Berichten

meer regie Rijk bij aanjagen woningbouw

Rijk meer regie bij aanjagen woningbouw

Het Rijk gaat in stedelijke gebieden met de grootste vraag naar woningen een actievere en regisserende rol spelen. Op korte termijn starten met gemeenten, woningcorporaties, bouwers en investeerders gesprekken. Deze moeten leiden tot afspraken over het versnellen van de woningbouwpro-ductie.

Daarnaast komt er een permanent landelijk overleg met brancheorganisaties en belanghebbenden. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de Staat van de Woningmarkt 2017, die vandaag naar de Tweede en Eerste Kamer is gestuurd.

De nieuwste jaarrapportage laat zien dat de groeiende economie en de lage rente doorwerken op de woningmarkt. Het aantal verkopen blijft stijgen, met vooral in stedelijke gebieden sterke prijsstijgingen. Ook de aanhoudende groei van het aantal huishoudens zorgt voor een oplopende vraag naar woningen. De komende jaren zou de bouwproductie moeten groeien naar gemiddeld 75.000 woningen per jaar. De gerealiseerde en geraamde bouwproductie laat een stijgende trend zien, maar er is van de betrokken partijen extra inzet nodig om het verschil tussen vraag en aanbod niet te laten oplopen.

Minister Ollongren schrijft dat de mogelijkheden voor het aanjagen van de bouwproductie onder andere afhankelijk zijn van de beschikbare plancapaciteit, de beschikbaarheid van bouwmaterialen en het aanbod aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zij wijst er verder op dat er vooral vraag is naar woningen in de binnensteden. Binnenstedelijk bouwen is echter complex en kent een relatief lange opleveringstijd. Een beter gebruik van de bestaande voorraad en flexibeler woonvormen kunnen de druk op de woningmarkt verminderen.

Het kabinet werkt verder aan de nieuwe Omgevingswet die moet zorgen voor snellere procedures. Woningcorporaties kunnen eenvoudiger toestemming krijgen om huurwoningen in het middensegment te bouwen. Dit segment is cruciaal voor huishoudens die flexibel willen zijn of voor wie koop of sociale huur geen optie is.

Op verzoek van het vorige kabinet is er onder voorzitterschap van Rob van Gijzel in diverse gemeenten een zogeheten Samenwerkingstafel Middenhuur gestart over een groter aanbod van deze woningen. Ook is er een landelijke tafel waarin brancheorganisaties en belanghebbenden knelpunten in kaart brengen.

Het eindverslag van de samenwerkingstafels wordt eind januari verwacht. De minister neemt de aanbevelingen mee bij het maken van regionale afspraken. Zij wil ook na januari doorgaan met de landelijke overlegtafel. De gehele woningmarkt zal dan onderwerp van permanent overleg zijn.

Aanbiedingbrief bij het rapport ‘Staat van de Woningmarkt 2017’: lees hier de brief.

Rapport van de woningmarkt, lees hier de rapportage.

Woningbouwproductie steeds verder achterop door onderbezetting bij gemeenten

Onderbezetting gemeenten woningbouwproductie blijft achter

Steeds meer gemeenten kampen met capaciteitsgebrek om bouwplannen op tijd te kunnen beoordelen. Dat concludeert Bouwend Nederland na een toenemend aantal signalen van leden. Dit leidt er toe dat plannen (te) lang in de ambtelijke molen blijven hangen en de woningbouwproductie steeds verder achterloopt op de vraag naar woningen.

De woningbouwproductie stijgt al een aantal jaren echter elkaar, net als het aantal afgegeven vergunningen voor woningbouw. In 2017 worden waarschijnlijk meer dan 65.000 van deze vergunningen afgegeven. Toch is dit niet voldoende om te voorzien in de toenemende vraag naar woningen. Jaarlijks moeten er 80.000 tot 90.000 woningen bij om de achterstand in te lopen. Als dat lukt zal vanaf 2020 de druk op de woningmarkt wat gaan afnemen.

