Berichten

Bouwtekening Geris Bouwtechniek

Meten is (z)Weten – het belang van een goed meetrapport

Het belang van een goed meetrapport. In de wetenschap, marketing maar zeker ook in de techniek is het belangrijk om metingen te verrichten. In elke sector gaat dit op een andere manier en heeft het een ander doel.

In mijn vak, de bouw, is het van levensbelang om in alle stadia metingen te verrichten, te registreren en te evalueren. Hoe denk je dat anders de gebouwen kunnen worden gemaakt? Doe maar een beetje naar links en dan weer naar rechts, is natuurlijk niet echt duidelijk. Zowel de uitvoerder, tekenaar, architect maar ook de projectontwikkelaar hebben de juiste maatvoering nodig om het eindproduct te kunnen realiseren.

Net zoals iedereen foto’s kan maken kan ook iedereen afstanden meten MAAR hoe accuraat zijn de gegevens? Het ene meetlint is immers het andere niet en daarom zijn er zogenaamde normen opgesteld waarin duidelijk word aangegeven op welke manier je moet meten om tot universele gegevens te komen.

De NEN 2580 is er zo één. In deze norm (NEderlandse Norm nummer 2580) word duidelijk omschreven hoe je oppervlakten en inhouden van gebouwen dient te meten en te registreren. Is deze dan ook verplicht om aan te houden als je een tuinhuisje wilt maken? Nee dat niet maar het is wel een noodzakelijk instrument voor de professionele vastgoedsector.

Voor de verkoop van je woning of bedrijfspand is een zogenaamd meetrapport verplicht want de meters (m2 en m3) bepalen immers de prijs van het object. Bij de verkoop van woningen is het sinds 2010 verplicht om naast de NEN norm als aanvullende voorschriften de zogenaamde meetinstructie toe te passen. Dit zijn regels die onder andere aangeven hoeveel échte woonoppervlakte er eigenlijk is. Er zijn tal van verschillende soorten oppervlakten maar weet jij bijvoorbeeld hoeveel woonoppervlak je huis werkelijk heeft? Waarschijnlijk niet maar waarom is het dan zo belangrijk? Door de juiste gegevens te laten produceren kun je geld besparen, écht, hoe dan? Nou stel je voor dat je je huis verkoopt waarbij blijkt dat de woning eigenlijk 4m2 groter is dan op de stukken aangegeven staat. Dat lijkt op het eerste gezicht niet veel maar elke vierkante meter kost letterlijk geld (of brengt geld op) en dat betekend dat in gebieden waar de meters duur zijn, zoals Amsterdam/Utrecht/Den Haag, je op deze manier vele duizenden euro’s aan inkomsten kan mislopen, en dat is zonde toch?

Vaak denkt men dat het meten van object overbodig is omdat er bouwkundige tekeningen kunnen worden overhandigd. In theorie is dat inderdaad correct maar in de praktijk blijkt vaak dat de tekeningen onjuist zijn doordat na de bouw bijvoorbeeld de indeling is aangepast, een aanbouw of een dakkapel of iets anders in loop der tijd gewijzigd is wat tevens invloed heeft op de hoeveelheden. Daarnaast snappen maar weinig mensen de bouwkundige tekeningen. De norm is overigens niet alleen van toepassing bij de bestaande woningen maar ook voor de nieuwbouw.

Geris Bouwtechniek is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het meten van vastgoed volgens de actuele normen en word daarom zeer frequent door makelaars (woningen én bedrijfsruimten) maar ook door vastgoedinvesteerders ingeschakeld om diverse objecten in te meten, meetgegevens te registreren en het meetcertificaat incl. de bijbehorende tekeningen aan te leveren. Om er zeker van te zijn dat alles klopt meten wij alleen op locatie en niet vanaf een tekening. Dan weet je in ieder geval zeker dat je geen geld misloopt! Twijfel je over de berekening die je van de makelaar of aannemer hebt ontvangen? Neem óók dan contact met ons op voor een second opinion. 

