Berichten

meer regie Rijk bij aanjagen woningbouw

Rijk meer regie bij aanjagen woningbouw

Het Rijk gaat in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen een actievere en regisserende rol spelen. Op korte termijn starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders gesprekken. Deze moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwpro-ductie.

Daarnaast komt er een permanent landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de Staat van de Woningmarkt 2017, die vandaag naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd.

De nieuwste jaarrapportage laat zien dat de groeiende economie en de lage rente doorwerken op de woningmarkt. Het aantal verkopen blijft stijgen, met vooral in stedelijke gebieden sterke prijsstijgingen. Ook de aanhoudende groei van het aantal huishoudens zorgt voor een oplopende vraag naar woningen. De komende jaren zou de bouwproductie moeten groeien naar gemiddeld 75.000 woningen per jaar. De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.

Minister Ollongren schrijft dat de mogelijkheden voor het aanjagen van de bouwproductie onder andere afhankelijk zijn van de beschikbare plancapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zij wijst er verder op dat er vooral vraag is naar woningen in de binnensteden. Binnenstedelijk bouwen is echter complex en kent een relatief lange opleveringstijd. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen de druk op de woningmarkt verminderen.

Het kabinet werkt verder aan de nieuwe Omgevingswet die moet zorgen voor snellere procedures. Woningcorporaties kunnen eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen. Dit segment is cruciaal voor huishoudens die flexibel willen zijn of voor wie koop of sociale huur geen optie is.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onder voorzitterschap van Rob van Gijzel in diverse gemeenten een zogeheten Samenwerkingstafel Middenhuur gestart over een groter aanbod van deze woningen. Ook is er een landelijke tafel waarin brancheorganisaties en belanghebbenden knelpunten in kaart brengen.

Het eindverslag van de samenwerkingstafels wordt eind januari verwacht. De minister neemt de aanbevelingen mee bij het maken van regionale afspraken. Zij wil ook na januari doorgaan met de landelijke overlegtafel. De gehele woningmarkt zal dan onderwerp van permanent overleg zijn.

Aanbiedingbrief bij het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’: lees hier de brief.

Rapport van de woningmarkt, lees hier de rapportage.

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

Onderbezetting gemeenten woningbouwproductie blijft achter

Steeds meer gemeenten kampen met capaciteitsgebrek om bouwplannen op tijd te kunnen beoordelen. Dat concludeert Bouwend Nederland na een toenemend aantal signalen van leden. Dit leidt er toe dat plannen (te) lang in de ambtelijke molen blijven hangen en de woningbouwproductie steeds verder achterloopt op de vraag naar woningen.

De woningbouwproductie stijgt al een aantal jaren echter elkaar, net als het aantal afgegeven vergunningen voor woningbouw. In 2017 worden waarschijnlijk meer dan 65.000 van deze vergunningen afgegeven. Toch is dit niet voldoende om te voorzien in de toenemende vraag naar woningen. Jaarlijks moeten er 80.000 tot 90.000 woningen bij om de achterstand in te lopen. Als dat lukt zal vanaf 2020 de druk op de woningmarkt wat gaan afnemen.

Samenwerkingsagenda

Snelle en efficiënte besluitvormingsprocedures zijn nodig om het woningtekort niet verder te laten oplopen. De afgelopen jaren zijn daarin al stappen gezet, bijvoorbeeld via de Crisis- en herstelwet.
Het nieuwe Kabinet wil daarnaast met medeoverheden en stakeholders afspraken maken over het aanjagen van de woningbouwproductie, in het verlengde van de samenwerkingsagenda tussen provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland. Naast die procedures en regiodeals zijn echter ook voldoende mensen nodig om de plannen te behandelen.

Markt trekt aan

Tijdens de crisis hebben veel gemeenten hun organisatie flink moeten aanpassen. Ambtenaren die bouwplannen beoordeelden hebben een andere plek gekregen of zijn uit dienst getreden. In de context van de crisis begrijpelijk, omdat de bouwproductie enorm terugviel. Nu zien we helaas het na-ijleffect van die reorganisaties, namelijk capaciteitsproblemen omdat de markt aantrekt.

