Berichten

laptop-werk-plan

Helderheid in rapport over ketenfinanciering in logistiek

ING, TVM en TLN publiceren vandaag het rapport ‘Ketenfinanciering in Transport en Logistiek’, dat inzicht geeft in het brede en complexe speelveld van supply chain finance, ofwel ketenfinanciering. Ketenfinanciering biedt voor de logistieke keten veel voordelen, maar er is weinig over bekend in de logistieke sector. Daardoor wordt er weinig gebruik van gemaakt.

Na de optimalisatie van de goederen- en datastromen zijn financiële stromen het volgende terrein om supply chains te optimaliseren. Logistiek dienstverleners zullen er daarom steeds meer mee te maken krijgen. Het door ING, TVM en TLN gepubliceerde rapport biedt een handvat, zodat zij zich kunnen beraden op hun positie in de keten en hun rol die ze in de ketenfinanciering willen en kunnen spelen. Het rapport is opgesteld door Panteia.

Lees meer

11 miljoen euro investeren in slimme technieken voor een betere doorstroming en verkeersveiligheid

Noord Holland 11 miljoen voor slimmer reizen

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland willen 11 miljoen euro investeren in slimme technieken voor een betere doorstroming en verkeersveiligheid op weg en water. Dit moet bijdragen aan een betere bereikbaarheid van de regio en een leefbaarder omgeving.

Ook biedt het mogelijkheden het reizen veiliger, gemakkelijker en prettiger te maken voor de gebruiker. Deze innovaties in de mobiliteit zowel voor auto als voor fiets, vrachtauto, bus en schip, worden ook wel Smart Mobility genoemd.

Slimmer en intelligenter

De drukte op de Noord-Hollandse wegen zal de komende jaren alleen maar toenemen en de technologische ontwikkelingen gaan razendsnel. Auto’s en schepen worden steeds slimmer en nemen bestuurders al taken uit handen en volledig automatische auto’s en schepen zijn in ontwikkeling. Ook verkeerslichten worden intelligenter en kunnen communiceren met het verkeer.  Maar ook de overgang naar nieuwe brandstoffen, groeiende populariteit van deelsystemen en het belang van actuele reisinformatie spelen een rol.

Samenwerken

De provincie bereidt zich op de toekomst voor door haar wegen adequaat te beheren en onderhouden en waar nodig uit te breiden. Maar ook door de bestaande (vaar)wegen zo optimaal mogelijk te benutten. De provincie loopt hiermee voorop in Nederland en in de wereld. De verkeerslichten en verkeerscentrale van de provincie behoren tot de modernste van Europa.

De verkeerslichten zijn zo ingesteld dat het verkeer zo optimaal mogelijk wordt afgewikkeld. Data over verkeersstromen worden gedeeld met marktpartijen die deze gebruiken voor boordcomputers en navigatiesystemen in of op fietsen, auto’s, vrachtauto’s, bussen en schepen. Deze innovaties worden ook gebruikt bij verdere automatisering van voertuigen zodat deze kunnen communiceren met de provinciale verkeerslichten en op basis van de actuele reisinformatie de beste route kunnen bepalen.

De provincie onderzoekt de ontwikkeling van zelfrijdend verkeer en de interactie met de provinciale infrastructuur en probeert nieuwe toepassingen uit. Samen met bedrijfsleven en kennisinstituten worden slimmere en efficiëntere toepassingen ontwikkeld. De provincie volgt de ontwikkelingen op de voet en zorgt ervoor dat de nieuwste mogelijkheden op veilige en verantwoorde wijze kunnen worden toegepast.

Pilots uitvoeren

Om nieuwe toepassingen daadwerkelijk in de praktijk tussen het verkeer uit te testen, richt de provincie een proeftuin in op de provinciale wegen rond Schiphol. Daarnaast kijkt zij naar mogelijkheden om in het landelijke gebied pilots uit te voeren met zelfrijdend vervoer.

Gedeputeerde Staten leggen de plannen nu voor aan Provinciale Staten. Waarschijnlijk wordt het 6 november behandeld in de Provinciale Statencommissie Mobiliteit en Financiën.

Film over slimmer reizen, klik op deze link.