Boris Gregec

 

Nationale Duurzame Huizenroute: 4 en 11 november 2017

‘Sneu’ wonen willen senioren niet

Ouderenhuisvesting draagt nog teveel het stempel van ‘bescheiden’. Bouwers en ontwikkelaars denken bij senioren ook nog teveel in termen van ‘oudjes’ en ‘sneu’. Maar babyboom-senioren verleid je niet met een simpele driekamerwoning. Die hoeven in vierkante meters niet zo nodig terug of kijken uit naar een woning met uitstraling in of nabij de stad met al zijn reuring.

Dit recept voor ouderenwoningen schetst Netty van Triest, senior projectleider bij Platform 31. Over ouderenhuisvesting in de wijk van de toekomst ging ook BNR Bouwmeesters van woensdag 10 mei.
Groei aantal ouderen vertalen in woonvraag is lastig.

Lees meer

Stad van de toekomst Bouw

Bouwsector moet zich meer richten op stadmaken met mengvormen

“Een bouwbedrijf dat toekomstgericht is, mikt niet meer op woningen bouwen maar op stadmaken. Met mengvormen van wonen, werken en voorzieningen. ” Die boodschap voor de bouwsector heeft ir Hans Leeflang, adviseur ruimtelijke activering van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De vraag wat voor woningen Nederland nodig heeft voor de toekomst en welke lessen bestaande woningbouw biedt, kwam ook aan de orde in de uitzending van BNR Bouwmeesters van 21 december.

Leeflang, destijds bij het Ministerie van Vrom verantwoordelijk voor de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (Vinex, 1991), zet grote vraagtekens bij de “paniek” die hij bespeurt op de woningmarkt nu die weer aantrekt. “Het lijkt wel weer of de Tweede Wereldoorlog net voorbij is. Woningnood hoor ik. Dan denk ik waar heb je het over. Vinex is ook gestart met een opgave van 1 miljoen woningen. Maar we zitten als samenleving nu echt in een hele andere fase. Een Deltaplan woningbouw uit de kast rukken voor de komende 25 jaar is niet de oplossing. Het is nu vooral een kwalitatief vraagstuk waar we voor staan.”

Deze tijd vraagt om maatwerk

Leeflang is als ‘de vader van de Vinex’ niet ontevreden over het resultaat van die nota: “De Vinex heeft zowel randstedelijk als binnenstedelijk mooie nieuwe woonmilieus toegevoegd, die ook lange tijd meekunnen.” Wat ook weer niet wil zeggen dat het tijd is voor een Vinex-ronde 2.0. “Je moet wel blijven nadenken over de woningvoorraad. Maar wat we van Vinex kunnen leren, is dat je niet in een beweging voor het hele land dezelfde oplossing moet willen, want dan maak je fouten. Zeker deze tijd vraagt veel meer om maatwerk en een stap voor stap-ontwikkeling.”

Maken van steden

In plaats van om het bouwen van woningen, draait het volgens Leeflang nu om het maken van steden. “De relatie tussen wonen, werken en vrijetijdsbesteding is nu anders. Bij wonen gaat het veel meer om het mengen van die functies. Waarbij je ook kijkt of vastgoed cyclisch is. De ene periode gebruik je een gebouw zo en later weer anders. Die flexibiliteit in de gebouwenvoorraad vormt denk ik een van de grootste uitdagingen.” Bouwbedrijven en ontwikkelaars doen er volgens Leeflang goed aan zich ook meer te richten op stadmaken: “Wil je toekomstgericht bezig zijn, dan moet je je als sector ook meer oriënteren op die mengvormen.”

Aardgasloze gebouwde omgeving

De woningmarkt vraagt volgens Leeflang nu veel meer om een regionale aanpak. “De grote druk op die markt zit vooral in de Noordvleugel van de Randstad, in Amsterdam en Utrecht. Het gesprek over het woningbouwvraagstuk moet je dus veel meer op het niveau van stadsregio’s voeren.” Een actueel voorbeeld van hoe het nu moet noemt Leeflang de rol die de provincie Noord-Holland speelt bij de ontwikkeling van een aardgasloze gebouwde omgeving in de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Meer zeggingskracht voor gebruikers