Samenwerkingsagenda

Snelle en efficiënte besluitvormingsprocedures zijn nodig om het woningtekort niet verder te laten oplopen. De afgelopen jaren zijn daarin al stappen gezet, bijvoorbeeld via de Crisis- en herstelwet.
Het nieuwe Kabinet wil daarnaast met medeoverheden en stakeholders afspraken maken over het aanjagen van de woningbouwproductie, in het verlengde van de samenwerkingsagenda tussen provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland. Naast die procedures en regiodeals zijn echter ook voldoende mensen nodig om de plannen te behandelen.

Markt trekt aan

Tijdens de crisis hebben veel gemeenten hun organisatie flink moeten aanpassen. Ambtenaren die bouwplannen beoordeelden hebben een andere plek gekregen of zijn uit dienst getreden. In de context van de crisis begrijpelijk, omdat de bouwproductie enorm terugviel. Nu zien we helaas het na-ijleffect van die reorganisaties, namelijk capaciteitsproblemen omdat de markt aantrekt.

Burgemeester Aboutaleb sprak zich hierover uit tijdens het Miljoenenontbijt van VNO-NCW. Maar ook gemeenten buiten de randstad raken steeds meer in de knel. Afgaande op de signalen van leden van Bouwend Nederland loopt ruwweg 10% van de bouwplannen hierdoor vertraging op.

‘Het is buitengewoon onwenselijk dat bijvoorbeeld starters en jonge gezinnen lang moeten wachten op een passende nieuwbouwwoning door vertraagde behandeling van bouwplannen en vergunningen. Het is alle hens aan dek om de druk op de woningmarkt te verlichten’, aldus Maxime Verhagen.

Vliegende brigade

Het zal nog een tijdje duren voordat gemeenten hun organisatie aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Het vinden en aantrekken van de juiste mensen kost immers tijd. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) heeft een ‘vliegende brigade’ van deskundigen ingesteld die gemeenten met capaciteitsproblemen ondersteunt. De Provincie Noord-Holland (die deelneemt in de MRA) en Bouwend Nederland vinden dat deze aanpak brede navolging verdient. Het voornemen is om in de rest van Noord-Holland ook zo’n poule in te stellen.

Landelijke dekking

Wat Bouwend Nederland betreft ontstaat er een poule met landelijke dekking. In die poule horen doeners met ervaring in planprocedures, vergunningverlening, ontslakken en mogelijkheden die bijvoorbeeld de Crisis- en herstelwet biedt. Deze deskundigen moeten actief gemeenten opzoeken en ondersteunen in de behandeling van bouwplannen en vergunningen om zo de oververhitting van de woningmarkt een halt toe te roepen.

Netbeheer zoekt samenwerking met bouw bij verduurzaming

Samenwerking tussen netbeheer en bouw

Het nieuwe kabinet wil dat gemeenten, provincies, netbeheerders en waterschappen plannen maken voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Henri Bontenbal, strateeg bij netbeheerder Stedin, zoekt daarvoor de samenwerking met de bouw- en installatiesector.

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen.”

Wat vindt u van de plannen van het nieuwe kabinet?

“Wij zijn blij met het Regeerakkoord omdat er echt de ambitie is om de verduurzaming van de gebouwde omgeving op te pakken. De manier waarop is niet dichtgetimmerd. Dat is verfrissend. Het geeft ons de kans om de kennis van verschillende partners bij elkaar te brengen. Het goede nieuws is dat er al veel gebeurt. We zijn al lang met gemeentes, de bouw- en installatiesector aan de slag met concrete projecten. Ook zijn we hard aan het rekenen aan de vraag hoe we gebouwen straks verwarmen. Tegelijkertijd verwacht ik op sommige punten meer ambitie. Zoals bij nieuwbouw: we moeten snel stoppen met het bouwen van woningen op aardgas.”

Wat wordt de rol van Stedin hierbij?

