Berichten

student

Afstudeerstages Logistiek in februari weer van start

Heeft u een logistieke vraag en kunt u bij het beantwoorden hiervan de hulp van een afstudeerder gebruiken. In februari starten veel 4e jaars studenten op zoek naar een afstudeerstage. TLN werkt in het KennisDC Logistiek samen met de 6 grootste logistieke HBO opleidingen. Het gaat hier om de opleidingen Logistiek & Economie (LE) en Logistiek & Technische Vervoerskunde (LTV).

Er gaat vaak best wat tijd zitten in het concreet maken van (afstudeer-) opdracht, de opdracht moet immers zowel voldoen aan de onderzoeks- en afstudeereisen van de hogeschool als een bruikbaar antwoord op kunnen leveren voor het stagebedrijf. De hogeschool verlangt van een afstudeerder dat hij een groot en redelijk complex onderzoek kan uitvoeren, oplossingen aandraagt en een voorstel doet voor de implementatie van de oplossing. Door bij het formuleren van uw opdracht al goed over deze zaken na te denken kan er hierop tijdens de daadwerkelijke stage tijd bespaard worden.

Denk bij het formuleren van de opdracht na over het doel van het onderzoek, de achtergrond ervan, wat u uiteindelijk opgeleverd wilt hebben en wanneer u tevreden bent.  Probeer uw kennisvraag ook zo concreet mogelijk te maken, veel vragen zijn in eerste instantie veels te breed. Om bedrijven te ondersteunen bij de uiteindelijke begeleiding van stagiaires is vanuit het KennisDC een brochure ontwikkeld met daarin concrete handvatten, u vindt deze brochure hier.

Op de site van TLN vindt u de links naar de websites van de 6 hogescholen waar TLN mee samenwerkt. Op deze pagina’s vindt u meer informatie over hoe het aanmelden van stageopdrachten in zijn werk gaat, dat verschilt namelijk per hogeschool.

TLN werkt intensief samen met diverse hogescholen, via het KennisDC Logistiek, op het gebied van logistiek onderwijs en onderzoek en het beschikbaar stellen van logistieke kennis. In het KennisDC Logistiek hebben 6 hogescholen, TLN en EVO en diverse regionale partijen de krachten gebundeld. Via de website van het KennisDC Logistiek vinden bedrijven binnen 4 clicks de logistieke kennis die ze zoeken.

Bron: Transport & Logistiek Nederland – Christiaan van Luik MSc

school

Gemeenten Noord-Holland weinig aandacht voor gezonde scholen

Gemeenten doen er goed aan meer aandacht te hebben voor de vele technisch verouderde basisscholen met een ongezond binnenklimaat. Dat stelt Bouwend Nederland na inventarisatie van 49 collegeprogramma’s van de Noord-Hollandse gemeenten.

Nederland telt zo’n 8.000 basisschoolgebouwen, waarvan 1300 in Noord-Holland. Het overgrote deel van die scholen is technisch verouderd en heeft een ongezond binnenklimaat en door slechte isolatie zijn de stookkosten hoog. Bouwend Nederland constateert echter dat de kwaliteit van schoolgebouwen onvoldoende op de agenda staat bij Noord-Hollandse gemeenten. Want slechts acht gemeenten benoemen het belang van een gezond binnenklimaat. Dat zijn Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Haarlem, Huizen, Zaanstad en Langedijk.

Vanaf januari 2015 zijn de schoolbesturen zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de schoolgebouwen. Toch vindt Bouwend Nederland dat gemeenten een belangrijke rol moeten hebben om het binnenklimaat op orde te krijgen. Een schoolbestuur heeft daar niet altijd voldoende kennis over. De gemeenten Aalsmeer en Langedijk zijn echt voortvarend. Zij brengen de ook nieuwbouw van schoolgebouwen in relatie met een gezond binnenklimaat én met de onderhouds- en beheerkosten van een school. “De iets hogere bouwkosten van een school worden snel terugverdiend door de lagere gebruikskosten zolang die school bestaat.” Aldus Siem Bijman, regiomedewerker van Bouwend Nederland. “De aangename warmte en de gezonde lucht voor onze kinderen krijgen we er zodoende gratis bij.”

Bouwend Nederland neemt de bevindingen uit de collegeprogramma’s mee in de Gemeentelijke Bouw- en Infraoverleggen die ze met veel gemeenten voert.

Siem Bijman- Bouwend Nederland

Techniek Opleiding

In MBO meer ruimte voor flexibiliteit, regio en vakmanschap

Met diverse maatregelen wil minister Bussemaker (OCW) het mbo-onderwijs innovatiever, uitdagender en herkenbaarder maken. En dat voor zowel studenten, ouders als voor het regionaal bedrijfsleven. 

Het leren van een vak is iets om trots op te zijn. Dat moet aantrekkelijker en zichtbaarder worden. Een vak leren loont. Mbo-instellingen gaan daarom innovatiever, kleinschaliger en meer op de regio georganiseerd onderwijs aanbieden, zodat meer jongeren met overtuiging kiezen voor een beroepsopleiding.

Lees meer

totaal aantal Excellente scholen met een geldig predicaat komt nu op 248.

Betere doorstroom van MBO naar HBO in Amsterdam

Vanaf het studiejaar 2014 – 2015 starten het ROC van Amsterdam (ROCvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) met de verbeterde leerlijn mbo – hbo Bouwkunde. Met de invoering van deze verbeterde leerlijn willen deze onderwijsinstellingen MBO studenten die door willen studeren een aantrekkelijk perspectief bieden en de uitval verminderen.