De rol van overheden is volgens Leeflang regie te voeren over de “grote verbouwingsoperatie van de komende 25 jaar”. “Niet zelf met een visie komen, maar zorgen dat er een gedeeld beeld op de stad of het land van de toekomst komt. En vervolgens heel veel aandacht hebben voor waar dat nieuwe Nederland en die nieuwe steden worden gebouwd en daar zo nodig een steuntje in de rug aan geven. En bovenal stimuleren dat er kwalitatief hoogwaardig wordt gebouwd met een hoge omgevingskwaliteit als resultaat. Want met alleen sober en doelmatig woningen bouwen en asfalt leggen komt het niet goed in 2040. Alles begint dus bij de gebruikers van de ruimte, die moeten veel meer zeggingskracht krijgen.”

Nationale Omgevingsvisie

Leeflang kijkt belangstellend uit naar de Nationale Omgevingsvisie, waarvan dit kabinet in januari met het eerste deel komt. “Het is na de verkiezingen aan het volgende kabinet om dit gedeelde beeld op onze toekomstige leefomgeving echt voor elkaar te krijgen. Dat wordt spannend, want ik denk dat daar nog wel wat voor moet gebeuren in het land.” Wat hem betreft moet die Omgevingsvisie zich ook uitspreken over de plek die we zelfsturende voertuigen straks in de gebouwde omgeving geven.

Welke plek verdienen zelfrijdende voertuigen?

“De auto van nu hebben we met elkaar heel erg over stad en land heen laten komen. De grote uitdaging is nu om niet weer alleen maar volgend en accomoderend te zijn op die nieuwe technologie, maar om ons vanuit publieke waarden af te vragen hoe we het willen hebben, dus welke plek die voertuigen verdienen. Benut de kans op meer ruimte voor fietsen, wandelen en groen in de stad door te anticiperen op deze zekere ontwikkeling. Dat is ook mijn boodschap aan alle betrokken partijen. Geef nu actief vorm aan de stad of regio van de toekomst, anders word je door de autonome ontwikkelingen ingehaald.”

 

Bouwend Nederland – BNR Bouwmeesters

Ouderen senioren langer thuis wonen domotica

Samenwerking UNETO-VNI en Vegro om ouderen langer zelfstandig te laten wonen

Installateurskoepel UNETO-VNI en zorgartikelen-leverancier Vegro gaan samenwerken om ouderen te helpen hun huis levensloopbestendig te maken. Hiervoor hebben beide organisaties op 7 december een convenant getekend. Klanten van Vegro die langer zelfstandig willen blijven wonen, ontvangen voortaan een vrijblijvend advies van een erkende ComfortInstallateur.

Ook schakelt Vegro een ComfortInstallateur in voor het uitvoeren van woningaanpassingen. Dankzij de samenwerking verwachten de organisaties de komende vijf jaar 5.000 woningen aan te pakken.

Het convenant van UNETO-VNI en Vegro brengt vraag en aanbod dichter bij elkaar. Vegro krijgt dagelijks vragen van klanten over de mogelijkheden om langer zelfstandig te blijven wonen. Het bedrijf brengt die klanten vanaf vandaag in contact met een ComfortInstallateur die advies verstrekt én de werkzaamheden vervolgens uitvoert en coördineert. Vicevoorzitter Claudia Reiner: ‘De vraag naar levensloopbestendige woningen zal de komende jaren fors toenemen. Met dit initiatief willen we het tekort aan aangepaste woningen verminderen en meer ouderen de kans geven om veilig en comfortabel in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen.’

Lees meer

bouw

Vaart maken met bouw van woningen vrije huursector

Minister Blok (Wonen) werkt aan een wetswijziging die gemeenten in staat moet stellen meer vaart te maken met de bouw van woningen voor de vrije huursector. Bouwbedrijven kunnen er straks voor zorgen dat die woningen ook echt van de grond komen. Door er bij gemeenten op aan te sturen dat die direct werk maken van de nieuwe regeling. Dat zegt Joep Arts, adviseur woningmarkt bij Stec Groep die aan de wieg stond van de nieuwe regeling. BNR Bouwmeesters van 21 september ging over het duurste segment van de woningmarkt.