Burgemeester Aboutaleb sprak zich hierover uit tijdens het Miljoenenontbijt van VNO-NCW. Maar ook gemeenten buiten de randstad raken steeds meer in de knel. Afgaande op de signalen van leden van Bouwend Nederland loopt ruwweg 10% van de bouwplannen hierdoor vertraging op.

‘Het is buitengewoon onwenselijk dat bijvoorbeeld starters en jonge gezinnen lang moeten wachten op een passende nieuwbouwwoning door vertraagde behandeling van bouwplannen en vergunningen. Het is alle hens aan dek om de druk op de woningmarkt te verlichten’, aldus Maxime Verhagen.

Vliegende brigade

Het zal nog een tijdje duren voordat gemeenten hun organisatie aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Het vinden en aantrekken van de juiste mensen kost immers tijd. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft een ‘vliegende brigade’ van deskundigen ingesteld die gemeenten met capaciteitsproblemen ondersteunt. De Provincie Noord-Holland (die deelneemt in de MRA) en Bouwend Nederland vinden dat deze aanpak brede navolging verdient. Het voornemen is om in de rest van Noord-Holland ook zo’n poule in te stellen.

Landelijke dekking

Wat Bouwend Nederland betreft ontstaat er een poule met landelijke dekking. In die poule horen doeners met ervaring in planprocedures, vergunningverlening, ontslakken en mogelijkheden die bijvoorbeeld de Crisis- en herstelwet biedt. Deze deskundigen moeten actief gemeenten opzoeken en ondersteunen in de behandeling van bouwplannen en vergunningen om zo de oververhitting van de woningmarkt een halt toe te roepen.

Netbeheer zoekt samenwerking met bouw bij verduurzaming

Samenwerking tussen netbeheer en bouw

Het nieuwe kabinet wil dat gemeenten, provincies, netbeheerders en waterschappen plannen maken voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Henri Bontenbal, strateeg bij netbeheerder Stedin, zoekt daarvoor de samenwerking met de bouw- en installatiesector.

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen.”

Wat vindt u van de plannen van het nieuwe kabinet?

“Wij zijn blij met het Regeerakkoord omdat er echt de ambitie is om de verduurzaming van de gebouwde omgeving op te pakken. De manier waarop is niet dichtgetimmerd. Dat is verfrissend. Het geeft ons de kans om de kennis van verschillende partners bij elkaar te brengen. Het goede nieuws is dat er al veel gebeurt. We zijn al lang met gemeentes, de bouw- en installatiesector aan de slag met concrete projecten. Ook zijn we hard aan het rekenen aan de vraag hoe we gebouwen straks verwarmen. Tegelijkertijd verwacht ik op sommige punten meer ambitie. Zoals bij nieuwbouw: we moeten snel stoppen met het bouwen van woningen op aardgas.”

Wat wordt de rol van Stedin hierbij?

“Stedin heeft heel veel kennis van het energiesysteem. Wat is de staat van de elektriciteits- en gasnetten, en wat zou het kosten om ze te vervangen of te verzwaren? Of: kun je een aardgasnet een tweede leven geven, bijvoorbeeld met waterstof of groen gas? In Rotterdam werken we samen met de gemeente, de woningcorporatie en het warmtebedrijf om voor een wijk door te rekenen wat een alternatief is voor de warmtevoorziening op aardgas. Dan gaat het om de techniek, maar ook om vraag wie het gaat betalen, hoe we bewoners kunnen betrekken en welke wet- en regelgeving knelt. We leren heel veel van dat soort gesprekken. Een aantal praktijkvoorbeelden hebben we recent gedeeld met de Tweede Kamer. Bij zo’n nieuwe aanpak is het onvermijdelijk dat er ook wel eens iets niet gaat zoals verwacht. Dat mag ook. Daar leren we van. Want er is geen blauwdruk. In elke wijk moet je opnieuw naar de beste oplossingen kijken.”

Hoe ziet u de rol van de bouw- en installatiesector?

