwe werkgelegenheid. Het is dus niet voor niets dat we ChainCraft ook subsidie hebben verleend via het Kansen voor West-programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling EFRO en onder meer de provincie Noord-Holland.”

Bron + film: Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland ChainCraft NL

30 miljoen Ruggensteun voor ondernemers in groene transportinitiatieven

30 miljoen voor groene transportinitiatieven

De vergroening van de transportsector krijgt een extra steun in de rug. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakt 30 miljoen euro vrij voor bedrijven die innovaties ontwikkelen, zoals een vuilniswagen op waterstof, het opzetten van pakjesbezorging met elektrische busjes en het maken van biobrandstoffen met algen.

Samen met andere initiatieven, zoals de vorig jaar gesloten afspraak met vervoerders om vanaf 2025 alleen nog met elektrische ov-bussen te rijden, wil het ministerie met deze stimuleringsregeling zorgen voor een snellere overgang naar een duurzame transportsector met auto’s en vrachtwagens die minder uitstoten.

Groen ondernemen

De Demonstratieregeling Klimaattechnologieën en -innovaties in transport (DKTI-Transport) richt zich specifiek op ondernemers uit de transport- en vervoersector en kennisinstellingen die zelf ook mee willen investeren in groene oplossingen. DKTI-Transport is een vervolg op een subsidie die vorig jaar is verstrekt voor industriële ontwikkeling in de transportsector. Hierdoor zijn inmiddels kansrijke prototypes ontwikkeld, waaronder een elektrische truck (VDL) en een hybride truck (EMOSS).
DKTI-Transport draagt eraan bij dat het voor bedrijven en kennisinstellingen loont om verder te werken aan dit soort nieuwe technieken en om duurzaam transport verder kunnen opschalen.

Levensvatbare oplossingen

Organisaties met kansrijke ideeën kunnen aankloppen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een onafhankelijke expertgroep beoordeelt de voorstellen, waarna de RVO  de subsidie toewijst. Voorwaarden voor subsidie zijn onder meer dat een oplossing nog niet geheel marktrijp is, een sterke business case heeft en levensvatbaar is voor commerciële exploitatie.

In de DKTI-Transport komt elk jaar de nadruk op andere technologie- en innovatieopgaven te liggen. In de eerste ronde, die loopt tot eind 2018, worden projecten beoordeeld die gericht zijn op de ontwikkeling van zuinig vrachtvervoer over de weg, en zich tegelijkertijd richten op de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen uit hernieuwbare bronnen.

Verdeling

Van de beschikbare 30 miljoen euro is er, naast het geld voor DKTI-Transport, 6 miljoen gereserveerd om vanaf 2025 alle nieuwe bussen in Nederland zonder schadelijke uitstoot te laten rijden en nog eens 5 miljoen voor samenwerkingsprojecten van de overheid en het bedrijfsleven. Tot eind 2018 is er 16,7 miljoen euro beschikbaar voor de eerste ronde.
De regeling, die loopt tot eind 2021, sluit aan op de Duurzame Brandstofvisie van het Rijk en de sector, waarin is vastgelegd hoe Nederland tot een duurzame brandstoffenmix in de mobiliteitssector kan komen.

Kilometerheffing voor vrachtauto's onverteerbaar

Kilometerheffing vrachtauto’s onverteerbaar

Het gepresenteerde Regeerakkoord bevat voor de sector transport en logistiek belangrijke aspecten. TLN is blij dat er een Regeerakkoord ligt, maar is zeer teleurgesteld over de invoering van een kilometerheffing voor vrachtauto’s. ​​

Die maatregel heeft nagenoeg geen effect op verduurzaming en geen effect op de vermindering van files. Het betekent enkel een grote lastenverzwaring voor de sector. Positiever is TLN over de extra investeringen in infrastructuur: 2 miljard euro voor 3 jaar en nog eens 100 miljoen structureel. Ook de plannen in het Regeerakkoord op het gebied van arbeidsmarkt en ontslagrecht vindt TLN positief.