Arts is in zijn nopjes over de wetswijziging die Blok voor het eind van het jaar als voorstel naar de Tweede Kamer wil sturen. “Die is in lijn met de aanbevelingen die wij aan het ministerie deden op basis van ons onderzoek onder gemeenten. Van veel gemeenten hoorden we dat ze een instrument misten om beter te kunnen sturen op het vrijehuursegment. Dat komt er nu dus aan.”

Versnelling

In een brief aan de Kamer van 19 september legt Blok uit door aanpassing van de wet het voor gemeenten mogelijk te willen maken dat ze vrijesectorhuurwoningen als een aparte categorie kunnen opnemen in het bestemmingsplan, ook voor grond die ze niet zelf in bezit hebben. Zoals nu al mogelijk is voor sociale huurwoningen en particulier opdrachtgeverschap. De bewindsman hoopt zo bij te dragen aan een versnelling van de ontwikkeling van het vrijesectorhuurwoningen.
De aangekondigde wetswijziging is het resultaat van het overleg dat Blok de voorbije maanden met de Kamer voerde over de ontwikkeling van de vrijehuursectormarkt. Behalve op het rapport van Stec Groep reageert de bewindsman met zijn brief aan de Kamer op het onderzoek van woningbeleggingsadviseur Capital Value onder institutionele, particuliere en buitenlandse beleggers over ontwikkelingen op de Nederlandse woning(beleggings)markt.

Extra inspanning

Capital Value signaleerde dat de Nederlandse huurwoningmarkt sinds enkele jaren volop in de belangstelling staat van binnen- en buitenlandse beleggers maar waarschuwde dat er mogelijk onvoldoende investeringsprojecten tot stand komen om al het beschikbare kapitaal ook echt aan te kunnen wenden voor de Nederlandse woningmarkt. Stec Groep kwam op basis van het onderzoek onder gemeenten tot de conclusie dat er nog onvoldoende wordt gedaan om de ontwikkeling van het vrijehuursegment te versnellen. Beide partijen pleitten voor extra inspanningen voor het zorgen voor voldoende nieuwbouwaanbod: “Meer aandacht in de programmering voor de bouw van vrijesectorhuurwoningen, ook als dit ten koste gaat van de grondopbrengsten; meer samenwerking tussen gemeenten, corporaties en marktpartijen; en meer regionale samenwerking tussen gemeenten om kwalitatief en kwantitatief aanbod beter af te stemmen.”

Blok onderschrijft het belang van meer samenwerking tussen gemeenten en beleggers. Tegelijkertijd vermoedt de bewindsman dat met alleen nieuwbouw op korte termijn niet tegemoet kan worden gekomen aan de woningbehoefte. In de brief aan de Kamer stelt hij dat de oplossing deels moet worden gevonden in de bestaande vastgoedvoorraad. “Zo kan door transformatie van kantoorgebouwen het aanbod van woningen in het middensegment worden vergroot.” Als bovendien corporaties duurdere woningen aan beleggers verkopen kan, aldus Blok, het aanbod van huurwoningen voor inkomens net boven de toewijzingsgrens voor de sociale sector ook op korte termijn worden verruimd.

Niet in één klap

Arts van Stec Groep ziet in de nieuwe regeling een kans voor gemeenten. Tegelijkertijd denkt hij dat vooral kleinere gemeenten nog wel een duwtje in de rug kunnen gebruiken. “Grote gemeenten als de G4 kennen al een specifiek grondbeleid voor het vrijesectorhuursegment. Kleinere gemeenten lopen vaak achter met hun woonbeleid. Ze vinden vooral koopwoningen en sociale huur heel belangrijk. Door het verschil in grondwaarde wint in hun grondbeleid koop het ook vaak van vrijesectorhuur. Dat segment zit ook niet in hun dna. Veel van die gemeenten hebben ook weinig of geen contact met institutionele beleggers.” Arts denkt daarom dat het wel even zal duren voordat alle gemeenten Blok’s nieuwe regeling straks in al hun bestemmingsplannen zullen hebben overgenomen: “Dat gebeurt niet in één klap. Daar gaat wel een paar jaar overheen.”