“Die is cruciaal als het gaat om wat mogelijk is. Bouwers en installateurs hebben kennis van de systemen, en welke innovaties er nog gaan komen. Wat zijn de vernieuwende bouwconcepten en -werkwijzen? Als netbeheerder snappen we best hoe een warmtepomp werkt, maar andere partijen hebben daar meer verstand van dan wij. Het gaat erom dat iedereen vanuit zijn eigen expertisen nieuwe stappen zet. We willen met de bouw werken aan de vraag hoe huizen en bedrijven over vijf jaar van warmte worden voorzien.”

Hoe gaat dit er straks in de praktijk uitzien?

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen. Het ontzorgen van de bewoner moet daarbij een belangrijk uitgangspunt zijn. Als bijvoorbeeld – na een zorgvuldig besluitvormingsproces – besloten is om een gasnet te verwijderen en een warmtenet aan te leggen, dan kan ik me voorstellen dat er gekozen wordt voor één arbeidsgang. Dat betekent dat bij een woning in één dag zowel de gasaansluiting wordt verwijderd, de warmteaansluiting wordt gemaakt, en in de woning de installatie geschikt wordt gemaakt en de gasketel verwijderd. ’s Avonds zit de bewoner er weer warm bij. Begrijp me goed: dit is nog lang niet de praktijk. Maar we moeten onszelf dwingen naar nieuwe innovatieve samenwerkingsvormen en werkwijzen te zoeken. Samen met de bouw- en installatiesector. De energietransitie gaat alleen lukken als we met elkaar bereid zijn de dingen anders te organiseren dan we altijd gewend waren.”

Bouwtekening Geris Bouwtechniek

Meten is (z)Weten – het belang van een goed meetrapport

Het belang van een goed meetrapport. In de wetenschap, marketing maar zeker ook in de techniek is het belangrijk om metingen te verrichten. In elke sector gaat dit op een andere manier en heeft het een ander doel.

In mijn vak, de bouw, is het van levensbelang om in alle stadia metingen te verrichten, te registreren en te evalueren. Hoe denk je dat anders de gebouwen kunnen worden gemaakt? Doe maar een beetje naar links en dan weer naar rechts, is natuurlijk niet echt duidelijk. Zowel de uitvoerder, tekenaar, architect maar ook de projectontwikkelaar hebben de juiste maatvoering nodig om het eindproduct te kunnen realiseren.

Net zoals iedereen foto’s kan maken kan ook iedereen afstanden meten MAAR hoe accuraat zijn de gegevens? Het ene meetlint is immers het andere niet en daarom zijn er zogenaamde normen opgesteld waarin duidelijk word aangegeven op welke manier je moet meten om tot universele gegevens te komen.

De NEN 2580 is er zo één. In deze norm (NEderlandse Norm nummer 2580) word duidelijk omschreven hoe je oppervlakten en inhouden van gebouwen dient te meten en te registreren. Is deze dan ook verplicht om aan te houden als je een tuinhuisje wilt maken? Nee dat niet maar het is wel een noodzakelijk instrument voor de professionele vastgoedsector.

Voor de verkoop van je woning of bedrijfspand is een zogenaamd meetrapport verplicht want de meters (m2 en m3) bepalen immers de prijs van het object. Bij de verkoop van woningen is het sinds 2010 verplicht om naast de NEN norm als aanvullende voorschriften de zogenaamde meetinstructie toe te passen. Dit zijn regels die onder andere aangeven hoeveel échte woonoppervlakte er eigenlijk is. Er zijn tal van verschillende soorten oppervlakten maar weet jij bijvoorbeeld hoeveel woonoppervlak je huis werkelijk heeft? Waarschijnlijk niet maar waarom is het dan zo belangrijk? Door de juiste gegevens te laten produceren kun je geld besparen, écht, hoe dan? Nou stel je voor dat je je huis verkoopt waarbij blijkt dat de woning eigenlijk 4m2 groter is dan op de stukken aangegeven staat. Dat lijkt op het eerste gezicht niet veel maar elke vierkante meter kost letterlijk geld (of brengt geld op) en dat betekend dat in gebieden waar de meters duur zijn, zoals Amsterdam/Utrecht/Den Haag, je op deze manier vele duizenden euro’s aan inkomsten kan mislopen, en dat is zonde toch?