Benelux pilot voor het gebruik van de digitale vrachtbrief (e-CMR) voor het intra-Benelux wegvervoer.

Pilot digitale vrachtbrief (e-CMR)

Op 1 december 2017 start de Benelux pilot voor het gebruik van de digitale vrachtbrief (e-CMR) voor het intra-Benelux wegvervoer. ​​​De drie Benelux-landen willen met deze proef op grensoverschrijdend schaalniveau onderzoeken of de e-CMR als controle instrument minimaal net zo betrouwbaar en veilig is als de papieren versie ervan.

Het uiteindelijke doel is om, vanuit controle oogpunt, na te gaan of en onder welke voorwaarden de e-CMR als volwaardig alternatief toegelaten kan worden in het internationale wegtransport. Daarom zijn voor de opzet van deze pilot de bepalingen gehanteerd uit het in 2008 tot stand gekomen e-protocol bij het CMR verdrag.

​​Vanaf 1 maart 2018 mogen op te maken e-CMR’s in het kader van de proef daadwerkelijk worden gebruikt, binnen de voorwaarden die gesteld zijn aan de proef. De gedetailleerde opzet en inhoud van de pilot, alsmede de daaruit voortvloeiende verplichtingen voor partijen, zijn vastgelegd in een zogenaamde Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Unie.

​​​Geen maximum

De proef is beperkt tot het intra-Benelux vrachtvervoer en kan zowel het vervoer tussen de Benelux-landen betreffen, als nationaal vervoer, inclusief cabotage. Er is geen maximum gesteld aan het aantal deelnemende transporteurs en ook niet aan het aantal aan te maken e-CMR’s. Alleen software-leveranciers die economische activiteiten verrichten in verband met het leveren van technologie in één van de Benelux-landen mogen een aanvraag indienen. Er is voorlopig ook nog geen maximum gesteld aan het aantal softwareleveranciers dat toegelaten kan worden in het kader van de proef. Aanvragen voor een erkenning e-CMR zullen op volgorde van binnenkomst worden behandeld. Bij een voldoende aantal aanvragen voor de pilot, kan besloten worden om geen nieuwe softwareleveranciers meer toe te laten tot de pilot.

​Vanaf 1 december aanvragen

​​Softwareleveranciers kunnen tot negen maanden na de start van de proef, dus vanaf 1 december 2017 tot 1 september 2018, een aanvraag indienen voor erkenning van de e-CMR software en zo toegelaten worden tot de proef. De aanvraag moet ingediend worden bij de daartoe bevoegde autoriteit. Binnen maximaal drie maanden na indiening van de aanvraag wordt een beslissing genomen. ​In het kader van de proef worden voor het krijgen van een erkenning bepaalde eisen gesteld aan:

  • ​​​de inhoud, de nummering en het gebruik van de e-CMR,
  • de softwareleveranciers en de door hen aan te leveren technologie voor aanmaak van e-CMR’s
  • de informatieverschaffing aan de controlerende instanties.

Vanaf 20 november 2017 volgt gedetailleerde informatie over de procedure voor het aanvragen van een erkenning e-CMR.​​​​

De voorwaarden

Bij de in het kader van de pilot aangewezen bevoegde autoriteiten is informatie te verkrijgen over de precieze voorwaarden waaraan een softwareleverancier moet voldoen om toegelaten te worden tot de proef en op welke wijze en waar een aanvraag kan worden ingediend.

In Nederland is de NIWO door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu aangewezen als de bevoegde autoriteit.

Lees meer over het aanvragen van een e-CMR bij de NIWO.

Asbest in Eurogrit: ingedeeld in laagste risicoklasse

Asbest in Eurogrit

Het opruimen van asbesthoudend staalgrit waardoor veel werkzaamheden bij bedrijven stil lagen, kan veilig beginnen. Dat blijkt uit onderzoek van TNO in opdracht van de inspectie SZW dat dinsdag 31 oktober is gepubliceerd.

De betreffende asbest is door TNO ingedeeld in de laagste risicoklasse, de zogenaamde risicoklasse 1.

Procedures

Het is een goede zaak dat er eindelijk duidelijkheid is voor medewerkers en bedrijven. Veel werk bij bedrijven lag stil en de economische schade liep inmiddels aardig op. Ook is er nu duidelijkheid hoe het met asbest vervuilde straalgrit veilig kan worden opgeruimd en welke procedures daarbij gelden voor medewerkers.