Onbegrip voor vrachtverkeer

TLN kan geen begrip opbrengen voor de invoering van een kilometerheffing voor alleen vrachtauto’s. TLN verwacht van de maatregel nauwelijks effect op duurzaamheid en filebestrijding. Weliswaar kondigt het kabinet ook pilots met betalen naar gebruik aan voor personenverkeer, maar geeft daarbij aan dat dit niet mag leiden tot een systeem van rekeningrijden.

Lees meer

windenergie windmolens windpark

Windparken Amsterdam: Definitieve vergunningen Havenwind en Nieuwe Hemweg

De provincie Noord-Holland heeft besloten de definitieve vergunningen te verlenen voor de windparken Havenwind en Nieuwe Hemweg in Amsterdam.

De windparken Havenwind en Nieuwe Hemweg vallen onder de zes herstructureringsprojecten voor Wind op Land. De parken dragen bij aan de provinciale taakstelling voor Wind op land. In 2020 moet in Noord-Holland 685,5 MW opgesteld vermogen van windenergie op land worden gerealiseerd. Eerder dit jaar verleende de provincie al de vergunningen voor windparken Waardpolder en Groetpolder in de gemeente Hollands Kroon en windpark Ferrum in Velsen.

Met de verleende vergunningen kunnen de initiatiefnemers verdere voorbereidingen voor de realisatie van het windpark treffen.

Ter inzage

De beschikkingen, verklaring van geen bedenkingen en de aanvragen en de bijbehorende stukken liggen digitaal van 12 oktober 2017 tot en met 14 november 2017 ter inzage op de website en (digitaal) bij:

  • Noord-Hollands Archief, Kleine Houtweg 18 te Haarlem. Graag afspraak maken met Rob Lunshof, telefoonnr. 023-5143331;
  • Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Centrum, Algemeen en Sociaal Loket, Amstel 1 te Amsterdam.
    De besluiten staan open voor beroep bij de Raad van State.

De windparken

Windpark Havenwind

Het project is gelegen langs de spoorlijn Amsterdam-Zaanstad op bedrijventerrein Westpoort in Amsterdam. De acht bestaande windturbines worden vervangen door vier nieuwe, die aansluiten op vier andere bestaande turbines, zodat een lijnopstelling van acht ontstaat. De vier windturbines krijgen een ashoogte tussen 84 tot 95 meter en een rotordiameter tussen 82 tot 90 meter. Uiterlijk vier weken voor de start van de bouwwerkzaamheden wordt het gekozen type vastgelegd. Het vermogen per turbine ligt tussen de 2 en 2,3 MW. Het totaal opgestelde vermogen komt dan te liggen tussen de 8 en 9,2 MW. De sanering betreft 5,2 MW, de netto toevoeging aan duurzame opwekcapaciteit is daarmee 2,8 tot 4 MW.

Windpark Nieuwe Hemweg

Het project bestaat uit de realisatie van zes nieuwe windturbines langs het spoor ter hoogte van de Nieuwe Hemweg in Westpoort. De herstructurering bestaat uit het verwijderen van de acht bestaande turbines op dezelfde locatie en het verwijderen van de vier turbines van windpark Lely uit de haven van Medemblik. Dit laatste is in 2016 al gebeurd. De turbines krijgen een ashoogte tussen de 95 tot 100 meter en een rotordiameter van 95 tot 105 meter. Het vermogen van de windturbines ligt tussen de 2 en 3,3 MW per turbine. In totaal gaat het om 12 tot 19,8 MW. De sanering betreft 7,3 MW. Met de nieuwe turbines wordt er maximaal 12,5 MW meer vermogen opgesteld.