Vaak denkt men dat het meten van object overbodig is omdat er bouwkundige tekeningen kunnen worden overhandigd. In theorie is dat inderdaad correct maar in de praktijk blijkt vaak dat de tekeningen onjuist zijn doordat na de bouw bijvoorbeeld de indeling is aangepast, een aanbouw of een dakkapel of iets anders in loop der tijd gewijzigd is wat tevens invloed heeft op de hoeveelheden. Daarnaast snappen maar weinig mensen de bouwkundige tekeningen. De norm is overigens niet alleen van toepassing bij de bestaande woningen maar ook voor de nieuwbouw.

Geris Bouwtechniek is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het meten van vastgoed volgens de actuele normen en word daarom zeer frequent door makelaars (woningen én bedrijfsruimten) maar ook door vastgoedinvesteerders ingeschakeld om diverse objecten in te meten, meetgegevens te registreren en het meetcertificaat incl. de bijbehorende tekeningen aan te leveren. Om er zeker van te zijn dat alles klopt meten wij alleen op locatie en niet vanaf een tekening. Dan weet je in ieder geval zeker dat je geen geld misloopt! Twijfel je over de berekening die je van de makelaar of aannemer hebt ontvangen? Neem óók dan contact met ons op voor een second opinion. 

Boris Gregec

 

retail detailhandel winkel shop

Overheden, detailhandel en vastgoedsector verlengen Retailagenda tot 2020

Vertegenwoordigers van detailhandel, de vastgoedsector, IPO (provincies), VNG (gemeenten) en het Ministerie van Economische Zaken werken de komende jaren verder aan het realiseren van de afspraken uit de Retailagenda. Onder voorzitterschap van Marijke van Hees gaat een gezamenlijk team met ingang van 1 januari 2018, tot in ieder geval 2020, aan de slag met de vervolgagenda. De betrokken partijen trekken hiervoor gezamenlijk, jaarlijks een half miljoen euro uit.

Minister Kamp (Economische Zaken): “Samen met provincies, gemeenten, vastgoedpartijen en ondernemers werken we sinds maart 2015 aan het versterken van het Nederlandse retaillandschap. De wil om door te gaan met de Retailagenda is bij alle partners groot. Belangrijk, want samenwerking is noodzakelijk voor de toekomst van de sector. Het winkelgedrag van consumenten verandert snel en ruim twee miljoen vierkante meter winkelvloeroppervlak staat leeg. Komende jaren werken we verder aan het levendig houden van onze dorpskernen en binnensteden en het toekomstbestendig maken van onze retailsector.”

Vervolg Retailagenda

Om de nodige veranderingen in het winkellandschap in goede banen te leiden, nam minister Kamp in maart 2015 het initiatief voor de landelijke Retailagenda. Sinds de start zijn er in totaal 109 RetailDeals gesloten, waarbij meer dan 140 gemeenten zijn betrokken. In deze deals versterken gemeenten of regio’s hun winkelgebieden in nauw overleg met winkeliers, horeca, vastgoedondernemers, culturele instellingen en bewoners. Ook wordt vastgelegd op welke locaties winkels kansrijk zijn en op welke locaties niet. Winkelpanden krijgen zonodig een andere bestemming om leegstand en overbewinkeling tegen te gaan en zo compacte binnensteden te creëren. Voor winkelbedrijven is duidelijkheid hierover van belang om te besluiten of zij zich wel of niet willen vestigen in een stad.

De vervolgagenda bouwt voort op dit werk, op de opgedane inzichten en op de resultaten van de afgelopen jaren. Dit vraagt om lef en samenwerking van vastgoedpartijen en detailhandel, maximale inzet van gemeenten en een regierol van provincies. Steden als Schiedam en Hardenberg lopen bij deze ontwikkelingen voorop en laten zien dat een gezamenlijke aanpak werkt. De komende tijd wordt bekeken hoe deze aanpak ook door andere gemeenten kan worden overgenomen.