Opruimen Eurogrit onder strikte voorwaarden

Uit de metingen van TNO blijkt dat het verontreinigd straalgrit verantwoord opgeruimd kan worden door het onder meer doornat te maken en daarna op te zuigen. Het gebruikte asbesthoudende straalgrit dient het bedrijf zelf als asbesthoudende afvalstof te (laten) verwijderen. Dit kan onder strikte voorwaarden. Als er nog ongebruikt straalgrit aanwezig is bij bedrijven zal dit straalgrit door Eurogrit worden afgevoerd. Bedrijven worden hierover door Eurogrit geïnformeerd. Meer informatie over de voorwaarden en werkwijzen is te vinden op de website van de ISZW.

Blootstelling van werknemers

De Inspectie SZW zal bij een aantal bedrijven informatie opvragen en op een aantal locaties inspecties uitvoeren. Onlangs werd bekend dat in het straalmiddel Eurogrit aluminiumsilicaat smeitslak grit, geleverd door het bedrijf Eurogrit B.V. uit Dordrecht, asbest is aangetroffen. Mogelijk 140 bedrijven hebben gewerkt met dit straalgrit. Nadat bekend werd dat het straalgrit verontreinigd is met asbest, is er ongerustheid ontstaan over de mogelijke blootstelling aan asbest van werknemers en omwonenden, en de bijbehorende risico’s.

De Inspectie SZW (iSZW), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Omgevingsdiensten werken nauw samen om bovenstaande problematiek goed in kaart te brengen en de benodigde maatregelen te treffen bij de bedrijven die hebben gewerkt met dit straalgrit of het straalgrit op de bedrijfslocatie hebben opgeslagen. iSZW voert in Uit kader onder andere een onderzoek uit naar de blootstellings- risico’s voor werknemers en omwonenden tijdens verschillende scenario’s die van toepassing zijn op deze casu

Wil je meer weten over blootstelling van werknemers tijdens het opruimen van straalgrit? Lees hier het volledige TNO rapport. 

30 miljoen Ruggensteun voor ondernemers in groene transportinitiatieven

30 miljoen voor groene transportinitiatieven

De vergroening van de transportsector krijgt een extra steun in de rug. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu maakt 30 miljoen euro vrij voor bedrijven die innovaties ontwikkelen, zoals een vuilniswagen op waterstof, het opzetten van pakjesbezorging met elektrische busjes en het maken van biobrandstoffen met algen.

Samen met andere initiatieven, zoals de vorig jaar gesloten afspraak met vervoerders om vanaf 2025 alleen nog met elektrische ov-bussen te rijden, wil het ministerie met deze stimuleringsregeling zorgen voor een snellere overgang naar een duurzame transportsector met auto’s en vrachtwagens die minder uitstoten.

Groen ondernemen

De Demonstratieregeling Klimaattechnologieën en -innovaties in transport (DKTI-Transport) richt zich specifiek op ondernemers uit de transport- en vervoersector en kennisinstellingen die zelf ook mee willen investeren in groene oplossingen. DKTI-Transport is een vervolg op een subsidie die vorig jaar is verstrekt voor industriële ontwikkeling in de transportsector. Hierdoor zijn inmiddels kansrijke prototypes ontwikkeld, waaronder een elektrische truck (VDL) en een hybride truck (EMOSS).
DKTI-Transport draagt eraan bij dat het voor bedrijven en kennisinstellingen loont om verder te werken aan dit soort nieuwe technieken en om duurzaam transport verder kunnen opschalen.

Levensvatbare oplossingen

Organisaties met kansrijke ideeën kunnen aankloppen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Een onafhankelijke expertgroep beoordeelt de voorstellen, waarna de RVO  de subsidie toewijst. Voorwaarden voor subsidie zijn onder meer dat een oplossing nog niet geheel marktrijp is, een sterke business case heeft en levensvatbaar is voor commerciële exploitatie.