“Stedin heeft heel veel kennis van het energiesysteem. Wat is de staat van de elektriciteits- en gasnetten, en wat zou het kosten om ze te vervangen of te verzwaren? Of: kun je een aardgasnet een tweede leven geven, bijvoorbeeld met waterstof of groen gas? In Rotterdam werken we samen met de gemeente, de woningcorporatie en het warmtebedrijf om voor een wijk door te rekenen wat een alternatief is voor de warmtevoorziening op aardgas. Dan gaat het om de techniek, maar ook om vraag wie het gaat betalen, hoe we bewoners kunnen betrekken en welke wet- en regelgeving knelt. We leren heel veel van dat soort gesprekken. Een aantal praktijkvoorbeelden hebben we recent gedeeld met de Tweede Kamer. Bij zo’n nieuwe aanpak is het onvermijdelijk dat er ook wel eens iets niet gaat zoals verwacht. Dat mag ook. Daar leren we van. Want er is geen blauwdruk. In elke wijk moet je opnieuw naar de beste oplossingen kijken.”

Hoe ziet u de rol van de bouw- en installatiesector?

“Die is cruciaal als het gaat om wat mogelijk is. Bouwers en installateurs hebben kennis van de systemen, en welke innovaties er nog gaan komen. Wat zijn de vernieuwende bouwconcepten en -werkwijzen? Als netbeheerder snappen we best hoe een warmtepomp werkt, maar andere partijen hebben daar meer verstand van dan wij. Het gaat erom dat iedereen vanuit zijn eigen expertisen nieuwe stappen zet. We willen met de bouw werken aan de vraag hoe huizen en bedrijven over vijf jaar van warmte worden voorzien.”

Hoe gaat dit er straks in de praktijk uitzien?

“We moeten nu al nadenken over de vraag hoe we straks in de praktijk een wijk van het aardgas afhalen. Het ontzorgen van de bewoner moet daarbij een belangrijk uitgangspunt zijn. Als bijvoorbeeld – na een zorgvuldig besluitvormingsproces – besloten is om een gasnet te verwijderen en een warmtenet aan te leggen, dan kan ik me voorstellen dat er gekozen wordt voor één arbeidsgang. Dat betekent dat bij een woning in één dag zowel de gasaansluiting wordt verwijderd, de warmteaansluiting wordt gemaakt, en in de woning de installatie geschikt wordt gemaakt en de gasketel verwijderd. ’s Avonds zit de bewoner er weer warm bij. Begrijp me goed: dit is nog lang niet de praktijk. Maar we moeten onszelf dwingen naar nieuwe innovatieve samenwerkingsvormen en werkwijzen te zoeken. Samen met de bouw- en installatiesector. De energietransitie gaat alleen lukken als we met elkaar bereid zijn de dingen anders te organiseren dan we altijd gewend waren.”

Asbest in Eurogrit: ingedeeld in laagste risicoklasse

Asbest in Eurogrit

Het opruimen van asbesthoudend staalgrit waardoor veel werkzaamheden bij bedrijven stil lagen, kan veilig beginnen. Dat blijkt uit onderzoek van TNO in opdracht van de inspectie SZW dat dinsdag 31 oktober is gepubliceerd.

De betreffende asbest is door TNO ingedeeld in de laagste risicoklasse, de zogenaamde risicoklasse 1.

Procedures

Het is een goede zaak dat er eindelijk duidelijkheid is voor medewerkers en bedrijven. Veel werk bij bedrijven lag stil en de economische schade liep inmiddels aardig op. Ook is er nu duidelijkheid hoe het met asbest vervuilde straalgrit veilig kan worden opgeruimd en welke procedures daarbij gelden voor medewerkers.

Opruimen Eurogrit onder strikte voorwaarden

Uit de metingen van TNO blijkt dat het verontreinigd straalgrit verantwoord opgeruimd kan worden door het onder meer doornat te maken en daarna op te zuigen. Het gebruikte asbesthoudende straalgrit dient het bedrijf zelf als asbesthoudende afvalstof te (laten) verwijderen. Dit kan onder strikte voorwaarden. Als er nog ongebruikt straalgrit aanwezig is bij bedrijven zal dit straalgrit door Eurogrit worden afgevoerd. Bedrijven worden hierover door Eurogrit geïnformeerd. Meer informatie over de voorwaarden en werkwijzen is te vinden op de website van de ISZW.