Concreet betekenen deze plannen dat studenten op het ROCvA (MBO niveau 4) vanaf het eerste studiejaar meer begeleiding krijgen op een aantal onderdelen in de vorm van een doorstroomprogramma. Bouwkundig tekenen, wiskunde en taal zijn de belangrijkste. Maar ook komen projectmatig werken, analyseren en ontwerpen nadrukkelijker aan bod. Tot slot wordt ook het werkproces van de leerling meer beoordeeld op inzet, samenwerken en het beargumenteren van gemaakte keuzes in het plan van aanpak. De begeleiding op het ROCvA zal deels door docenten van de HvA worden uitgevoerd. Maar ook studenten die al verder zijn in hun studie worden ingezet. Op de HvA komen de studenten die het doorstroomprogramma bij het ROCvA gevolgd hebben in aanmerking voor vrijstellingen.

Lees meer

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

Hogescholen: samen voor sterk BIM-onderwijs

Hoe bereiden we een nieuwe generatie van bouwprofessionals zo goed mogelijk voor op de toekomstige BIM-praktijk? Het begin van het antwoord hierop kwam op 25 maart jl. van 14 hogescholen.

In Zoetermeer ondertekenden zij bij Bouwend Nederland een intentieverklaring om samen te werken aan de versterking van het onderwijs, zowel met elkaar als met bouwpartijen. De intentieverklaring werd opgesteld in samenwerking met Bouwend Nederland en de Bouw Informatie Raad (BIR).

Het ‘sluitstuk van een mooie eerste etappe’, noemt Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen de ondertekening. Toen in 2012 duidelijk werd dat er landelijk grote verschillen waren in de kwaliteit, competenties en vaardigheden van afstudeerders, werd vanuit Zoetermeer de regie genomen. “Langzaam maar zeker ontstond een netwerk van bimmende HBO-docenten over heel Nederland die elkaar steeds beter wisten te vinden.”

Deel die kennis

Gelijk met de ondertekening draagt Bouwend Nederland zijn deel over aan de BIR, waar BIM-onderwijs een van de speerpunten is. Kennis delen is goed, benadrukt Verhagen: “Voor de leraar, de student, het bouwbedrijf, de opdrachtgever en dus voor de BV Nederland.” BIR-voorzitter Cees Brandsen ziet dat er nog wel een lange weg te gaan is voordat alle merites van BIM tot hun recht kunnen komen. “De ondertekening van de intentieverklaring is een goede stap naar de beloftevolle toekomst.”

Brandsen licht de BIM-doelen toe van de BIR, een overlegorgaan tussen opdrachtgevers, bouwers, installateurs, ingenieursbureaus, architecten en toeleveranciers. Het is onder meer de bedoeling om condities te creëren om eind van dit jaar te kunnen samenwerken met BIM open standaarden. Zijn oproep: “Geeft u vooral aan wat de BIR kan bijdragen aan het succesvol doorzetten van de intentie naar échte samenwerking in de onderwijspraktijk.”

Aantrekkingskracht

Uneto-VNI-voorzitter Titia Siertsema hoopt dat BIM een groot probleem voor de installatiesector kan verhelpen: het te laat inschakelen van installatiebedrijven in het bouwproces, zodat zij hun kennis en kunde niet optimaal kunnen aanbieden. “BIM maakt het bovendien mogelijk naar energieverbruik van installaties te kijken in de ontwerpfase.”

Uneto-VNI is al langer bezig om de juiste randvoorwaarden voor werken met BIM te realiseren. Zo worden nu afspraken gemaakt om ETIM geschikt te maken voor BIM. Ook wordt er gewerkt aan een standaard voor rekenen en tekenen. “Alle lof voor deze intentieverklaring”, verzekert Siertsema het publiek. “BIM heeft aantrekkingskracht op nieuwe studenten en die hebben we hard nodig.”

Onderwijsmix

Vervolgens buigt een panel van twee onderwijs- en twee BIM-bouwspecialisten zich samen met de zaal over de toekomst van BIM in het onderwijs. “Laat de studenten ook kijken naar de sociale, bedrijfskundige en logistieke implicaties van BIM”, moedigt een aanwezige vanuit de zaal aan. Hoe doe je dat in de verzuilde structuur van het onderwijs?

Christoph Maria Ravesloot, lector Innovatie Bouwproces en Duurzaamheid bij de Hogeschool Rotterdam, stelt gemengde ateliers voor, waarin niet alleen bouwkundige studenten, “maar ook afstudeerders van bijvoorbeeld technische bedrijfskunde en facility management samen werken aan een BIM-onderzoek vanuit hun discipline.”

Hartenkreet

Prima plan, zegt een ander, maar betrek daar dan ook bedrijven bij én universiteiten, dan benut je pas goed alle beschikbare kennis. Probleem is wel dat er door BIM een virtuele toekomst op ons afstormt zonder dat we weten hoe die eruit gaat zien. “Een van mijn zoons gaat waarschijnlijk de bouw in. Hoe hij straks BIM gaat gebruiken? Geen flauw idee”, vat BIM-specialist Bram Mommers dit zwarte gat samen.

Op het moment suprême positioneren alle vertegenwoordigers zich in een lange rij voor de handtekening op het convenant. Voor de borrel begint is er nog een laatste hartenkreet aan het bedrijfsleven van (mid)dagvoorzitter Maarten Kraneveld – ook adviseur van de BIR -: organiseer stageplekken, afstudeeropdrachten en werkbezoeken voor HBO-studenten. Goed voor hun toekomst én die van uw bedrijf!

Bron: Bouwend Nederland