In de DKTI-Transport komt elk jaar de nadruk op andere technologie- en innovatieopgaven te liggen. In de eerste ronde, die loopt tot eind 2018, worden projecten beoordeeld die gericht zijn op de ontwikkeling van zuinig vrachtvervoer over de weg, en zich tegelijkertijd richten op de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen uit hernieuwbare bronnen.

Verdeling

Van de beschikbare 30 miljoen euro is er, naast het geld voor DKTI-Transport, 6 miljoen gereserveerd om vanaf 2025 alle nieuwe bussen in Nederland zonder schadelijke uitstoot te laten rijden en nog eens 5 miljoen voor samenwerkingsprojecten van de overheid en het bedrijfsleven. Tot eind 2018 is er 16,7 miljoen euro beschikbaar voor de eerste ronde.
De regeling, die loopt tot eind 2021, sluit aan op de Duurzame Brandstofvisie van het Rijk en de sector, waarin is vastgelegd hoe Nederland tot een duurzame brandstoffenmix in de mobiliteitssector kan komen.

Kilometerheffing voor vrachtauto's onverteerbaar

Kilometerheffing vrachtauto’s onverteerbaar

Het gepresenteerde Regeerakkoord bevat voor de sector transport en logistiek belangrijke aspecten. TLN is blij dat er een Regeerakkoord ligt, maar is zeer teleurgesteld over de invoering van een kilometerheffing voor vrachtauto’s. ​​

Die maatregel heeft nagenoeg geen effect op verduurzaming en geen effect op de vermindering van files. Het betekent enkel een grote lastenverzwaring voor de sector. Positiever is TLN over de extra investeringen in infrastructuur: 2 miljard euro voor 3 jaar en nog eens 100 miljoen structureel. Ook de plannen in het Regeerakkoord op het gebied van arbeidsmarkt en ontslagrecht vindt TLN positief.

Onbegrip voor vrachtverkeer

TLN kan geen begrip opbrengen voor de invoering van een kilometerheffing voor alleen vrachtauto’s. TLN verwacht van de maatregel nauwelijks effect op duurzaamheid en filebestrijding. Weliswaar kondigt het kabinet ook pilots met betalen naar gebruik aan voor personenverkeer, maar geeft daarbij aan dat dit niet mag leiden tot een systeem van rekeningrijden.

Lees meer

Calculator-kosten-financien-administratie

Panteia brengt kostenontwikkelingen 2017 2018 transport in kaart

Panteia/NEA heeft de kostenontwikkelingen voor 2017 en 2018  in kaart gebracht voor zowel het binnenlands als het grensoverschrijdend vervoer. Dit deed Panteia/NEA in opdracht van de NIWO.
​​​​

Binnenl​ands vervoer

Voor het binnenlands vervoer varieert de gerealiseerde kostenontwikkeling inclusief brandstofkostenontwikkeling van 2017 t.o.v. 2016 tussen de 2,0% (fijnmazige distributie collo) en 3,2% (kiepers en zeecontainervervoer). De geraamde kostenstijging inclusief brandstofkostenontwikkeling voor 2018 t.o.v. 2017 varieert tussen de 3,3% (zeecontainervervoer) en 4,8% (fijnmazige distributie collo).

Lees meer

Green Deal aanzet tot bouwpakketservice

Een ‘pakjesdienst’ voor de bouw

Zeker voor bouwprojecten in binnensteden slaat de sector daarmee twee vliegen in een klap: minder vrachtwagens in de stad, dus minder uitstoot van CO2 en fijnstof, en minder transportkosten.

Met die ‘bouwpakketservice’ moet de sector dus aan de slag, stelt Arjan Walinga, bij Bouwend Nederland projectleider ketensamenwerking, in verband met de op maandag 2 oktober ondertekende Green Deal Bouwlogistiek.

1/3e transport van de bouwsector

Dat een derde van alle transportbewegingen in Nederland voor rekening komt van de bouwsector, heeft volgens Walinga voor een belangrijk deel te maken met dat de logistiek in de sector nog teveel per project gebeurt. Slimme aan- en afvoer van materialen op en rond de bouwplaats moet leiden tot meer projectonafhankelijk transport. “Juist in de stad, met verschillende projectlocaties, levert dat voor het milieu en het bouwproces flinke voordelen op. “De gemiddelde vrachtwagen zit halfvol, waardoor er twee keer zoveel vrachtwagens de stad in gaan dan nodig is. Dat kan dus veel efficiënter, door afstemming tussen bouwbedrijven onderling en met toeleveranciers”, legt Walinga uit.