Samenwerkingstafel

Blok kondigt in de brief aan een ‘samenwerkingstafel’ te zullen instellen om invoering van de nieuwe regeling te bespoedigen. “Aan deze tafel zullen Rijk, gemeenten corporaties en marktpartijen knelpunten inventariseren en oplossen.” Arts denkt dat bij dat bespoedigen ook bouwbedrijven een rol kunnen spelen: “Door er bij gemeenten op aan testuren dat die ermee aan de slag gaan en door er samen voor te zorgen dat bestemmingsplannen worden aangepast.”

Energie Besparing Huis

Absolute chaos rond energielabel nieuwbouwwoningen

Sinds 1 januari van dit jaar zijn ontwikkelaars en bouwers wettelijk verplicht om bij de oplevering van een nieuwbouwwoning een energielabel te overhandigen aan de koper. Ondanks herhaalde aanmaningen vanuit de bouw en kritische vragen vanuit de Tweede Kamer is het nog steeds niet mogelijk om bij oplevering een energielabel voor een nieuwbouwwoning te verkrijgen.

De vier brancheorganisaties van het Lente-akkoord Zeer Energiezuinige Nieuwbouw (ZEN) zijn verontwaardigd over de gang van zaken bij het energielabel. Volgens de vier verenigingen (Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM en NVB-Bouw) heeft het ministerie van BZK de procedure niet op orde. Met het wettelijk verplichte energielabel wordt aangetoond dat een nieuwe woning wat betreft energieprestatie voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Opdrachtgevers en bouwers hebben de invoering van zo’n label – een verplichting vanuit Brussel – altijd ondersteund. Dat de procedure om zo’n definitief label te krijgen nog steeds niet werkt zijn de vier organisaties echter meer dan zat. Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland karakteriseert de gang van zaken als “absolute chaos”.

Internetapp werkt niet

Voor het aanvragen van energielabels voor nieuwbouwwoningen is een internetapp in opdracht van het ministerie van BZK ontwikkeld, waarin kinderziekten en ontwerpfouten blijken te zitten. In maart stuurden de vier brancheverenigingen hun eerste brandbrief aan minister Blok. In mei werden indringende Kamervragen gesteld, maar nog steeds werkt het systeem niet. Inmiddels is ook duidelijk geworden dat de door BZK gekozen oplossing helemaal niet kan werken, omdat het gebaseerd is op de BAG-registratie bij het kadaster. Gemeenten dienen daarvoor zorg te dragen, maar zij hebben daar tot een half jaar na oplevering de tijd.

Puur administratieve gelegenheid

Inmiddels laten kopers bij de oplevering van hun nieuwe woning op grote schaal aantekenen dat het energielabel ontbreekt. Op basis daarvan zijn zij gerechtigd om een deel van de laatste 5% van de koopsom in te houden. Ook heeft de Inspectie voor de leefomgeving boetes en dwangsommen aan bouwers in het vooruitzicht gesteld als zij geen energielabel overhandigen, terwijl zij daartoe gewoonweg niet in staat zijn. Volgens Maxime Verhagen leidt de bouw schade door de gang van zaken.

Voor de nieuwbouw is het verstrekken van het energielabel overigens een puur administratieve aangelegenheid, gebaseerd op Europese regels. Alle nieuwbouwwoningen in Nederland voldoen ruimschoots aan het energie A-label, omdat de eisen in het Bouwbesluit veel scherper zijn dan die van het A-label. Om die reden hebben de vier brancheverenigingen minister Blok met klem verzocht om de verplichting voor een definitief energielabel voor nieuwbouwwoningen op te schorten, totdat de te doorlopen procedure naar behoren werkt.

Gekkigheid

Maxime Verhagen: “Alle nieuwbouwwoningen die op dit moment worden opgeleverd, voldoen ruimschoots aan de vereisten van het A-label; het tijdelijk opschorten van de verplichting om bij oplevering een energielabel te verstrekken doet daar niets aan af! Wij zijn van mening dat de gekkigheid nu lang genoeg heeft geduurd en dat de minister niets meer belooft maar nu handelt en de verplichting opschort tot hij orde op zaken heeft gesteld.”

Download hier de brief die Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM en NVB-Bouw op 9 oktober aan de minister hebben verstuurd.