Blootstelling van werknemers

De Inspectie SZW zal bij een aantal bedrijven informatie opvragen en op een aantal locaties inspecties uitvoeren. Onlangs werd bekend dat in het straalmiddel Eurogrit aluminiumsilicaat smeitslak grit, geleverd door het bedrijf Eurogrit B.V. uit Dordrecht, asbest is aangetroffen. Mogelijk 140 bedrijven hebben gewerkt met dit straalgrit. Nadat bekend werd dat het straalgrit verontreinigd is met asbest, is er ongerustheid ontstaan over de mogelijke blootstelling aan asbest van werknemers en omwonenden, en de bijbehorende risico’s.

De Inspectie SZW (iSZW), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Omgevingsdiensten werken nauw samen om bovenstaande problematiek goed in kaart te brengen en de benodigde maatregelen te treffen bij de bedrijven die hebben gewerkt met dit straalgrit of het straalgrit op de bedrijfslocatie hebben opgeslagen. iSZW voert in Uit kader onder andere een onderzoek uit naar de blootstellings- risico’s voor werknemers en omwonenden tijdens verschillende scenario’s die van toepassing zijn op deze casu

Wil je meer weten over blootstelling van werknemers tijdens het opruimen van straalgrit? Lees hier het volledige TNO rapport. 

Sociale partners bouw geven sociaal verantwoord opdrachtgeverschap gezicht

Sociale partners geven sociaal opdrachtgeverschap

Bouwend Nederland, FNV en CNV Vakmensen overhandigen vandaag in Den Haag de brochure Bouwen doen we Samen! aan de leden van de 2e Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Werkgevers en werknemers binnen de bouw- en infrasector trekken hiermee gezamenlijk op om sociaal verantwoord opdrachtgeverschap een gezicht te geven.

De bouw- en infrasector staat de komende jaren voor een enorme opgave: 900.000 nieuwe woningen bouwen, 137.000 kilometer wegen onderhouden, duizenden scholen en kantoren verduurzamen 1,8 miljoen kilometer kabels en leidingen bijhouden of vervangen. Een klus die de branche maar wat graag aanpakt, maar die niet te klaren valt zonder investeringen van overheden, marktpartijen, corporaties, maatschappelijke organisaties, investeerders, onderwijsinstellingen en andere stakeholders.

Lees meer

schiphol

Meer woningbouw rondom Schiphol

Demissionair staatssecretaris Dijksma heeft het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) ter vaststelling aan de Koning aangeboden. Het besluit treedt per 1 januari 2018 in werking. Dat betekent dat er weer gebouwd kan worden in de nabijheid van Schiphol.

Gedeputeerde Ruimtelijke Ordening Joke Geldhof: “Ik ben blij dat deze dynamische regio zich nu weer verder kan ontwikkelen. Een groot aantal woningbouwplannen dat vastliep op de strenge regels van het Rijk, kan nu van start. Dit draagt bij aan een sterke metropoolregio Amsterdam, mét voldoende woningen én een sterke luchthaven.”

Door het Luchthavenindelingbesluit kunnen woonkernen waar de vitaliteit onder druk staat, zich weer ontwikkelen. Geldhof: “Er komt weer ruimte voor noodzakelijke, kleinschalige woningbouw in de directe omgeving van Schiphol. Dat is hard nodig.” Dorpen als Zwanenburg en Rijsenhout krijgen hierdoor hun langverwachte impuls. Onder aanvoering van de provincie Noord-Holland en de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer is hier de afgelopen jaren in samenwerking met 18 gemeenten en de provincie Zuid-Holland hard aan gewerkt.

Transformeren kantoren

Voor het gebied verder van de luchthaven gelegen vervalt het verbod op transformatie van niet geluidgevoelige gebouwen als fabrieken naar geluidgevoelige bebouwing zoals woningen. Daarmee kunnen verpauperde bedrijventerreinen en leegstaande kantoren getransformeerd worden tot woningen. Ook een project als de herinrichting van het Havenstraat-gebied in Amsterdam wordt daarmee mogelijk gemaakt.