Award Duurzaam Ondernemen Medemblik 2017 in teken horeca

Award Duurzaam Ondernemen Medemblik 2017 in teken horeca

De gemeente Medemblik is op zoek naar horecaonder-nemers die duurzaam werken. Zij maken kans op de Award Duurzaam Ondernemen 2017.

Duurzaam ondernemen is toekomst gericht ondernemen. De horeca heeft direct te maken met maatschappelijke uitdagingen. Belangrijke thema’s binnen de branche zijn de productiewijze van voedsel, verminderen van voedselverspilling en afval, besparen op water en energie. Dat naast de groeiende behoefte aan smaakvolle en kwaliteitsproducten. Een duurzame ondernemer weet al deze uitdagingen slim te combineren.

Eerste stappen

Tijdens een informatiebijeenkomst eerder dit jaar bleek dat diverse Medemblikse horeca-ondernemers al flinke stappen hebben gemaakt en zich duurzame ondernemer mogen noemen. Al dan niet financieel geholpen door subsidieregelingen die de overheid aan ondernemers biedt. Naast de  deelnemers aan de bijeenkomst zijn er in Medemblik natuurlijk nog meer horecaondernemers die met energiebesparing resultaten boeken.

Hoe duurzaam onderneemt u?

Wie neemt dit jaar de Award Duurzame Ondernemer Medemblik in ontvangst? Daarom deze oproep aan horecaondernemers: laat weten hoe duurzaam uw bedrijfsvoering is. Geef op de volgende onderwerpen aan wat het bedrijf doet (eventueel samen met partners):

1.    Duurzame bedrijfsvoering (o.a. data, slimme ICT oplossing, meten en rapporteren, meer jaren        aanpak duurzaam onderhoud gebouw en apparatuur)

2.    Duurzaam vervoer (soort voertuigen, soort brandstof, beladingsgraad, of aanpak om zo min mogelijk vervoersbewegingen te realiseren)

3.    Duurzaam gedrag medewerkers (duurzaam inkopen, spelregels verlichting, verwarming en koeling e.d.)

4.    Duurzame opwekking (wekt u ook zelf energie op of compenseert u fossiele energie)

 

Meld u aan

De antwoorden op deze vragen stuurt u voor 1 september 2017 naar Miranda.laan@medemblik.nl. Voeg een foto toe om de sterke duurzame kanten te illustreren, die zetten we ook graag in de publicatie. Alle kleine stappen tellen mee, niet alleen de grote stappen. Alle inzendingen dingen automatisch mee naar de Award Duurzame Ondernemer Medemblik 2017. De gemeente neemt contact op en publiceert in overleg de aanpak van alle genomineerden als goed praktijkvoorbeeld.

20 miljoen per jaar extra voor agrarisch natuurbeheer

20 miljoen per jaar extra voor agrarisch natuurbeheer

Het extra geld is bedoeld voor versterking van de biodiversiteit en het behoud van weide- en akkervogels in landbouwgebieden. Daarnaast komt er 10 miljoen euro per jaar bij voor de Brede Weersverzekering waardoor veel meer boeren en tuinders zich kunnen verzekeren tegen schade door extreme weersomstandigheden.

Het extra geld komt beschikbaar door een herschikking binnen het GLB-budget. Agrarisch natuurbeheer is bedoeld om de landbouwsector te verduurzamen en de flora en fauna in landbouwgebieden, waaronder weide- en akkervogels, behouden en te herstellen. Boeren die willen investeren in natuurbeheer kunnen in collectief verband een subsidie aanvragen. Op dit moment is er echter onvoldoende financiële ruimte om alle boeren te ondersteunen die gebruik willen maken van de regeling.

Staatssecretaris Van Dam: “Met agrarisch natuurbeheer loopt Nederland voorop in Europa. Agrarisch natuurbeheer zorgt voor een grotere betrokkenheid van boeren bij het verbeteren van de biodiversiteit en het versterken van de natuur in landbouwgebieden, zoals bijvoorbeeld het behoud van weidevogels. De terugkeer van weide- en akkervogels staat symbool voor de kwaliteit van het landschap. Zij zijn het zichtbare resultaat van een landbouw die in balans is met de natuur.”