In het Lente-akkoord hebben de vier brancheverenigingen met het rijk afgesproken dat zij in de periode 2007-2015 de energieprestatie van alle nieuwe gebouwen met 50% verminderen. Die doelstelling is gerealiseerd. Inmiddels werken zij aan de volgende mijlpaal: het uitsluitend ontwikkelen en realiseren van Zeer Energiezuinige Nieuwbouw: van bijna energieneutraal tot energieleverend. Die doelstelling moet uiterlijk 1 januari 2021 zijn bereikt.

Bouwend Nederland – Helen Visser

Woningproductie moet naar 90.000 per jaar worden opgeschroefd

De woningproductie tussen 2015 en 2020 worden opgeschroefd naar minimaal 80.000 tot 90.000 woningen per jaar vanwege snellere bevolkingsgroei. Dat is exclusief de inhaalvraag en de recente vluchtelingenstroom. Dat concludeert ABF Research in de  Primos 2015.

Het aantal huishoudens en woningen bedraagt 50.000 meer dan in de prognose van 2014. De bouwproductie zal daardoor omhoog moeten naar 80.000 tot 90.000 woningen op jaarbasis. De verwachte groei komt vooral op het conto van meer buitenlandse migranten. In 2014 verwachtte ABF een benodigde woningproductie van 70.000 tot 80.000 per jaar. Co Poulus, mededirecteur van ABF en verantwoordelijk voor de woningmarkt, spreekt van een minimumaantal.

‘De stromen asielzoekers die op dit moment op Europa afkomen, zijn nog niet in deze prognose verwerkt. Evenmin is rekening gehouden met de inhaalvraag die het gevolg is van vijf jaar woningbouwcrisis.’ In de nieuwste prognose van 80.000 tot 90.000 woningen is rekening gehouden met de woningsloop, benadrukt Poulus. ‘Jaarlijks worden 10.000 tot 20.000 woningen gesloopt. Mocht een bruto productie van 80.000 woningen worden gehaald, dan leidt dat tot een netto productie van 60.000 tot 70.000.’

Vorig jaar lag de woningproductie volgens het CBS op ongeveer 55.000, fors meer dan het historische dieptepunt van 40.000 in 2013. De Primos-prognose levert al dertig jaar cijfers over het toekomstige aantal inwoners, het aantal huishoudens, de woningvoorraad en de woningbehoefte. In Primos 2015 is de CBS Bevolkingsprognose van eind 2014 verwerkt. Ten opzichte van de voorgaande editie heeft het CBS zijn nationale prognose tot 2020 aanzienlijk omhoog bijgesteld.

Bouwend Nederland – M. van Rooij

Woningmarkt is weer katalysator van de economie

‘De Nederlandse economie is dit jaar weer terug op het niveau van voor de crisis’. Met deze woorden opent Minister van Economische Zaken Henk Kamp zijn bijdrage in de Macro Economische Verkenning 2016 van het Centraal Planbureau.

Volgens het CPB zal de economie dit jaar met 2,0% groeien en volgend jaar met 2,4%. De groei wordt ook breed gedragen. Ondanks de tegenvallende wereldhandel blijft de uitvoergroei robuust. De consumptie stijgt dankzij een toename van het besteedbaar inkomen. Het herstel wordt ondersteund door de groei van de investeringen en een aantrekkende woningmarkt.

Onzekere tijden

Achter de ramingen gaan zoals gebruikelijk diverse onzekerheden schuil. In een apart kader gaat het CPB in op de onzekere tijden voor de wereldhandel en de woningmarkt. Een negatief risico is de ontwikkeling in de opkomende economieën. Voor ons land kan dit leiden tot een lager dan geraamde groei van de uitvoer. Binnen Nederland bestaat een positief risico, dat herstel van de woningmarkt sneller gaat dan nu in de raming is voorzien.