Regionale afspraken

Uiteraard zullen provincies en gemeenten in verband met de geluidsbelasting zorgvuldig blijven afwegen waar wel en niet gebouwd kan worden in het gebied rondom Schiphol. Ook hebben de provincies en gemeenten afspraken gemaakt over de informatie die toekomstige bewoners moeten krijgen. Verder zijn er afspraken gemaakt over de manier waarop wordt omgegaan met eventuele klachten en het voorkomen van extra kosten voor de luchtvaartsector. Voor meer informatie verwijzen wij alle lezers naar de Provincie Noord Holland, de afdeling van gedeputeerde Joke Geldhof heeft alle benodigde correspondentie voorhanden en kunnen u derhalve de juiste informatie verstrekken.

Bouwtekening Geris Bouwtechniek

Meten is (z)Weten – het belang van een goed meetrapport

Het belang van een goed meetrapport. In de wetenschap, marketing maar zeker ook in de techniek is het belangrijk om metingen te verrichten. In elke sector gaat dit op een andere manier en heeft het een ander doel.

In mijn vak, de bouw, is het van levensbelang om in alle stadia metingen te verrichten, te registreren en te evalueren. Hoe denk je dat anders de gebouwen kunnen worden gemaakt? Doe maar een beetje naar links en dan weer naar rechts, is natuurlijk niet echt duidelijk. Zowel de uitvoerder, tekenaar, architect maar ook de projectontwikkelaar hebben de juiste maatvoering nodig om het eindproduct te kunnen realiseren.

Net zoals iedereen foto’s kan maken kan ook iedereen afstanden meten MAAR hoe accuraat zijn de gegevens? Het ene meetlint is immers het andere niet en daarom zijn er zogenaamde normen opgesteld waarin duidelijk word aangegeven op welke manier je moet meten om tot universele gegevens te komen.

De NEN 2580 is er zo één. In deze norm (NEderlandse Norm nummer 2580) word duidelijk omschreven hoe je oppervlakten en inhouden van gebouwen dient te meten en te registreren. Is deze dan ook verplicht om aan te houden als je een tuinhuisje wilt maken? Nee dat niet maar het is wel een noodzakelijk instrument voor de professionele vastgoedsector.

Voor de verkoop van je woning of bedrijfspand is een zogenaamd meetrapport verplicht want de meters (m2 en m3) bepalen immers de prijs van het object. Bij de verkoop van woningen is het sinds 2010 verplicht om naast de NEN norm als aanvullende voorschriften de zogenaamde meetinstructie toe te passen. Dit zijn regels die onder andere aangeven hoeveel échte woonoppervlakte er eigenlijk is. Er zijn tal van verschillende soorten oppervlakten maar weet jij bijvoorbeeld hoeveel woonoppervlak je huis werkelijk heeft? Waarschijnlijk niet maar waarom is het dan zo belangrijk? Door de juiste gegevens te laten produceren kun je geld besparen, écht, hoe dan? Nou stel je voor dat je je huis verkoopt waarbij blijkt dat de woning eigenlijk 4m2 groter is dan op de stukken aangegeven staat. Dat lijkt op het eerste gezicht niet veel maar elke vierkante meter kost letterlijk geld (of brengt geld op) en dat betekend dat in gebieden waar de meters duur zijn, zoals Amsterdam/Utrecht/Den Haag, je op deze manier vele duizenden euro’s aan inkomsten kan mislopen, en dat is zonde toch?

Vaak denkt men dat het meten van object overbodig is omdat er bouwkundige tekeningen kunnen worden overhandigd. In theorie is dat inderdaad correct maar in de praktijk blijkt vaak dat de tekeningen onjuist zijn doordat na de bouw bijvoorbeeld de indeling is aangepast, een aanbouw of een dakkapel of iets anders in loop der tijd gewijzigd is wat tevens invloed heeft op de hoeveelheden. Daarnaast snappen maar weinig mensen de bouwkundige tekeningen. De norm is overigens niet alleen van toepassing bij de bestaande woningen maar ook voor de nieuwbouw.