Overleggen over aanleveringen

Slimme logistiek moet vroegtijdig in het bouw-ontwerptraject worden georganiseerd. “Hoe precies, is de uitdaging van deze Green Deal. Dat kan met BIM. Maar bouwbedrijven met in de stad projectlocaties bij elkaar in de buurt, moeten zichzelf in aanleren met elkaar te overleggen over aanleveringen. Dat zijn ze niet gewend. Maar logistiek moet voor iedereen maximaal gaan. Daar moet je als bedrijf ook niet op willen concurreren, want dan concurreer je op de verkeerde dingen,” aldus Walinga. Als voorbeeld van waar de bouw met logistiek naar toe moet, wijst hij op de consumentenelektronica-sector waarin hij eerder werkte: “Reden de DHL’s van deze wereld niet met spullen van verschillende leveranciers rond, dan zouden de tv’s die we online bestellen veel duur worden.”

Green Deal Bouwlogistiek

DHL is een van de tweeëntwintig medeondertekenaars van de Green Deal Bouwlogistiek, die in 2020 moet resulteren in 20 procent minder transportbewegingen. Walinga: “Dat bedrijf ziet dus ook brood in bouwlogistiek. Maar wij vinden dat bouwbedrijven dit zelf zouden moeten opstarten. Dat is ook een van de dingen waar TNO nu op ons verzoek mee aan de slag gaat, met het voor de sector ontwikkelen van zo’n zeg maar bouwpakketservice.” Vooral kleinere bouwbedrijven zouden volgens hem baat hebben van zo’n “standaardoplossing”.

Afbouwhoek kost geld

Grote bouwbedrijven zijn beter instaat de logistiek binnen hun eigen organisatie te optimaliseren. Maar ook die kunnen volgens hem mogelijk nog profiteren zo’n ‘pakjesdienst voor de bouw’. “Het transport van grote onderdelen zoals brugdelen, prefab wanden en glas, gebeurt al redelijk efficiënt. Daar is de prijs van het transport ook niet verdisconteerd in die van het bouwmateriaal. De grote verliezen zitten echt in de afbouwhoek, met het transport van zaken als gipsplaten, hang- en sluitwerk en schakelmateriaal. Dat zijn vaak kleinere volumes die voor veel transportbewegingen zorgen. Daar vormt logistiek nu een kwart van de materiaalprijs en dat is veel te hoog.”

Aanbesteding markt uitdagen

Een belangrijke stimulans voor slimme bouwlogistiek en voor het halen van de Green Deal-doelstelling is, zegt Walinga, ook de manier waarop opdrachtgevers zoals gemeenten voor een aanbesteding uitvraag doen naar de markt. “Die moeten bij een aanbesteding de markt ook uitdagen slimme logistieke oplossingen te verzinnen voor bouwen in de stad.” Rijkswaterstaat en een stad als Rotterdam doen dat volgens hem al. Maar hij waarschuwt voor overvragen: “Dus dat zo’n uitvraag zo ambitieus is dat bedrijven daar nog niet mee om kunnen gaan, en dan veel kosten maken om het toch voor elkaar te krijgen. Dus de uitvraag mag uitdagend zijn maar niet overvragend. Zodat bedrijven en de markt voor logistiek echt de tijd krijgen om daar in te groeien.”

Arbeidsvoorwaarden flexibiliseren met PKB Portaal

PKB innovatie in ​arbeidsvoorwaardenpakket

Een persoonlijk keuzebudget (PKB) en zeggenschap over arbeidstijden. Dat zijn moderne elementen in de nieuwe cao, gericht op zowel werkgevers als werknemers.

​​​​​​​​Vooral het PKB vormt een innovatie in het ​arbeidsvoorwaardenpakket. De sector transport en logistiek laat zien klaar te zijn voor de toekomst. Het PKB is een beproefde manier om arbeidsvoorwaarden te flexibiliseren, zoals ook al in andere sectoren wordt gedaan.