Woningmarktvariant

In het scenario wordt aangenomen dat het aantal transacties niet afvlakt, maar zowel dit jaar als volgend jaar met ruim 21% groeit. Daarnaast leidt een sneller aantrekkende woningmarkt tot een toename van de huizenprijzen die ongeveer de helft hoger is dan in de centrale projectie. Enerzijds leidt dit tot meer aan wonen gerelateerde consumptie (woninginrichting, huishoudelijke apparaten, bouwmaterialen e.d.), anderzijds hebben vermogenseffecten een opwaarts effect op de consumptie. Een steviger herstel op de woningmarkt leidt ook tot meer verbouw en renovatie en de vraag naar nieuwbouwwoningen valt hoger uit. Door de toegenomen binnenlandse bestedingen komt de economische groei dit jaar 0,1%-punt en volgend jaar 0,3%-punt hoger uit. Daardoor daalt de werkloosheid volgend jaar met 0,1%-punt en verbetert het EMU-saldo met 0,2%-punt. Mooie cijfers.

Ruim baan

Terwijl de woningmarkt tijdens de crisis een negatieve bijdrage aan de economische groei heeft geleverd, kan het aantrekken van deze markt juist een boost geven aan de economie. Een positief risico derhalve. Reden genoeg om er voor te zorgen dat het door CPB geschetste scenario realiteit wordt. Ruim baan derhalve voor maatregelen die het investeringsklimaat voor de (woning)bouw bevorderen.

Tekst: Partner Bouwend Nederland – Wim Schreurs

foto Bouwend Nederland Kavels

BNR Bouwmeesters: markt vraagt om meer zelfbouw-kavels

Mensen die zelf een huis willen bouwen, komen onvoldoende aan de bak doordat er te weinig kavels zijn. Projectontwikkelaars en woningcorporaties zouden daarom bouwgrond maar een vaste beperkte tijd braak mogen laten liggen. Is zo’n kavel aan het einde van die termijn nog onbebouwd, dan zouden particuliere zelfbouwers er moeten mogen bouwen. Dat was woensdagmiddag de uitkomst van het gesprek in de uitzending van BNR Bouwmeesters.

‘Betekent het einde van de crisis, ook het einde van de zelfbouw?’ luidde het gespreksthema. Marcel Kastein, directeur van adviesbureau De Regie, architect John Zondag en Jacqueline Tellinga, gebiedsontwikkelaar van de gemeente Almere en lid van het landelijk Expertteam eigenbouw schoven aan als gesprekspartners.

Over of het niet van de zotte is dat mensen in Amsterdam-Noord bij het zelfbouwproject Buiksloterham al weken kamperen om er een kavel te bemachtigen, waren de drie gasten het meteen eens. “Veel keus hebben ze niet. In Amsterdam is dat de enige manier om een eigen kavel te pakken te krijgen“, resumeerde Kastein, die zelf veel zelfbouwers begeleidt. Dat het ook heel anders kan, toont Almere. Die gemeente geeft particuliere zelfbouwers alle ruimte.

Maatschappelijke tendens

Tellinga stelde ook vast dat zelfbouw geen hype meer is, maar inmiddels een “reguliere bouwstroom in de Nederlandse bouwproductie”. “Elke burger in je gemeente is een potentiële gegadigde om dit te kunnen gaan doen”, hield ze bestuurders van andere gemeenten voor. “Het zelf allemaal willen regelen, zonder grote instituties erbij”, lichtte Zondag de motivatie van zelfbouwers toe. Hij is betrokken bij het Buiksloterham-project: “Het is onderdeel van een maatschappelijke tendens naar een veel kleinschaligere organisatie van onze maatschappij.”

De drie sprekers vroegen zich toch af of de zelfbouwtrend door gemeenten niet weer de kop wordt ingedrukt nu de crisis voorbij is. Kastein: “Het is interessant om te zien of gemeentebestuurders die de afgelopen jaren uit pragmatisme zeiden dat ze alles voor de burger zouden doen, zich daar aan blijven houden of dat ze nu toch voor de makkelijke weg kiezen en weer contracten gaan afsluiten met grote partijen.”

Sleutelrol overheid

Volgens de drie BNR-gasten speelt de overheid dus een sleutelrol bij het zorgen dat er wel voldoende kavels voor zelfbouwers zijn. En wel door aan grote ontwikkelaars en corporaties een deadline te stellen voor de termijn waarbinnen grond waar ze een optie op hebben, moet zijn bebouwd. Zondag: “Sommige grote partijen zijn na tien en soms 20 jaar nog steeds niet aan het ontwikkelen. Voor zulke grote partijen zou het zo moeten zijn dat als ze binnen bijvoorbeeld drie jaar geen concreet plan hebben, hun claim op zo’n kavel wordt doorgeschoven naar partijen als zelfbouwers die binnen drie jaar wel in staat zijn een huis te bouwen.”

