sluis

Vaarwegen opknappen vergt 300 mln extra

Met de binnenvaart de congestie op de weg aanpakken, lukt alleen als er meer werk wordt gemaakt van het vele achterstallige onderhoud aan vaarwegen. Het wegwerken van die achterstand vergt op jaarbasis 300 miljoen euro extra. Die boodschap aan het adres van inframinister Melanie Schultz komt van directeur Edwin Lokkerbol van de Vereniging van Waterbouwers.

Lokkerbol reageerde op woensdag 26 april die ging over hoe waterwegen optimaal kunnen worden benut voor het tegengaan van de groeiende drukte op verkeerswegen.

Vervoersmodaliteit

Minister Schultz heeft samen met de binnenvaart de ambitie om met deze vervoersmodaliteit de congestie op de weg aan te pakken. Maar volgens Lokkerbol blijft de ambitie van bewindsvrouw achter bij die van de sector. “Op het onderhoud van vaarwegen en aan bruggen en sluizen is de afgelopen jaren ontzettend bezuinigd. En de inzet van grotere schepen in de binnenvaart, vooral bij het vervoer van containers, vergt dat er meer bruggen op hoogte worden gebracht en dat afmeerplekken in binnenhavens worden uitgebreid. In de Bouwagenda lees ik dat bijvoorbeeld nog niet allemaal zo terug.”

Bouwagenda

Een van de ‘roadmaps’ in de Bouwagenda betreft de renovatie van bruggen en sluizen en het uitbaggeren van vaarwegen, maar Lokkerbol mist daarbij nog het geldbedrag dat hier jaarlijks voor nodig is. “De Algemene Rekenkamer sprak in een rapport van anderhalf jaar geleden van 400 miljoen euro. Door wat geschuif met budgetten heeft de minister dit gat voor honderd miljoen gerepareerd. Effectief blijft er dus nog een tekort over van 300 miljoen euro. Dat bedrag zou ik graag gekoppeld willen zien aan de opgave die in de Bouwagenda wordt genoemd.”

Marktvisie

Het aanpakken van de grote opgave waar de waterbouwers voor staan, vergt ook een moderne manier van aanbesteden, “dus niet alleen op prijs maar ook op basis van competentie en waarbij het risico van innovatie gedeeld wordt”, benadrukt Lokkerbol. “Met de januari vorig jaar gepresenteerde Marktvisie (‘samen werken aan een vitale en duurzame bouwsector’) heeft RWS daar wel een begin mee gemaakt, maar nog niet in die mate dat je kunt zeggen dat innovaties grootschalig worden toegepast.”

Composiet sluisdeur

Een mooi voorbeeld van hoe het voortaan moet, noemt Lokkerbol de vernieuwing van het sluizencomplex in het verbrede Wilhelminakanaal in Tilburg. Daarbij zijn kunststof sluisdeuren toegepast (van composiet): “Wat ons betreft mogen er veel meer van dit soort pré-contractuele samenwerkingen komen, waarbij dus het risico van innovatie wordt gedeeld.”

Manier van aanbesteden

Lokkerbol is ook te spreken over de contractvorm waarvan sprake is bij de Alliantie Markermeerdijken, voor het versterken van dijken tussen Hoorn en Durgerdam: “Daarbij is vroegtijdig een aannemer geselecteerd, niet alleen op prijs maar ook op basis van competenties.” Volgens hem kan het ook niet meer anders: “Vroeger zat zowat alle kennis bij RWS, maar nu zit die door de hele keten heen, ook bij ingenieursbureaus, Deltares en de markt. Dus moet je als opdrachtgever met al die partijen de dialoog aangaan over de beste manier van aanbesteden en voor het selecteren van het beste ontwerp. En misschien moet je het werk ook eerder gunnen en je partner uit minder partijen selecteren dan dat nu gebeurt.”

Toestroom

Een punt van zorg van Lokkerbol voor het kunnen realiseren van al het werk dat op waterbouwers afkomt is ook het dreigende tekort aan vakpersoneel. “Een goede ontwikkeling is dat het aantal waterbouwstudenten aan de TU toeneemt. Maar we hebben ook ingenieurs nodig die verstand hebben van landschappen en ingenieurs die technische bedrijfskunde hebben gestudeerd. Maar ook MBO’ers die op werkschepen aan de slag kunnen. Die toestroom is nu nog voldoende, maar door de vergrijzing dreigen daar tekorten te ontstaan.”