Geris Bouwtechniek is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het meten van vastgoed volgens de actuele normen en word daarom zeer frequent door makelaars (woningen én bedrijfsruimten) maar ook door vastgoedinvesteerders ingeschakeld om diverse objecten in te meten, meetgegevens te registreren en het meetcertificaat incl. de bijbehorende tekeningen aan te leveren. Om er zeker van te zijn dat alles klopt meten wij alleen op locatie en niet vanaf een tekening. Dan weet je in ieder geval zeker dat je geen geld misloopt! Twijfel je over de berekening die je van de makelaar of aannemer hebt ontvangen? Neem óók dan contact met ons op voor een second opinion. 

Boris Gregec

 

Nationale Duurzame Huizenroute: 4 en 11 november 2017

‘Sneu’ wonen willen senioren niet

Ouderenhuisvesting draagt nog teveel het stempel van ‘bescheiden’. Bouwers en ontwikkelaars denken bij senioren ook nog teveel in termen van ‘oudjes’ en ‘sneu’. Maar babyboom-senioren verleid je niet met een simpele driekamerwoning. Die hoeven in vierkante meters niet zo nodig terug of kijken uit naar een woning met uitstraling in of nabij de stad met al zijn reuring.

Dit recept voor ouderenwoningen schetst Netty van Triest, senior projectleider bij Platform 31. Over ouderenhuisvesting in de wijk van de toekomst ging ook BNR Bouwmeesters van woensdag 10 mei.
Groei aantal ouderen vertalen in woonvraag is lastig.

Lees meer

Stad van de toekomst Bouw

Bouwsector moet zich meer richten op stadmaken met mengvormen

“Een bouwbedrijf dat toekomstgericht is, mikt niet meer op woningen bouwen maar op stadmaken. Met mengvormen van wonen, werken en voorzieningen. ” Die boodschap voor de bouwsector heeft ir Hans Leeflang, adviseur ruimtelijke activering van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De vraag wat voor woningen Nederland nodig heeft voor de toekomst en welke lessen bestaande woningbouw biedt, kwam ook aan de orde in de uitzending van BNR Bouwmeesters van 21 december.

Leeflang, destijds bij het Ministerie van Vrom verantwoordelijk voor de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex, 1991), zet grote vraagtekens bij de “paniek” die hij bespeurt op de woningmarkt nu die weer aantrekt. “Het lijkt wel weer of de Tweede Wereldoorlog net voorbij is. Woningnood hoor ik. Dan denk ik waar heb je het over. Vinex is ook gestart met een opgave van 1 miljoen woningen. Maar we zitten als samenleving nu echt in een hele andere fase. Een Deltaplan woningbouw uit de kast rukken voor de komende 25 jaar is niet de oplossing. Het is nu vooral een kwalitatief vraagstuk waar we voor staan.”

Deze tijd vraagt om maatwerk

Leeflang is als ‘de vader van de Vinex’ niet ontevreden over het resultaat van die nota: “De Vinex heeft zowel randstedelijk als binnenstedelijk mooie nieuwe woonmilieus toegevoegd, die ook lange tijd meekunnen.” Wat ook weer niet wil zeggen dat het tijd is voor een Vinex-ronde 2.0. “Je moet wel blijven nadenken over de woningvoorraad. Maar wat we van Vinex kunnen leren, is dat je niet in een beweging voor het hele land dezelfde oplossing moet willen, want dan maak je fouten. Zeker deze tijd vraagt veel meer om maatwerk en een stap voor stap-ontwikkeling.”

Maken van steden

In plaats van om het bouwen van woningen, draait het volgens Leeflang nu om het maken van steden. “De relatie tussen wonen, werken en vrijetijdsbesteding is nu anders. Bij wonen gaat het veel meer om het mengen van die functies. Waarbij je ook kijkt of vastgoed cyclisch is. De ene periode gebruik je een gebouw zo en later weer anders. Die flexibiliteit in de gebouwenvoorraad vormt denk ik een van de grootste uitdagingen.” Bouwbedrijven en ontwikkelaars doen er volgens Leeflang goed aan zich ook meer te richten op stadmaken: “Wil je toekomstgericht bezig zijn, dan moet je je als sector ook meer oriënteren op die mengvormen.”

