Verplicht energielabel voor kantoren biedt goede perspectieven

Met het Energieakkoord is in 2013 een grote stap genomen richting een duurzamer energiegebruik. Om aan de internationale klimaatdoelstellingen voor 2030 in het kader van het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen zijn wel extra maatregelen nodig. Met een label C-verplichting voor kantoren vanaf 2023 wil minister Blok hieraan een bijdrage leveren.

Een label C-verplichting voor kantoren levert jaarlijks een extra energiebesparing op van ongeveer 8½ PJ (25%) vanaf 2023. Dit blijkt uit onderzoek dat het EIB samen met ECN in opdracht van het ministerie van BZK heeft uitgevoerd. Voor twee derde deel van de kantorenvoorraad (in m2) dat nog niet aan deze verplichting voldoet, is het mogelijk om met alleen installatietechnische aanpassingen tot een C-label te komen. Het gaat hierbij om het aanbrengen van HF- of LED-verlichting en veegpulsschakeling. De kosten hiervan zijn in verhouding tot de besparing op de energierekening beperkt, binnen zeven jaar laten deze maatregelen zich goed terugverdienen. De kantoorgebouwen van voor 1975 hebben vaak nog een label G. Voor deze gebouwen (bijna 20% van de huidige kantorenvoorraad) zijn naast installatietechnische maatregelen ook een nieuwe HR-ketel en bouwtechnische aanpassingen aan de schil (HR++-glas en spouwmuur- en/of dakisolatie) nodig om aan de label C-verplichting te kunnen voldoen. Ingrijpende en dure verbouwingen, waarbij het kantoor voor de gebruikers moet worden gesloten, zijn niet nodig. De kosten voor label G kantoren zijn het hoogst, gemiddeld zo’n € 55 per m2. Vanwege het hoge energiegebruik verdienen deze kosten zich zelfs binnen vijf jaar terug. De kosten voor label F t/m D kantoren zijn met gemiddeld € 14 tot € 9 per m2 veel beperkter.

Per 1 januari 2023

De verplichting gaat op 1 januari 2023 in. Dit biedt vastgoedeigenaren tijd om zich hierop voor te bereiden. Om de investeringen terug te verdienen moeten de huren worden verhoogd. Ook biedt deze datum vastgoedeigenaren voldoende tijd om de aanpassingen op een geschikt moment uit te voeren. Doordat de verplichting voor ieder kantoor geldt en de relatief lage investeringskosten goed uit besparingen op de energierekening zijn te bekostigen, zullen de effecten voor de meeste vastgoedeigenaren beperkt zijn. Voor een klein deel van de markt zal de maatregel wel problemen geven. Voor kantoren op slechte locaties met veel leegstand en marginale huren is er nagenoeg geen ruimte om de huren te verhogen om de noodzakelijke aanpassingen te financieren. Dit betekent dat een deel van deze kantoren vanaf 2023 niet meer kan worden verhuurd. Bovenop het deel dat los van de label C-verplichting de komende jaren al aan de kantorenvoorraad zal worden onttrokken, zal dit tot 1% extra leegstand of onttrekkingen aan de kantorenvoorraad leiden.

De maatregel levert de bouwsector extra werk op. In totaal moet hiervoor circa € 860 miljoen extra in kantoren worden geïnvesteerd. Iets minder dan de helft hiervan bestaat uit werkzaamheden voor de installatiebranche. Door de relatief hoge kosten van de schilverbeteringen slaat het meeste werk neer bij (gespecialiseerde) bouwbedrijven.

Kortom, een verplicht minimaal energielabel biedt goede perspectieven op energiebesparing en extra werk voor de bouwsector. De investeringen laten zich goed terugverdienen uit energiebesparingen en leveren geen grote problemen op voor de meeste vastgoedeigenaren. In de zwakke segmenten van de kantorenmarkt, waarin nu al veel leegstand is, zal het moeilijk zijn om de huurverhogingen door te voeren, waardoor investeringen uitblijven en extra leegstand zal ontstaan.