10 miljoen extra voor weersverzekering

Het beschikbaar stellen van extra geld voor de Brede Weersverzekering sluit aan bij de aanbevelingen uit de evaluatie van de verzekering. Het ministerie van Economische Zaken trekt nu al jaarlijks 9 miljoen euro voor een tegemoetkoming aan boeren die zich willen verzekeren tegen schade aan gewassen door extreme en ongunstige weersomstandigheden, zoals ijzel, storm of blikseminslag. Door de verhoging van het beschikbare budget met jaarlijks 10 miljoen euro kan het aantal deelnemende ondernemers in de komende jaren verdubbelen.

HvA en UvA starten logistieke hub voor duurzame bevoorrading

De Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) starten gezamenlijk met het duurzaam en slim bevoorraden van de 80 eigen gebouwen, verdeeld over vijf campussen in de stad. Hiervoor wordt vandaag officieel een zogenoemde logistieke hub in gebruik genomen. Het gaat om een locatie aan de rand van Amsterdam waar goederen uit vervuilende auto’s worden verzameld en worden overgeladen op schone elektrische voertuigen. Tijdens de officiële start van de hub, die al enige tijd als pilot draait, riepen collegevoorzitters Huib de Jong (HvA) en Geert ten Dam (UvA) bedrijven op om zich aan te sluiten bij de logistieke hub.

De levering van diensten en goederen aan de HvA en UvA is enorm. Beide onderwijsinstellingen, die de inkoop van diensten en goederen binnen één inkooporganisatie hebben samengebracht, hebben in totaal te maken met zo’n 16.000 leveranciers. Per jaar rijden al die leveranciers opgeteld 90.000 ritten van in totaal 2,8 miljoen kilometer, wat neerkomt op 70 maal de omtrek van de aarde. Die gigantische hoeveelheid betekent een grote aanslag op het milieu, op de drukte, verkeersoverlast en filevorming in de stad.

Schone ritten

Omdat beide organisaties nauw verbonden zijn met de stad Amsterdam en omdat HvA en UvA het belang van duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan, starten de instellingen nu met de logistieke hub. Deze richt zich op de leveranciers van goederen (zo’n 8.000) die samen goed zijn voor zo’n 30.000 ritten per jaar, wat neerkomt op 1 miljoen kilometer. Doel is om op termijn het aantal ritten die de stad inrijden te beperken en tegelijkertijd de hoeveelheid lading van de voertuigen sterk te vergroten. Voor de hub wordt gebruik gemaakt van schone elektrische auto’s en fietsen. Hiermee moet het aantal ritten worden gereduceerd van 30.000 nu naar uiteindelijk rond de 750 schone ritten per jaar.

Meerjarig onderzoek

Het gebruik van een hub is een van de concrete uitkomsten van een meerjarig onderzoek naar het verduurzamen van de inkoop van de UvA en HvA, uitgevoerd door HvA-onderzoekers en -studenten, dat aan de realisatie van de hub voorafging. HvA-lector Walther Ploos van Amstel en onderzoeker Susanne Balm hebben sinds 2014 samen met leveranciers in kaart gebracht welke stappen nodig zijn om de vervoersstromen van de UvA en HvA te verduurzamen. Het bundelen van leveringen in een hub buiten de stad was een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek. Dit is nu gerealiseerd in Duivendracht in samenwerking met logistiek partners Deudekom (beheerder hub), PostNL (elektrische bakfietsen) en Transmission (elektrische vrachtwagens).