Om de retailsector economisch gezond en toekomstbestendig te maken moet fors worden geïnvesteerd in innovatie en het vergroten van de kennis en kunde van werknemers en werkgevers om toegerust te zijn voor de veranderingen die op de sector afkomen. In Roermond en Den Haag wordt op dit vlak al druk geëxperimenteerd met onder andere Living Labs. Het team dat zich gaat inzetten voor de vervolgagenda zal eraan bijdragen dat de kennis die hier wordt opgedaan landelijk kan worden toegepast.

Retailagenda partners

De belangrijkste partners van de vervolgagenda zijn, Detailhandel Nederland, INretail, IVBN, IPO, Platform 31, Vakcentrum en VNO-NCW. Op nadrukkelijk verzoek van Kamp is VNG nu ook aangesloten. Het commitment vanuit gemeenten ziet de bewindsman als essentieel, omdat zij als geen ander belang hebben bij de inspanningen van de Retailagenda. De partijen leveren met ingang van 1 januari 2018 voor een periode van twee jaar de menskracht en de financiële middelen om met een gezamenlijk team te werken aan de vervolgagenda. Net als de afgelopen twee jaar zal het team partijen bij elkaar brengen en kennis en expertise uit de markt inschakelen.

Bron: Rijksoverheid

Terrein Bijlmerbajes verkocht; Bajes Kwartier wordt nieuwe stadswijk Amsterdam

Alle gebouwen in het Bajes Kwartier worden volledig energieneutraal

Gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM – onderdeel van Koninklijke BAM groep – koopt het terrein van de Bijlmerbajes in Amsterdam van het Rijksvastgoedbedrijf. Samen met AT Capital, Cairn en de ontwerpers OMA, FABRICations en LOLA Landscape ontwikkelt AM er een nieuwe, autoluwe stadswijk: Bajes Kwartier.

Er komen ongeveer 1.350 woningen, zowel koop als huur, variërend van betaalbare starterswoningen tot exclusieve huizen en zorgwoningen. Dertig procent wordt sociale huur, een substantieel deel valt in het segment middeldure huur. Vijf gevangenistorens worden gesloopt, één wordt getransformeerd tot ‘groene toren’ met een verticaal park en stadslandbouw.

Het bestaande hoofdgebouw van de gevangenis wordt het design cluster: een plek voor kunstenaars van internationale allure. Verder komen er horeca en een gezondheidscentrum. De nieuwe woonwijk krijgt een stevig stedelijk karakter, maar ook is er veel groen met tuinen, hoven en waterpartijen. Parkeren moet ondergronds, de wijk is verder autoluw. De gemeente ontwikkelt er een school voor voortgezet onderwijs.

Lees meer

Nationale Duurzame Huizenroute: 4 en 11 november 2017

Duurzame Nationale Huizenroute: 4 en 11 november 2017

Tijdens de Nationale Duurzame Huizen Route stellen in heel Nederland huiseigenaren hun duurzame huis open.

Particulieren die nadenken over woningverduurzaming zijn vooral geïnteresseerd in ervaringen van andere huiseigenaren. Wat hebben zij aan maatregelen genomen? Hoe hebben zij het geregeld? Wat is de verwachte opbrengst? De Duurzame Huizen Route op zaterdag 4 en 11 november 2017 biedt huiseigenaren de mogelijkheid andere huiseigenaren persoonlijk te ontmoeten. In een ongedwongen sfeer is er alle tijd om vragen te stellen.

Duurzame Huizen Route is de laatste jaren uitgegroeid tot een onafhankelijk platform waar huiseigenaren zich het hele jaar door kunnen oriënteren op duurzaam wonen. Zo kunnen er via de website vragen worden gesteld aan deelnemende huiseigenaren, zijn er opendeurdagen tijdens de eerste twee zaterdagen van november en worden er thematours georganiseerd.

Bent u een particulier, of kent u een particulier (wellicht een klant) die het leuk vindt anderen op weg te helpen met de verduurzaming van hun woning?

Meldt uw woning dan aan via: www.duurzamehuizenroute.nl.