Online P​KB Portaal

U als werkgever hoeft niet te vrezen voor extra werk. TLN is met verschillende partners aan het werk om een online PKB portaal voor u te ontwikkelen. De focus ligt op moderne en innovatieve elementen in de cao. Vanaf 16 oktober 2017 gaat het PKB portaal live en is het mogelijk alle informatie te vinden.

‘Mijn P​KB’ live in januari

​Het portaal is niet alleen een informatiebron. Vanaf januari 2018 kan uw werknemer in ​het interactieve ‘Mijn PKB’ zijn PKB spaartegoed inzien en naar eigen inzicht besteden. Zo worden arbeidsvoorwaarden transparanter en kunnen werknemers keuzes maken, die passen bij hun levensfase en omstandigheden.

Daarnaast informeert ‘Mijn PKB’ u maandelijks over de door uw werknemers gemaakte keuzes. Gebruiksgemak en geen extra administratieve lasten.

‘Mijn PKB’ komt in januari stapsgewijs voor u beschikbaar. Maandelijks, te beginnen met de salarisuitbetaling in januari, wordt er spaartegoed aan het PKB toegevoegd. Vanaf dat moment is ‘Mijn PKB’ ook voor uw werknemers volledig beschikbaar.​​

Transport & Logistiek Nederland is één van de cao-partijen en daarom betrokken bij de totstandkoming van de cao. De andere partijen zijn VVT aan werkgeverszijde en FNV, CNV en De Unie aan werknemerszijde. Op dit moment bestaat naast de ‘cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen’ (BGV) nog de ‘cao Goederenvervoer Nederland’ (KNV cao) voor de oud-leden van KNV.​

De cao BGV wordt Algemeen Verbindend Verklaard door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bedrijvigheid in transportsector hoger dan in jaren

Omzetniveau transportsector stijgt

Uit de laatste conjunctuurenquête van Transport en Logistiek Nederland (TLN) blijkt de Nederlandse transportondernemers het drukker hebben dan ooit. Onder andere door de aantrekkende economie bereikt de bedrijvigheid in de transportsector het hoogste punt in 6 jaar.

Daar zit echter ook een keerzijde aan. Het tekort aan personeel wordt steeds groter. Bijna 40 procent van de transportondernemingen meldde voor het tweede kwartaal een tekort aan arbeidskracht.

2e kwartaal

De deelmarkten die het meest profiteren van de groei zijn de sierteeltsector en het vervoer van bouwmaterialen, zo gaven de transportondernemers aan. Ook het tank-silovervoer en het geconditioneerd transport (gekoeld en verwarmd transport) deden het goed in het tweede kwartaal. De internationale bedrijvigheid laat een stijgende lijn zien. Hier geven de transporteurs voor het eerst in meerdere jaren een cijfer boven de 8,0.

Ruimte voor investeringen

Het omzetniveau stijgt ten opzichte van het eerste kwartaal. Het winstniveau stijgt naar het hoogste punt sinds eind 2015. ‘Dat is heel belangrijk voor de transportsector’, aldus TLN-voorzitter Arthur van Dijk. ‘De sector heeft na de crisis weer wat vet op de botten nodig. In de komende jaren komen er nog stevige investeringen in onder andere duurzaam/schoner materieel aan. Daar moet ook ruimte voor zijn.’

Prijsniveau

Volgens een groot aantal ondernemers zijn de prijzen nog steeds onder de maat. Het gaat vooruit, geeft de sector aan, maar een groot deel is nog steeds ontevreden over het prijsniveau. Dat laat ten opzichte van het vorige kwartaal een licht stijgende lijn zien. De grootste stijging van het prijsniveau zien we bij onder andere exceptioneel vervoer en bouwmaterialenvervoer.

Vacaturegraad

Onder meer door de vergrijzing en de sterk aantrekkende arbeidsmarkt kampt de sector, net nu ze weer opkrabbelt van de crisis, met een enorme krapte op de arbeidsmarkt. De vacaturegraad is op het hoogste punt in bijna 10 jaar tijd. Ondanks allerlei succesvolle wervingstrajecten, waaronder het zij-instromers project waar 2.000 chauffeurs uit voortkwamen, blijft het lastig genoeg goed personeel te vinden.

Meer informatie zie de link conjunctuurenquête