Subsidieloos

Uniek aan de hub is de aanpak ervan. Waar andere logistieke hubs in Nederland met subsidie van overheden, vaak gemeenten, worden opgezet, draait deze hub geheel zonder subsidie. Door een slimme herverdeling van de kosten tussen de leveranciers en beide onderwijsinstellingen, zijn de totale kosten niet hoger dan voorheen. Terwijl de voordelen er tegelijk voor beide partijen zijn: minder brandstofkosten en minder tijdverlies voor de leveranciers. En een effectievere en schonere bevoorrading voor de HvA en UvA.

De beide organisaties benaderen op dit moment alle leveranciers met het verzoek zich aan te sluiten bij de hub. De eerste leveranciers (Canon, Maas International, Heijmans, CWS en Staples) werken al samen met de hub. Voor nieuwe leveranciers is er geen keuze meer: deelname aan de hub wordt een verplicht onderdeel van nieuwe leverancierscontracten. Met deze aanpak zijn de HvA en UvA de eerste onderwijsinstellingen in Nederland die op een dergelijke wijze de eigen gebouwen slim en zonder subsidie bevoorraden.

In september gaat er een vervolgonderzoek van start naar hoeveel stadskilometers deze aanpak op jaarbasis scheelt en hoeveel CO2-reductie dit oplevert.

Bron: HvA

EU Truck Platooning Challenge groot succes

De eerste grote Europese test met truck platooning is succesvol verlopen. De zes ‘platoons’ werden woensdagmiddag na een lange rit bij aankomst op de APM terminal in de Rotterdamse haven feestelijk door minister Schultz van Haegen ontvangen.

Bij truck platooning zijn vrachtauto’s via de elektronische weg aan elkaar gekoppeld waarbij de volgauto’s de voorste volledig en automatisch volgt zonder dat daar de hulp van de chauffeur voor nodig is. Door vrachtauto’s zo dicht mogelijk achter elkaar te laten rijden, zijn brandstof en CO2-besparingen tot 10% mogelijk. Het zorgt ook voor een betere doorstroming, en efficiënter en veiliger wegtransport.

Minister onder de indruk

De EU Truck Platooning Challenge is op initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu tot stand gekomen. In het kader van de Challenge zijn zes platoons van 2 en 3 trucks vanuit de verschillende landen van fabrikanten van vrachtauto’s naar Rotterdam gereden. Minister Schultz van Haegen toonde zich bij de aankomst onder de indruk van de resultaten van de eerste grote test met truck platooning in Europa. Zij gaf aan veel toekomst te zien in deze nieuwe technologie. Om truck platooning in het grensoverschrijdende vervoer mogelijk te maken is het volgens haar van groot belang dat landen hun wet- en regelgeving op elkaar afstemmen. Daarnaast is er ook nog veel testwerk nodig. Het is belangrijk dat landen daar toestemming voor geven. Tijdens de komende informele Transportraad in Amsterdam zal de minister met andere landen praten over de aanpassingen die nodig zijn om truck platooning in Europa ingevoerd te krijgen.

TLN ziet voordelen

Naast de minister was ook Arthur van Dijk, voorzitter van TLN, een van de sprekers. Hij gaf aan ook veel voordelen te zien in truck platooning. Van Dijk benadrukte het belang van samenwerking en riep overheden op om hun verantwoordelijkheid te nemen om pilots met truck platooning te kunnen starten. Vanuit de Nederlandse transportsector hebben zich veel bedrijven gemeld die daar nu al mee aan de slag willen. (AS).

Noord-Hollandse subsidie om duurzame innovaties verder te helpen

Project Duurzaam Werkgeverschap

Met het Sectorplan Transport en Logistiek kunnen bedrijven die zijn aangesloten bij het opleidings- en ontwikkelingsfonds SOOB aan de slag met duurzame inzetbaarheid van hun personeel.