U kunt deze site ook bezoeken voor een overzicht van deelnemende woningen, meer informatie of het aanmelden van een woning.

 

5 miljoen voor restauratie rijksmonumenten in Noord-Holland

Restauratie rijksmonumenten 5 miljoen beschikbaar in NH

De provincie Noord-Holland wil rijksmonumenten behouden en toegankelijk maken voor het publiek. De provincie voert de regie bij de verdeling van de subsidiegelden die voor het grootste deel van het Rijk afkomstig zijn.

Gedeputeerde Jack van der Hoek: ”Er is een grote behoefte aan deze subsidie. De afgelopen jaren konden tientallen projecten dankzij deze bijdrage starten met een restauratie. De strenge criteria stimuleren de  eigenaren om snel met de  uitvoering te starten waardoor verder verval van het pand wordt voorkomen.” In 2017 is 5 miljoen euro beschikbaar voor de restauratie van rijksmonumenten in Noord-Holland. De subsidieregeling is opengesteld vanaf maandag 7 augustus.

Jaarlijks ontvangt de provincie veel aanvragen voor subsidie. De komende jaren ligt de focus op religieus, industrieel en agrarisch erfgoed. De subsidies richten zich op de kosten van een sobere doch doelmatige restauratie. Daarnaast is het mogelijk 50% van de kosten van een leerwerkplek gesubsidieerd te krijgen tot € 15.000,- per leerwerkplek.

Subsidie vanaf 7 agustus

De “Uitvoeringsregeling subsidie restauratie rijksmonumenten Noord-Holland 2017” is opengesteld vanaf maandag  7 augustus 2017 tot uiterlijk donderdag 14 september 17:00 uur In die periode kunnen aanvragen worden ingediend.  Meer informatie staat in het subsidieloket op de website.

Fiscale regelingen

Noord-Holland heeft met ruim 14.000 rijksmonumenten de meeste rijksmonumenten van Nederland (Nederland telt ruim 50.000 rijksmonumenten). 70% van de rijksmonumenten in Noord-Holland heeft een woonfunctie en komt niet voor de subsidie in aanmerking. Voor deze objecten zijn wel fiscale regelingen en het Nationaal Restauratiefonds biedt laagrentedragende leningen.

Nationale Duurzame Huizenroute: 4 en 11 november 2017

‘Sneu’ wonen willen senioren niet

Ouderenhuisvesting draagt nog teveel het stempel van ‘bescheiden’. Bouwers en ontwikkelaars denken bij senioren ook nog teveel in termen van ‘oudjes’ en ‘sneu’. Maar babyboom-senioren verleid je niet met een simpele driekamerwoning. Die hoeven in vierkante meters niet zo nodig terug of kijken uit naar een woning met uitstraling in of nabij de stad met al zijn reuring.

Dit recept voor ouderenwoningen schetst Netty van Triest, senior projectleider bij Platform 31. Over ouderenhuisvesting in de wijk van de toekomst ging ook BNR Bouwmeesters van woensdag 10 mei.
Groei aantal ouderen vertalen in woonvraag is lastig.

Lees meer

bouwtekening

220.000 extra woningen nodig in Noord-Holland

Steden hebben een grote aantrekkingskracht. De verwachting is dat ruim 65% van de wereldbevolking in 2050 in steden woont. Ook in Noord-Holland zien we die trend.

De prijzen van woningen in steden als Amsterdam en Haarlem stijgen enorm. En voorlopig zal de vraag naar woningen alleen maar toenemen. Tot 2040 moeten er naar verwachting 200.000 woningen bij in het zuidelijk deel van Noord-Holland en, iets bescheidener, 20.000 woningen in het noordelijk deel van Noord-Holland. Zie pagina 44 van Verkenningen NH2050.

Hoe voorkomen we dat het wonen in steden in de toekomst alleen weggelegd is voor hoger opgeleiden en dat starters en middeninkomens de stad uit moeten? En waar moeten de vele nieuwe woningen gebouwd worden? Als we het open en weidse karakter van Noord-Holland willen behouden, dan moeten we in de steden de hoogte in. Maar ook daarover is discussie.