Een goed beeld

Veel lastiger is door de overheid ingrijpen als grond eigendom is van een ontwikkelende partij. Tellinga riep in dit verband ‘Den Haag’ op voor het hele land eerst ook in kaart te brengen hoeveel grond er landelijk in eigendom is van ontwikkelaars: “Het zou ook voor de Tweede Kamer niet slecht zijn daar een goed beeld van te krijgen en hoe precies de contracten eruit zien die daar achter schuil gaan. Daarna kunnen we als overheid, landelijk en lokaal, bekijken hoe we de zaak weer aan de praat krijgen.” Volgens de Almeerse gebiedsontwikkelaar is het daarbij vooral voor ontwikkelende partijen met grond de “truc” om een “symbiose” te bereiken met gemeenten en zelfbouwers, zodat er voor die laatsten voldoende kavels komen.

Bouwend Nederland BNR Bouwmeesters

Bouwend Nederland Tabel Woningmarkt

Aantrekkende woningmarkt zorgt voor groei bouwproductie

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal van dit jaar met 1,6% gegroeid ten opzichte van het tweede kwartaal van 2014. Deze groei valt toe te schrijven aan meer export, hogere investeringen en meer consumptie door consumenten, zo blijkt uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De cijfers schetsen ook een positief beeld voor de bouw. De aantrekkende woningmarkt zorgde er bijvoorbeeld voor, dat de productie in de bouwnijverheid het sterkst groeide van alle bedrijfstakken. Dit neemt echter niet weg dat de bouw nog lang niet terug is op het niveau van voor de crisis. Wel zet de groei van de orderportefeuilles in de bouw nog steeds door en neemt het ondernemersvertrouwen verder toe.

Positieve vooruitzichten

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) sprak in het rapport Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2015 al de verwachting uit, dat ‘de bouw een van de snelst groeiende sectoren in de Nederlandse economie zal zijn’. Vooral aan de woningnieuwbouw wordt hier een belangrijke rol toegedicht. De ontwikkeling van de investeringen in bouwwerken in de eerste helft van dit jaar bevestigen de verwachtingen van het EIB. In het eerste halfjaar van 2015 is er maar liefst ruim 25% meer geinvesteerd in woningen. Het groeitempo van de investeringen in gebouwen (2%) en infrastructuur (5%) bleef hier ver bij achter, maar was per saldo wel weer positief. De bouwproductie – afgemeten aan de ontwikkeling van de toegevoegde waarde – nam in het eerste halfjaar met ruim 9% toe.

Ook de vooruitzichten zijn positief als we de ontwikkeling van de orderportefeuilles in de bouw in ogenschouw nemen. Recente cijfers uit de conjunctuurenquête van het EIB geven aan, dat de hoofdaannemingsbedrijven in juni voor gemiddeld 7,1 maanden werk in huis hadden. Dit was iets meer (een kleine week) dan in mei. De groei van de orderportefeuilles zet ook nog steeds door. In vergelijking met juni vorig jaar ligt de werkvoorraad nu ruim drie weken hoger. De werkvoorraad heeft daarmee het hoogste niveau bereikt sinds oktober 2008. Het is dan ook niet zo vreemd, dat het vertrouwen in een gunstige marktontwikkeling bij veel ondernemers in de bouw overwegend positief is. In juni is het vertrouwen zelfs sterk aangetrokken. Deze stemmingsindex steeg naar het hoogste niveau sinds februari 2008. De meeste ondernemers (95%) verwachten de komende tijd geen verdere daling van de personeelsbezetting. Ook rekenen nu meer ondernemers (ruim 20%) een verbetering van de afzetprijzen. Nu nog een verbetering van de winstmarges!

Meer relevante economische markt- en bedrijfsvoeringsinformatie kunt u vinden in BouwActueel.

Bouwend Nederland