Het project Duurzaam Werkgeverschap uit het Sectorplan Transport en Logistiek is bedoeld om bedrijven te stimuleren en ondersteunen om actief aan de slag te gaan met de inzetbaarheid van werknemers nu en in de toekomst. Door te zorgen voor de dag van morgen anticiperen bedrijven op de behoefte aan voldoende instroom van goed gekwalificeerd en gezond personeel die gaat ontstaan door vergrijzing en ontgroening. Met de focus op instroom, doorstroom en inzetbaarheid willen de sociale partners zoveel mogelijk behouden voor de sector. De projecten worden financieel ondersteund door het opleiding- en ontwikkelingsfonds SOOB in de sector en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Financiële ondersteuning

Voor een voucher in het kader van Duurzaam Werkgeverschap komen alle trajecten in aanmerking die een bijdrage leveren aan het verhogen van de duurzame inzetbaarheid van werknemers. Hierbij is de vorm vrij, maar het mag bijvoorbeeld niet gaan om de wettelijk verplichte RI&E. Wanneer de werkgever hierin 500 euro investeert, leggen SOOB en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ieder ook 500 euro bij. Met 1.500 euro kan een bedrijf de duurzame inzetbaarheid van zijn werknemers een behoorlijke impuls geven. Met begeleiding van het Sectorinstituut Transport en Logistiek kunnen bedrijven aan de slag gaan met een scan voor de duurzame inzetbaarheid van het personeel.

Check voor werknemers

Een andere pijler van het Sectorplan Transport en Logistiek vormt het Duurzaam Werknemerschap voor werknemers in de sector die bij SOOB-bedrijven werken. Zij kunnen gratis een online gezondheidscheck doen. Al 1.000 werknemers hebben zo’n inzetbaarheidscheck gedaan. Afhankelijk van de uitkomst kan de werknemer daarna een interventie worden aangeboden. Aandachtspunten daarin zijn onder meer gezond eten, voldoende bewegen, rook- en drinkgedrag, hersteltijd en verzuim, stress en rugklachten. De sector wil werknemers faciliteren om zo lang mogelijk productief en met plezier door te werken. Via de inzetbaarheidscheck kunnen werknemers voor zichzelf nagaan hoe het met hun inzetbaarheid staat. Tevens krijgen ze een persoonlijk rapport met gerichte tips en adviezen. De test is te vinden op gezondtransport.nl/werknemer. Voor meer informatie: T 024 6421691 of E info@inzetbaarheidscheck.nl. (AH)​

Bron: Tranport Logistiek Nederland

unive

Univé stimuleert duurzaam repareren

Univé heeft zich aangesloten bij stichting Duurzaam Repareren. Hiermee stimuleert Univé dat reparatieopdrachten milieuvriendelijk worden uitgevoerd.

Vanuit haar coöperatieve inslag hecht Univé veel waarde aan een duurzame en betrokken samenleving. Univé is een organisatie van, voor en door mensen en wil daarom ook een maatschappelijk meerwaarde hebben voor haar omgeving. Door zich aan te sluiten bij de stichting Duurzaam Repareren geeft Univé nadere invulling aan duurzaam.

“Onze leden vinden dat een reparatie, naast goed en veilig, ook duurzaam uitgevoerd moet worden. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een manier om onze leden hierin tegemoet te komen. Dit hebben we gevonden in de stichting Duurzaam Repareren”, aldus Marcel Spronk, directeur Schade bij Univé. Deze stichting toetst autobedrijven op genomen kwalitatieve en organisatorische maatregelen om het milieu te ontzien. Dit geldt in het bijzonder voor reparaties, het onderhoud en het schadeherstel van motorvoertuigen.

Een andere belangrijke overweging om definitief te kiezen voor ‘Duurzaam Repareren’ zijn onze schadeherstelbedrijven. Spronk: “80% van onze schadeherstellers is al aangesloten bij de stichting Duurzaam Repareren, een belangrijk signaal dat ook zij geloven in de missie van deze stichting”. Univé geeft de overige 20% tot 1 januari 2016 de gelegenheid om de certificering rond te krijgen.

bron: automotive management & duurzaam repareren