Aardgasloze gebouwde omgeving

De woningmarkt vraagt volgens Leeflang nu veel meer om een regionale aanpak. “De grote druk op die markt zit vooral in de Noordvleugel van de Randstad, in Amsterdam en Utrecht. Het gesprek over het woningbouwvraagstuk moet je dus veel meer op het niveau van stadsregio’s voeren.” Een actueel voorbeeld van hoe het nu moet noemt Leeflang de rol die de provincie Noord-Holland speelt bij de ontwikkeling van een aardgasloze gebouwde omgeving in de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Meer zeggingskracht voor gebruikers

De rol van overheden is volgens Leeflang regie te voeren over de “grote verbouwingsoperatie van de komende 25 jaar”. “Niet zelf met een visie komen, maar zorgen dat er een gedeeld beeld op de stad of het land van de toekomst komt. En vervolgens heel veel aandacht hebben voor waar dat nieuwe Nederland en die nieuwe steden worden gebouwd en daar zo nodig een steuntje in de rug aan geven. En bovenal stimuleren dat er kwalitatief hoogwaardig wordt gebouwd met een hoge omgevingskwaliteit als resultaat. Want met alleen sober en doelmatig woningen bouwen en asfalt leggen komt het niet goed in 2040. Alles begint dus bij de gebruikers van de ruimte, die moeten veel meer zeggingskracht krijgen.”

Nationale Omgevingsvisie

Leeflang kijkt belangstellend uit naar de Nationale Omgevingsvisie, waarvan dit kabinet in januari met het eerste deel komt. “Het is na de verkiezingen aan het volgende kabinet om dit gedeelde beeld op onze toekomstige leefomgeving echt voor elkaar te krijgen. Dat wordt spannend, want ik denk dat daar nog wel wat voor moet gebeuren in het land.” Wat hem betreft moet die Omgevingsvisie zich ook uitspreken over de plek die we zelfsturende voertuigen straks in de gebouwde omgeving geven.

Welke plek verdienen zelfrijdende voertuigen?

“De auto van nu hebben we met elkaar heel erg over stad en land heen laten komen. De grote uitdaging is nu om niet weer alleen maar volgend en accomoderend te zijn op die nieuwe technologie, maar om ons vanuit publieke waarden af te vragen hoe we het willen hebben, dus welke plek die voertuigen verdienen. Benut de kans op meer ruimte voor fietsen, wandelen en groen in de stad door te anticiperen op deze zekere ontwikkeling. Dat is ook mijn boodschap aan alle betrokken partijen. Geef nu actief vorm aan de stad of regio van de toekomst, anders word je door de autonome ontwikkelingen ingehaald.”

 

Bouwend Nederland – BNR Bouwmeesters

Ouderen senioren langer thuis wonen domotica

Samenwerking UNETO-VNI en Vegro om ouderen langer zelfstandig te laten wonen

Installateurskoepel UNETO-VNI en zorgartikelen-leverancier Vegro gaan samenwerken om ouderen te helpen hun huis levensloopbestendig te maken. Hiervoor hebben beide organisaties op 7 december een convenant getekend. Klanten van Vegro die langer zelfstandig willen blijven wonen, ontvangen voortaan een vrijblijvend advies van een erkende ComfortInstallateur.

Ook schakelt Vegro een ComfortInstallateur in voor het uitvoeren van woningaanpassingen. Dankzij de samenwerking verwachten de organisaties de komende vijf jaar 5.000 woningen aan te pakken.

Het convenant van UNETO-VNI en Vegro brengt vraag en aanbod dichter bij elkaar. Vegro krijgt dagelijks vragen van klanten over de mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven wonen. Het bedrijf brengt die klanten vanaf vandaag in contact met een ComfortInstallateur die advies verstrekt én de werkzaamheden vervolgens uitvoert en coördineert. Vicevoorzitter Claudia Reiner: ‘De vraag naar levensloopbestendige woningen zal de komende jaren fors toenemen. Met dit initiatief willen we het tekort aan aangepaste woningen verminderen en meer ouderen de kans geven om veilig en comfortabel in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen.’

Lees meer